Gemeenteblad van Zwolle
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zwolle | Gemeenteblad 2025, 171116 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zwolle | Gemeenteblad 2025, 171116 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening participatie kinderen Zwolle 2025
In deze verordening wordt verstaan onder:
inkomen: het maandbedrag aan inkomen van aanvrager en de eventuele partner zoals bedoeld in artikel 32 van de wet, verminderd met de ontvangen vakantietoeslag. Tot dat inkomen wordt ook gerekend de bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals genoemd in artikel 5 onder b van de wet;
inkomen als zelfstandige: het bedrag dat overblijft na aftrek van de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Deze belasting en premies worden gesteld op het percentage, zoals vermeld in artikel 6, lid 2, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Een teruggave inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen wordt niet als inkomen aangemerkt. Het bedrag over het betreffende boekjaar wordt daarna gedeeld door twaalf;
Deze verordening bevat de criteria waaraan aanvrager moet voldoen om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als tegemoetkoming in de kosten om kinderen te laten participeren in de samenleving.
Artikel 3. Bevoegdheid college
Het college is bevoegd om binnen het kader van deze verordening besluiten te nemen over het al dan niet verstrekken van subsidies als bedoeld in deze verordening.
Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
Het college verstrekt de subsidie voor deelname van de kinderen aan activiteiten die bijdragen aan hun participatie in de samenleving.
Om voor subsidie op grond van deze verordening in aanmerking te komen moet aanvrager voldoen aan de volgende criteria:
aanvrager en de eventuele partner hebben de Nederlandse nationaliteit of zijn vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Richtlijn 2004/38/EG; en
Als aan de aanvrager in hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraag in het kader van deze verordening is ingediend door het college een tegemoetkoming is verstrekt op grond van een Zwolse gemeentelijke inkomensondersteunende voorziening, of vrijstelling is verleend op grond van Zwolse gemeentelijke belastingen, oordeelt het college dat aan de in het eerste lid van dit artikel gestelde inkomens- en vermogenscriteria is voldaan.
Als de aanvrager en diens partner in het kader van een minnelijk of wettelijk schuldsaneringstraject een relatie heeft met de gemeentelijke schulddienstverlening en over niet meer inkomen beschikt dan het vrij te laten bedrag, dan oordeelt het college, ongeacht de hoogte van het inkomen en het vermogen, dat aan de in het eerste lid van dit artikel gestelde inkomens- en vermogenscriteria is voldaan.
Als de partner van aanvrager verkeert in de omstandigheden zoals genoemd in het eerste lid onder a of b of niet rechtmatig verblijf houdt in Nederland zoals bedoeld in het artikel 5 eerste lid onder a, wordt bij de beoordeling van de aanvraag de situatie van de partner van aanvrager buiten beschouwing gelaten als ware het dat aanvrager geen partner heeft.
Artikel 7. Subsidiabele kosten
De subsidiabele kosten zijn kosten die direct verbonden zijn met de deelname van de kinderen van aanvrager aan de in artikel 4 van deze verordening bedoelde activiteiten die bijdragen aan hun participatie in de samenleving.
Artikel 10. Beslistermijn en vaststelling subsidie
Als aanvrager een uitkering ontvangt op grond van de wet, beschouwt het college de eerste subsidieaanvraag tevens als subsidieaanvraag voor de volgende kalenderjaren, althans zo lang als aanvrager een uitkering op grond van de wet ontvangt. De subsidie wordt – in dit geval - per kalenderjaar vastgesteld.
Het college kan de bepalingen gesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van een doelgerichte of evenwichtige subsidieverstrekking, naar hun oordeel leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
We willen voorkomen dat kwetsbare groepen in de samenleving niet meer participeren in de maatschappij. Huishoudens met een laag inkomen en kinderen die overdag naar school gaan, hebben moeite om rond te komen ondanks rijks- en lokale regelingen. Een laag inkomen is meestal wel genoeg om er de lasten voor huur, gas en water van te kunnen betalen en om er eten en kleding van te kunnen kopen. Voor iets extra's, zoals schoolspullen, laptop, schoolreisje, dagje naar een attractiepark, het bezoeken van een concert of het museum, blijft geen geld over.
Van rijkswege kunnen ouders en verzorgers van kinderen in het voortgezet onderwijs een inkomensafhankelijke tegemoetkoming krijgen op basis van de Wet Tegemoetkoming Onderwijs- en Schoolkosten (WTOS). Deze wettelijke regeling heeft echter niet de intentie gehad om kostendekkend te werken.
Het Jeugdfonds Sport Zwolle maakt voor kinderen uit minimahuishoudens sportdeelname mogelijk. Kosten voor het lidmaatschap van een sportclub, kunnen via deze stichting worden vergoed.
Vooral voor huishoudens met jongeren en kinderen in het dagonderwijs blijft weinig geld over voor participatie. Dat is zorgelijk. We willen voorkomen dat jongeren en kinderen uit een huishouden met een laag inkomen in een sociaal isolement terechtkomen of achter raken op school. De gemeente biedt leerlingen op het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en de jaren één en twee van het middelbaar beroepsonderwijs extra ondersteuning. Zonder de intentie te hebben kostendekkend te zijn willen we in Zwolle voorkomen dat kinderen onvoldoende participeren in de samenleving. Om de participatie van kinderen in Zwolle te bevorderen is deze subsidieverordening ontstaan, voorheen de Verordening kindregeling gemeente Zwolle 2023.
