Gemeenteblad van Meerssen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meerssen | Gemeenteblad 2025, 169224 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meerssen | Gemeenteblad 2025, 169224 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meerssen 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Afdeling 1.1 Inleidende bepalingen
Bijlage I bij deze verordening bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen.
Artikel 1.3 Doelen van de verordening
Deze verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de gemeente en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang:
Artikel 1.4 Maatwerkvoorschriften- en regels
Het college kan met het oog op de doelstelling zoals genoemd in artikel 1.3 en de zorgplicht zoals genoemd in artikel 1.8, maatwerkvoorschriften en regels geven voor de activiteiten genoemd in deze verordening, met dien verstande dat bij het geven van maatwerkvoorschriften het bepaalde in het Activiteitenbesluit milieubeheer ten aanzien van het geven van maatwerkvoorschriften in acht moet worden genomen.
Artikel 1.5 Verhouding tot andere regelgeving
Deze verordening is niet van toepassing op onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan, die bij of krachtens een wet, een algemene maatregel van bestuur, een ministeriële regeling of provinciale verordening uitputtend zijn geregeld, tenzij uit de bepalingen van deze verordening anders blijkt.
Afdeling 1.2 Algemene bepalingen activiteiten
Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 1.8 Algemene zorgplicht
Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 1.2 verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen met het oog waarop de regels over die activiteit zijn gesteld, is verplicht:
Activiteiten waarvoor op grond van deze verordening een vergunning nodig is, mogen niet worden uitgevoerd zonder of voordat die vergunning is verleend, of in afwijking van de verleende vergunning.
Afdeling 1.2 Bepalingen ten aanzien van vergunningen
Artikel 1.13 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1.16 Weigeringsgronden
Het bevoegd gezag kan, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, een vergunning of ontheffing weigeren, indien de aanvrager voorschriften, verbonden aan een eerdere vergunning of ontheffing voor een soortgelijke activiteit of beperkingen waaronder zo’n vergunning of ontheffing is verleend, niet heeft nageleefd en het vermoeden gerechtvaardigd is dat indien de gevraagde vergunning of ontheffing wordt verleend, hij ook daaraan verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij zou worden verleend, niet zal naleven.
Artikel 1.17 Beslistermijn en kennisgeving
In afwijking van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing op de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag, tenzij paragraaf 4.1.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht expliciet van toepassing is verklaard.
Paragraaf 2.1.1 Gemeentelijk erfgoedregister
Artikel 2.1 Gemeentelijk erfgoedregister
Het college houdt een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld.
Het gemeentelijk erfgoedregister bevat:
gegevens over door het college van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht.
Paragraaf 2.1.2 Aanwijzing tot gemeentelijk monument
Artikel 2.8 Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument
In een spoedeisend geval kan het college een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 2.5 wordt in dat geval aan de Adviescommissie Fysieke Leefomgeving Meerssen advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument.
Afdeling 2.2 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van het college tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 2.7 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.
Artikel 2.9 Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Paragraaf 2.1.3 De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
Artikel 2.10 Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.
Artikel 2.11 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 2.10, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.
Afdeling 2.2 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
Artikel 2.12 Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument
Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 2.15 Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
Artikel 2.16 Vangnet archeologie
Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij:
het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring;
Afdeling 3.1 Aanwijzingen met betrekking tot afval
Artikel 3.2 Aanwijzing van inzamelplaats
Het college draagt zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.
Afdeling 3.2 Huishoudelijk afvalstoffen
Artikel 3.3 Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 3.5 Specifieke zorgplicht
De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.8, houdt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.4 in ieder geval in dat:
Artikel 3.8 Gescheiden afvalinzameling
Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:
Artikel 3.9 Gescheiden aanbieding
Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het aanbieden van categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen voor die categorieën huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 3.11 Tijdstip van aanbieding
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door het college daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.
Afdeling 3.3 Bedrijfsafvalstoffen
Artikel 3.14 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst
Het college kan bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst of andere inzamelaars die zijn aangewezen op grond van artikel 3.1, in gevallen waarin de voor deze inzameling krachtens de Verordening Gemeentelijke Reinigingsheffingen verschuldigde heffing is voldaan. Dit geldt alleen voor bedrijven met afvalstoffen, die qua aard en omvang gelijken op die van een huishouden.
Artikel 3.15 Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen
Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 3.14 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan de inzameldienst of andere inzamelaars als aangewezen in artikel 3.1 aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 3.2, achter te laten.
Artikel 3.19 Afval en verontreiniging op de weg
Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Artikel 3.22 Ontdoen van autowrakken
Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan degene die een milieubelastende activiteit verricht als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.
Artikel 3.23 Kadavers van gezelschapsdieren
Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.
