Gemeenteblad van Zeewolde
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeewolde | Gemeenteblad 2025, 16076 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeewolde | Gemeenteblad 2025, 16076 | beleidsregel |
Beleidsregels uitwegen Gemeente Zeewolde 2025, artikel 2:12 APV (versie 2025)
Op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is voor het maken of veranderen van een uitrit op voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden, toestemming nodig van het college. Indien men een uitweg wenst, dient men dit voornemen te melden aan het college. Het college kan de uitweg weigeren. Indien de uitweg niet geweigerd wordt en de uitweg op gemeentelijk grondgebied ligt, zal deze na instemming van de melder door de gemeente worden aangelegd op kosten van de melder. Aanleg van de uitweg door de melder zelf wordt niet toegestaan. Uitwegen op provinciale of rijkswegen in de gemeente Zeewolde maken geen onderdeel uit van deze beleidsregels.
5. Technische regels voor het maken of veranderen van een uitweg.
Een uitweg dient te worden aangelegd en te voldoen aan de hieromtrent door het college vastgestelde en bekendgemaakte nadere regels." Deze regels zijn in deze paragraaf aangegeven.
De uitweg verbindt een perceel met een voor autoverkeer bestemde weg en kan gebruikt worden voor autoverkeer of de uitweg verbindt een perceel met een voor voetgangers bestemd pad. Onder paragraaf 5.2 worden de uitwegen voor gemotoriseerd verkeer en onder paragraaf 5.3 voor voetgangers nader uitgewerkt.
5.2 Uitwegen voor gemotoriseerd verkeer
Breedte uitwegen binnen de bebouwde kom volgens de APV
Breedte uitwegen buiten de bebouwde kom volgens de APV
Een uitweg ten behoeve van een bedrijf mag breder worden als door de melder aannemelijk kan worden gemaakt dat dit uit economische motieven nodig is en een alternatieve oplossing op eigen terrein niet mogelijk is.
De aangegeven breedtes moeten worden gemeten ter plaatse van de erfgrens op gemeentelijk gebied. Veelal is dit het smalste punt van de uitweg.
De bochtstraal van de uitweg ter hoogte van de rijweg wordt aangepast aan de te verwachten voertuigen. Minimale straal is 8 meter.
5.2.2 Maken/verandering en kosten:
Een standaarduitweg in een gebied dat wordt ontwikkeld, ingericht en beheerd door de gemeente Zeewolde, wordt aangelegd door en voor rekening van het Team Wonen en Economie. De eventueel tijdelijk aan te brengen uitweg wordt eveneens door en voor rekening van het Team Wonen en Economie aangelegd. Een standaarduitweg in een woonwijk is 4 meter breed. Een standaarduitweg op een bedrijventerrein is 6,5 meter.
De uitweg moet worden aangelegd op een wijze die is omschreven in het beeldkwaliteitplan dat van toepassing is voor die straat, buurt of wijk.
Het kan voorkomen dat een beeldkwaliteitplan niet aanwezig is. Daarnaast kan een beeldkwaliteitsplan onvoldoende duidelijk zijn. Als laatste kan het zijn dat de (in het beeldkwaliteitplan) aangegeven richtlijnen niet goed functioneren. In deze gevallen moet als volgt gehandeld worden:
Als de openbare weg is opgebouwd uit asfalt, beton of betonklinkers moet de uitweg binnen de bebouwde kom zijn gemaakt van betonstraatsteen, keiformaat. Buiten de bebouwde kom kan gekozen worden tussen drie varianten, namelijk asfalt, betonstraatstenen of stelconplaten. In bijlage 1 is een tekening opgenomen met de specifieke kenmerken per type uitweg.
Indien een uitweg een trottoir of fietspad kruist moet de uitweg op het niveau van fiets- en voetpad worden aangebracht. Indien sprake is van een hoogteverschil tussen fiets- of voetpad enerzijds en de weg anderzijds moeten ter plaatse van de weg inritbanden worden toegepast. In alle andere gevallen moet de uitweg op het niveau van de weg worden aangelegd.
De uitweg bestemd voor autoverkeer watert af richting de openbare weg (ligt dus op de kavelgrens hoger dan de rand van de weg) of naar de naastliggende berm.
Een uitweg voor een windturbine mag alleen gebruikt worden voor het onderhoud aan de windturbine en niet als een tweede ontsluiting van de landbouwkavel.
In de APV is in lid 3 van artikel 2:12 aangegeven dat het college in een aantal gevallen een uitweg moet weigeren. Hieronder wordt ook verstaan het veranderen van een uitweg. In deze paragraaf zijn deze weigeringsgronden nader uitgewerkt.
