Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 127919 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 127919 | beleidsregel |
Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2025 (RVO)
De Raad van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van het presidium van 13 maart 2025 (voorstel nr. 25bb001769)
gelet op artikel 16, 82 en 147 van de Gemeentewet;
het noodzakelijk is om een nieuw Reglement van Orde voor vergaderingen van de raad vast te stellen;
Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2025 (RVO)
HOOFDSTUK I BEGRIPSBEPALINGEN EN WERKWIJZE RAAD
In dit reglement wordt bedoeld met:
Fractie: elke groepering in de raad die bij aanvang van een nieuwe zittingsperiode van de raad is geregistreerd in overeenstemming met artikel G3 van de Kieswet of die is gevormd naar aanleiding van een mededeling van een lid van de raad in overeenstemming met het betreffende artikel in het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad;
Beeldvorming-Oordeelsvorming-Besluitvorming:
Op beeldvorming volgt (politieke) oordeelsvorming; in debat met het college en de andere fracties ontstaat het (politieke) oordeel dat de uiteindelijke stemming bij de besluitvorming zal bepalen. In de regel vindt deze oordeelsvorming plaats in het commissiedebat, al dan niet voortgezet in het debat in de raadsvergadering.
HOOFDSTUK II ONDERZOEK VAN GELOOFSBRIEVEN EN INSTALLATIE
Artikel 2 – Onderzoek rechtmatigheid verkiezingen en geloofsbrieven
De commissie verkiezingsaangelegenheden, zoals bedoeld in de verordening commissie verkiezingsaangelegenheden adviseert de gemeenteraad over de rechtmatigheid van het verloop van de verkiezingen zoals bedoeld in artikel V4 van de Kieswet en onderzoekt de geloofsbrieven van de benoemde leden van de gemeenteraad nadat de periodieke verkiezing voor de leden van de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
Artikel 3 – Onderzoek geloofsbrieven bij tussentijdse vacature en burgercommissieleden
De commissie geloofsbrieven onderzoekt de geloofsbrieven en de stukken die daarop betrekking hebben van tussentijds benoemde raadsleden, aangewezen burgercommissieleden en kandidaat-wethouders en adviseert vervolgens over de toelating dan wel benoeming. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt.
De commissie verkiezingsaangelegenheden voert onderzoek uit naar de rechtmatigheid en de geloofsbrieven op basis van de verkiezingsuitslag. Bij tussentijdse vacatures in de raad en bij te benoemen burgercommissieleden wordt het onderzoek van de geloofsbrieven door de commissie geloofsbrieven uitgevoerd.
De raad beslist direct of, indien de zaak uitstel vereist, op een nader te bepalen dag over de toelating.
HOOFDSTUK III BENOEMING WETHOUDERS
Artikel 5 – Onderzoek vereisten wethouderschap
Kandidaat-wethouders worden voorgedragen door één of meer raadsleden Na de voordracht kan er met de voordragers/fracties een debat plaatsvinden over de voorgenomen benoeming. Nadat één of meer personen kandidaat zijn gesteld voor benoeming tot wethouder, vindt een openbare vergadering plaats waarin de raad de kandida(a)t(en) kan bevragen over motivatie, kandidatuur en competenties.
Voorafgaand aan of naar aanleiding van de openbare vergadering kan de commissie van de geloofsbrieven besluiten om in een niet openbare vergadering een gesprek met de voorgedragen kandida(a)t(en) te voeren.
Artikel 5 heeft betrekking op de toetsing van de wettelijke vereisten die van toepassing zijn voor benoeming tot wethouder. Gelet op het bepaalde in artikel 40 van de Gemeentewet heeft de benoemde tien dagen de tijd om de raad te laten weten of de benoeming wordt aanvaardt. In de praktijk vinden benoeming en beëdiging in dezelfde vergadering plaats.
Als één van de vaste leden van de commissie geloofsbrieven is voorgedragen voor het wethouderschap, dan zal zijn plaats in de commissie worden ingenomen door één van de plaatsvervangend leden. Dit om te voorkomen dat de kandidaat-wethouder een oordeel zou moeten vellen over zijn eigen geloofsbrieven.
