Gemeenteblad van Maastricht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2025, 13500 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2025, 13500 | beleidsregel |
Beleidsregels en toetsingscriteria 'ontheffingen nachtzaken' gemeente Maastricht
De beleidsregels en toetsingscriteria ‘ontheffingen nachtzaken’, vastgesteld op 8 juli 2016 door de burgemeester van Maastricht, gepubliceerd op 28 juli 2016 en in werking getreden op 29 juli 2016;
De Europese Dienstenrichtlijn en daarop gebaseerde landelijke jurisprudentie;
De Algemene Plaatselijke Verordening;
Tot vaststelling van de volgende beleidsregels en toetsingscriteria ‘ontheffingen nachtzaken gemeente Maastricht’:
Artikel 3. Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Ontheffingen op grond van deze beleidsregels zijn aan de persoon en aan de zaak gebonden en derhalve niet overdraagbaar.
Artikel 5. Soorten inrichtingen
Voor een nachtontheffing komen uitsluitend de volgende inrichtingen in aanmerking:
Artikel 7. Facultatieve weigeringsgronden op basis van situering
De nachtontheffing voor grootschalige inrichtingen met een boven-stedelijk karakter en voor studentensociëteiten kan worden geweigerd op grond van de volgende (situerings-)eisen:
Artikel 8. Imperatieve weigeringsgronden op basis van situering
Op plaatsen waar het woon- en leefklimaat naar het oordeel van de burgemeester reeds onder druk staat, wordt de nachtontheffing voor de inrichtingen als bedoeld in artikel 5 geweigerd indien:
Artikel 9. Imperatieve weigeringsgronden op basis van akoestische kwaliteit
Het geluidrapport als bedoeld in het voorgaande lid is niet ouder dan 2 jaar, tenzij de inrichting binnen voornoemde periode van 2 jaar ingrijpend is gewijzigd of verbouwd met mogelijk akoestische gevolgen voor (geluidgevoelige objecten in) de omgeving. In dat geval overlegt aanvrager bij de aanvraag een akoestisch rapport gebaseerd op en rekening houdend met de gewijzigde/verbouwde situatie.
Een bij de aanvraag overgelegd of over te leggen geluidrapport ouder dan 2 jaar is uitsluitend toegestaan in het geval de aanvrager informatie kan overleggen waaruit aantoonbaar en onweerlegbaar blijkt dat:
in de periode met ingang van de datum van het geluidrapport tot de datum van de aanvraag niet zodanig zijn gewijzigd dat de geluidbelasting vanuit die inrichting op geluidgevoelige objecten is of kan zijn toegenomen; mocht dat bewijs niet binnen een redelijke termijn geleverd (kunnen) worden, dan volgt het besluit tot het buiten behandeling laten of de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag.
Lid 4 van deze bepaling blijft buiten toepassing, indien twee jaar voorafgaand aan de aanvraag om een ontheffing meerdere, gevalideerde geluidklachten bij de gemeente of de Omgevingsdienst Zuid-Limburg zijn gemeld, in welk geval aanvrager bij de aanvraag om nachtontheffing een actueel geluidrapport als bedoeld in het derde lid van deze bepaling bij de gemeente in moet dienen.
Artikel 10. Andere imperatieve weigeringsgronden
Artikel 11. Intrekking van de nachtontheffing
De burgemeester trekt de nachtontheffing in, indien:
§ 4. Bepalingen ten behoeve van gelijke kansen voor een nachtontheffing binnen het horecaconcentratiegebied
Artikel 13. Definitie en betekenis van schaarste
Van schaarse rechten is in ieder geval sprake als nachtontheffingen worden aangevraagd voor inrichtingen gelegen binnen het gebied, dat bij of krachtens het door het gemeentebestuur vastgestelde horecabeleid is aangewezen en binnen dat gebied het maximale aantal van 16 ontheffingen bij toewijzing van de aanvraag wordt overschreden.
Artikel 15. Verdelingsprocedure
Indien sprake is van schaarste als bedoeld in artikel 13, lid 1 en 2 en overleg als bedoeld in artikel 13, lid 3 met aanvrager(s) niet ertoe heeft geleid dat verzoekers bereid zijn hun verzoek zodanig aan te passen dat geen sprake meer is van schaarste, dan start de burgemeester een verdelingsprocedure met als doel het schaarse recht toe te delen.
Artikel 17. Beoordelingscriteria
De beoordelingscriteria luiden:
Artikel 21. Intrekking oude beleidsregels
De Beleidsregels en toetsingscriteria ‘ontheffingen nachtzaken’ d.d. 8 juli 2016 vervallen tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze beleidsregels.
Aldus besloten door de burgemeester van Maastricht d.d. 6 januari 2025.
De Burgemeester,
W. A. G. Hillenaar
De Beleidsregels en toetsingscriteria ‘ontheffingen nachtzaken’ gemeente Maastricht zijn in voorgaande regeling geactualiseerd.