Artikel 4.1 Aanwijzing collectieve festiviteiten
De festiviteiten als bedoeld in artikel 22.73 lid 1 van het Omgevingsplan zijn aangewezen: Oudejaarsavond, de vrijdag en zaterdag direct voorafgaande aan carnaval en de drie carnavalsdagen.
Artikel 4.6 Overige geluidhinder
Voor evenementen die op grond van de vigerende Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Meerssen vergunningsplichtig of meldingsplichtig zijn, gelden de volgende voorschriften:
de toegestane begintijd geluidproductie op zondagen, 2e Paasdag, 2e Pinksterdag, 1e en 2e Kerstdag, Goede vrijdag en Nieuwjaarsdag is niet eerder dan 13.00 uur tenzij een ontheffing op grond van de Zondagswet is verleend. Voor de overige dagen is de toegestane de begintijd niet eerder dan 09.00 uur;
Afdeling 5.1 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbaar gebied
Artikel 5.1 Voorwerpen op, aan of boven de weg
Artikel 5.3 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 5.4 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 5.5 Openen straatkolken en dergelijke
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 5.9a Verwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer en verlichting
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of een andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer, de openbare verlichting of enig ander belang dat tot de huishouding van de gemeente behoort te verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te belemmeren.
Paragraaf 5.2.1 Algemene bepalingen met betrekking tot wateren
Artikel 5.13 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waar1op gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
De verboden zijn niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin voorzien wordt door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 5.14 Beschadigen van waterstaatswerken
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Paragraaf 5.2.2 Ligplaatsen voor pleziervaartuigen
Artikel 5.18 Ligplaats vaartuigen
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
Artikel 5.21 Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5.22 Voertuigen met verlopen APK
Het is niet toegestaan om een voertuig op de weg te parkeren waarvan de Algemene Periodieke Keuring langer dan twee maanden is verlopen.
Het is verboden binnen de bebouwde kom een voertuig dat, de lading meegerekend, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, te parkeren, elders dan op de daarvoor door het college aangewezen wegen, weggedeelten of terreinen in het uitvoeringsbesluit houdende nadere regels bij artikel 5.1 van de vigerende Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Meerssen.
Artikel 5.26 Uitzichtbelemmerende voertuigen
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Artikel 5.29 Overlast van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Artikel 5.29a Neerzetten van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 5.29b Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke
Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 5.30 Begripsomschrijvingen
In deze verordening en daarop rustende bepalingen wordt onder kampeermiddel verstaan: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Afdeling 5.5 Crossterreinen en verkeer in natuurgebieden
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Artikel 5.37 Vergunningsplicht handelsreclame
Het verbod geldt niet voor onverlichte:
opschriften en aankondigingen die betrekking hebben op:
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor de zaak is bestemd zomede op naamborden mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere afmetingen hebben dan 50 x 50 x 2 cm op een maximum hoogte van 2 m en mits deze opschriften en aankondigingen zijn aangebracht op of aan een gebouw;
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zover zij feitelijke betekenis hebben;
Indien een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het derde lid, ernstige hinder voor de omgeving veroorzaakt, kan het college de rechthebbende of de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aanschrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, beperking of opheffing van deze hinder. Degene tot wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is verplicht deze aanschrijving op te volgen.
Paragraaf 5.7 Overige milieubelastende activiteiten
Artikel 5.39 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid is het niet toegestaan op door het college aangewezen plaatsen, , in de open lucht of buiten de weg, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
Hoofdstuk 6 Standplaatsen en markten
Paragraaf 6.2.1 Aanwijzingen met betrekking tot standplaatsen
Artikel 6.2 Begripsomschrijvingen
In deze afdeling en daarop rustende bepalingen wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
Paragraaf 6.2.2 Activiteiten met betrekking tot standplaatsen
Artikel 6.4 Aanwijzing activiteiten
Als activiteit bedoeld in artikel 1.2 wordt aangewezen het innemen van een standplaats op de openbare weg voor het bedrijven van handel.
Artikel 6.5 Specifieke zorgplicht
De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.8, houdt voor het innemen van een standplaats in ieder geval in dat:
Artikel 6.7 Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Paragraaf 6.3.1 Aanwijzingen met betrekking tot markten
Artikel 6.9 Begripsomschrijvingen
In deze verordening en daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
Paragraaf 6.3.2.1 Verdeelprocedure beschikbare marktvergunningen
Artikel 6.14 Verlenging na afroep
Als binnen de gestelde termijn naast de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd. In dat geval past het college de in het Reglement markten en standplaatsen vastgelegde procedure van de artikelen 6.15 of 6.16 toe, met uitzondering van het tweede lid van deze artikelen.
Artikel 6.15 Verdeling vaste-standplaatsvergunning via selectie
Bij de verdeling via selectie maakt het college door een openbare kennisgeving bekend dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van 10 jaar, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.
Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.
Artikel 6.16 Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting
Bij de verdeling via loting maakt het college door een openbare kennisgeving in bekend dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van 10 jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.
Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.
Paragraaf 6.3.2.2 Vaste-standplaatsvergunning
Artikel 6.20 Overschrijven vaste-standplaatsvergunning
Wenst de houder van een vaste-standplaatsvergunning niet langer gebruik te maken van de vergunning of is hij overleden of onder curatele gesteld, dan kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind.
Kan deze weg niet worden gevolgd, dan kan de vergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator worden overgeschreven op een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste drie jaren in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar.
Artikel 6.22 Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats
Als de beschikbaar gekomen vaste standplaats op grond van de inrichtingstekening, vastgesteld op basis van het Reglement markten en standplaatsen, bij voorrang is bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen, kan het college deze standplaats alleen toewijzen aan een vergunninghouder die tot die branche behoort of die handelt in die artikelgroep.
Paragraaf 6.3.2.3 Dagplaatsvergunning
Artikel 6.23 Dagplaatsvergunning
Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt op plaatsen die daarvoor ingevolge het inrichtingsplan in aanmerking komen en op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vaste-standplaatsvergunning omdat voor de plaats geen vergunning geldt, de vergunning is vervallen of omdat de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 6.21.
Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking de gegadigden die op de marktdag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester, voldoen aan een eventueel van toepassing zijnde branche- of artikelgroepvereiste en die niet zijn uitgesloten omdat ze gedurende een of meer van de voorafgaande vier marktdagen:
Paragraaf 6.3.2.4 Snuffelmarkten
Artikel 6.25 Organiseren van een snuffelmarkt
De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen 4 weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen 2 weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht.
Afdeling 6.3.3 Handhaving markten
Artikel 6.26 Legitimatieplicht
Degene die een standplaats op een markt inneemt of wil innemen, of die handelt met een volmacht is verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is bij het eerste verzoek van een toezichthouder.
Afdeling 7.1 Hemel- en grondwaterafvoer
Artikel 7.3 Verplichting tot waterberging
Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt in het hemelwaterbergingsgebied (het gehele grondgebied van de gemeente Meerssen) geen hemelwater vanaf nieuwe gebouwen in een openbaar riool geloosd, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden, met uitzondering van nieuwe gebouwen waarbij sprake is van (een toename van) een bebouwd oppervlak (horizontaal gemeten) van minder dan 100 m².
De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 24 uur en 48 uur weer voor 90% beschikbaar is. De leegloop van de voorziening kan plaatsvinden in de bodem, op het openbaar riool of in de openbare ruimte. Voor de aansluiting op de riolering is een aansluitvergunning noodzakelijk.
Dit artikel is niet van toepassing op (principe)verzoeken om wijziging van het bestemmingsplan of aanvragen om omgevingsvergunning die worden ingediend voor de formele inwerkingtreding van deze verordening en waarop schriftelijk door het college is medegedeeld, dat er (onder voorwaarden) mee kan worden ingestemd, gedurende de termijn waarvoor de principemedewerking is afgegeven.
Artikel 7.4 Begripsomschrijvingen
In deze verordening en daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
bij gemengde en (verbeterd)gescheiden rioolstelsels het punt, normaliter gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool wordt aangesloten op de perceel aansluitleiding. Het aansluitpunt wordt door de perceeleigenaar voorzien van een ontstoppingsstuk;
Artikel 7.8 Informatieplicht beëindiging aansluiting
Als het gebruik van een rioolaansluitleiding definitief wordt beëindigd, wordt het college hierover uiterlijk vier weken na de beëindiging geïnformeerd.
Artikel 7.12 Eigendom aansluitleiding
Als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een rioolwaterpomp is vereist, ligt de grens, net zoals bij het eerste lid, ter plaatse van de erfgrens. In afwijking van het eerste lid wordt hier gebruik gemaakt van een inspectieput. In deze inspectieput eindigt de persleiding en gaat verder in vrijvervalleiding richting het gemeentelijk riool.
Bij een verstopping, lekkage of een andere storing in de particuliere afvoerleiding onderzoekt de rechthebbende of de gebruiker of het gaat om een storing in de particuliere afvoerleiding (terreinleiding) of in de perceelaansluitleiding. Aan de perceelaansluitleiding mogen onder geen enkele voorwaarde werkzaamheden worden uitgevoerd zonder voorafgaande toestemming van de gemeente.
Als uit het onderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding, of van een verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit het openbare riool, neem de rechthebbende of de gebruiker met de gemeente contact op voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. De ontstoppingsvoorziening moet worden vrijgehouden totdat deze werkzaamheden zijn verricht. Als de rechthebbende of de gebruiker zelf aan een derde de opdracht geeft om werkzaamheden te verrichten, zonder dat de gemeente voorafgaand toestemming heeft gegeven, komen de kosten daarvan voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker.
