Gemeenteblad van Molenlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Molenlanden | Gemeenteblad 2025, 138711 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Molenlanden | Gemeenteblad 2025, 138711 | beleidsregel |
Handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen gemeente Molenanden 2025
Het college van Molenlanden besluit
Hoofdstuk 1 Waarom duurzaam bouwen? 4
Hoofdstuk 2 Duurzaamheid in het planproces 6
Hoofdstuk 3 Rol van de gemeente 8
Hoofdstuk 4 Openbaar gebied – Klimaatadaptatie 10
Hoofdstuk 5 Openbaar gebied - Energie 16
Hoofdstuk 6 Openbaar gebied - Mobiliteit 19
Hoofdstuk 7 Openbaar gebied - Circulariteit 22
Hoofdstuk 8 Openbaar gebied - Biodiversiteit 26
Hoofdstuk 9 Openbaar gebied - Gezondheid 30
Hoofdstuk 10 Particulier gebied – Klimaatadaptatie 33
Hoofdstuk 11 Particulier gebied - Energie 38
Hoofdstuk 12 Particulier gebied - Mobiliteit 42
Hoofdstuk 13 Particulier gebied - Circulariteit 44
Hoofdstuk 14 Particulier gebied - Biodiversiteit 48
Hoofdstuk 15 Particulier gebied - Gezondheid 52
Hoofdstuk 16 Hardheidsclausule 54
Bijlage 1 Checklist natuurinclusief bouwen 57
Bijlage 3 Praatplaat Handboek Duurzaamheid in Gebiedsontwikkeling 59
Hoofdstuk 1 Waarom duurzaam bouwen?
In het Klimaatverdrag van Parijs hebben 195 landen, waaronder Nederland, afgesproken om in 2050 de stijging van de gemiddelde temperatuur te beperken tot ruim onder de 2˚C. Om dit te realiseren, heeft Nederland zich tot doel gesteld om de CO2-uitstoot in 2050 te reduceren met 95% ten opzichte van 1990. Voor 2030 is het doel om 49% minder CO2-uitstoot te hebben dan in 1990.
In het Nederlandse Klimaatakkoord is door een groot aantal partijen afgesproken hoe deze reductie gerealiseerd moet worden. Een opgave waaraan door alle partijen hard gewerkt wordt. Binnen de gemeente Molenlanden is op verschillende terreinen hiervoor beleid geformuleerd, waaronder voor nieuwbouw en de openbare ruimte.
Dit sluit aan op de ambities voor de toekomst die in de Omgevingsvisie benoemd staan.
Dit document bevat normen en handvatten voor realisatie van duurzame (nieuw)bouw en reconstructies en moet als leidraad gebruikt worden voor het gesprek met projectontwikkelaars en vrije kavelbouwers. Dit document beschrijft de huidige stand van zaken en ontwikkelingen op de duurzaamheidsthema’s klimaatadaptatie (groen en water), energie, mobiliteit, circulariteit, biodiversiteit en gezondheid. Aan de hand hiervan zijn normen gedefinieerd en maatregelen beschreven waarmee invulling moet worden gegeven aan de normen.
Hier sluiten we zoveel mogelijk aan bij de nationale begrippen en aanpak zodat marktpartijen weten waar ze aan toe zijn en toekomstbestendig bouwen de nieuwe betaalbare standaard wordt.
In dit document maken wij onderscheid in twee normen niveaus.
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de plaats van duurzaamheid in het planproces van nieuwbouw. Hoofdstuk 3 beschrijft de verschillende rollen die een gemeente hierin kan innemen en welke rol de gemeente Molenlanden op dit moment invult. De uitwerking van de ambitieniveaus per thema met denkbare maatregelen wordt beschreven in de hoofdstukken 4 t/m 16.
Hoofdstuk 2 Duurzaamheid in het planproces
Bij nieuwbouwontwikkelingen is de gemeente vaak vanaf het begin betrokken. Hierin heeft team duurzaamheid de wens dat nieuwe ontwikkelingen altijd bij het team gemeld worden omdat dit het moment is om duurzaamheid te agenderen en met betrokkenen verder uit te werken. De genoemde maatregelen per thema in dit document bieden hiervoor het handvat. Afhankelijk van de fase waarin het project zich bevindt, vindt vastlegging of uitwerking hiervan plaats.
Hierbij worden de volgende fasen onderscheiden.
In alle maatregelen wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw, reconstructies en bestaande bouw. Deze zijn met de volgende symbolen bij de normen aangegeven waar ze van toepassing zijn.
