Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 160355 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 160355 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Wijziging Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025 n.a.v. Vaststelling Verordening treasurystatuut Den Haag 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
De Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 is van toepassing op:
a. de gemeentelijke treasuryfunctie en geeft de doelstellingen van de Haagse treasury, de uitgangspunten van het treasurybeleid, de kaders voor de gemeentelijke financiering en risicobeheer, het gemeentelijke kasbeheer en de verantwoording via planning en control cyclus en de informatievoorziening van de treasury. Het treasurybeleid ondersteunt, als onderdeel van het financieel beleid, de uitvoering van de publieke taak en biedt waarborgen voor de financiële continuïteit van de gemeente op korte en lange termijn;
b. het gemeentebestuur, de treasury binnen de ambtelijke organisatie en de financieel toezichthouder, d.w.z. de provincie Zuid-Holland.
Hoofdstuk 2 Doelstellingen treasuryfunctie en uitgangspunten treasurybeleid
Artikel 2:1 Doelstellingen treasuryfunctie
De doelstellingen van de treasuryfunctie zijn:
a. het verkrijgen en handhaven van duurzame toegang tot (Europese) financiële markten tegen zo gunstig mogelijke condities en onder vermijding van ongewenste risico’s;
b. het onderhouden van goede investor relations met bestaande en potentiële financiers;
c. het beschermen van de opgenomen en uitstaande financiering, geldstromen en liquide middelen tegen financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, marktrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s (risicobeheer);
d. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten (rentekosten, provisies
en kosten betalingsverkeer) bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
e. het optimaliseren van de renteresultaten binnen het wettelijke kader en binnen bepalingen van dit treasurystatuut;
f. het inrichten en handhaven van een kwalitatief hoogwaardig en veilig betalingssysteem;
g. het ondersteunen en adviseren van alle onderdelen binnen de gemeente met betrekking tot
Artikel 2:2 Uitgangspunten treasurybeleid
1. Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten worden de interne procesbeschrijvingen, de regels en bepalingen van het wettelijke kader, de Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 en de Regeling treasurybeheer Den Haag 2025 in acht genomen.
2. Treasuryactiviteiten worden alleen uitgevoerd voor de uitoefening van de publieke taak en eigen activiteiten van de gemeente Den Haag of daarmee verbonden partijen.
3. Het aantrekken van gelden, zonder een specifiek financieringsdoel of object, om deze vervolgens uit te lenen, met als doel extra rente-inkomsten te verkrijgen (near-banking), is niet toegestaan.
4. De gemeente is geen financiële onderneming. Het verrichten van bancaire of bankachtige activiteiten is niet toegestaan, tenzij het voortkomt uit een wettelijke taak of publiek belang.
5. De gemeente hanteert bij het financieren het systeem van totaalfinanciering.
6. De gemeentelijke treasuryfunctie is ondergebracht bij DMC. Tot de treasuryfunctie behoren:
a. het beheer van renterisico’s en de gemeentelijke financiering, waaronder het saldo- en liquiditeitenbeheer en overige vermogenswaarden;
b. het beheren van de portefeuilles van opgenomen- en uitgezette geldleningen en het aantrekken en uitzetten van korte- en langlopende middelen binnen de kaders van dit statuut;
c. het beheren van de door het college verstrekte leningen en verleende garanties;
d. het beheer van gemeentelijke bankrekeningen en de daarbij behorende dienstverleningsovereenkomsten;
e. het zo goed en efficiënt mogelijk organiseren van de bancaire infrastructuur van het gemeentelijk betalingsverkeer en het toezicht daarop;
f. het inrichten van de treasuryorganisatie, de eigen administratie en informatievoorziening.
7. Indien er sprake is van een financieringsbehoefte in een betreffend jaar, neemt het college , voorafgaand aan een begrotingsjaar, een separaat besluit over de financiering van de gemeentelijke bedrijfshuishouding en tot het aangaan van overeenkomsten op de geld- en kapitaalmarkt. Hierbij wordt de concerncontroller gemachtigd om tot maximaal die hoogte financiering aan te trekken.
8. Het college stelt nadere regels vast over het operationele treasurybeheer in een Regeling treasurybeheer.
Hoofdstuk 3 Financiering en risicobeheer
1. (Tijdelijk) overtollige middelen worden in ’s Rijks schatkist aangehouden, het zogenaamde schatkistbankieren.
2. In afwijking van het eerste lid zijn middelen uitgezonderd voor zover deze, gerekend over een kwartaal, gemiddeld het drempelbedrag niet te boven gaan.
3. Het is toegestaan overtollige liquide middelen in de vorm van leningen uit te zetten bij andere decentrale overheden, met uitzondering van de toezichthoudende provincie.
4. Bestaande lange beleggingen in waardepapieren mogen worden aangehouden tot het einde van de looptijd, indien die belegging is aangegaan vóór 4 juni 2012 18:00 uur en onder de volgende voorwaarden:
a. zodra een belegging contractueel of als gevolg van vervroegde afkoop vrijvalt, worden de liquide middelen die hieruit voortvloeien in ‘s Rijks schatkist aangehouden;
b. mutaties in de beleggingsportefeuille zijn toegestaan, mits het aflos- of vervalprofiel per 4 juni 2012 gerespecteerd wordt;
c. mutaties mogen er niet toe leiden dat middelen pas later in de schatkist vloeien.
