Wijziging verordening rechtpositie raads- en commissieleden 2019

De Raad van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van het presidium van 13 maart 2025 (voorstel nr. 25bb001769);

 

gelet op de artikelen 82, 95 en 147 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.4 en 3.1.4a van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

 

overwegende dat:

  • -

    de belasting en het tijdsbeslag van het vaste voorzitterschap van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren;

  • -

    de werkgeverscommissie die het werkgeverschap van de raad uitoefent, zodanig belang, belasting en tijdsbeslag met zich meebrengt dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren en daarmee als een bijzondere commissie kan worden aangemerkt;

besluit:

 

aan de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 toe te voegen:

Artikel I:  

In artikel 1 Begripsbepalingen:

 

1. Aan het begrip

Commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.

Toe te voegen:

Hieronder wordt ook begrepen: een door de gemeenteraad aangewezen lid van een gemeenschappelijke adviescommissie van een gemeenschappelijke regeling, zoals bedoeld in artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen, niet zijnde een raadslid, voor zover de gemeenschappelijke regeling niet zelf in een vergoeding voorziet.

 

2. Aan het begrip

Vergadering: bijeenkomst van een commissie, waaronder niet valt die van het dagelijks bestuur van een commissie, de bijeenkomst van een subcommissie, van een sectie, of werkgroep of enige andere groep van een commissie en die plaatsvindt in het kader van de taakstelling van de commissie, met dien verstande dat bij meer dan één bijeenkomst van een commissie op dezelfde dag deze bijeenkomsten tezamen als één vergadering worden beschouwd, met uitzondering van commissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet waarvoor geldt dat meerdere bijeenkomsten verspreid over verschillende dagdelen op dezelfde dag als meerdere vergaderingen worden beschouwd.

toe te voegen:

Hieronder wordt ook begrepen een vergadering van een gemeenschappelijke adviescommissie van een gemeenschappelijke regeling, zoals bedoeld in artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel II:  

onder Artikel 3:

 

Artikel 3a: Toelage voorzitter raadscommissie

Een raadslid dat vaste voorzitter is van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per maand een toelage toegekend ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4 eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

 

Artikel 3b: Toelage leden Werkgeverscommissie

Een raadslid dat benoemd is als voorzitter of lid van de Werkgeverscommissie, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per maand een toelage toegekend ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4 eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel III  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 maart 2025.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Naar boven