Het college en de burgemeester van de gemeente Alblasserdam en de burgemeester van de gemeente Alblasserdam, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft;
WETTELIJK KADER:
-gelet op het bepaalde in artikel 5:11 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
-gelet op het bepaalde in artikel 142 lid 1 onder c en lid 2 van het Wetboek van Strafvordering;
-gelet op het bepaalde in artikel 125, artikel 172 en artikel 174 van de Gemeentewet;
- gelet op het bepaalde in artikel 170 van de Wegenverkeerswet;
-gelet op het bepaalde in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:2 lid 2 en artikel 6:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Alblasserdam 2022 en artikel 21 van de Afvalstoffenverordening Alblasserdam;
-gelet op het bepaalde in artikel 41 lid 1 sub b van de Alcoholwet;
-gelet op het bepaalde in artikel 4.1 lid 2 van de Wet basisregistratie personen;
-gelet op het bepaalde in artikel 18.6 van de Omgevingswet;
-gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 2 van de Wegsleepverordening Alblasserdam;
-gelet op het bepaalde in artikel 11 van de Parkeerverordening Alblasserdam;
-gelet op het bepaalde in artikel 4.2 van de Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam;
-gelet op het bepaalde in artikel 34, lid 2 van de Wet op de kansspelen.
O
VERWEGENDE DAT:
- het van belang is om in het kader van de samenwerking tussen de gemeente Alblasserdam en de gemeente Molenlanden, het wenselijk is om toezichthouders in te kunnen zetten op elkaars grondgebied (o.a. naar aanleiding van het toeristenseizoen en het reguleren van schaats(molen)tochten in de Alblasserwaard);
- het wenselijk is te voorzien in een formele aanwijzing van deze toezichthouders in de zin van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de onderscheidenlijke wettelijke voorschriften.