Gemeenteblad van Meppel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Meppel | Gemeenteblad 2025, 140513 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Meppel | Gemeenteblad 2025, 140513 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Gelet op afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, heeft het college van burgemeester en wethouders van Meppel besloten het programma biodiversiteit ter inzage te leggen voor het indienen van zienswijzen.
Met ingang van 2 april 2025 ligt het Ontwerp-programma biodiversiteit van de gemeente Meppel voor 6 weken ter inzage.
Dit besluit betreft het Ontwerp-programma biodiversiteit van de gemeente Meppel conform 'bijlage A'.
Geachte lezers,
Met dit programma biodiversiteit zetten wij als gemeente een belangrijke stap richting een duurzame en groene toekomst. Het is mede onze verantwoordelijkheid om biodiversiteit te beschermen, herstellen en versterken binnen onze gemeentegrenzen. We willen hierin onze rol pakken, zowel in het beheer van de openbare ruimte als bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Als beheerder van de openbare ruimte hebben wij invloed op het groenbeheer van parken, bermen, bomen en groenstroken. Door bewuste keuzes, zoals het uitbreiden van ecologisch bermbeheer, dragen wij bij aan een een bloeiend, zoemend en fluitend Meppel.
Ook bij de ontwikkelingen in onze gemeente nemen wij regie. We kiezen voor natuurinclusieve oplossingen. Denk aan nieuwe wijken als Nieuwveense Landen en Noordpoort, gemeentelijke gebouwen als Ogterop en de gemeentewerf en infrastructurele projecten zoals de nieuwe stadsentree.
Dit programma beschrijft doelen en maatregelen om biodiversiteit te versterken en in ons werken te integreren. Samenwerking met bewoners, bedrijven en natuurorganisaties is daarbij essentieel. We gaan vol vaart aan de slag, zelf én met de Meppeler samenleving. Want de natuur houdt zich niet aan grenzen van tuinen, bermen of wegen. Alleen door samen te werken kunnen wij zorgen voor een biodiverse en duurzame toekomst voor iedereen in onze gemeente.
Namens het college van burgemeesters en wethouders van gemeente Meppel,
Klaas de Vries
Het gaat niet goed met de biodiversiteit in Nederland. Op zowel landelijk als op Europees niveau volgt uit verschillende onderzoeken een zorgwekkend beeld: populaties van soorten gaan sterk achteruit en de kwaliteit en omvang van de gebieden waarin ze leven verslechteren [bron 5, 17 en 19, zie bijlage I]. In 2018 sloegen Nijmeegse wetenschappers alarm, omdat zij met hun onderzoek constateerden dat in Duitsland - en zeer waarschijnlijk dus ook in Nederland - in 27 jaar tijd het aantal insecten in beschermde gebieden met 76% is afgenomen. Recent waarschuwde het Wereld Natuur Fonds dat zonder grootschalig natuurherstel op korte termijn belangrijke natuur in Nederland verdwijnt.
We hebben als gemeente doelen gesteld om deze afname van biodiversiteit te voorkomen én om biodiversiteit te behouden en verbeteren. In overeenstemming met haar omgevingsvisie, het coalitieakkoord ‘Werk in uitvoering’ en het programma Duurzaam, streven we naar een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving. Biodiversiteit is hier een integraal onderdeel van. Om deze ambitie te realiseren zijn op basis van natuurwaardenkaarten en in samenwerking met inwoners, bedrijven en maatschappelijke uitvoeringsorganisaties, dit programma Biodiversiteit en een bijbehorende uitvoeringsagenda opgesteld.
Het beleid dat we in de gemeente Meppel opstellen voor biodiversiteit sluit aan bij het natuurbeleid op provinciaal, landelijk en Europees niveau. Op Europees niveau worden ecosystemen en soorten door wetgeving beschermd, met name via de aangewezen beschermde gebieden binnen het Natura 2000-netwerk. Dit zijn beschermingszones die zijn aangewezen binnen de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) om zeldzame, kwetsbare en karakteristieke planten en dieren, en hun leefgebieden, te beschermen. Deze bescherming houdt in dat er maatregelen moeten worden uitgevoerd om soorten en hun leefgebieden in stand te houden [bron 2 en 4]. Nederland is verantwoordelijk voor het implementeren van het natuurbeleid voor de Natura 2000-gebieden en de VHR-soorten in eigen wetgeving. In Meppel zelf komen geen Natura 2000-gebieden voor, maar wel in de directe omgeving, zoals de Wieden en de Weerribben, Olde Maten en het Holtingerveld, zie Afbeelding 1.
In Nederland wordt de bescherming van VHR-soorten gewaarborgd binnen de Omgevingswet, waar de Wet Natuurbescherming in opgegaan is. Naast de VHR-soorten worden ook soorten van nationaal belang voor Nederland beschermd. Een voorbeeld in Meppel is de das. Daarnaast staan er op de Rode lijst soorten die bedreigd zijn [bron 12], maar niet per se wettelijke bescherming kennen. Voorbeelden in Meppel zijn de gevlekte orchis en moeraskartelblad.
Naast de Natura 2000-gebieden is in Nederland het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ingericht om leefgebied voor planten en dieren te realiseren. Het NNN is een bestaand netwerk van natuurgebieden en is bedoeld om natuurgebieden met elkaar en met het agrarisch gebied te verbinden. In Meppel behoren de Wold Aa Zone en Het Reestdal tot NNN-gebied (zie ook Hoofdstuk 3). De provincies zijn verantwoordelijk voor het borgen van de omvang en kwaliteit van het NNN. Zo heeft de Provincie Drenthe kaders gesteld voor de uitvoering van het Europees, landelijk en provinciaal natuurbeleid in de Gastvrije Natuur, Natuurvisie 2040 [bron 18]. Hierin heeft de provincie uitvoeringsplannen uitgewerkt om de natuurdoelen te halen, bijvoorbeeld het programma Natuurlijk Platteland en het programma Natuurinclusief Drenthe.

Omdat het huidige natuurbeleid niet voldoende is om de achteruitgang van soorten te stoppen, is aanvullend beleid nodig. Basiskwaliteit natuur biedt hiervoor een nieuw handvat. Dit gaat over de minimale kwaliteit van de omgeving zodat algemene soorten, die karakteristiek zijn voor het landschap, zich ook buiten de wettelijk beschermde gebieden kunnen handhaven. Belangrijke factoren daarbij zijn de milieucondities in het gebied, de inrichting en het beheer en onderhoud van het gebied. Deze factoren moeten aan minimum eisen voldoen om de basiskwaliteit natuur te garanderen. In Europa wordt deze bescherming geborgd binnen de in 2024 vastgestelde Natuurherstelwet. Deze heeft betrekking op landbouwecosystemen, stedelijke ecosystemen en bossen [bron 19]. De lidstaten maken hiervoor ieder een herstelplan. In Nederland is verder de Agenda Natuurinclusief 2.0 vastgesteld, waarin maatregelen worden uitgewerkt voor de jaren 2024 tot 2026. Hiervan ligt de focus op het versterken van de 70% niet-beschermde natuur van Nederland in bijvoorbeeld steden en het landelijk gebied.
Ook binnen de Provincie Drenthe is bescherming van soorten buiten de beschermde gebieden een speerpunt. In het programma Natuurinclusief Drenthe werkt de provincie onder andere aan een goede basiskwaliteit natuur [bron 1] en ecologische verbindingszones, zoals een groenblauwe dooradering in het landelijk gebied.
Ook gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor de bescherming van soorten en hun leefgebieden binnen de gemeentegrenzen. Dit geldt ook voor de gemeente Meppel. In het hoofdstuk 2 gaan we in op het huidig gemeentelijk beleid voor biodiversiteit in Meppel.
Gelijktijdig met het opstellen van dit programma is gewerkt aan een actualisatie van het programma Duurzaamheid uit 2021. Het nieuwe programma Duurzaam geeft onze overkoepelende en lange termijn ambities weer voor vijf duurzame pijlers: energietransitie, klimaatadaptatie, gezond leefmilieu, circulariteit en natuur, landschap en biodiversiteit. Daarnaast geeft het een helder overzicht van onze inspanningen en de manier waarop we aan de pijlers werken.