HOOFDSTUK IV ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 8 – Plaatsvervangend voorzitterschap
De raad kan een ander lid van de raad met de waarneming belasten als de plaatsvervangend voorzitters niet aanwezig zijn.
Het lid dat het langst zitting heeft gehad in de raad wordt als nestor voorgedragen omdat dit lid het beste de geldende mores van de raad kan uitdragen. Verder voert de nestor namens de raad het woord bij bijzondere gelegenheden, zoals bij het einde van de zittingsperiode.
Bij verhindering of niet-aanwezig zijn van de nestor wordt de nestor waargenomen door het lid dat het langst zitting heeft in de gemeenteraad. Indien leden evenveel jaren zitting hebben in de raad, gaat het oudste lid in jaren voor.
Lid van het presidium zijn de fractievoorzitters van de groeperingen die hebben deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezingen voor de leden van de raad en als zodanig zijn geregistreerd overeenkomstig artikel G3 van de Kieswet. Bij afwezigheid van een lid van het presidium wijst dit lid een vervanger aan, die lid van de raad is.
Voorstellen voor de conceptraadsagenda komen tot stand in overleg tussen de griffier en de commissiegriffiers waarbij de uitkomsten van de commissievergaderingen worden betrokken. Na afloop van het presidium worden openbare besluiten of mededelingen bekend gemaakt.
Indien er geen presidiumvergadering is gepland, vindt de voorlopige vaststelling van de raadsagenda plaats door digitale toezending aan de leden van het presidium van de concept-raadsagenda, waarbij de leden gedurende een bepaalde termijn in de gelegenheid worden gesteld hun opmerkingen kenbaar te maken.
Het voorbereiden van voorstellen tot benoemingen door de raad, zoals de griffier, de directeur van de rekenkamer en de ombudsman is belegd bij de werkgeverscommissie, die een advies uitbrengt aan het presidium.
De griffier legt, alvorens het ambt te aanvaarden dan wel in de eerste raadsvergadering na de aanvaarding, in handen van de voorzitter de volgende eed of verklaring en belofte af:
“Ik zweer (verklaar) dat ik om tot griffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof), dat ik alle plichten, die de Gemeentewet en door de raad vastgestelde of vast te stellen instructie aan het ambt van griffier hebben verbonden, eerlijk en vlijtig zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!” (“Dat verklaar en beloof ik!”).
Het is gewenst een bepaling op te nemen over het melden van wijzigingen die zich (kunnen) voordoen ná de fractievorming aan het begin van elke raadsperiode. Dit is onder meer gewenst met het oog op de voor de raadsfracties geldende faciliteiten.
Het derde lid van dit artikel onder a en b gaat in op de situatie dat een lid zich afsplitst van een fractie (sub a), of dat een lid wordt afgesplitst (sub b, men spreekt in een dergelijke situatie ook wel van ‘uit de fractie zetten’).
Een mededeling als bedoeld in het derde lid onder sub b is alleen geldig indien deze mededeling wordt ondertekend door alle overblijvende leden van de oorspronkelijke fractie, met dien verstande dat het aantal ondertekenaars in ieder geval meer dan de helft van de leden van de oorspronkelijke fractie vertegenwoordigt.
Voor fracties met twee leden is een afsplitsing op grond van artikel 3, derde lid, sub b daarom niet mogelijk. Het raadslid van een fractie die uit één persoon bestaat, dient schriftelijk te verklaren zelfstandig te gaan optreden.
Fracties die ontstaan door afsplitsing worden aangeduid met de aanduiding groep gevolgd door de naam of namen van de perso(o)n(en) die de groep vormt/vormen. Indien een door afsplitsing ontstane groep uit meerdere personen gaat bestaan, kan die groep aangeven dat uitsluitend de naam van één van haar leden wordt gevoerd. In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist de voorzitter van de raad over de naamgeving.