Ad 3a) Toestemming voor de aanleg van een uitweg wordt geweigerd als door het maken of veranderen van een uitweg deze zou komen te liggen:
Op een plaats waar de ruimte voor het plaatsen van een personenauto op het eigen erf minder dan de aanwezige ruimte is van een standaardvoertuig zoals gedefinieerd in de Aanbeveling Stedelijke VerkeersVoorziening (A.S.V.V.). Voor de voorgevel van een woning worden in de voortuin maximaal twee voertuigen toegestaan.
Ad 3b) Toestemming voor de aanleg van een uitweg wordt geweigerd als door het maken of wijzigen van een uitweg een openbare parkeerplaats verdwijnt in een straat als binnen een straal van 50 meter, gemeten vanuit de gevraagde uitweg het aantal parkeerplaatsen lager is dan 2 per woning.
Ad 3c) Toestemming voor de aanleg van een uitweg wordt geweigerd als door het maken of veranderen van een uitweg deze zou komen te liggen:
Buiten de bebouwde kom mag per bomenrij maximaal één boom worden verwijderd ten behoeve van de aan te brengen uitweg.
Indien voor het uitvoeren van de uitweg ingrijpend grondwerk waardoor 1) veel schade wordt aangebracht aan de beplanting en/of 2) het beeld van de openbare ruimte sterk wordt aangetast en/of 3) er problemen ontstaan met de waterhuishouding en/of 4) de beheerkosten van de openbare ruimte sterk stijgen, kan toestemming worden geweigerd.
Ad 3d) Toestemming kan worden geweigerd als meer dan één uitweg wordt aangevraagd. Bij het afhandelen van een melding voor een tweede uitweg moet als volgt gehandeld worden:
Aantal uitwegen binnen de bebouwde kom:
Elk perceel op de bedrijventerrein Trekkersveld waarop een bedrijfspand staat, mag standaard twee uitwegen hebben. Meer uitwegen zijn eventueel toegestaan als door de melder aannemelijk kan worden gemaakt dat dit uit economische en/of sociale motieven nodig is en een alternatieve oplossing op eigen terrein niet mogelijk is.
Elk perceel op de overige bedrijfsterreinen waarop een bedrijfspand staat, mag standaard één uitweg hebben. Voor kavels groter dan 4000m2 zijn, indien de noodzaak kan worden aangetoond, meerdere inritten mogelijk. Een tweede uitweg is eventueel toegestaan als door de melder aannemelijk kan worden gemaakt dat dit uit economische en/of sociale motieven nodig is en een alternatieve oplossing op eigen terrein niet mogelijk is.
Aantal uitwegen buiten de bebouwde kom:
7. Overgangsregeling oud beleid
Uitwegen die aanwezig zijn op het moment dat dit beleid wordt bekendgemaakt, kunnen afwijken van de hierin opgestelde beleidsregels. Uitwegen die in strijd met deze beleidsregels zijn gemaakt of veranderd, maar waarvoor reeds een uitwegvergunning is verleend, kunnen blijven bestaan. Alle nieuwe meldingen die worden ingediend na bekendmaking van dit beleid moeten getoetst worden aan de hierin aangegeven beleidsregels.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde d.d. 7 januari 2025.
Zeewolde,
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
de secretaris,
K.C. Hamstra
de burgemeester,
G.J. Gorter
Normaal gebruik van de openbare ruimte:
Het gebruik van de openbare ruimte waarvoor deze bedoeld/ingericht is. Zo is een trottoir met name bedoeld voor verkeersbewegingen van voetgangers, een fietspad voor verkeersbewegingen van fietsers, een parkeerplaats om een auto of motor te parkeren, enz.
De breedte van een uitweg is gemaximaliseerd om te voorkomen dat de openbare ruimte versteent en om te voorkomen dat de weg plaatselijk erg breed wordt. Dit laatste kan tot gevolg hebben dat er plaatselijk te hard wordt gereden.
De aangegeven breedte van de uitweg is aangepast aan het verkeer dat er gebruik van zal gaan maken.
De uitweg wordt door of namens de gemeente Zeewolde aangelegd als deze op gemeentelijk grondgebied ligt omdat zij verantwoordelijk is voor de toestand en de veiligheid van de uitweg en zij de kosten voor het toekomstig beheer moet dragen.
De totale opbouw van de uitweg moet zijn berekend op de voertuigen die daar gebruik van zullen maken. Dit betekent onder andere dat de dikte van het verhardingsmateriaal en de dikte, opbouw en samenstelling van het cunet daarop zijn aangepast. Tevens moet de uitweg passen in het straatbeeld en mag het wegtypen van een functioneel hogere orde (bijv. fiets- of voetpad) niet onderbreken. Het verhardingsmateriaal van het rode fietspad of het grijze voetpad moet doorlopen ter plaatse van de uitweg.