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In deze wet zijn eerdere wetten voor de fysieke leefomgeving gebundeld, waaronder de Wet Natuurbescherming. De instrumenten die we als gemeente onder de wet kunnen inzetten, zijn onder andere de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan.
In 2019 zijn we gestart met het opstellen van de omgevingsvisie, een integrale visie in het kader van de omgevingswet. De omgevingsvisie [bron 11] is in concept gereed en wordt naar verwachting begin 2025 vastgesteld. We duiden hierin het strategisch beleid naar 2040 en schetsen onze ambities. Het vormt daarmee de hoofdlijn voor verder uitwerking van beleid. Er zijn vier integrale ambities die onder andere gaan over de thema’s wonen, infrastructuur, duurzame ontwikkeling (energie, klimaatadaptatie) en de groenblauwe structuur, zie bijlage II.
Het thema biodiversiteit is sterk verweven met ieder van deze thema’s.
Duurzaam in alle opzichten;
Schoon, natuurlijk en gezond;
Levendig en leefbaar voor iedereen;
Kwalitatieve en inclusieve groei.
We werken de doelen uit de omgevingsvisie die betrekking hebben op biodiversiteit in dit programma verder uit. Ook geven we invulling aan de rol die we voor dit thema in de omgevingsvisie hebben bepaald.
Met dit omgevingsprogramma vertalen we de ambities naar concreter beleid en zetten we stappen in de uitvoering. De ontwikkelprincipes uit de omgevingsvisie bieden hiervoor een kapstok. Zo willen we onder andere duurzaam, natuurinclusief ontwikkelen en ruimte bieden aan groen en water bij ontwikkelingen. Zo werken we aan onze natuurkwaliteit en behouden en verbeteren we de Meppeler biodiversiteit.
Werken aan biodiversiteit is niet nieuw. In de kadernotitie “Zo doen we groen” hebben we al ambities voor en waarden van groen beschreven, waaronder de ecologische waarde. We hebben dit en ander beleid geëvalueerd en beschrijven van daaruit wat we voor biodiversiteit nog meer nodig hebben, zie ook bijlage II.
In Zo doen we groen werken we aan onze ambitie ‘drie keer groener’: het zien van goed groen, het ervaren van groen en het zorgen voor gezond groen. De eerste twee onderdelen van de ambitie leggen het accent op het perspectief van onze inwoners, het laatste onderdeel gaat meer uit van de intrinsieke waarde van het groen. In dit programma bouwen we voort op dit laatste onderdeel.
Onder de oude bestemmingsplannen hebben we beleidsregels gekoppeld. Deze zijn nu onderdeel van het omgevingsplan. In onze beleidsregels voor natuurinclusief bouwen (Nieuwveense Landen, Noordpoort, voormalig ziekenhuisterrein) zetten we goede stappen. We beschouwen een gebouw en haar omgeving als gezamenlijk onderdeel van een leefgebied. Er zit echter wel een grote mate van keuzevrijheid in de beleidsregels, een initiatiefnemer kan zelf kiezen welke maatregel getroffen wordt. Met dit programma sturen we op meer inzicht in onze Meppeler soorten en hun leefomgeving, waarmee we in de toekomst de beleidsregels beter kunnen laten aansluiten op de verschillende gebieden in Meppel.
In de omgevingsvisie zijn vier integrale ambities benoemd. In al deze ambities raakt biodiversiteit aan andere thema’s, zoals bijvoorbeeld klimaatadaptatie en woningbouw. Hoewel het hier om een thematisch programma gaat, kunnen we biodiversiteit niet langer als een los thema beschouwen. We hebben hierin allemaal iets te doen. Uitgangspunt is dat we vanaf nu biodiversiteit meenemen in alle ontwikkelingen en projecten in de fysieke leefomgeving. Dat doen we door biodiversiteit integraal mee te ontwerpen in de aanleg van bijvoorbeeld nieuwe wegen, woonwijken en bedrijventerreinen. We noemen dat natuurinclusief ontwikkelen. Dat betekent vaak ook extra kosten, bijvoorbeeld voor ruimte voor voldoende groen en voorzieningen in en aan gebouwen. Daartegenover staan de baten van groen en biodiversiteit. De vastgoedwaarde gaat omhoog en de gezondheid van inwoners en werknemers is duidelijk beter in een groene omgeving. Een groene omgeving werkt preventief. De kansen voor natuurinclusief ontwikkelen verschillen wel per gebied. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen, zoals Noordpoort en Nieuwveense Landen, zijn er volop kansen. In bestaande woonwijken en bedrijfsterreinen ligt dat anders. Maar ook daar gelden onze ambities en dienen zich kansen voor. We willen die kansen pakken, maar ook de Meppeler samenleving zelf zit niet stil. In beide gevallen, nieuw én bestaand, is het van belang om uitgangspunten voor groen en biodiversiteit in een vroeg stadium van een ontwerp mee te nemen.
De term biodiversiteit kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Volgens de ‘Van Dale’ is biodiversiteit ‘de verscheidenheid aan plant- en diersoorten’. Vaak spreken we over het bevorderen van de biodiversiteit, wat volgens de definitie van de Van Dale een toename van de verscheidenheid aan planten en dieren betekent. Het gaat over het genetisch materiaal van soorten, de verschillende soorten en de ecosystemen waarin zij voorkomen (Afbeelding 2). Het is dus niet hetzelfde als natuur of als groen. Immers, een stad met alleen maar grasvelden of alleen dezelfde bomen, heeft nog geen hoge biodiversiteit.

Ons alleen richten op zoveel mogelijk verschillende soorten is ook niet altijd overal wenselijk. Zo kan in bepaalde leefgebieden de verscheidenheid aan soorten laag zijn, terwijl er wel bijzondere natuur voorkomt. Een goed voorbeeld hiervan zijn rietlanden, waar bijzondere plantensoorten zoals ronde zonnedauw en kamvaren voorkomen zonder dat de soortenrijkdom groot is. Het voorkomen van deze bijzondere natuur komt doordat natuurlijke processen en structuren, die van oorsprong bij het landschap horen, denk bijvoorbeeld aan kwelstromen, op sommige plaatsen nog steeds grotendeels ongestoord aanwezig zijn. Helaas zijn deze bijzondere plekken steeds zeldzamer.
Biodiversiteit gaat over populaties die zichzelf in stand kunnen houden en niet dreigen uit te sterven, zoals het voorbeeld van de motten in Afbeelding 3. Daar is kwaliteit en omvang van de leefomgeving voor nodig.

We richten ons daarom niet alleen op de soorten en hun aantallen, maar stellen de leefomgeving van soorten centraal, de ecosystemen. Het hoofddoel, zoals ook vastgelegd in onze omgevingsvisie, is:
Het realiseren van een robuust en veerkrachtig ecosysteem, passend bij de kenmerken van gemeente Meppel en met behoud en herstel van bestaande landschaps- en natuurkwaliteiten
Een robuust en veerkrachtig ecosysteem kan tegen een stootje en weet zich aan te passen aan verstoringen van buitenaf, zoals weersinvloeden als gevolg van klimaatverandering of ziekten en plagen, zoals de eikenprocessierups.
Om dit te realiseren, moeten we de randvoorwaarden op orde brengen. We stellen daarom de volgende doelen:
De leefgebieden binnen Meppel zijn geschikt en groot genoeg voor gezonde populaties van onze gidssoorten.
De vooronderstelling is dat als het met de gidssoorten goed gaat, het goed gaat met het hele ecosysteem. Meer over de gidssoorten vertellen we in hoofdstuk 2.3. Dit betekent dat minimaal 10% van het buitengebied met groene of blauwe elementen is ingericht en in de bebouwde kom 30%.
De groene hoofd- en nevenstructuren zijn met elkaar verbonden.
De groene hoofdstructuur hebben we al vastgelegd in Zo doen we groen en de omgevingsvisie. We zorgen voor versterking van het netwerk van routes waar dieren en planten gebruik van maken en verbinden het nevengroen onderling en met de hoofdstructuur.