Hoofdstuk 3 Rol van de gemeente
In de planontwikkeling van nieuwbouw heeft de gemeente een belangrijke rol. In de eerste plaats als vergunningverlener, toetser, handhaver en de buitenruimte langdurig beheren. Er worden hier ook regels opgesteld voor de fysieke leefomgeving en wordt er onderhoud uitgevoerd van het openbaar gebied. Om een toekomstbestendige gemeente te zijn in 2050 heeft de gemeente ook een belangrijke rol in het realiseren van haar (duurzaamheids)ambities.
In figuur 1 zijn zes rollen gedefinieerd, die variëren in de mate waar de uitvoering zelf wordt gedaan en gestuurd wordt op resultaat. Kenmerken behorend bij de rollen zijn hieronder opgesomd.
De Gemeente Molenlanden wil naar inwoners en ondernemers (waaronder projectontwikkelaars) de rol van verbinder of facilitator spelen. Dat is ook gedaan sinds de invoering van het handboek duurzaamheid in 2021.
De formulering van teksten in de eerste versie van het handboek liet te veel ruimte voor interpretatie over en stelde onvoldoende kaders. Dat leidde tot tijdrovend overleg bij zowel de collega’s als de projectontwikkelaars. Daarom is in de nieuwe versie uitgegaan van normen en uitgangspunten. Die dienen als kader. Binnen dat kader is de projectontwikkelaar gebonden in de wijze waarop vormgegeven wordt aan de normen en uitgangspunten. Desgewenst kan de projectontwikkelaar daarover met de gemeente in overleg treden. Het handboek is in deze herijking gesplitst in openbaar gebied en particulier gebied. Op deze manier kunnen ontwikkelaars de vastgestelde normen in één opslag zien en hebben de collega’s een kader voor gesprek richting de ontwikkelaars op het particuliere gebied.
Figuur 1. Rol van de gemeente in de energietransitie (bron: argumentenfabriek)
Hoofdstuk 4 Openbaar gebied – Klimaatadaptatie
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van klimaatadaptatie. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
Door stijging van de concentratie van broeikasgassen, waaronder CO2, stijgt de temperatuur op aarde. Deze temperatuurstijging heeft een klimaatverandering tot gevolg. De vier belangrijkste gevolgen zijn1:
Maatregelen zijn nodig om deze gevolgen zoveel mogelijk het hoofd te bieden: klimaatadaptatie. In de Nationale Klimaatadaptatie Strategie wordt de strategie uitgezet voor een klimaatbestendig Nederland. Binnen het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie werken rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten samen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeentelijke specifieke normen: een plus zetten op wat wettelijk verplicht is maar wij als gemeente ons aan gecommitteerd hebben. Dit thema staan benoemd in verschillende visies. Binnen de gemeente is de Lokale Adaptatie Strategie Klimaat en Bodemdaling: ‘Op weg naar een klimaatbestendig Molenlanden in 2050’ opgesteld. Dit onderwerp staat ook benoemd in de Omgevingsvisie en de Toekomstvisie.
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid en vastgesteld gemeentelijk beleid.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.).
Bij herstructurering en nieuwbouw gaat de gemeente proactief aan de slag om de normen en doelstellingen ten aanzien van duurzame nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen te realiseren, zoals geformuleerd in het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ van de provincie Zuid-Holland en in het uitvoeringsprogramma ‘Op naar een klimaatbestendig Molenlanden in 2050’. In tabel 1 is het Programma van Eisen van het convenant beknopt weergegeven. Een uitgebreide versie van / toelichting op dit Programma van Eisen is dit vinden op de provinciale website.
Tabel 1. Programma van Eisen ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ van de provincie Zuid-Holland
De bovenstaande eisen vertalen we voor Molenlanden in de volgende zeven normen.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Motivatie: Verbetering van de waterkwaliteit is essentieel voor het behoud van ecologische gezondheid en biodiversiteit in waterlichamen. Een goed ontwerp en doordachte inrichting kunnen bijdragen aan het voorkomen van verontreiniging, verminderen van schadelijke stoffen en bevorderen van natuurlijke waterzuivering.
Alleen als dit niet mogelijk is, dan is de volgende optie om de berging te realiseren buiten het plangebied binnen hetzelfde peilgebied. Mocht dit ook niet mogelijk zijn, dan is de laatste wenselijke optie om de berging te realiseren in een lager / stroomafwaarts gelegen peilgebied. Het Waterschap heeft tot slot de optie om de berging te realiseren met technische voorzieningen, maar dit is voor de gemeente niet wenselijk vanuit oogpunt van beheer en toekomstbestendigheid.
