Algemeen
Aanleiding
Gemeenten zijn op basis van de Omgevingswet verplicht om uiterlijk eind 2026 te beschikken over een door de gemeenteraad vastgestelde en gepubliceerde omgevingsvisie. De terinzagelegging van de ontwerp-omgevingsvisie en de OER, alsook het verzoek om advisering over de OER aan de adviescommissie voor de milieueffectrapportage, zijn wettelijk verplicht ter voorbereiding op het besluit over de vaststelling van de omgevingsvisie.
Doel
De Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch vult, naast en op basis van eerder vastgesteld beleid, het ruimtelijke hoofdstuk in van een compleet verhaal over hoe ’s-Hertogenbosch zich ontwikkelt naar de toekomst. Belangrijker nog dan dat een omgevingsvisie wettelijk verplicht is, helpt de visie om diverse opgaven en vraagstukken vanuit een samenhangend perspectief op de gemeente op te pakken. De visie vormt het vertrekpunt voor nieuw beleid en projecten in de toekomst.
Inhoud ontwerp Omgevingsvisie
Het instrument omgevingsvisie is vormvrij, maar moet wel enkele verplichte onderdelen bevatten die zijn beschreven in artikel 3.2 van de Omgevingswet: een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Deze onderdelen komen in deel A van de ontwerp-omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch aan bod.
Ook moet in de omgevingsvisie staan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn en wat de resultaten daarvan zijn (artikel 10.7 Ob). Indien de gemeente bepaalde kosten wil verhalen is het aanvullend een optie om hiervoor in de omgevingsvisie een grondslag op te nemen. Wanneer een OER is opgesteld, moet daarover in de omgevingsvisie een verantwoording opgenomen worden. Al deze onderdelen hebben een plek gekregen in deel B van de ontwerp-Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch.
De voorliggende omgevingsvisie is een dynamisch document, dat periodiek (iedere bestuursperiode) en wanneer dat nodig is bijgesteld wordt. Bijvoorbeeld om geactualiseerd of nieuw beleid erin te verwerken.
Omgevingseffectrapprt (OER)
Parallel aan het opstellen van de omgevingsvisie, is het OER-proces doorlopen. Hierdoor zijn de effecten van ambitiekeuzes voor de fysieke leefomgeving goed in beeld gebracht en konden de verschillende leefomgevingsaspecten zorgvuldig meegewogen worden voor het maken van beter gefundeerde keuzes. De OER is een uitgebreide milieueffectrapportage, waardoor de OER ook invulling geeft aan de wettelijke verplichting voor het maken van een plan-MER, die in het geval van de ontwerp-Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch op grond van artikel 16.36 lid 1 en lid 2 nodig is.
Participatie en vervolgprocedure
Tijdens het opstellen van de omgevingsvisie is een uitgebreid participatieproces doorlopen. Wettelijk geldt hier bovenop ook een formeel zienswijzentraject. In artikel 16.23 lid 1 Ow is vastgelegd dat door eenieder zienswijzen op de visie naar voren kunnen worden gebracht. In artikel 16.26 is vastgelegd dat afdeling 3.4 Awb hierop van toepassing is. Dit betekent dat de visie wettelijk gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage moet worden gelegd. Achtereenvolgens is in artikel 16.4 lid 3 Ow vastgelegd dat in geval sprake is van een bijbehorend milieueffectrapport, dit tegelijkertijd met het ontwerp ter inzage wordt gelegd, hier in dezelfde kennisgeving melding van wordt gemaakt en zienswijzen ook betrekking kunnen hebben op het milieueffectrapport (de OER).
Zodra de zienswijzen zijn ontvangen zal bezien worden of en hoe ze meegenomen kunnen worden in de versie van de visie die ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Daarvoor worden in een nota van zienswijzen alle zienswijzen samengevat en van een beantwoording voorzien. De nota van zienswijzen wordt samen met de visie ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Tegen het besluit tot vaststelling van een omgevingsvisie staat geen beroep open.