Als er sprake is van een verstopping of storing als bedoeld in het tweede lid, moet de rechthebbende of de gebruiker, voordat de gemeente met de werkzaamheden start, schriftelijk akkoord gaan met de voorwaarde dat de kosten van die werkzaamheden aan de rechthebbende of de gebruiker in rekening worden gebracht als blijkt dat deze kosten voor de rechthebbende of de gebruiker zijn.
Afdeling 7.3 Beheer en onderhoud
Artikel 7.16 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Artikel 7.17 Onderhoud, renovatie en vervanging
Het beheer, onderhoud, renovatie dan wel de vervanging van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat de desbetreffende onderhouds- dan wel herstelwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van het particulier riool, in welk geval de kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen.
Artikel 7.18 Het onderzoek naar de kwaliteit van de bodem
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning waarbij de activiteit betrekking heeft op het bouwen, het in stand houden en/of gebruiken van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, moeten in ieder geval worden overgelegd de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Het college kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn als bedoeld in artikel 5.36 van de Omgevingswet, als uit het vooronderzoek naar de kwaliteit van de bodem blijkt dat de locatie onverdacht is of dat de gerezen verdenkingen een verkennend bodemonderzoek niet rechtvaardigen.
Artikel 8.2 Begripsomschrijvingen
In deze verordening en daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 8.4 Aanvraag vergunning
De vergunning moet schriftelijk gemotiveerd en onder bijvoeging van een situatieschets worden aangevraagd. Het college kan eisen dat bij de aanvraag voor een kapvergunning een onderzoeksrapport naar de algehele onderhoudstoestand van de te kappen boom wordt overgelegd. Het onderzoeksrapport moet opgesteld zijn door een beëdigd boomtaxateur.
De houder van de vergunning moet zorg dragen, dat deze vergunning ten tijde van het uitvoeren van de kapwerkzaamheden aanwezig is op het betreffende terrein waarop de houtopstand zich bevindt. De vergunning moet op eerste vordering van een ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving van een of meer bepalingen van deze verordening, ter inzage worden gegeven aan deze ambtenaar.
Artikel 8.6 Bijzondere vergunningsvoorschriften
Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en in overeenstemming met de door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant. Indien het gemeentelijk beleid of een gemeentelijk bestemmings-, bomen-, groen-, of landschapsplan de te vellen houtopstand binnen de Gemeente Meerssen direct of indirect als waardevol omschrijft, wordt zo vaak mogelijk een herplantplicht opgelegd.
Artikel 8.7 Herplant-/instandhoudingsplicht
Indien de houtopstand binnen de gemeente Meerssen, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college aan de zakelijke gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
Indien de houtopstand binnen de gemeente Meerssen, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijke gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt weggenomen.
Artikel 8.8 Inhoud compensatieplan
In het compensatieplan wordt het volgende bepaald:
indien een houtopstand binnen de gemeente Meerssen geveld wordt in verband met een ruimtelijke ontwikkeling: een omschrijving van de groeiplaats (bovengronds en ondergronds) met onderbouwing dat deze groeiplaats van voldoende kwalitatieve waarde is om de te herplanten houtopstand binnen de gemeente Meerssen conform het gestelde wenselijke eindbeeld ter plaatse, duurzaam te handhaven;
indien een houtopstand binnen de gemeente Meerssen geveld wordt in verband met een ruimtelijke ontwikkeling: een beheerplan voor de eerste drie jaren, gerekend vanaf de aanplant, waarin onder andere de termijn voor de eerste aanplant, inboetperioden, aanwijzingen voor plantgatvoorbereiding, verzorging- en groeibevorderende maatregelen, welk plantmateriaal, welke soort, de stamomtrek en het aantal is opgenomen;
Artikel 8.9 Bestrijding van boomziekten
Als zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, als hij daarvoor door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:
Artikel 8.11 Afstand tot de erfgrenslijn voor bomen, heggen en heesters op de openbare weg
De afstand als bedoeld in artikel 42 lid 2 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,50 meter voor bomen, te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom, en op nihil voor heggen en heesters, indien het bomen, heggen en heesters betreft op of aan de openbare weg of een openbaar water.
Hoofdstuk 9 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 9.2 Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9.3 Intrekking oude verordeningen
Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Meerssen 2024 ingetrokken.
Het college is bevoegd ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening nadere regels vast te stellen.
Indien naar het oordeel van het college in bijzondere individuele gevallen de toepassing van een artikel van in deze verordening leidt tot een onbillijke situatie, dan is het college bevoegd hiervan af te wijken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-169224.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.