De groenblauwe hoofdstructuur binnen de gemeente Meppel wordt ecologisch ingericht en beheerd;
Op sommige plekken staat de natuurwaarde al voorop, zoals de natuurzone Berggierslanden en het wandelbos. Op andere plekken spelen andere waarden een belangrijke rol. Denk aan de gebruikswaarde van de grachten in de binnenstad en van de parken. De hoofdstructuur vormt de ecologische ruggegraat van de gemeente, we willen in samenhang met de andere waarden van groen de ecologie op deze plekken versterken.
Minimaal 80% van onze bermen wordt ecologisch beheerd;
Dat betekent dat we op die plekken een kwart van de berm niet maaien. Zo blijft er leefgebied beschikbaar voor overwinterende dieren. We passen op dit moment bij ongeveer 8% van onze bermen ecologisch bermbeheer toe.
In alle leefgebieden van de natuurwaardenkaarten is sprake van een goede basiskwaliteit natuur;
Op dit moment geldt dit alleen voor de wijk Oosterboer, zie ook paragraaf 3.4.
Om onze doelen te halen hebben we een uitvoeringsagenda 2024-2028 opgesteld. Hiervoor hebben we vijf ontwerpstappen doorlopen (afbeelding 4). De hoofdstukken 2 en 3 volgen deze vijf ontwerpstappen. Voor stap 4 geldt dat dit proces gelijktijdig met het opstellen van de omgevingsvisie verliep. Ambities, doelen en strategie zijn daarom enerzijds voortgekomen uit de conceptversies van de omgevingsvisie, anderzijds heeft bijstelling plaatsgevonden door het proces binnen dit programma.

In hoofdstuk 2 geven we naast de ecologische analyse ook uitleg over enkele begrippen uit de onze doelen, zoals gidssoorten en natuurwaardenkaarten.
In hoofdstuk 3 beschrijven we op welke manier we met de doelen aan de slag gaan, welke strategie we hiervoor kiezen en hoe we dit gaan financieren.
Voor het opstellen van dit programma Biodiversiteit hebben we verschillende gesprekken gevoerd en sessies georganiseerd. Dat komt voort uit de verplichting tot motivering uit het Omgevingsbesluit, artikel 10.8 én uit ons eigen participatiebeleid (destijds ‘Participatie omgevingswet’, in 2023 vervangen door Leidraad Participatie ‘Meedoen in Meppel’). Maar bovenal vanuit het besef, dat biodiversiteit ons allen aangaat en we het als gemeente niet alleen kunnen. Het participatieaccent lag op het raadplegen. De opgehaalde informatie hebben we gebruikt voor een overzicht van wat de gemeente Meppel en andere partijen al doen aan biodiversiteit (Bijlage III: Projectoverzicht). Want wat goed gaat en al gebeurt, willen we koesteren. Ook heeft het ons richting gegeven voor het opstellen van de uitvoeringsagenda.
We hebben drie verschillende soorten sessies georganiseerd:
Sessies met partners waarmee de gemeente samenwerkt, waarin wederzijdse ambities, lopende projecten en geplande maatregelen zijn besproken. Een overzicht is te vinden in Bijlage IV. De deelnemende partners waren:
Een avond voor de inwoners van gemeente Meppel. Doel van deze avond was enerzijds inwoners te informeren over de natuurwaardenkaarten en het programma Biodiversiteit en anderzijds informatie op te halen over projecten en ideeën van inwoners om de biodiversiteit in hun wijk te verbeteren. Naast inwoners waren een drietal (duo)raadsleden aanwezig. Het verslag hiervan staat in Bijlage V;
Een interne sessie met medewerkers van de gemeente Meppel van verschillende afdelingen om te kijken wat er al goed gaat en waar we een stap extra kunnen zetten. Het verslag hiervan staat in Bijlage VI.
Op Afbeelding 5 zijn het Natura 2000-gebied De Wieden en de NNN-gebieden in Meppel en omgeving weergegeven. Binnen deze gebieden komen bijzondere soorten en leefgebieden voor die kenmerkend zijn voor het landschap. Het landschap binnen en rondom Meppel ligt lager dan de rest van Drenthe. De hoger gelegen gebieden op het Drents plateau wateren af via een aantal beken en vaarten, die samenkomen in Meppel. Dit zijn de Oude Vaart, de Wold Aa, de Hoogeveense Vaart, de Drentse Hoofdvaart en de Reest. Deze plek in het landschap zorgt dat binnen Meppel zowel zandgronden als natte veenbodems voorkomen. De veenbodems liggen met name in het beekdal van de Oude Vaart, Wold Aa en het Reestdal [bron 13] en de Nijeveense- en Kolderveense polder. Daarnaast komen in het Natura 2000-gebied De Wieden vele soorten voor die kenmerkend zijn voor moerassen, natte graslanden en rietlanden. Sommigen van deze soorten, zoals de rietzanger en poelkikker, gebruiken de graslanden en oevers binnen Meppel als foerageergebied. Meppel speelt een belangrijke rol in de verbinding van de hoger gelegen gebieden van Drenthe met het laagveengebied van Noordwest-Overijssel. De otter is hier een duidelijk voorbeeld van.

De bijzondere kwaliteiten van de NNN- en Natura2000 gebieden in en rond Meppel staan onder druk, zoals we ook beschrijven in onze omgevingseffectrapportage voor de omgevingsvisie. Zonder aanvullende maatregelen voor stikstofdepositie, waterhuishouding, verdroging en verbinding, zal de kwaliteit van deze gebieden achteruit gaan.
Het is van belang dat we weten hoe het staat met de biodiversiteit in Meppel. Daarom hebben we natuurwaardenkaarten opgesteld, waarin de ecologische toestand van 19 deelgebieden is beschreven. De deelgebieden zijn weergegeven in Afbeelding 6Afbeelding 6. In de kaarten wordt ingegaan op de kenmerken van het landschap en de omgeving, er wordt een beschrijving gegeven van de huidige kwaliteit van het gebied op basis van de voorkomende soorten uit de Basiskwaliteit Natuur [bron 1] en er zijn kansen en knelpunten genoemd. Voor ieder deelgebied is daarnaast een gidssoort aangewezen die de kwaliteit van een deelgebied vertegenwoordigt, zie verder in Hoofdstuk 3.3 [bron 3]. De natuurwaardenkaarten zijn nog niet af. Met meer onderzoek en inventarisaties naar soorten vullen we de natuurwaardenkaarten de komende jaren aan. De kaarten zijn te vinden op de website van de gemeente Meppel.

Voor elk van de 19 deelgebieden van de natuurwaardenkaarten is een gidssoort aangewezen [bron 3]. De vooronderstelling is dat als het met de gidssoorten goed gaat, het goed gaat met het hele ecosysteem.
De eisen die soorten stellen aan hun habitat zijn samengevat in de 4 V’s:
Voedsel: foerageergebied en jachtgebied;
Voortplanting: broed- of nestplaats;
Veiligheid: schuilplaats, verblijfplaats, rustgebied;
Verbinding: verbindende elementen, veilige passages.
In Tabel 1 zijn de gidssoorten van ieder gebied en de eisen die zij aan hun leefomgeving stellen benoemd.