Op grond van de Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Rotterdam 2022 ontvangen fractievoorzitters een toeslag op de tegemoetkoming raadslidmaatschap. In verband hiermee moet onomstotelijk vast te staan wie binnen een fractie deze taak op zich heeft genomen. Indien geen datum wordt genoemd in de opgave aan de voorzitter, is de datum van ontvangst door de voorzitter bepalend.
HOOFDSTUK V HET HOUDEN VAN DE VERGADERINGEN
Artikel 14 – Dag en uur van de vergaderingen
Naast een raadsvergadering wordt er onderscheid gemaakt tussen een buitengewone en een bijzondere raadsvergadering:
Buitengewone raadsvergadering: bijeenkomsten van de gemeenteraad met een ceremonieel karakter. Dit is een ceremoniële vergadering waarin er geen ruimte is voor debatten. De volgende vergaderingen worden als een buitengewone raadsvergadering aangemerkt: de installatieraad van de burgemeester, de wethouders en/of de raad, de afscheidsraad van de burgemeester, de wethouders en/of de raad en de eerste raad van een nieuw jaar met de nieuwjaarsrede.
Artikel 15 – Geluid- en beeldregistraties, toehoorders en pers
De beeld- en geluidregistraties van openbare vergaderingen worden via internet openbaar gemaakt door middel van live-uitzendingen en video on-demand. Aanwezigen bij openbare vergaderingen kunnen hierop herkenbaar in beeld zijn.
Het is niet toegestaan beeld- en geluidsopnamen te maken vanaf de publieke tribune. Foto’s mogen uitsluitend tijdens schorsingen en zonder flits worden gemaakt. Het is niet toegestaan in te zoomen op de beeldschermen van raadsleden.
Vertegenwoordigers van de media mogen vanaf de perstribune beeld- en geluidsopnamen maken.
Artikel 16 – Oproep vergadering
In spoedeisende gevallen moet aanvullende informatie uiterlijk de tweede werkdag voorafgaande aan de vergadering om 15.00 uur worden aangeboden aan de raad door tussenkomst van de griffie. Indien daarna nog aanvullende informatie aan de raad wordt aangeboden met betrekking tot een onderwerp dat op de agenda staat, zal de voorzitter de raad bij de vaststelling van de agenda in overweging geven om de behandeling van het onderwerp uit te stellen tot een volgende vergadering. De raad besluit of het desbetreffende onderwerp wel of niet behandeld zal worden.
Dit artikel is een aanvulling op artikel 19 van de Gemeentewet. De oproep voor de vergadering, de agenda en de bijbehorende stukken zijn één week voorafgaand aan de raadsvergadering, digitaal te raadplegen in het raadsinformatiesysteem.
Bij een verzoek voor een spoedeisende vergadering wordt rekening gehouden met een minimale voorbereidingstijd om zich op een ordentelijke wijze voor te kunnen bereiden op de vergadering en om naar de vergaderlocatie te komen. De te hanteren minimale voorbereidingstijd is ter beoordeling aan de voorzitter.
Artikel 17 – Verhindering tot bijwoning vergadering
Een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen, meldt dit vóór aanvang van de vergadering aan de voorzitter.
In de praktijk wordt de mededeling van verhindering door tussenkomst van de griffie gedaan.
Met name wanneer de besluitvorming zonder hoofdelijke stemming plaatsvindt, is het van belang dat ondubbelzinnig vaststaat welke leden aan de besluitvorming hebben deelgenomen. Door een strikte toepassing van het tweede lid kunnen dergelijke problemen worden voorkomen.
Artikel 19 – Openbare vergadering, ontbreken quorum
Volgens artikel 20 lid 1 van de Gemeentewet wordt de vergadering van de raad niet geopend voordat op basis van de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
Artikel 20 – Vaststellen agenda
Nadat de vergadering is geopend en de mededelingen zijn gedaan, stelt de raad zijn agenda vast.
De agenda is opgebouwd uit de volgende onderdelen:
Onderwerpen waarover in de raadscommissies is aangegeven dat geen van de fracties hierover een debat of stemming wenselijk acht.
