Gemeenteblad van Meerssen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meerssen | Gemeenteblad 2025, 169252 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meerssen | Gemeenteblad 2025, 169252 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Uitvoeringsbesluit bij artikel 5.2 Verordening fysieke leefomgeving het maken of verbranden van een uitweg
Een uitweg, ook wel uitrit, inrit of oprit genoemd, is een aansluiting vanuit een perceel op de openbare weg. Voor de leesbaarheid noemen we deze termen in de rest van dit beleid een ‘uitweg’. In dit beleidsstuk notitie worden enkel uitwegen naar ‘bestemmingen’ (bijvoorbeeld woningen, bedrijven) behandeld.
In de gemeente Meerssen is het verboden zonder vergunning een uitweg te maken of te veranderen. Op grond van de Omgevingswet (de Wabo is hier in opgenomen per 1 januari 2024) in combinatie met VFL (Verordening Fysieke Leefomgeving), kan hiervoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In de VFL zijn voor deze vergunning diverse weigeringsgronden opgenomen. Bovendien kan de gemeente, ter bescherming van het belang waarvoor de vergunning is vereist, voorschriften en beperkingen verbinden aan de vergunning. Er bestaat binnen de gemeente behoefte aan een kader op basis waarvan vergunningsaanvragen voor uitwegen worden getoetst. Dit beleids- en toetsingskader is in dit document vastgelegd. Dit beleid bevordert eenduidige besluitvorming (consistentie) en biedt de aanvrager vooraf inzicht in de toetsingscriteria (transparantie).
Vanuit stedenbouwkundige- en welstandsmotieven is het niet toegestaan om in de voortuin te parkeren en wij verlenen hiervoor geen vergunning. Het bedoelde ruimtelijk effect van de voortuin gaat namelijk teniet op het moment dat bewoners hun tuin qua sfeer en/of qua gebruik laten aansluiten bij het openbaar gebied.
Het eerste gebeurt door de voortuin te verharden, het tweede door de voortuin te gebruiken als parkeer- en/of stallingsplaats voor de auto. Het onderscheid tussen openbaar en privé vervaagt en doordat de verharding van de voortuin naadloos aansluit op die van de straat, gaat de beoogde bufferwerking van de voortuin geheel teniet. Dit leidt volgens ons college tot een onaanvaardbare verarming van het straatbeeld en vandaar dat er geen (omgevings)vergunning voor een uitweg voor dit doel wordt verstrekt.
Met betrekking tot het maken of veranderen van een uitweg is diverse wet- en regelgeving van belang. Hieronder wordt kort op deze wet- en regelgeving ingegaan.
Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voor de aanleg of verandering van een uitweg naar een weg die in beheer is van de gemeente. Op grond van artikel 5.8 van de Omgevingswet: het college van burgemeester en wethouders beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op één activiteit, tenzij op grond van artikel(en) 5.9, 5.9a, 5.10, 5.11 of 5.13 een ander bestuursorgaan is aangewezen.
Artikel 22.297 Bruidsschat Omgevingsplan (Omgevingsplanactiviteit: uitweg)
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Artikel 22.8 Omgevingswet (omgevingsvergunning gemeentelijke verordening)
Voor zover op grond van een bepaling in een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist voor een geval waarin regels over de fysieke leefomgeving op grond van artikel 2.7 eerste lid alleen in het omgevingsplan mogen worden opgenomen, geldt een zodanige bepaling als een verbod om zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet.
Dit betekent concreet het volgende. Een uitwegactiviteit is een omgevingsactiviteit die bij volledige werking van de Omgevingswet wordt geregeld in het nieuwe omgevingsplan (artikel 5.1 Omgevingswet). Zolang er geen omgevingsplan is opgesteld waarin deze activiteit is geregeld, blijven de lokale regels, zoals opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving, van kracht.
Artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a Omgevingswet (omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet)
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
Bij de kavelindeling wordt elke kavel zo gevormd dat deze uitweg heeft op een openbare weg en zo mogelijk daaraan grenst.
Op grond van artikel 14 van de Wegenwet moet de eigenaar van een weg, een uitweg hierop in beginsel gedogen. Ten einde de bruikbaarheid van de weg te waarborgen is het toegestaan een vergunning te eisen en via voorschriften de wijze waarop wordt aangesloten te regelen.
Deze regeling is opgenomen in artikel 5.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving. “Het maken of veranderen van een uitweg” en vormt daarmee de wettelijke basis voor dit inrittenbeleid.