Tabel 1: Gidssoorten en eisen die zij stellen aan hun leefomgeving
Link naar originele tabel: Bijlage IX: Tabel 1
Deelgebied en gidssoort | Leefgebied |
Het Reestdal: grote pimpernel | Deze plant is kenmerkend voor matig voedselrijke hooilanden en aanwezigheid van kwelwater. Het is de waardplant voor de zeldzame vlinder het pimpernelblauwtje, die momenteel alleen nog in Limburg voorkomt. |
Kolderveen- & Nijeveengebied: veldleeuwerik | In het broedseizoen is deze vogel voor voedsel afhankelijk van insecten. De soort maakt nesten in open graslanden met voldoende beschutting van kruidachtige, ruige vegetatie. |
Nijentap: haas | De haas leeft in graslanden, akkers, houtwallen en bosjes. In de zomer hebben hazen baat bij veel kruidachtige planten voor voedsel en een veilige schuilplek. |
Wold Aa zone: kleine karekiet | De kleine karekiet is een vogel die afhankelijk is van de aanwezigheid van riet, waarvoor het waterpeil voldoende hoog moet staan en de overgang land‑water geleidelijk moet zijn. |
Broekhuizen: bunzing | Bunzings (marterachtigen) eten ratten, muizen, kikkers en vogels. Schuren met hooi bieden schuilmogelijkheden. Bunzings gebruiken landschapselementen (houtwallen, bosschages) in agrarische graslanden om te verplaatsen en op zoek te gaan naar voedsel. |
De Schiphorst: bruine kikker | De bruine kikker is afhankelijk van voldoende vocht en strooisel. Verbindingen tussen bos of struweel en watergangen zijn belangrijk voor de verspreiding van de bruine kikker, evenals geleidelijke land-water overgangen. |
Nijeveen: wilde narcis | De wilde narcis groeit het best op matig vochtige, lemige bodems. De plant heeft baat bij een omgespitte bodem voor verspreiding van het bijwortelstelsel. |
Watertoren en Nieuwveense Landen: huiszwaluw | Voor voedsel zijn huiszwaluwen afhankelijk van (vliegende) insecten. Ze bouwen nesten in betonnen of stenige muren of gevels, waarvoor ze nestmateriaal verzamelen in tuinen of modderpoelen. |
Steenwijkerstraatweg en Noord: boomblauwtje | Deze vlinder eet boomsappen en nectar van bloeiende planten. Hun poppen overwinteren in strooisel en ze zetten eitjes af op sporkehout, klimop, vlinderstruik en hulst. |
Oevers: kneu | De kneu is een vogel die met name zaden van grassen en kruiden eet. De vogel broedt in dichte struiken en ruige vegetatie, zoals de braam, die schuilmogelijkheden bieden. |
Koedijkslanden: gierzwaluw | Gierzwaluwen eten insecten uit de lucht (spinnen, vlinders, muggen) en nestelen in gebouwen, waardoor de soort gebonden is aan het stedelijk gebied. |
Berggierslanden: huismus | Voor voedsel zijn jonge huismussen afhankelijk van insecten, die aanwezig zijn bij voldoende bloemen en struweel met bijvoorbeeld hondsroos. Struiken en hagen bieden schuilmogelijkheden. De huismus heeft baat bij meerdere nestkasten bij elkaar voor broedmogelijkheden. |
Centrum: rosse metselbij | De rosse metselbij maakt voor zijn voedselvoorziening gebruik van bloeiende planten (longkruid, smeerwortel) en nestelt in holtes in muren of bijenhotels. |
Haveltermade: egel | Tuinen met strooisel en struweel bieden beschutting voor de egel. Voor voedsel is de egel afhankelijk van natte bodems. |
Ezinge: koninginnenpage | Koninginnenpages eten nectar van bloeiende planten (fluitenkruid, vlinderstruik). Ze zetten hun eitjes af op wilde peen en andere schermbloemigen. |
Blankenstein: kleine vuurvlinder | De kleine vuurvlinder is voor voedsel afhankelijk van bloeiende planten zoals de algemene soorten klaver en madelief. In de winter verpoppen ze in strooisel en ze leggen hun eitjes vooral op schapenzuring. Ze hebben baat bij plekken met open zand. |
Oosterboer: gewone dwergvleermuis | Voor voedsel zijn gewone dwergvleermuizen afhankelijk van insecten. Ze schuilen en nestelen in hoge beschutte plaatsen zoals nestkasten of bomen. |
Nieuwveenslanden (oost): spreeuw | Spreeuwen eten insecten en bessen van bijvoorbeeld kersenbomen. Ze gebruiken brede rietoevers als slaapplaats en broeden in holtes in bomen, muren of nestkasten. |
Groenblauwe structuur: ijsvogel | De ijsvogel is voor voedsel afhankelijk van kleine visjes zoals stekelbaars en maakt nesten in oeverwanden. Het is een schuwe soort en maakt gebruik van beschutting (rietkragen, boomtakken) langs watergangen om te jagen. |
Voor het in kaart brengen van knelpunten delen we de 19 gebieden van de natuurwaardenkaarten in drie hoofdgroepen in, zie Tabel 2.
Tabel 2 Verdeling deelgebieden natuurwaardenkaarten in hoofdgroepen voor knelpuntenanalyse.
Het landelijk gebied | Het stedelijk gebied | De groenblauwe structuur |
Het Reestdal | Berggierslanden | Groenblauwe structuur |
Broekhuizen | Koedijkslanden | |
De Schiphorst | Haveltermade | |
Wold Aa Zone | Oosterboer | |
Kolderveense- en Nijeveense polder | Centrum | |
Nijentap | Ezinge | |
Nijeveen | ||
Nieuwveense Landen Oost | ||
Watertoren en Nieuwveense Landen | ||
Steenwijkerstraatweg en Noord Blankenstein | ||
Oevers |
Op basis van de natuurwaardenkaarten, de gidssoorten en de eisen die zij stellen aan hun leefomgeving, hebben we zestien ecologische knelpunten geformuleerd. Van deze knelpunten zijn er zeven in het landelijk gebied, zes in het stedelijk gebied en drie in de groenblauwe hoofdstructuur. Bij ieder knelpunt passen één of meer oplossingsrichtingen, die “in het veld” getroffen kunnen worden. Door ons óf door anderen die eigenaar van gronden zijn. Een meer uitgebreide toelichting van de knelpunten is te vinden in bijlage VII en in de natuurwaardenkaarten op onze website.