Motivatie: Wateroverlast kan schade veroorzaken aan de gebouwde omgeving en de openbare ruimte, om de wateroverlast en de schade zoveel mogelijk te beperken moeten er passende maatregelen opgenomen. Zowel voor wateroverlast als droogte. De vitale en kwetsbare infrastructuur dient droog te blijven bij een overstroming waardoor het herstel van de schade versnelt kan worden. Indien mogelijk dient het water via openbare verharding af te stromen naar openbaar groen, en zo min mogelijk naar het schoonwater riool, zodat tevens droogte kan worden bestreden en het grondwater kan worden aangevuld.
Motivatie: hittestress kan gezondheidsproblemen veroorzaken die optreden als mensen niet afkoelen. Ouderen en jonge kinderen zijn in het bijzonder kwetsbaar bij hoge temperaturen. Voor het welzijn van de inwoners heeft het een positief effect als hittestress zoveel mogelijk voorkomen wordt. Maak hier ook onderscheid tussen leefomgeving en bedrijventerreinen.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen:
Bomen met grote kronen zorgen voor voldoende schaduw. Bij nieuw te plaatsen bomen wordt er rekening gehouden met de plant positie, zodat de schaduw van de kruin van de boom op bestrating of op bebouwing valt. Hierdoor kan hittestress worden voorkomen. Ook wordt rekening gehouden met de stand van de zon ten aanzien van zonnepanelen én voldoende schaduw op straat;
Norm 6: Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kosteneffectief zijn over de ontwerplevensduur worden in het ontwerp opgenomen en de natuurlijke draagkracht van de bodem is mede sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied. Tegengaan van veenoxidatie is een belangrijk aandachtspunt in de klimaatstrategie van PZH.
Belangrijkste maatregel is om te zorgen voor een goede voorbelasting, waarbij de restzetting bij voorkeur nihil is, maar in ieder geval < 10 cm is in 30 jaar.
Motivatie: De grondwaterstanden mogen niet ter plekke verlaagd worden om de desbetreffende functie mogelijk te maken. Dit heeft een “domino-effect” op de omgeving waardoor niet alleen het gebied met een nieuwe functie, maar ook een veel groter gebied (soms binnen stralen van tientallen kilometers) “ontwaterd” wordt. (dit is benoemd in de Beleidsregels bij waterschapsverordening Waterschap Rivierenland bij artikel 12)
Wadi’s en infiltratiekratten worden ook vaak genoemd als maatregelen ten behoeve van wtercompensatie/berging. De gemeente Molenlanden acht dit niet wenselijk in de openbare ruimte vanuit oogpunt van beheer en toekomstbestendigheid. Een wadi kan wel met een ecologische reden interessant zijn.
Hoofdstuk 5 Openbaar gebied - Energie
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van energie. Na beschrijving van de huidige status en wetgeving (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met mogelijk toepasbare maatregelen.
Nederland maakt een omschakeling naar duurzame energie. Dit heeft grote invloed op de energievoorziening in alle sectoren. In de Regionale Energiestrategie (RES) wordt gewerkt aan een regionale visie op de realisatie hiervan en de benutting van regionale bronnen en inpassing van opwekkingstechnieken als windturbines en zonneparken. In de Transitievisie Warmte wordt dit vertaald naar de lokale situatie, waarin per buurt of wijk een voorkeursalternatief voor aardgas wordt vastgesteld en een eerste routekaart wordt geschetst hoe de gemeente van het aardgas af gaat. Hierin wordt rekening gehouden met alle relevante ontwikkelingen, zoals de toepassing van all-electric warmtepompen, of hybridesystemen in combinatie met (in de toekomst) groengas of waterstof als brandstof voor verwarming van woningen en gebouwen.
Een belangrijke maatregel om dit bij nieuwbouw te realiseren, is de Wet Voortgang EnergieTransitie. Per 1 juli 2018 is deze wet in werking getreden, waarin is opgenomen dat alle nieuwbouw aardgasvrij moet worden gerealiseerd. Aanvullend daarop worden de eisen ten aanzien van energiezuinigheid verder aangescherpt. Per 1 januari 2021 zal alle nieuwbouw bijna-energieneutraal gebouwd moeten worden (BENG = bijna energieneutraal gebouw). Hiervoor zijn normen geformuleerd ten aanzien van:
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid en vastgesteld gemeentelijk beleid.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende noren, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en Normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk energie een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Hoofdstuk 6 Openbaar gebied - Mobiliteit
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van mobiliteit. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
De mobiliteit speelt een belangrijke rol in de energietransitie. In het Klimaatakkoord zijn afspraken opgenomen die zich met name richten op elektrificatie of elektrisch vervoer. De landelijke ambitie is dat vanaf 2030 nieuwe personenauto’s alleen nog elektrisch te koop zijn. Ook OV-bussen, bouwverkeer en mobiele werktuigen moeten in dat jaar emissieloos zijn. Fabrikanten richten zich momenteel volledig op de (door)ontwikkeling van elektrisch vervoer.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk mobiliteit een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Hoofdstuk 7 Openbaar gebied - Circulariteit
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van circulariteit. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
In Nederland is er toenemende aandacht voor de realisatie van een circulaire economie. Dit betekent dat producten en diensten worden uitgewisseld in gesloten kringlopen. In een circulaire economie bestaat er dus geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt.