Het college kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden met betrekking tot het gebruik en de uitvoering van de uitweg. Dit kan bijvoorbeeld ook voor de duur waarin een uitweg in stand gehouden of gebruikt mag worden bij een tijdelijke (bouw)uitweg.
2.3 Verordening Fysieke Leefomgeving
In de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) wordt in artikel 5.2 lid 1 bepaald dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg naar de openbare weg te maken of te veranderen.
In artikel 5.2 lid 2 staan criteria waarop een vergunning kan worden geweigerd.
Artikel 5.2 Maken en veranderen van een uitweg luidt als volgt:
De meest recente Verordening Fysieke Leefomgeving is terug te vinden op overheid.nl.
3. Nadere uitwerking weigeringsgronden voor uitwegen
Voor iedere uitweg, binnen of buiten de bebouwde kom, moet een vergunning worden aangevraagd. Iedere aanvraag voor een uitwegvergunning wordt getoetst aan de weigeringsgronden.
Dit hoofdstuk beschrijft de uitleg die het college van burgemeester en wethouders aan deze weigeringsgronden geeft. Ook als er geen aanpassing nodig is, heb je een vergunning nodig om op de gewenste plaats je perceel in of uit te mogen rijden.
Afwijking van de beleidsregels is altijd mogelijk op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 9.6 van de Verordening Fysieke Leefomgeving 2024.
Bij iedere aanvraag wordt een belangenafweging gemaakt waarbij onderstaande bepalingen worden meegenomen.
3.1 Ter voorkoming van gevaar voor verkeer op de weg
Een uitweg wordt geweigerd indien de uitweg komt te liggen:
de uitweg tot gevolg heeft dat straatmeubilair of een nutsvoorziening en/of ander obstakel dienen te worden verplaatst, terwijl er in de nabije omgeving geen geschikte alternatieve locatie voor genoemde objecten voorhanden is en/of er geen overeenstemming tot verplaatsing van het obstakel is met de eigenaar.
3.3 Indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast
Een uitweg wordt geweigerd indien:
Als het perceel nog niet ontsloten wordt door een uitweg en er is geen alternatief voorhanden, dan kan de vergunning onder voorwaarden verleend worden, bijvoorbeeld een smallere uitweg of een uitweg met technische aanpassingen, compensatie van groen binnen het plan of elders in de openbare ruimte. De kosten worden dan doorberekend aan de aanvrager.
3.4 Indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten
3.6 Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
Een uitweg van een woning wordt geweigerd indien:
Voor een uitweg naar een landbouwperceel gelden dezelfde regels als voor een enkele particuliere uitweg buiten de bebouwde kom. (maximale breedte 3 meter)
Een uitweg van een bedrijf wordt geweigerd indien:
Er geldt dat buiten de bedrijventerreinen alleen uitwegen voor bedrijven worden aangelegd als de vestiging van het bedrijf is toegestaan binnen het vigerende bestemmingsplan en de parkeerdruk op straat hiermee wordt verlicht.
Bij uitwegen buiten bedrijventerreinen wordt een onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde aan-huis gebonden beroepen en de overige bedrijven. Voor aan-huis gebonden beroepen gelden dezelfde regels als voor een woning.
Bij het aanleggen van uitwegen hanteert de gemeente een aantal algemene en specifieke uitgangspunten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in uitwegen binnen de bebouwde kom onderverdeeld naar particulier, nieuwbouw en bedrijfsmatig en uitwegen buiten de bebouwde kom.
Een uitweg gaat vaak samen met een aanpassing van de openbare ruimte, bijvoorbeeld het verlagen van de stoep. Ook als er geen aanpassing nodig is, heb je een vergunning nodig om op de gewenste plaats je perceel in of uit te mogen rijden.
4.3 Buiten de bebouwde kom (uitsluitend voor gemeentelijke wegen)
Voor uitwegen buiten de bebouwde kom gelden een aantal specifieke uitgangspunten, onderverdeeld in particulier bestaand, particulier nieuwbouw en bedrijfsmatige uitwegen.
Een uitweg ten behoeve van een woning buiten de bebouwde kom is maximaal 5 meter breed tenzij aangetoond kan worden dat deze ook voor agrarische doeleinden gebruikt wordt.
Bij wegen van andere wegbeheerders zoals bijvoorbeeld provincie Limburg of het Waterschap wordt doorverwezen naar hun eisen.