Tabel 3 Knelpunten en bijbehorende oplossingsrichtingen in het landelijk gebied
Link naar originele tabel: Bijlage X: Tabel 3
Knelpunt | Oplossing | Toelichting |
onvoldoende aanwezigheid van structuren in boerenlandschap | Herstellen, uitbreiden of aanleggen houtige landschapselementen | Een aaneengesloten netwerk van singels, houtwallen, bosschages of bosjes in het boerenlandschap is voor veel soorten belangrijk voor verbinding tussen rust- en foerageergebied, onder andere voor de bunzing, de gidssoort van Broekhuizen. Ook profiteren soorten als haas, ree en vogels als geelgors, bonte vliegenvanger en groene specht mee. |
Aanleggen/ onderhouden kruidenrijke graslanden, keverbanken en bermen | Van kruidenrijke vegetatie in of nabij landbouwpercelen kunnen de veldleeuwerik en haas profiteren voor schuilplaatsen en voortplantmogelijkheden. Het koevinkje en oranje zandoogje (vlindersoorten) zetten hun eitjes af in gras- en kruidachtige vegetatie in bermen langs akkers en wegen. Keverbanken zijn verhoogde stroken met ingezaaide gras- of kruidenmengels. | |
te intensief en in het broedseizoen maaien van agrarische graslanden en natuurgebieden | optimaliseren maaibeheer lettend op broedseizoen, aanleggen van ‘reservaatjes’ (rond weidepalen) die niet gemaaid worden in het broedseizoen | Als in landbouwpercelen op aangewezen plekken (rond weidepalen, keverbanken) gemaaid wordt buiten het broedseizoen hebben de jongen van soorten als de veldleeuwerik en de haas voldoende bescherming. Ook kruidachtige soorten krijgen hier de mogelijkheid om te groeien, waardoor meer insecten voorkomen waar vogels van kunnen eten, zoals de kleine karekiet (gidssoort Wold Aa Zone). Ook in Natuurgebieden hebben soorten baat bij aangepast maaibeheer: vroeg in het seizoen en in het najaar maaien biedt bijvoorbeeld kansen voor de grote pimpernel (gidssoort Het Reestdal). |
Gebruik van wildredders en maaien vanuit het midden van percelen | Om te zorgen dat (jonge) hazen op tijd kunnen vluchten en voldoende veilige schuilplekken hebben in open grasland kunnen wildredders op maaiers worden geïnstalleerd en kan vanuit het midden van percelen worden gemaaid. | |
Hoge voedselrijkdom van de bodem en het water | Ecologisch beheer van sloten en oevers | Door aangepast akkerrandbeheer (geen bemesting, behoud van kruidenrijke vegetatie langs percelen, niet klepelen) wordt de toevoer van voedingsstoffen verminderd en kan ruige vegetatie plaatsmaken voor soortenrijkere water- en oevervegetaties waarvan meer insecten, vogels, amfibieën en vissen kunnen profiteren. |
Bij het baggeren moet rekening worden gehouden met oevervegetatie, waterdieren en broedplaatsen van vogels door niet te diep te baggeren, niet te dicht bij broedplaatsen te komen, bagger minimaal 48 uur laten liggen om waterdieren de kans te geven terug te keren en oevervegetatie de kans te geven te herstellen. | ||
Verdwijnen van oude erfstructuren met ruige vegetatie, strooisel, gevels en schuurtjes | Realiseren van streekeigen erven: onder andere nestkasten, holtes in gevels/muren | Realiseren van nestkasten en holtes in bomen als broedplaats voor vogels, vleermuizen en bijen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de habitatseisen van de (gids)soorten: nestkasten van vleermuizen moeten bijvoorbeeld op voldoende hoog hangen. |
Extensief beheren van erfbeplanting (verruiging) | Ruige hoekjes op erven bieden hogere kruiden- en insectenrijkdom en veilige schuilmogelijkheden en overwinteringsplekken voor egels en amfibieën (zoals de bruine kikker, gidssoort van De Schiphorst). | |
Versnippering door obstakels in het landschap zoals (snel)wegen: A32 langs de Wold Aa zone en A28 tussen Broekhuizen en het Reestdal | Aanleggen van faunapassages (zoals ecoducten of wildtunnels) op locaties waar wegen een knelpunt vormen voor verbindingen van leefgebieden van zoogdieren en amfibieën | Voornamelijk in Broekhuizen en de Schiphorst, waar de wegen A32, A28 en N851 een belangrijke doodsoorzaak zijn, zullen zoogdieren (zoals de bunzing, haas en otter) en amfibieën (kikkers en salamanders) baat hebben bij faunapassages zoals ecoducten (over wegen of sporen) en wildtunnels (buizen onder wegen of sporen). |
Toename van invasieve exoten zoals Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw en grote waternavel | Bestrijden invasieve exoten waar mogelijk, de aanpak is afhankelijk van de soort | Om snelle vermeerdering en competitie met soorten van kruidenrijke graslanden (Noordse zegge, grote pimpernel en draadrus) in onder andere Wold Aa Zone en Het Reestdal te voorkomen en terug te dringen, zijn er verschillende manieren om exoten te bestrijden: uitgraven, wortels afsteken, meerdere keren per jaar maaien of inzetten van begrazing. De juiste aanpak is soort-specifiek en moet nog blijken uit pilotprojecten/onderzoek. |
Tabel 4 Knelpunten en bijbehorende oplossingsrichtingen in het stedelijk gebied
Link naar originele tabel: Bijlage XI: Tabel 4
Knelpunt | Oplossing | Toelichting |
Verdwijnen leefgebied door uitbreiding stedelijk gebied en verduurzaming van gebouwen | Realiseren natuurinclusieve gebouwen met groene daken en gevels, nestkasten en holtes in gevels/muren | Groene daken en gevels kunnen in nieuwbouwwijken gerealiseerd worden, maar ook in bestaande woonwijken zoals Haveltermade. Nestkasten en holtes in gebouwen bieden habitat voor bijvoorbeeld spreeuwen en dwergvleermuizen (gidssoorten van Nieuwveense landen en Oosterboer). Hierbij moet rekening worden gehouden met de habitatseisen van de (gids)soorten: nestkasten voor de spreeuw (gidssoort van de Nieuwveense Landen) moeten bijvoorbeeld hoog hangen en (besdragende) struiken moeten te bereiken zijn. Nestholtes voor de rosse metselbij moeten in de zon hangen in de buurt van (liefst vroegbloeiende) planten. |
Ontbreken van leefgebied voor flora en fauna (en/of variatie in structuur en soorten) binnen openbare ruimte en bedrijventerreinen | Natuurvriendelijk inrichten van parken, bermen en bomenlanen: meer variatie in structuur en soorten, afwisseling tussen open kruidenrijke graslanden, struweel en bomen | Afwisseling in de vegetatie met kruidenrijk grasland, struiken en bomen biedt habitat voor verschillende dier- en plantsoorten. Zo zorgen kruidenrijke graslanden voor meer insecten dan een gazon, zorgen besdragende soorten (hulst, meidoorn) voor voldoende voedsel voor vogels in de winter en voorzien struiken en bomen in veilige schuilmogelijkheden. Aanplant van struiken kan bijvoorbeeld in parken, langs speeltuinen of als hagen op bedrijventerreinen. |
Aanpassen maairegime in tijd en ruimte. Geldt voor braakliggende terreinen, grasvelden en bomenlanen | Maaien buiten het broed- en groeiseizoen hebben soorten baat bij op braakliggende terreinen voor hun voedsel, zoals de kneu (gidssoort van Oevers) en de kleine vuurvlinder (gidssoort Blankenstein). Het maairegime moet op de leefgebieden van deze soorten afgestemd worden. | |
Stoppen met gebruik van bestrijdingsmiddelen | Bij vermindering van gebruik van bestrijdingsmiddelen krijgen kruiden een grotere kans om te groeien en is er minder schade aan insecten. Ook is gif op gekochte planten schadelijk voor insecten. | |
Onderhoud van oude muren | Minder schoonhouden van oude muren en muurvegetatie niet verwijderen | Minder frequent schoonhouden van oude muren van bijvoorbeeld kades en historische gebouwen biedt kansen voor muurvegetatie zoals muurvaren en het mos gewoon muursterretje en insecten die nestelen in muren (zoals de rosse metselbij, gidssoort Centrum). |
‘Te strakke’ tuinen: weinig strooisel, ruige en bloemrijke vegetatie, te vroeg maaien en een vaste ondergrond | Natuurvriendelijk(er) inrichten en beheren van tuinen met minder tegels en meer planten en verblijfmogelijkheden voor onder andere insecten en vogels | Dit gaat met name om private tuinen in woonwijken zoals het Centrumgebied, Haveltermade en Nieuwveense Landen. Natuurvriendelijk inrichten kan door verwijderen van tegels, aanplant van meer kruidenrijke vegetatie, hagen en struiken, plaatsen van nestkasten voor de huismus, spreeuw, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis, en creëren van holtes in muren. |
Net als inrichting kunnen tuinen natuurvriendelijk(er) beheerd worden. Dit gaat onder andere om laten liggen van strooisel als schuilmogelijkheden voor kikkers en egels, na het groeiseizoen maaien, omspitten van de grond en geen gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. | ||