In 2023 is het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2023-2030 gepresenteerd. Als tussendoelstelling voor 2030 is geformuleerd dat het gebruik van primaire grondstoffen met 50% is gereduceerd met uiteindelijk een volledig circulaire economie in 2050.
Het programma Nederland Circulair in 2050 stimuleert innovatieve pilotprojecten die lessen moeten opleveren en enthousiasme moeten creëren. Ook stimuleert de overheid de marktontwikkelingen door het aanpassen van regels, een kennisinstituut circulair bouwen, subsidie voor circulaire business en verdienmodellen.
Realisatie van een circulaire economie grijpt in om verschillende onderdelen en sectoren in de samenleving. Door Gladek (Gladek, 2017) is dit samengevat in 7 karakteristieken.
Figuur 2. Zeven karakteristieken van een circulaire economie (Gladek, 2017)
In de Toekomstvisie staan de volgende onderwerpen ten aanzien van circulaire economie benoemd:
In de Omgevingsvisie staan de volgende onderwerpen ten aanzien van circulaire economie benoemd:
In vergelijking met andere hoofdstukken is dit hoofdstuk summier. Dit in verband met een parallel traject dat gelopen heeft op het gebied van circulaire economie. Deze onderwerpen krijgen in 2025 meer vorm en bij een volgende herijking van het handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen kan dit hoofdstuk uitgebreid worden op de benodigde punten.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid en lokaal opgesteld uitvoeringsprogramma.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk ciruclair een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Motivatie: in 2016 is het programma Nederland Circulair in 2050 gepresenteerd: een volledig circulaire economie in 2050. Als tussendoelstelling voor 2030 is geformuleerd dat het gebruik van primaire grondstoffen met 50% is gereduceerd. Om deze doelstellingen te behalen, is het in de aankomende jaren van belang dat hierop ingespeeld wordt.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen:
Door de toepassing van het principe ‘groen, tenzij...’ gebruiken we zo min mogelijk materiaal. Waardoor minder grondstoffen gebruikt hoeven te worden. Als er wel materiaal wordt gebruikt, is er een afweging gemaakt dat het zo min mogelijk milieubelastend is en zo veel mogelijk circulair. Denk hierbij aan gebruik van biobased materiaal, secundaire materialen, materialen met een lage MPG-score;
Er wordt zowel voor de openbare ruimte en kunstwerken een materialenpaspoort opgesteld voor de toegepaste materialen. Een materialenpaspoort is een document waarin alle gebruikte materialen van een woning of gebouw beschreven zijn, waardoor er meer bewustwording is voor materiaalkeuze en hergebruik. Op dit moment is hiervoor nog geen format of standaard;
Hoofdstuk 8 Openbaar gebied - Biodiversiteit
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van biodiversiteit. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
Het bevorderen van biodiversiteit heeft een nationale prioriteit. Het is belangrijk om te voldoen aan wettelijke Europese en Provinciale eisen. Daarnaast heeft het een lokale verantwoordelijkheid. Gemeenten spelen een cruciale rol in de uitvoering van beleid en het behalen van biodiversiteitsdoelstellingen door middel van wet- en regelgeving, ruimtelijke planning, groenbeheer en samenwerking met lokale partners. Door actief bij te dragen aan biodiversiteitsbeleid kunnen gemeenten de leefkwaliteit verbeteren en voldoen aan een prettige leefomgeving voor mens en dier.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk biodiversiteit een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Motivatie: Zonder voldoende biodiversiteit kunnen ecosystemen niet goed functioneren. Dat heeft dus gevolgen voor ecosysteemdiensten, zoals de zuurstof die we inademen en het voedsel dat we verbouwen. En juist die ecosysteemdiensten spelen een belangrijke rol bij het mitigeren van klimaatverandering.
De maatregelen die hieronder benoemd staan hebben een volgorde wat wenselijk is vanuit de gemeente. In algemeenheid hebben natuurlijke oplossingen de voorkeur boven niet-natuurlijke oplossingen.