5. In aanvulling op het vierde lid worden slechts uitgezonderde middelen uitgezet bij financiële ondernemingen die:
a. gevestigd zijn in een lidstaat die tenminste beschikt over een AA-rating (in lijn met de wettelijke norm) afgegeven door ten minste twee ratingbureaus; en
b. voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze tenminste over een A-minusrating (in lijn met de wettelijke norm) beschikken, afgegeven door tenminste twee ratingbureaus.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent geldt.
7. In aanvulling op het vierde lid worden uitsluitend gelden uitgezet in de vorm van:
a. vastrentende waarden, uitgegeven door een instelling die voldoet aan het vijfde lid;
b. producten, waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd intact is, uitgezet bij een instelling die voldoet aan het vijfde lid.
8. Het college stelt nadere regels vast omtrent het beleid met betrekking tot het verstrekken van financieringssteun. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:
a. bij het verstrekken van leningen en het verlenen van garanties aan derden wordt grote terughoudendheid en zorgvuldigheid betracht;
b. indien het bedrag van de aanvraag vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend hoger is dan € 500.000,-, beslist het college niet tot toekenning van financieringssteun dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen;
c. indien het bedrag van de aanvraag vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend hoger is dan € 2.500.000,-, legt het college de gevraagde financieringssteun ter goedkeuring voor aan de raad.
9. Het renterisico op de netto vlottende schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, zijnde maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (in lijn met de wettelijke norm).
10. Het renterisico op de vaste schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm, zijnde maximaal 20% van het begrotingstotaal (in lijn met de wettelijke norm).
11. Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s. Bovendien mag de hoofdsom niet worden geïndexeerd.
12. Het college besluit tot het afsluiten van derivaten. De af te sluiten derivaten moeten voldoen aan de Wet fido en de Ruddo.
13. Het gebruik van derivaten is alleen toegestaan ter beperking van financiële risico’s onder de volgende voorwaarden:
a. het innemen van open posities met derivaten is niet toegestaan;
b. derivaten mogen alleen worden afgesloten met een instelling die voldoet aan het vijfde lid.
14. In afwijking van het vorige lid, onder b, kunnen derivaten ook worden afgesloten op een gereglementeerde markt, zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, in een van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER; Oporto, 2 mei 1992).
16. Het college komt alleen bijstortverplichtingen overeen uit hoofde van derivatentransacties, indien de bijstortverplichtingen op beide partijen of uitsluitend op de financiële onderneming rust.
17. Het gebruik van cryptovaluta (crypto’s) en stablecoins is niet toegestaan.
Ten behoeve van de onderbouwing van de financieringsactiviteiten wordt:
a. voor de gehele gemeentelijke organisatie zowel een korte liquiditeitsprognose voor de komende 12 maanden, als een meerjarige liquiditeitsprognose met een minimale looptijd van 48 maanden van de verwachte inkomsten en uitgaven op kasbasis opgesteld;
b. per kwartaal voor de komende tijd een rentevisie, gebaseerd op de rentevisies van meerdere gezaghebbende financiële ondernemingen, opgesteld.
Hoofdstuk 5 Planning & control en informatievoorziening
1. Het college geeft de raad in de Paragraaf financiering, in zowel de programmabegroting als de programmarekening, een toelichting op het geprognosticeerde financieringsbeleid, respectievelijk verantwoording afgelegd over de uitvoering daarvan.
2. Het college geeft de raad een toelichting op de resultaten van het financieringsbeleid en financieringsactiviteiten bij de programmabegroting en programmarekening.
3. Indien er sprake is van een financieringsbehoefte in een betreffend jaar, informeert het college, voorafgaand aan het begrotingsjaar, de raad over het gemeentelijke financieringsprogramma en de onderbouwing daarvan, inclusief rentevisie en liquiditeitsprognose (de financieringsbrief).
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025.
2. In artikel 4:11 van de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025 wordt “2024” vervangen door: 2025.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening treasurystatuut Den Haag 2025.
Het verlenen van financiële dienstverlening is alleen voorbehouden aan financiële ondernemingen. De gemeente is geen financiële onderneming. Het verrichten van bancaire of bankachtige activiteiten, zoals bijvoorbeeld het openen van een gemeentelijke bankrekening voor het bewaren of beheren van geld voor derden (contant en giraal), is niet toegestaan. Voorts dienen overheden zich daarbij te houden aan de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). De daarin opgenomen bevoegdheden worden uitsluitend uitgeoefend indien deze voortkomen uit een wettelijke taak of publiek belang.
Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden al hun overtollige (liquide) middelen aanhouden bij het Agentschap. Voor bestaande beleggingen kent het wetsvoorstel een overgangsregeling. Vooruitlopend op het wetsvoorstel is de overgangsregeling op 4 juni 2012 in de Staatscourant (nr. 11352) gepubliceerd.
Uitgangspunt van de overgangsregeling is dat de toepassing ervan zoveel mogelijk tot dezelfde uitkomsten moet leiden ongeacht de manier waarop decentrale overheden beleggingen hebben vormgegeven. De overgangsregeling betekent dat decentrale overheden hun bestaande beleggingen mogen aanhouden tot het einde van de looptijd indien die belegging is aangegaan vóór 4 juni 2012 18:00 uur. Een decentrale overheid blijft volledig vrij in de keuze om beleggingen voor het einde van de looptijd te liquideren. Zodra een belegging vrijvalt, worden de liquide middelen die hieruit voortvloeien in de schatkist aangehouden.
Beleggingen die vrijvallen voordat schatkistbankieren verplicht werd, konden worden herbelegd op voorwaarde dat de middelen uiterlijk eind 2013 vrijvielen. Het gevolg van de overgangsregeling is dat op termijn alle beleggingen in de schatkist worden opgenomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-160355.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.