Te veel obstakels (erfafscheidingen) in tuinen, zoals schuttingen | Creëren van openingen aan de onderkant van schuttingen (±15 x 15 cm) | Met name voor de egel (gidssoort Haveltermade) helpen verbindingen tussen tuinen om schuilplaatsen en voedsel bereikbaarder te maken. |
Tabel 5 Knelpunten en bijbehorende oplossingsrichtingen in de groenblauwe structuur
Link naar originele tabel: Bijlage XII: Tabel 5
Knelpunt | Oplossing | Toelichting |
Kunstmatige overgangen van land naar water zoals beschoeiingen | Inrichten van natuurvriendelijke oevers met geleidelijke land-water overgang en vegetatie | Langs steile kades kan drijvend groen of een ‘vooroever’ van wilgentenen worden aangelegd waar waterplanten kunnen groeien, zodat amfibieën en vogels makkelijker uit het water kunnen treden. In het Reestdal en de Wold Aa Zone kunnen natuurvriendelijke oevers met rietbegroeiing een natuurlijkere overgang van land naar water zorgen en schuilplaatsen en voortplantingsmogelijkheden creëren voor amfibieën, vissen en vogels. |
Verwijderen van beschoeiing en plaatsen van amfibieën- en paddentrappen | Met name langs steile kades kunnen onder andere amfibieën zich niet verplaatsen tussen land en water. Hier helpen amfibieën- en paddentrappen om een veilig habitat te bieden voor soorten als de bruine kikker (gidssoort de Schiphorst). | |
Recreatiedruk in en rondom het water, met name pleziervaart | Beperken van verstoring door recreatie d.m.v. beperking toegankelijkheid (natuur)gebieden en vaar- of aanmeerverbod | De ijsvogel (gidssoort groenblauwe hoofdstructuur) is een schuwe soort en heeft baat bij rustige delen langs de oevers zonder verstoring door recreatie en voldoende onaangetaste rietkragen die als uitkijkposten kunnen dienen om te jagen. |
Onvoldoende beschutting (rietkragen, boomtakken) langs watergangen voor o.a. de IJsvogel | Herinrichten van oevers met voldoende rietvegetatie en beperkt beheer met de mogelijkheid tot verruiging | Rietvegetatie is van belang voor het leefgebied (voor voedsel, veiligheid en verbinding) van de ijsvogel. Meer rietvegetatie langs oevers kan gerealiseerd worden door bijvoorbeeld het beperken van maaibeheer (zoals in Oosterboer of Engelgaarde). |
Gelukkig gebeurt er ook al een heleboel in Meppel om de biodiversiteit te verbeteren. We hebben geïnventariseerd welke projecten er lopen. Soms is de gemeente initiatiefnemer (geweest), soms ook inwoners, bedrijven of natuurverenigingen. De projecten spelen in zowel de openbare als particuliere ruimte. De projecten hebben we ingedeeld in zes categorieën, zie Tabel 6. Voor een uitgebreider overzicht, zie Bijlage III: Projectoverzicht
Tabel 6 Projecten in Meppel die uitgevoerd zijn of worden en bijdragen aan biodiversiteit
Link naar originele tabel: Bijlage XIII: Tabel 6
Categorie | Onderwerp | Voorbeelden van Meppeler projecten en maatregelen | |
1 | inrichting en beheer openbare ruimte (stedelijk gebied) | (her)inrichting van parken met variatie in plantensoorten en vegetatiestructuur. | permacultuur Noorderpark; inrichting Mandenmakerspark; bijen- en vlinderparadijs Ringpark oost. herinrichting Bleekerseiland. |
aanpakken van verstening. | aanplanten van bomen en struiken op schoolpleinen; vergroening binnen projecten (zoals Prinsenplein). | ||
2 | inrichting en beheer particuliere ruimte (woonwijken) | Steenbreek; subsidies voor aanleg van groendaken en waterinfiltratiemogelijkheden in tuinen. | |
natuurinclusief bouwen. | uitwerking van soortenmanagementplan (SMP) van de gemeente voor gebouwgebonden soorten; plaatsen van nestkasten en bijenhotels door woningcorporaties in nieuwbouwwijken Noordpoort en Nieuwveense Landen. | ||
3 | inrichting en beheer particuliere ruimte (bedrijventerreinen) | natuurinclusieve bedrijventerreinen (2 projecten). | zwaluwwand voor de oeverzwaluw bedrijventerrein Noord; Koploperproject ICC-Parkmanagement Meppel (ICC-PMM) waarbij in samenwerking met ondernemers inrichtingsmogelijkheden met betrekking tot verduurzaming (met biodiversiteit als één van de thema’s) worden geïnventariseerd en uitgevoerd. |
4 | inrichting en beheer landelijk gebied | natuurvriendelijke inrichting van het boerenlandschap en realisatie van de groenblauwe hoofdstructuur. | realiseren van natuurvriendelijke oevers; aanleg van bufferstroken en landschapselementen binnen onder andere de projecten Duurzaam boeren Drenthe (Provincie Drenthe), Plan Boom (NMF) en Heel Drenthe Zoemt (NMF); maai- en afvoerbeheer bermen. |
5 | educatie en communicatie | creëren van bewustzijn over biodiversiteit en informeren van bewoners | natuurexcursies voor de jeugd door IVN; informatieve bijeenkomsten en activiteiten voor bewoners door wijkplatforms; inspiratiebord voor inrichting van tuinen door NMF. |
6 | onderzoek | inventarisatie en monitoring van soorten. | inventarisatie en monitoring van landschapselementen landelijk gebied met behulp van landschapselementenregister Provincie Drenthe en soortenmonitoring Landschapsbeheer Drenthe; Nectarindex om te bepalen in hoeverre een berm bijdraagt aan voorkomen insecten. |
In de omgevingsvisie benoemen we drie strategieën: beschermen, transformeren en ontwikkelen. Het verschilt per gebied welke strategie het beste past. In het Reestdal en de groenblauwe hoofdstructuur staan beschermen voorop, maar in het landelijk gebied is transformeren ook belangrijk. Ook zijn er kansen voor ontwikkelen, zoals bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en mogelijk zelfs een ecologische verbinding tussen Schiphorst en Broekhuizen.
De knelpunten en oplossingsrichtingen uit het vorige hoofdstuk zijn vertaald naar maatregelen. We voeren de maatregelen via drie sporen uit. Deze sporen sluiten aan op de rol die we voor ons zien voor het thema natuurlijke leefomgeving, zoals beschreven in de omgevingsvisie. De nadruk ligt daarbij op de rollen realiseren, stimuleren en samenwerken. In mindere mate pakken we een regulerende rol.
We nemen regie en geven het goede voorbeeld. Door op eigen gebouwen en terreinen en in de openbare ruimte actief aan de slag te gaan, laten we zien aan inwoners, bedrijven en partners dat biodiversiteit belangrijk is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het natuurinclusief maken van onze gebouwen of om het aanpassen van maaibeheer van bermen en parken.
Samenwerking met provincie, waterschap en natuurorganisaties is nodig om plannen en onderzoeken op elkaar af te stemmen en van elkaar te leren. Daarnaast hebben deze partijen veelal ervaring met dezelfde ecologische knelpunten in hun eigen beheergebied of bij andere gemeenten. Bijvoorbeeld de aanpak van ongewenste exoten in watergangen, waar het waterschap ook aan werkt.
We stimuleren inwoners, ondernemers en agrariërs om concrete natuurmaatregelen uit te voeren. Hierbij zetten we verschillende instrumenten in, zoals voorlichting over het natuurinclusief inrichten van een tuin of het subsidiëren van een groen dak.
In de uitvoeringsagenda (Tabel 7) zijn voor elk strategisch spoor maatregelen benoemd, die we inzetten om aan de knelpunten in het landelijk gebied, stedelijk gebied en de groenblauwe hoofdstructuur te werken.
Bij de maatregelen geven we aan welk type instrument daarbij hoort.
We hanteren de volgende vijf type instrumenten
Het uitvoeren van een concrete maatregel [U]
Daar waar kennis en kunde al aanwezig is binnen onze organisatie kunnen we aan de slag. Wij kunnen in de openbare ruimte en op eigen percelen en gebouwen maatregelen zelf uitvoeren. Dit gaat om zowel inrichting als onderhoud.
Het onderzoeken van knelpunten en kansen [O]
Daar waar we nog kennis missen, doen we onderzoek. Onderzoek kan door onszelf worden uitgevoerd, maar meestal is hiervoor kennis van samenwerkende partners nodig.
Communiceren en bewustwording [C]
Communicatie zetten we in als instrument om meer bewustwording te creëren bij inwoners, bedrijven of agrariërs. Hierdoor stimuleren we de samenleving met betrekking tot natuurvriendelijk inrichten en beheren van hun omgeving.
Opstellen en wijzigen van beleid en regelgeving [B]
Door het opstellen en wijzigen van beleid en regelgeving zorgen we ervoor dat deze in lijn zijn met de biodiversiteitsdoelen. Ook het subsidiëren van maatregelen die inwoners kunnen uitvoeren valt binnen deze categorie.