Bij de keuze van beplanting en/of bomen wordt rekening gehouden met de grondsamenstelling en grondwaterstanden. Daarbij worden zoveel mogelijk inheemse beplanting en bomen gebruikt. De voorkeur heeft om een biodivers en inheems beplantingsplan op te laten stellen door een deskundige. Echter is een divers bomenassortiment noodzakelijk;
Motivatie: Door natuurinclusief bouwen toe te passen, wordt er bewust ruimte gecreëerd voor biodiversiteit aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving. Op deze manier kunnen er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. Dit is van toepassing bij elk project vanaf 2 woningen.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen
Gemeente Molenlanden neemt deel aan het convenant klimaatadaptief bouwen van de Provincie Zuid-Holland. Dit houdt onder andere in dat we bij projecten 40 maatregelen moeten toepassen uit de lijst die bij de regeling hoort. Voor dit project zijn de volgende 12 maatregelen geselecteerd:
Hoofdstuk 9 Openbaar gebied - Gezondheid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van gezondheid. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
Gezondheid speelt een belangrijke rol in de leefbaarheid van de gemeente. In de Omgevingsvisie zijn ambities opgenomen die zich richten op de gezondheid van de inwoners.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk gezondheid een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Motivatie: Om de gemeente voor iedereen zo toegankelijk mogelijk te houden, is het van belang om met alle doelgroepen rekening te houden en de buitenruimte zo in te richten, dat iedereen er gebruik van kan maken. Gezondheid gaat onder andere over bewegen, ontmoeten, ontspannen, goed eten en beschermen (dempen van negatieve klimaat- en milieueffecten)
Een groene leefomgeving is rustgevend, verlaagt stress en draagt bij het (woon)geluk. Daarnaast helpen de juiste keuzes in het ontwerp van de openbare ruimte om een ander gebruik van de openbare ruimte te stimuleren. Denk hierbij aan wandel of hardlooppaden, ontmoetingsplekken, eetbaar groen enz. Tevens kan de plantenkeuze bijdragen aan een betere luchtkwaliteit;
Hoofdstuk 10 Particulier gebied – Klimaatadaptatie
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van klimaatadaptatie. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
Door stijging van de concentratie van broeikasgassen, waaronder CO2, stijgt de temperatuur op aarde. Deze temperatuurstijging heeft een klimaatverandering tot gevolg. De vier belangrijkste gevolgen zijn1:
Maatregelen zijn nodig om deze gevolgen zoveel mogelijk het hoofd te bieden: klimaatadaptatie. In de Nationale Klimaatadaptatie Strategie wordt de strategie uitgezet voor een klimaatbestendig Nederland. Binnen het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie werken rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten samen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeentelijke specifieke normen: een plus zetten op wat wettelijk verplicht is maar wij als gemeente ons aan gecommitteerd hebben. Deze onderwerpen staan benoemd in verschillende visies. Binnen de gemeente is de Lokale Adaptatie Strategie Klimaat en Bodemdaling: ‘Op weg naar een klimaatbestendig Molenlanden in 2050’ opgesteld. Dit onderwerp staat ook benoemd in de Omgevingsvisie en de Toekomstvisie.
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid en vastgesteld gemeentelijk beleid.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.).
Bij herstructurering en nieuwbouw gaat de gemeente proactief aan de slag om de normen en doelstellingen ten aanzien van duurzame nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen te realiseren, zoals geformuleerd in het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ van de provincie Zuid-Holland en in het uitvoeringsprogramma ‘Op naar een klimaatbestendig Molenlanden in 2050’. In tabel 1 is het Programma van Eisen van het convenant beknopt weergegeven. Een uitgebreide versie van / toelichting op dit Programma van Eisen is dit vinden op de provinciale website.
Tabel 1. Programma van Eisen ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ van de provincie Zuid-Holland
De bovenstaande eisen vertalen we voor Molenlanden in de volgende vier normen.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Motivatie: hittestress kan gezondheidsproblemen veroorzaken die optreden als mensen niet afkoelen. Ouderen en jonge kinderen zijn in het bijzonder kwetsbaar bij hoge temperaturen. Voor het welzijn van de inwoners heeft het een positief effect als hittestress zoveel mogelijk voorkomen wordt. Maak hier ook onderscheid tussen leefomgeving en bedrijventerreinen.
Motivatie: De grondwaterstanden mogen niet ter plekke verlaagd worden om de desbetreffende functie mogelijk te maken. Dit heeft een “domino-effect” op de omgeving waardoor niet alleen het gebied met een nieuwe functie, maar ook een veel groter gebied (soms binnen stralen van tientallen kilometers) “ontwaterd” wordt. (dit is benoemd in de Beleidsregels bij waterschapsverordening Waterschap Rivierenland bij artikel 12)
Hoofdstuk 11 Particulier gebied - Energie
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van energie. Na beschrijving van de huidige status en wetgeving (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met mogelijk toepasbare maatregelen.