Het is niet toegestaan de uitweg voor een windturbine te gebruiken voor het berijden van het land omdat daardoor de kans op verontreiniging van de weg wordt vergroot. Zie ook 5.2.4.
Op verkeerstechnisch complexe/drukke of minder overzichtelijke wegen kan een uitweg snel over het hoofd gezien worden. De verkeersveiligheid is er bij gebaat hier geen uitwegen aan te brengen.
Op plaatsen waar door obstakels geen of slecht zicht aanwezig is op de weg, wordt uit veiligheidsoverwegingen geen uitweg aangelegd. Obstakels zijn bijvoorbeeld gebouwen of hoog opgaande beplanting.
Indien een te klein deel van de weg kan worden overzien en daarmee onvoldoende kan worden geanticipeerd op het overige verkeer, is de kans groot dat verkeersdeelnemers elkaar te laat zien en niet of onvoldoende kunnen anticiperen op de situatie. Dit gaat ten koste van de verkeersveiligheid. Op die plaatsen mag een uitweg niet worden gemaakt of veranderd.
Uitweg en eigen ruimte voor opstellen auto:
Een uitweg wordt aangebracht om per auto het eigen perceel te kunnen bereiken. Als op het eigen perceel geen of te weinig ruimte is om een auto te parkeren, mag de uitweg niet worden gemaakt of veranderd. De kans is immers groot dat na het aanbrengen van de uitweg de auto half op eigen terrein en half op de openbare weg wordt geplaatst. Dit hindert de doorstroming en gaat ten koste van de veiligheid.
Om een boom te kunnen verplanten moet deze aan twee voorwaarden voldoen:
De te maken kosten voor het verplanten moeten worden betaald door de melder van de uitweg. Als het nodig is extern advies in te winnen voor het kunnen beoordelen van de aanslagkansen van de verplante boom zullen ook deze worden doorberekend aan de melder van de uitweg.
Voor bomen zijn de boomwortels van groot belang. Enerzijds voor het opnemen van water en voedingstoffen, anderzijds voor de stabiliteit. Voor zowel de vitaliteit van de boom als voor veiligheid van de omgeving mogen niet te veel wortels worden verwijderd. Voor de veiligheid wordt daarom de norm 8 x de stamdiameter gehanteerd. Deze afstand moet worden gemeten vanuit het hart van de stam.
Als nu door voorzichtig graafwerk met een schep blijkt dat op kortere afstand van de boom geen wortels aanwezig zijn die van groot belang zijn voor de stabiliteit en de kans op schade zeer beperkt blijft kan op korte afstand van de boom gegraven worden. De uitweg kan dan ook op kortere afstand daarvan aangelegd worden. Eventueel te maken kosten voor dit onderzoekswerk moeten worden betaald door de melder.
Als zeker is dat een boom binnen twee jaar zal worden verwijderd, mag de boom wijken voor een uitweg.
Afschermend groen is aangebracht om een gebouw of gebied visueel af te schermen van de omgeving. Indien een uitweg wordt aangebracht wordt deze beplanting doorbroken. Dit kan ongewenst zijn.
Aantal uitwegen (binnen en buiten de bebouwde kom):
Het aantal uitwegen wordt o.a. beperkt om te voorkomen dat het groene karakter van een weg verdwijnt. Pas als aangetoond kan worden dat de bestaande uitweg om dringende economische of sociale redenen niet volstaat en het probleem niet op eigen terrein van de melder kan worden opgelost, is het aanbrengen van een tweede uitweg een mogelijkheid. Of deze daadwerkelijk aangebracht kan worden hangt af van veiligheid en functionele inrichting van de omgeving.
Dringende sociale redenen om een extra uitweg aan te leggen:
Een sociale reden om het maken van een extra uitweg te melden kan voortkomen uit een sterk gevoel van onveiligheid of overlast. Een extra uitweg kan worden aangebracht of de bestaande kan breder worden gemaakt dan toegestaan, als door de melder aannemelijk gemaakt wordt dat hier sprake is van sociale nood die niet op een andere voor de hand liggende manier kan worden opgelost.
Economische redenen om een extra uitweg aan te leggen:
Een economische reden om het maken van een extra uitweg te melden kan voortkomen uit de wetenschap dat een bedrijf niet kan groeien of forse bedrijfseconomische schade lijdt als het gevolg van het niet kunnen aanleggen van een extra uitweg of het verbreden daarvan. Een extra uitweg kan worden aangebracht of de bestaande kan breder worden gemaakt dan toegestaan, als door de melder aannemelijk gemaakt wordt dat het probleem niet op een voor de hand liggende manier op eigen terrein kan worden opgelost.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-16076.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.