Het maken van procesafspraken [P]
Tot slot kunnen we procesafspraken maken met de partijen waarmee we samenwerken om beleid en maatregelen op elkaar af te stemmen.
Verder staat voor elke maatregel aangegeven in welk jaar de uitvoering is gepland.
Tabel 7 Maatregelen van de uitvoeringsagenda 2024-2028, met tussen haakjes het type maatregel en het geplande jaar waarin de maatregel wordt uitgevoerd.
Link naar originele tabel: Bijlage XIV: Tabel 7
Nr. | SPOOR 1: Regie- en voorbeeldfunctie van de gemeente | Geplande uitvoering |
1 | Aanleg singels, houtwallen en bosschages op gemeentelijk terreinen in buitengebied [U] | 2027 |
2 | Uitbreiden ecologisch bermbeheer met behulp van de nectarindex [U] | v.a. 2028 |
3 | Minder maaien rond bomen, te starten op enkele proeflocaties [U / O] | 2026 |
4 | Toevoegen struiklagen in parken [U] | 2026 |
5 | Vergroten areaal ecologisch oever- en slootbeheer [O / U] | v.a. 2028 |
6 | Inventariseren kansrijke locatie voor omvormen kunstmatige oevers naar natuurvriendelijke oevers [O] | 2028 |
7 | Ecologisch baggeren als uitgangspunt borgen bij baggeren van eigen watergangen [B / C] | v.a. 2025 |
8 | Faunaknelpunten in kaart brengen/ registreren van aangereden wild [P] | 2025 |
9 | Faunapassages meenemen in ruimtelijke ontwikkelingen en beheer en onderhoud infra of seperaat realiseren bij hoge urgentie [P / U] | v.a. 2025 |
10 | Aanleg amfibieën- en paddentrappen na soortenonderzoek amfibieën [O] | 2026 |
11 | Beheren/ bestrijden invasieve exoten eigen terreinen [U] | v.a. 2025 |
12 | Gemeentelijk vastgoed natuurinclusief maken [U] | 2025 |
13 | Opstellen soortenmanagementplan gebouwgebonden soorten [O] | 2024/2025 |
14 | Uitvoeren soortenmanagementplan gebouwgebonden soorten [U] | v.a. 2026 |
15 | Jaarlijkse kennisdag voor medewerkers [C] | jaarlijks |
16 | Bescherming muurvegetatie borgen in planvorming en eigen onderhoud [B / U] | 2026 |
17 | Opstellen toetsingskader biodiversiteit bij projecten openbare ruimte [P / B] | 2026 |
18 | In beeld brengen groene nevenstructuur per wijk [O] | 2026 |
19 | Onderzoeken mogelijkheden van duurzaam inkopen in relatie tot biodiversiteit [O] | 2026 |
20 | Doorontwikkelen Meppeler basiskwaliteit natuur [P / O] | jaarlijks |
21 | Uitvoeren vervolgonderzoek beschermde soorten/ gidssoorten [O] | jaarlijks |
SPOOR 2: Samenwerking met andere overheden en natuurorganisaties | ||
22 | In kaart brengen bestaand én wenselijk groenblauwe raamwerk en landschapselementen in het landelijk gebied [O] | 2026 |
23 | Plan maken over samenwerking bij bestrijding exoten [P / O] | 2025-2026 |
24 | Voortzetten Gebiedsdeal natuurinclusieve landbouw [P] | 2026-2028 |
25 | Onderzoeken van mogelijkheden handhaving op oneigenlijk gebruikte bermen [O] | n.t.b. |
26 | Proces, afspraken en maatregelen in het kader van het soortenmanagementplan (SMP) en natuurinclusief bouwen afstemmen met woningcorporaties [P / O] | jaarlijks |
27 | Uitvoeren gebiedsscan ecologie bedrijventerreinen/ aanhaken bij Koploperproject Duurzaam Ondernemen/ visie bedrijventerreinen van provincie [O] | 2026-2028 |
28 | (laten) uitgeven tuininspiratieboek voor nieuwbouw (Noordpoort en NvL) [C] | 2026 |
Spoor 3: Stimuleren van inwoners, bedrijven en agrariërs | ||
29 | Opstellen en uitvoeren communicatieplan voor het actief Informeren van inwoners, ondernemers en agrariërs, bij voorkeur op wijkniveau [C] | 2026-2028 |
30 | Organiseren van activiteiten voor inwoners [U] | 2026-2028 |
31 | Uitbreiden/ versterken van bestaande bewonersinitiatieven [C / U] | doorlopend |
32 | Uitvoeren van wijkscans in samenwerking met (lokale) betrokkenen en binnen het programma WDW [O / C] | 2026-2028 |
33 | Inzetten van een tuincoach/ tuinranger [C] | 2025-2027 |
34 | Betrekken jeugd bij vergroening van de leefomgeving, openbare ruimte, schoolpleinen etc. [C / U] | doorlopend |
Het uitgangspunt is dat we balans houden tussen onze ambities en beschikbare middelen. Dit betekent dat we slim omgaan met de beschikbare budgetten en capaciteit van medewerkers. We zetten in op werk met werk maken en kijken zorgvuldig of we maatregelen kunnen koppelen aan bestaand beleid en uitvoering.
We zetten daarom in op de volgende drie manieren om de maatregelen te bekostigen:
Integreren binnen bestaande programma’s of projecten;
We willen vanaf nu natuurinclusief ontwikkelen. Door biodiversiteit goed te integreren in bestaande programma’s of projecten behoort het tot de begroting daarvan. Biodiversiteit kan een primair doel zijn binnen een programma of project, zoals de aanleg van een zwaluwwand of kikkerpoel. Maar biodiversiteit kan ook een doel zijn in programma’s of projecten met een ander primair doel. Voorbeelden zijn de ontwikkeling van Noordpoort, de klimaatadaptatiestrategie en de Regionale Energiestrategie.
Behoud van en inzet uit bestaande budgetten in de begroting;
Sommige maatregelen kunnen niet gefinancierd worden uit programma’s of projecten. Deze bekostigen we zoveel mogelijk uit bestaande middelen binnen de begroting. Voorbeelden zijn de tuincoach en de gebiedsdeal voor natuurinclusieve landbouw.
Krediet aanvragen voor maatregelen die niet onder 1 of 2 gedekt kunnen worden.
Tot slot vragen we krediet aan voor maatregelen die niet binnen de reguliere middelen gefinancierd kunnen worden en niet in samenwerking met andere partijen kunnen worden opgepakt. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze maatregelen alleen kunnen worden uitgevoerd, als de Raad krediet beschikbaar stelt.
Tabel 8 laat voor elk spoor zien welke financiële middelen daarvoor nodig zijn, wat daarvoor binnen de begroting beschikbaar is en wat dan uiteindelijk nog niet gedekt is. Voor een uitgebreid overzicht van de dekking van de maatregelen, zie bijlage VIII.
De ontbrekende dekking vragen we verspreid over de komende jaren aan via de planning- en controlcyclus. Door het in stappen te doen, houden we het behapbaar. We kunnen dan steeds een gewogen afweging over de maatregelen maken, passend bij dat moment.
Tabel 8 Overzicht financiering programma Biodiversiteit
Monitoring is nodig om te controleren in hoeverre maatregelen zijn uitgevoerd én in hoeverre de biodiversiteitsdoelen van de gemeente Meppel zijn behaald. We maken gebruik van twee typen monitoring: beleidsmonitoring en ecologische monitoring. Op basis daarvan kunnen we bijsturen en het programma Biodiversiteit in een volgende beleidscyclus aanpassen. Deze manier van werken sluit aan op de plan-check-do-act cirkel van Deming (Afbeelding 7). We lichten toe welke onderdelen meegenomen moeten worden in de beleidsmonitoring en de ecologische monitoring.

We rapporteren jaarlijks aan college en raad over de voortgang van het programma via het programma Duurzaam.
We gaan daarbij in op de volgende vragen:
Welke instrumenten zijn toegepast?
Zijn er op basis van nieuwe inzichten aanvullende instrumenten nodig om de ecologische knelpunten op te lossen?