Nederland maakt een omschakeling naar duurzame energie. Dit heeft grote invloed op de energievoorziening in alle sectoren. In de Regionale Energiestrategie (RES) wordt gewerkt aan een regionale visie op de realisatie hiervan en de benutting van regionale bronnen en inpassing van opwekkingstechnieken als windturbines en zonneparken. In de Transitievisie Warmte wordt dit vertaald naar de lokale situatie, waarin per buurt of wijk een voorkeursalternatief voor aardgas wordt vastgesteld en een eerste routekaart wordt geschetst hoe de gemeente van het aardgas af gaat. Hierin wordt rekening gehouden met alle relevante ontwikkelingen, zoals de toepassing van all-electric warmtepompen, of hybridesystemen in combinatie met (in de toekomst) groengas of waterstof als brandstof voor verwarming van woningen en gebouwen.
Een belangrijke maatregel om dit bij nieuwbouw te realiseren, is de Wet Voortgang EnergieTransitie. Per 1 juli 2018 is deze wet in werking getreden, waarin is opgenomen dat alle nieuwbouw aardgasvrij moet worden gerealiseerd. Aanvullend daarop worden de eisen ten aanzien van energiezuinigheid verder aangescherpt. Per 1 januari 2021 zal alle nieuwbouw bijna-energieneutraal gebouwd moeten worden (BENG = bijna energieneutraal gebouw). Hiervoor zijn normen geformuleerd ten aanzien van:
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid en vastgesteld gemeentelijk beleid.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk energie een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Achtergrond: Een netcongestie vriendelijke woning is gebouwd conform het ‘Nul op de meter” principe (NOM). De woning voldoet aan de NOM-eisen, deze woning wekt voldoende duurzame energie op om in zowel het gebouw gebonden- alsook het gebruik gebonden energieverbruik zelfvoorzienend te zijn. Aangevuld met dat de woning rekening houd met het voorkomen van piekbelastingen op het elektriciteitsnet (load balancing). (door bijvoorbeeld: energiebuffering en een uitgevlakte elektriciteitsvraag.)
Motivatie: Om het doel ‘in 2050 energieneutrale gemeente te zijn’ te behalen is het van belang om hier op in te spelen. Door woningen netcongestie vriendelijk te bouwen wordt ervoor gezorgd dat woningen over geen of een netaansluiting van geringe capaciteit beschikken. Woningen zorgen door eigen opwek, opslag en slim gebruik voor een goede energiebalans.
Een andere optie is om netcongestie vriendelijk bouwen niet per woning te bekijken maar per te ontwikkelen gebied. Woningen binnen dit gebied communiceren slim met elkaar en binnen dit gebied wordt de opwek en opslag van energie geregeld en via slimme systemen ingezet in de woningen wanneer daar een energievraag is. Ook zou onderzocht kunnen worden of een collectieve aansluiting op het energienet voor dit gebied tot de mogelijkheden behoord.
Motivatie: Om het doel ‘in 2050 energieneutrale gemeente te zijn’ te behalen is het van belang om hier op in te spelen.
Door utiliteitsgebouwen minimaal energieneutraal te bouwen, wekt een gebouw evenveel energie op als dat er (gebouw gebonden) verbruikt wordt. Hierdoor wordt het energieverbruik enorm beperkt en vermindert. Bekeken kan worden om ook het gebruik (anders dan gebouw gebonden) ook zo veel mogelijk zelf op te wekken. Door dit zoveel mogelijk toe te passen in de komende jaren richting 2050 kunnen we het doel uiteindelijk behalen.
Hoofdstuk 12 Particulier gebied - Mobiliteit
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van mobiliteit. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
De mobiliteit speelt een belangrijke rol in de energietransitie. In het Klimaatakkoord zijn afspraken opgenomen die zich met name richten op elektrificatie of elektrisch vervoer. De landelijke ambitie is dat vanaf 2030 nieuwe personenauto’s alleen nog elektrisch te koop zijn. Ook OV-bussen, bouwverkeer en mobiele werktuigen moeten in dat jaar emissieloos zijn. Fabrikanten richten zich momenteel volledig op de (door)ontwikkeling van elektrisch vervoer.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeente Molenlanden volgt de landelijke ontwikkelingen en realiseert vraaggestuurd laadpalen bij nieuwbouwontwikkelingen. Dit kan in 2025 potentieel veranderen naar het aanwijzen van strategische plekken in plaats van vraaggestuurd.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk mobiliteit een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Hoofdstuk 13 Particulier gebied - Circulariteit
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van circulariteit. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
In Nederland is er toenemende aandacht voor de realisatie van een circulaire economie. Dit betekent dat producten en diensten worden uitgewisseld in gesloten kringlopen. In een circulaire economie bestaat er dus geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt.