Deze actualisatie was nodig omdat er op grond van deze beleidsregels o.a. schaarse rechten als bedoeld in de Europese Dienstenrichtlijn vergund worden in de vorm van nachtontheffingen.
De schaarste vloeit voort uit de maximering van het aantal nachtontheffingen tot 16 binnen het horecaconcentratiegebied. Dit laatste is geregeld in het geldende horecabeleid.
Het ontheffingenplafond is vastgesteld om binnen een bepaald, relatief klein gebied in het centrum van Maastricht, waarin woon-, winkel- en horecafunctie geconcentreerd zijn, de leefbaarheid en levendigheid in evenwicht te brengen en te houden. Daarbij vormen de bescherming van de openbare orde, de veiligheid, de fysieke leefomgeving en het (stedelijk) milieu, de publieke gezondheid, alsmede het spreidingsprincipe van nachtzaken dringende redenen van algemeen belang. Dat geldt temeer, omdat de reguliere horeca doordeweeks om 02:00 uur en op vrijdag en zaterdag om 03:00 uur sluit en een deel van de bezoekers aansluitend de nachtzaken bezoekt. Dat geeft een extra toeloop naar de nachtzaken en daarmee een grotere concentratie van horecabezoekers in het horecaconcentratiegebied in de nachtelijke uren.
De Europese Dienstenrichtlijn en daarop gebaseerde landelijke jurisprudentie verplicht in het geval van schaarse rechten op grond van het gelijkheidsbeginsel tot een openbaar, transparant systeem van vergunningverlening voor bepaalde tijd.
Daarnaast is de terminologie in de beleidsregels aangepast aan andere geldende wet- en regelgeving.
Een tweede belangrijke reden voor deze actualisatie is gelegen in de noodzaak om bij aanvragen voor een nachtontheffing over actuele geluidrapportages te beschikken. Deze regeling voorziet daar duidelijker en genuanceerder in dan de oude regeling.
Uitgangspunt is een geluidsrapport dat niet ouder is dan 2 jaar. De nuance zit hem in het feit dat de aanvrager van een bestaande inrichting na het verstrijken van de termijn van de nachtontheffing kan volstaan met een geluidrapport van oudere datum als de inrichting, noch de omgeving uit akoestisch oogpunt relevante wijzigingen heeft ondergaan.
De relevante APV-bepalingen, die onder meer de basis vormen voor deze beleidsregels, zijn:
Artikel 2.18, onderdeel a, onder 1° en 2° en artikel 2.22, lid 1 onder a en b van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV):
het is de houder van een inrichting waar bedrijfsmatig alcoholhoudende drank of, al dan niet door middel van een automaat, eetwaren ter directe consumptie voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, verboden deze voor bezoekers geopend te hebben of daarin of aldaar één of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven:
van maandag tot en met vrijdag van 02:00 tot 07:00 uur;
op zaterdag en zondag van 03:00 tot 07:00 uur.
De burgemeester kan, ten behoeve van een inrichting als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, voor bepaalde tijd gedurende de uren tot 06.00 uur ontheffing verlenen van het in het eerste lid bedoelde verbod, voor zover het betreft:
Dit artikel benoemt de specifieke algemene belangen die de verordening beoogt te borgen. Bevoegdheden die krachtens deze verordening verleend zijn aan het bestuursorgaan worden op gemotiveerde wijze ingezet ter borging van een of meerdere van deze belangen.
Horecaconcentratiegebied wordt in deze bepaling omschreven als het gebied zoals dat bij of krachtens het door het gemeentebestuur vastgestelde horecabeleid is aangewezen. In de horecanota’s 2008 en 2016 is dit gebied vastgesteld. Ook artikel 2.22, lid 3 APV vermeldt het begrip horecaconcentratiegebied om aan te geven waar inrichtingen, anders dan grootschalige, bovenstedelijke inrichtingen en studentensociëteiten, op basis van een nachtontheffing toegestaan kunnen worden. Bij de actualisatie van het horecabeleid is de verwachting dat dezelfde gebiedsaanduiding wordt gecontinueerd.
Voor evenementen is afzonderlijk beleid en ter uitvoering en regulering daarvan een verordening vastgesteld. Er kunnen evenementen binnen inrichtingen met een nachtontheffing georganiseerd of gehouden worden. Om te voorkomen dat regels uit de twee beleidskaders (horecabeleid enerzijds en nachtzakenbeleid anderzijds) met elkaar conflicteren, zijn in het geval dat sprake is van een evenement volgens het evenementenbeleid en de evenementenverordening laatstgenoemde (beleids-)regels van toepassing en niet de beleidsregels nachtontheffingen.
De toepassing van kwaliteitscriteria voor de beoordeling van aanvragen om nachtontheffingen is eerst dan aan de orde wanneer het maximaal aantal ontheffingen van 16 in het daartoe aangewezen gebied dreigt te worden overschreden. De kwaliteitscriteria gelden uitsluitend voor aanvragen binnen het daartoe aangewezen gebied, maar niet voor studentensociëteiten en grootschalige inrichtingen met een boven-stedelijk karakter, ook niet als de twee laatstgenoemde inrichtingssoorten gesitueerd zijn binnen het gebied zoals aangewezen in de Omgevingsvisie en het horecabeleid.