Is er voldoende capaciteit om de instrumenten in te zetten?
De voortgangsrapportage geeft informatie voor de planning en control cyclus en voor de monitoring binnen het programma Duurzaam. We bekijken of we de monitoring ook kunnen laten aansluiten op de monitor van de leefomgeving, ten behoeve van de omgevingsvisie. Dit hangt af van het detailniveau van deze monitor.
Voor monitoring hebben we een referentie (nulmeting) nodig, zodat we inzicht krijgen in voor- of achteruitgang van soorten. Voor de gemeente Meppel vormen de recent opgestelde natuurwaardenkaarten deze nulmeting. Daarin staat beschreven welke beschermde soorten en welke 30 basiskwaliteit soorten er in elk gebied voorkomen.
Gegevens over soorten worden al op verschillende manieren en door verschillende partijen verzameld en ingevoerd in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF);
Soortenmanagementplan gebouwgebonden soorten;
Ecologische onderzoeken in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen;
Nectarindex
Citizen science (waarnemingen gedaan door inwoners), bijvoorbeeld de nationale tuinvogeltelling;
Landelijke monitoringsprogramma’s van soorten: Subsidiestelstel Natuur en Landschap (SNL) en Netwerk Ecologische Monitoring (NEM);
Monitoringsgegevens van natuurorganisaties.
Als de gegevens uit de NDFF onvoldoende zijn om gericht aan de maatregelen van de uitvoeringsagenda te kunnen werken, voeren we aanvullend onderzoek uit. Dat geldt bijvoorbeeld voor marterachtigen en reptielen en amfibieën. De beschermde soorten monitoren we in een cyclus van vijf jaar: elk jaar wordt een deel van de soortgroepen gemonitord. Op deze manier kan na elke vijf jaar de ontwikkeling van de biodiversiteit ten opzichte van de nulmeting worden beoordeeld. We stimuleren ook onze inwoners om bij te dragen aan het verzamelen van waarnemingen en stimuleren actief citizen science.
Een mooi voorbeeld waarmee we eigen monitoring combineren met citizen science, is de nectarindex. Deze index geeft onze graslanden in bermen en parken een score voor het aantal bloeiende planten dat aanwezig is en wat daarmee de waarde is voor bestuivende insecten. Naast de professionele inventarisaties, wordt Meppel ook door vrijwilligers gemonitord. We gebruiken de nectarindex om ons maaibeheer aan te passen.
Daarnaast gebruiken we de systematiek van de basiskwaliteit natuur Drenthe als hulpmiddel voor de beoordeling van staat van onze leefgebieden. De provincie Drenthe is hiervoor een belangrijke partner. De nulmeting voor de natuurwaardenkaarten laat zien dat slechts één van de negentien deelgebieden een goede score voor basiskwaliteit natuur heeft (Tabel 9). Vier deelgebieden scoren voldoende/ goed, alle andere gebieden scoren lager. Dat betekent dat er nog onvoldoende algemene soorten voorkomen.
Tabel 9 Score nulmeting basiskwaliteit natuur: G=goed, V/G = voldoende/goed, V=voldoende, O/V=onvoldoende/voldoende, O=onvoldoende.
Link naar originele tabel: Bijlage XV: Tabel 9
Deelgebied Natuurwaardenkaarten | Score 2023 – basiskwaliteit natuur |
Kolderveen- en Nijeveengebied | V |
Nijeveen | V/G |
Nijentap | O |
Noord | V |
Nieuwveense Landen Oost | O |
Watertoren en Nieuwveense Landen | V |
Haveltermade | V |
Oevers | V/G |
Centrum | O/V |
Koedijkslanden | V |
Berggierslanden | V/G |
Ezinge | V |
Blankenstein | O/V |
Wold Aa zone | V |
Oosterboer | G |
Broekhuizen | V |
Schiphorst | V/G |
Reestdal | V |
Groenblauwe hoofdstructuur | V |
Bronnenlijst
Alserda, A., Kuipers, C. & Vedder, J. (2021).
Rapportage basiskwaliteit natuur Drenthe. ATKB, Assen. BIJ12 (z.j.). Vogel- en Habitatrichtlijn. Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/natura-2000-beheerplannen/vogel-en-habitatrichtlijn/
Econsultancy (2024). Natuurwaardenkaarten deelgebieden gemeente Meppel.
Europese Commissie (z.j.). Nature and biodiversity. Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://environment.ec.europa.eu/topics/nature-and-biodiversity_en
Europees Milieuagentschap (2020). State of nature in the EU: Results from reporting under the nature directives 2013-2018. European Environment Agency, Luxembourg.
Gemeente Meppel (2007). Stadsrandzone Meppel-Reestdal. Ontwikkelingsvisie.
Gemeente Meppel (2015). Kadernotitie ‘Zo doen we groen’.
Gemeente Meppel (2019). Beleidsregels Kwalitatief beoordelingskader Transformatiegebied Noordpoort. Beleidsregels voor de uitvoering van het Chw bestemmingsplan Meppel - Transformatiegebied Noordpoort.
Gemeente Meppel (2020). Programma Duurzaamheid 2021 - 2023. Samenwerken aan duurzaamheid: Van denken naar doen.
Gemeente Meppel (2020). Beleidsregel Wonen Nieuwveense Landen. Beleidsregel Wonen voor de uitvoering van het Crisis- en Herstelwet bestemmingsplan Meppel - Nieuwveense Landen 2020.
Gemeente Meppel (concept, 2023). Omgevingsvisie Meppel.
Informatiepunt Leefomgeving (z.j.). Bescherming van soorten. Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://iplo.nl/thema/natuur/bescherming-soorten/
Kijk in de Vegte, A., Paternotte, T., Tijdeman, E., van Inckel, M., Kaper, A., & Benus, I. (concept, 2024). Landschapsecologische systeemanalyse van deelgebied Wold Aa. Royal HaskoningDHV, Groningen.
NDFF (2023). FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten. Geraadpleegd op 8 december 2023 via www.verspreidingsatlas.nl
Nelen & Schuurmans (2023). LAS-LUA Gemeente Meppel 2023 - 2028. Op weg naar een waterrobuust en klimaatbestendig Meppel.
PBL (2017). Wat is biodiversiteit? Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://www.clo.nl/indicatoren/nl108304-wat-is-biodiversiteit
PBL (2016). Verlies natuurlijkheid in Nederland, Europa en de wereld. Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://www.clo.nl/indicatoren/nl144003-verlies-natuurlijkheid-in-nederland-europa-en-de-wereld
Provincie Drenthe (2021). Gastvrije Natuur, Natuurvisie 2040.
Raad van de Europese Unie (2023). Hoe gaat het met de natuur in de EU? Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://www.consilium.europa.eu/nl/infographics/state-of-eu-nature/
Zoogdiervereniging (2023). Zoogdiersoorten, meervleermuis. Geraadpleegd op 8 december 2023 via www.zoogdiervereniging.nl
Vlinderstichting (2024). Satijnvlinder Leucoma salicis. Geraadpleegd op 17 april 2024 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/satijnvlinder
Geo-informatieobjecten
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_II_Evaluatie_beleidsdocumenten/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_III_Projectoverzicht/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_IV_Ambities_van_samenwerkende_partners/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_IX_Tabel_1/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_V_Verslag_inwonersavond/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_VI_Verslag_interne_ambtelijke_sessie/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_VII_Analyse_ecologische_knelpunten/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_X_Tabel_3/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_XI_Tabel_4/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_XII_Tabel_5/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_XIII_Tabel_6/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_XIV_Tabel_7/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_XV_Tabel_9/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/Bijlage_VIII_Financiele_dekking_uitvoeringsagenda/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/gebiedsaanwijzing_d75d6137cf3b4e1ba8b4c44a182ff0d8/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/gebiedsaanwijzing_62d6e67f1b28426f8c8894d87e650709/nld@2025‑03‑28;1
/join/id/regdata/gm0119/2025/gebiedsaanwijzing_4af1a2405cc141819be7767fbb8f7e4d/nld@2025‑03‑28;1
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-140513.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.