In 2023 is het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2023-2030 gepresenteerd. Als tussendoelstelling voor 2030 is geformuleerd dat het gebruik van primaire grondstoffen met 50% is gereduceerd met uiteindelijk een volledig circulaire economie in 2050.
Het programma Nederland Circulair in 2050 stimuleert innovatieve pilotprojecten die lessen moeten opleveren en enthousiasme moeten creëren. Ook stimuleert de overheid de marktontwikkelingen door het aanpassen van regels, een kennisinstituut circulair bouwen, subsidie voor circulaire business en verdienmodellen.
Realisatie van een circulaire economie grijpt in om verschillende onderdelen en sectoren in de samenleving. Door Gladek (Gladek, 2017) is dit samengevat in 7 karakteristieken.
Figuur 2. Zeven karakteristieken van een circulaire economie (Gladek, 2017)
In de Toekomstvisie staan de volgende onderwerpen ten aanzien van circulaire economie benoemd:
In de Omgevingsvisie staan de volgende onderwerpen ten aanzien van circulaire economie benoemd:
In vergelijking met andere hoofdstukken is dit hoofdstuk summier. Dit in verband met een parallel traject dat gelopen heeft op het gebied van circulaire economie. Deze onderwerpen krijgen in 2025 meer vorm en bij een volgende herijking van het handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen kan dit hoofdstuk uitgebreid worden op de benodigde punten.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk circulaire economie een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Motivatie: in 2016 is het programma Nederland Circulair in 2050 gepresenteerd: een volledig circulaire economie in 2050. Als tussendoelstelling voor 2030 is geformuleerd dat het gebruik van primaire grondstoffen met 50% is gereduceerd. Om deze doelstellingen te behalen, is het in de aankomende jaren van belang dat hierop ingespeeld wordt.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen:
Er wordt zowel de woningen een materialenpaspoort opgesteld voor de toegepaste materialen. Een materialenpaspoort is een document waarin alle gebruikte materialen van een woning of gebouw beschreven zijn, waardoor er meer bewustwording is voor materiaalkeuze en hergebruik. Op dit moment is hiervoor nog geen format of standaard;
Hoofdstuk 14 Particulier gebied - Biodiversiteit
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van biodiversiteit. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
Het bevorderen van biodiversiteit heeft een nationale prioriteit. Het is belangrijk om te voldoen aan wettelijke Europese en Provinciale eisen. Daarnaast heeft het een lokale verantwoordelijkheid. Gemeenten spelen een cruciale rol in de uitvoering van beleid en het behalen van biodiversiteitsdoelstellingen door middel van wet- en regelgeving, ruimtelijke planning, groenbeheer en samenwerking met lokale partners. Door actief bij te dragen aan biodiversiteitsbeleid kunnen gemeenten de leefkwaliteit verbeteren en voldoen aan een prettige leefomgeving voor mens en dier.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk biodiversiteit een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Motivatie: Zonder voldoende biodiversiteit kunnen ecosystemen niet goed functioneren. Dat heeft dus gevolgen voor ecosysteemdiensten, zoals de zuurstof die we inademen en het voedsel dat we verbouwen. En juist die ecosysteemdiensten spelen een belangrijke rol bij het mitigeren van klimaatverandering.
Motivatie: Door natuurinclusief bouwen toe te passen, wordt er bewust ruimte gecreëerd voor biodiversiteit aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving. Op deze manier kunnen er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. Dit is van toepassing bij elk project vanaf 2 woningen.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen
Gemeente Molenlanden neemt deel aan het convenant klimaatadaptief bouwen van de Provincie Zuid-Holland. Dit houdt onder andere in dat we bij projecten twintig maatregelen moeten toepassen uit de lijst die bij de regeling hoort. Voor dit project zijn de volgende twintig maatregelen geselecteerd:
Hoofdstuk 15 Particulier gebied - Gezondheid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de normen van de gemeente ten aanzien van gezondheid. Na beschrijving van de huidige status (kader) worden normniveaus gedefinieerd en geconcretiseerd met toepasbare maatregelen.
Gezondheid speelt een belangrijke rol in de leefbaarheid van de gemeente. In de Omgevingsvisie zijn regels opgenomen die zich richten op de gezondheid van de inwoners.
Bij de formulering van normen wordt onderscheid gemaakt in twee niveaus:
Gemeente Molenlanden volgt de ontwikkelingen en implementeert maatregelen die volgen uit landelijk beleid.