Op dit moment gelden er slechts 5 van de 16 te verlenen nachtontheffingen. Mocht de behoefte op de markt aantrekken en er meer aanvragen binnen het daartoe aangewezen gebied ingediend worden, zorgt het maximale aantal te verlenen nachtontheffingen van 16 ervoor dat de levendigheid van het gebied niet te koste gaat van de leefbaarheid.
De kwaliteitscriteria ex artikel 17, onder 1 tot en met 7
Het keurmerk wordt naar verwachting in een tijdsbestek van ongeveer 2 jaar na het van kracht worden van deze beleidsregels in beleid van de gemeente Maastricht verankerd. Deelname aan het keurmerk kan niet worden afgedwongen. Er wordt toegewerkt naar een vorm van samenwerking tussen de betrokken stakeholders. Nachtzakenondernemers behoren tot die stakeholders. Hoogstwaarschijnlijk mondt het beleidsproces uit in een te sluiten samenwerkingsconvenant.
Mocht in de toekomst sprake zijn van aanvragen om ontheffing waarbij het maximaal aantal ontheffingen binnen het aangewezen centrumgebied worden overschreden, dan wordt de aanvrager die in het bezit is van het Keurmerk Veilig Uitgaan met 5 punten gewaardeerd. Voor algemene informatie over het Keurmerk Veilig Uitgaan kan worden verwezen naar: Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan - Het CCV
Een aanvrager die een ondernemersplan overlegt, waarin ten minste het verdienmodel nader wordt onderbouwd, de doelgroep waar de onderneming zich op richt wordt beschreven en de behoefte beschrijft waarin de nachtzaak voorziet, wordt gewaardeerd met 3 punten.
Aanvragers die nog niet beschikken over het Keurmerk Veilig Uitgaan, maar in plaats daarvan een uitgewerkt plan over veiligheid en gezondheid van bezoekers van de nachtzaak overleggen, worden gewaardeerd met 3 punten.
Ad 4. Vernieuwend en/of onderscheidend concept qua doelgroep en/of programmering
De aanvrager die zich met diens aanvraag onderscheidt door een vernieuwend concept of activiteiten-/festiviteitenprogramma te bieden en/of een andere doelgroep benadert of aantrekt ten opzichte van reeds gevestigde nachtzaken, wordt daarvoor gewaardeerd met 3 punten.
Ad 5. Toegankelijkheid van de inrichting
Deelname aan de maatschappij bevordert de gezondheid, zorgt voor sociale contacten en draagt bij aan het welzijn van mensen. Maastricht streeft naar een inclusieve samenleving in de breedste zin van het woord. Daarbij komt ook de toegankelijkheid van nachtzaken voor bezoekers in beeld met aandacht voor zo veel mogelijk -, bij voorkeur alle doelgroepen, Een aanvraag voor een nachtontheffing die dat doel dient, verdient een waardering met 3 punten.
Ad 6. Duurzaamheid/Circulaire economie
Een aanvrager, die een duurzaamheidsplan indient met aantoonbare maatregelen ten aanzien van de navolgende thema’s wordt gewaardeerd met 3 punten:
Dient de aanvrager in plaats van het duurzaamheidsplan een erkend keurmerk duurzaamheid bij de aanvraag om ontheffing in, dan volgt eveneens de waardering met 3 punten.
Ad 7. Imagoversterkend voor de stad
Als imagoversterkend voor de stad wordt aangemerkt dat de inrichting, waarvoor de nachtontheffing wordt aangevraagd, bijdraagt aan de verbinding van mensen, de levendigheid van de stad en Maastricht op de kaart zet doordat deze uniek of bijzonder is in zijn soort.
Het verdienmodel dat aan een nachtontheffing ten grondslag ligt, leidt tot een tijdsbepaling van 10 jaar. De huidige ontheffingen zijn verleend voor een periode van 5 jaar. Reden voor dit laatste is dat binnen een relatief kort tijdsbestek de inrichtingseisen, omgevingssituatie (geluid) en inrichting-houder volledig opnieuw gescreend kunnen worden. Door de termijn in de ontheffingen te verlengen van 5 naar 10 jaar, dit laatste gebaseerd op een redelijk verdienmodel, komt het principe van de screening op gezette tijden niet wezenlijk in het gedrang. Daarnaast zijn er voldoende mogelijkheden om tijdens de looptijd van de ontheffing controles te doen, toezicht te houden en waar nodig met maatregelen in te grijpen om ongewenste situaties te verbeteren of op te heffen. De gemeente streeft ernaar om binnen enkele jaren het keurmerk veilig uitgaan in Maastricht te introduceren. Reden om dit als een belangrijk kwaliteitscriterium op te nemen wanneer in de toekomst de hoeveelheid aanvragen het maximaal toegestane aantal nachtontheffingen dreigt te overschrijden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-13500.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.