De grondslag van deze verordening is vinden in de subsidiebepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 4:21 van de Awb is bepaald dat onder subsidie wordt verstaan de aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde diensten of goederen.
In artikel 4:23 Awb is bepaald dat een bestuursorgaan slechts subsidie verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat regels voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Naast rechtstatelijke overwegingen heeft daarbij de wens een weloverwogen gebruik van het subsidie-instrument te bevorderen een rol gespeeld. Om de met de subsidieverstrekking beoogde doelen te kunnen bereiken en enerzijds misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies te kunnen tegengaan, anderzijds de subsidieontvangers voldoende rechtszekerheid te verschaffen, dienen rechten, plichten en bevoegdheden van subsidiegevers en subsidieontvangers op heldere wijze te worden afgebakend, een evenwichtig geheel te vormen en goed kenbaar te zijn. Daarvoor is een wettelijke regeling nodig. Onder wettelijk voorschrift wordt ook verstaan een door de gemeenteraad vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, in dit geval de specifieke Verordening participatie kinderen Zwolle 2025.
Voor het definiëren van de begrippen is aangesloten bij de Awb en de Participatiewet. In titel 4.2 van de Awb is de grondslag van de subsidiebepalingen in deze verordening te vinden. De Participatiewet geeft structuur aan veel situaties en concepten op het terrein van armoedebeleid.
Met inkomen wordt onder andere bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 Pw. Bijzondere bijstand wordt niet als inkomen in aanmerking genomen.
Het moet gaan om een ten laste komend kind, waarvoor aanspraak kan worden gemaakt op kinderbijslag. Op het moment dat een kind 18 jaar is, is er geen recht meer op kinderbijslag. Daarmee vervalt ook het recht op subsidie in het kader van deze verordening. Inwoners van 18 jaar en ouder die dagonderwijs volgen kunnen studiefinanciering of een tegemoetkoming scholieren (art 4.2 wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten) krijgen van DUO. De hiermee gemoeide bedragen zijn hoger, reden om deze categorie personen niet mee te nemen in het kader van deze verordening.
Artikel 3. Bevoegdheid college
Met dit artikel krijgt het college de bevoegdheid om binnen het kader van deze verordening subsidies te verstrekken.
Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
De subsidiabele activiteiten in deze verordening betreffen de door kinderen/jongeren te verrichten activiteiten die bijdragen aan hun participatie in de samenleving.
Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet aanvrager, behalve het verrichten van de in artikel 4 genoemde activiteiten, voldoen aan een aantal in dit artikel genoemde subsidiecriteria, te weten op het gebied van de rechtmatigheid van het verblijf in Nederland, de leeftijd, het adres, het vermogen en het inkomen. Het komt er op neer dat de inkomensgrens voor een aanvrager 130% van het normbedrag is.
Eén van de subsidiecriteria is dat aanvrager en eventuele partner over niet meer vermogen beschikt dan bedoeld in artikel 34 van de wet. De overwaarde van de woning van aanvrager en eventuele partner wordt niet als vermogen in aanmerking genomen
Een aanvrager kan een inkomen hebben dat hoger is dan de hier gehanteerde inkomensgrens, maar aflossing van schulden toch weinig te besteden hebben. Als zij bij de gemeentelijke afdeling schulddienstverlening (SDV) een traject doorlopen, worden zij in sommige gevallen teruggezet op een minimaal besteedbaar inkomen. Dit minimale besteedbare inkomen wordt vastgesteld door berekening van het “vrij te laten bedrag (VTLB)”. In dit artikel is bepaald dat aanvrager voldoet aan de subsidiecriteria indien in de peilmaand het VTLB van toepassing is.
In dit artikel zijn de weigeringsgronden opgenomen. Het betreft een limitatieve opsomming.
Artikel 7. Subsidiabele kosten
Met subsidiabele kosten wordt bedoeld de kosten die verband houden met de subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.
De bedragen van de vergoeding zijn in 2021 veranderd vanwege de terugtrekking van de Stichting Meedoen en in 2023 zijn de separate budgetten voor dagschool en cultuur samengevoegd tot één budget. Er is voor gekozen om voor jaarlijks aan gezinnen een subsidie te verstrekken van € 990, - per jongere of een subsidie van € 646,-- per kind. De subsidiehoogte wordt jaarlijks geïndexeerd.
Artikel 9. Aanvraag en bewijsstukken
De subsidie kan in het betreffende kalenderjaar één keer worden aangevraagd. Voor het aanvragen van de tegemoetkoming moet aanvrager gebruik maken van het door het college vastgestelde aanvraagformulier. Echtparen of samenwonenden kunnen elkaar machtigen een aanvraag in te dienen.
Artikel 10. Beslistermijn en vaststelling subsidie
De Awb bevat geen strikte beslistermijn waarbinnen op een aanvraag moet worden beslist. Dit artikel bevat een beslistermijn van acht weken.
In overeenstemming met artikel 4:43 Awb en gelet op artikel 4:32 Awb wordt de subsidie telkens direct, dus zonder voorafgaande verlening, vastgesteld voor één kalenderjaar. De vaststellingsbeschikking dient in ieder geval een aanduiding te bevatten van de subsidiabele activiteiten.
De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.
Gelet op artikel 4:52 wordt het subsidiebedrag overeenkomstig de subsidievaststelling betaald.
Deze hardheidsclausule is opgenomen omdat in uitzonderlijke gevallen vasthouden aan één of meerdere artikelen wegens bijzondere omstandigheden onevenredig kan zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-171116.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.