Als iemand een omgevingsvergunning aanvraagt, dan betaalt de aanvrager meestal niet alleen de kosten voor de omgevingsvergunning. Vaak brengt de gemeente ook plankosten in rekening. Dit zijn kosten voor voorbereiding van en toezicht op de aanleg van voorzieningen. Bijvoorbeeld groenvoorzieningen, nieuwe wegen of het dempen van sloten.
De kosten die de aanvrager moet betalen, zijn afhankelijk van de soort uitweg en van de plaatselijke omstandigheden. Het verlagen van bestaande trottoirbanden (een eenvoudige uitweg) is goedkoper dan het gebruiken van speciale inritbanden (een standaard uitweg).
Bij maatwerk en bij het verplaatsen van obstakels zoals verkeersborden en straatlantaarns worden de werkelijke kosten daarvan in rekening gebracht.
Wij raden de aanvrager aan altijd vooraf met de gemeente te overleggen wat de mogelijkheden en de kosten zijn in het desbetreffende geval.
Na betaling van de kosten geeft de gemeente opdracht aan een aannemer voor het aanleggen van de uitweg.
Een uitweg moet voldoen aan de vormgeving zoals is aangegeven in de ASVV 2021 of publicatie 228 (Uitritten en uitritconstructies) van het CROW. De uitwegen die binnen de gemeente Meerssen worden aangelegd zijn in beginsel allemaal constructief gelijk.
Verbreden uitweg op bestaande locaties:
De constructie wordt bepaald door de gemeente en bestaat in principe uit:
Bij uitwegen maken we onderscheid naar verschillende typen:
o Verlaagde band(alleen indien inritconstructie niet mogelijk)
De constructie bestaat in principe uit:
Bij zaksloot geen duiker aanleggen. Het kan zijn dat hiervoor een watervergunning aangevraagd moet worden of een melding gedaan moet worden bij waterschap.
Beroepen voor onder andere assurantiekantoortjes, thuiskappers, huisartsen, fysiotherapeuten en ontwerpbureautjes die veelal aan huis gevestigd zijn.
Verordening Fysieke leefomgeving
Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom
Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw
Kabels en Leidingen Informatiecentrum
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Binnen de bebouwde kom ( BiBeKo )
Alle percelen binnen de komgrenzen van de Wegenverkeerswet.
Buiten de bebouwde kom ( BuBeKo )
Alle percelen buiten de komgrenzen van de bebouwde kom van de Wegenverkeerswet.
Wegen die zijn gericht op het ontsluiten van erven, woningen en bedrijven. Kenmerkend voor een erftoegangsweg is dat in principe alle verkeerscategorieën van dezelfde rijbaan gebruik maken. Het gaat hier om alle manoeuvres die nodig zijn voor het bereiken van particuliere en openbare percelen, het in en uitstappen en het laden en lossen van goederen. Op deze wegen is sprake van uitwisseling zowel op de wegvakken als op de kruispunten.
Deze wegen faciliteren zowel het stromen als het uitwisselen van verkeer. Deze twee functies worden naar plaats gescheiden. Het stromen vindt plaats op wegvakken tussen de kruispunten, het uitwisselen op kruispunten. Voor gebiedsontsluitingswegen geldt een maximale snelheid van 50 km/h binnen de bebouwde kom, buiten de bebouwde kom geldt een maximale snelheid van 80 km/h.
De ondergrondse (wortelpakket) en bovengrondse ruimte (stam en kroon) van een boom, die deze in neemt bij het volledig uitgroeien van de boom.
Melding die ervoor zorgt dat leidingbeheerders op de hoogte zijn van de geplande werkzaamheden in de ondergrond, dit ter voorkoming van graafschade.
Locatie waar nieuwe bouwwerken worden opgericht en waar in opdracht van de gemeente nieuw openbare gebied wordt aangelegd.
De uitweg als bedoeld in artikel 14, lid 3 onder ІІІ van de Wegenwet, te weten iedere rechtstreekse ontsluitingsmogelijkheid van een perceel naar de openbare weg, waaronder we verstaan de begrippen uitweg, oprit, inrit en uitrit.
Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.
(Zie artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994).
Plaats op straat (openbaar) waar je een auto kunt/mag parkeren (dit kunnen aangegeven vakken zijn maar ook stroken gelegen aan de linker- of rechter kant van de rijweg in lengterichting langs een trottoirband).
Het afwerken van openbare delen van een bouwterrein voor uiteindelijk gebruik. Het betreft het aanbrengen van voorzieningen op of in het maaiveld. Woonrijp maken vindt plaats aan het einde of na afronding van de bouwactiviteiten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-169252.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.