Gemeentelijke specifieke normen:
In dit handboek zijn de volgende normen, om invulling te geven aan de ‘gemeentelijke specifieke normen’. Deze zijn zowel afzonderlijk toepasbaar als aanvullend op elkaar (en normniveau 1 en 2 etc.). De reden dat we met het hoofdstuk gezondheid een stap verder gaan is omdat onderstaande normen benoemd staan in zowel de Omgevingsvisie als Toekomstvisie.
Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Motivatie: Om de gemeente voor iedereen zo toegankelijk mogelijk te houden, is het van belang om met alle doelgroepen rekening te houden en de buitenruimte zo in te richten, dat iedereen er gebruik van kan maken. Gezondheid gaat onder andere over bewegen, ontmoeten, ontspannen, goed eten en beschermen (dempen van negatieve klimaat- en milieueffecten)
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen
Een groene leefomgeving is rustgevend, verlaagt stress en draagt bij het (woon)geluk. Daarnaast helpen de juiste keuzes in het ontwerp van de particuliere ruimte om een ander gebruik van de openbare ruimte te stimuleren. Denk hierbij aan wandel of hardlooppaden, ontmoetingsplekken, eetbaar groen enz. Tevens kan de plantenkeuze bijdragen aan een betere luchtkwaliteit;
Hoofdstuk 16 Hardheidsclausule
In dit handboek staan normen genoemd om de gemeentelijke ambities om tot een klimaatneutrale gemeente te komen in 2050 genoemd. Er kunnen zich situaties voordoen dat een gestelde norm (of in het verlengde daarvan een maatregel) conflicteert met een andere ambities of belangen. Hierdoor is een keuze nodig tussen deze ambities of belangen om door te kunnen met de nieuwbouw of inrichting van de openbare ruimte.
Deze hardheidsclausule, die een afwijking is van een gestelde norm, in dit handboek mogelijk maakt als een strikte toepassing van de normen met bijbehorende maatregel(en) leidt tot zeer onredelijke of ongewenste situaties.
In voorkomend geval is het college bevoegd om af te wijken van een gestelde norm in dit handboek, teneinde de nieuwbouw of inrichting van de openbare ruimte doorgang te laten vinden. Bij een afwijking van een norm wordt een goede en evenwichtige belangenafweging gemaakt en gemotiveerd onderbouwd waarom van de norm wordt afgeweken.
Vastgesteld op 4 maart 2025 door het college van burgemeester een wethouders van gemeente Molenanden.
Bijlage 1 Checklist natuurinclusief bouwen
Eerste stap is het terugbrengen van de warmtebehoefte (Isolatie, gebruik maken van passieve zonnewarmte door oriëntatie van het gebouw en glasoppervlakken)
Koeling speelt een steeds grotere rol: maatregelen zijn o.a. natuurlijke ventilatie, passieve en actieve zonwering, gebruik van biotische materialen die warmte opnemen ter voorkoming van hittestress
De overgebleven warmtevraag wil je het liefst invullen met lokaal beschikbare warmte, hiervoor kun je het afwegingskader warmte van de Provincie gebruiken (zie aparte bijlage). Elektriciteit gebruiken voor het opwekken van warmte en koude (warmtepomp, airco, infrarood) wil je zo veel mogelijk voorkomen.
De elektriciteitsvraag wek je idealiter ook zo lokaal mogelijk op, de mogelijkheden zijn sterk afhankelijk van de locatie en van bestuurlijke afspraken over wind en zonparken. Een mooi begin is om de daken in ieder geval óf met PV-panelen vol te leggen waarbij de energie verdeeld wordt over het gebied of groen uit te voeren (en waar mogelijk beide).
In het kader van het voorkomen van netcongestie zijn collectieve warmte- en elektriciteitssystemen vaak beter omdat deze beter in staat te zijn vraag en aanbod op elkaar af te stemmen dan kleine clusters (gebouwniveau). Ook zou programmering van het gebied hier een rol in kunnen spelen: kantoren, openbare gebouwen en bedrijven vragen op een ander moment energie dan woningen. Restwarmte van bedrijven is vaak beperkt. (tenzij we het over een warmte intensief productieproces hebben, zoals een grote bakkerij)
Wanneer je een collectief systeem hebt wordt het mogelijk om aan serieuze buffering/opslag te doen. Afhankelijk van de gebruikte techniek zal dat in de openbare ruimte plaats kunnen vinden, of in een deel van een gebouw.
Bijlage 3 Praatplaat Handboek Duurzaamheid in Gebiedsontwikkeling
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-138711.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.