Motie vreemd aan de orde van de dag
Bij het behandelen van de agenda wordt de numerieke volgorde van de door het presidium vastgestelde concept-agenda gevolgd tenzij de raad anders bepaalt.
Indien een voorstel dat op de agenda staat wordt teruggenomen door het orgaan waarvan het afkomstig is, blijft het onderwerp op de agenda staan tenzij de raad besluit het onderwerp niet te behandelen.
Als één of meer raadsleden een voorstel tot wijziging indienen met betrekking tot de agenda, dan geeft de voorzitter de (eerste) indiener de gelegenheid het voorstel toe te lichten. Daarna volgt meteen stemming over het al dan niet honoreren van het verzoek. Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel van wijziging geacht niet te zijn overgenomen.
Artikel 23 – Ingekomen stukken
De ingekomen stukken worden dagelijks aangevuld per categorie en in het raadsinformatiesysteem openbaar gepubliceerd. Voorafgaand aan de raadsvergadering brengt de griffie dit samen tot één lijst.
Geheime informatie is voor de leden van de raad beschikbaar in de ‘digitale kluis’ en op aanvraag in de fysieke kluis. Van het inzien van de geheime informatie wordt een (elektronisch) register bijgehouden, zie het Beleidskader verstrekking openbare en geheime informatie aan de raad.
HOOFDSTUK VI BEVOEGDHEDEN EN INSTRUMENTEN VAN RAADSLEDEN
Artikel 24 – Bevoegdheden en raadsinstrumenten
Raadsleden hebben de volgende bevoegdheden en instrumenten tot hun beschikking:
De bevoegdheid tot het inzetten van ambtelijke bijstand wordt verder uitgewerkt in de verordening ambtelijke bijstand.
Artikel 25 – Inleidende bepalingen met betrekking tot de bevoegdheden en instrumenten van de raadsleden
De griffier brengt een in behandeling genomen verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden door plaatsing in het raadsinformatiesysteem. De griffier zendt tevens een afschrift van het verzoek aan het college. Indien een verzoek een negatief behandeladvies krijgt, dan stelt de griffier de verzoeker daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
Termijnen hiervoor zijn terug te vinden in het artikel van het desbetreffende instrument.
De griffier toetst bij de algemeen geldende criteria of:
Als verzoeken met toepassing van een verschillend instrument van de raad met betrekking tot een vrijwel zelfde onderwerp worden ontvangen, wordt het eerst ontvangen verzoek in behandeling genomen. De verzoeker van het eerst ontvangen verzoek kan dit desgewenst vervangen door een aangepast gezamenlijk verzoek.
Het feit dat al een ander instrument van de raad is ingezet, vormt geen belemmering indien nieuwe feiten of omstandigheden de inzet van een ander instrument rechtvaardigen.
Indien de reguliere termijn voor de beantwoording van schriftelijke vragen is verstreken, vormt het feit dat deze vragen gesteld zijn geen belemmering meer om een ander instrument van de raad over het onderwerp in te zetten.
De griffier adviseert de voorzitter over het al dan niet in behandeling nemen van een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Indien de griffier negatief adviseert, dan wordt dit advies met toelichting bij de agenda geplaatst.
Het houden van een interpellatie, ook wel bekend als verantwoordingsdebat, is één van de mogelijkheden van de raad om het college en de burgemeester te vragen verantwoording af te leggen over het gevoerde bestuur. Het recht van interpellatie heeft betrekking op onderwerpen van een meer bestuurlijk (politiek) gewicht. De interpellatie kan bijvoorbeeld uitmonden in een motie van wantrouwen waarin het vertrouwen in één of meer leden van het college wordt opgezegd of een motie van afkeuring of treurnis waarin de handelwijze van een of meer leden van het college wordt afgekeurd of betreurd.
Het uitgangspunt is dat de raad pas een besluit kan nemen als er voorafgaand zoveel mogelijk gelegenheid is geweest om aan beeld- en oordeelsvorming te doen. Reguliere debatten zonder commissiebespreking zijn daarom alleen aan de orde als er een (politiek) urgent onderwerp speelt dat geen uitstel duldt.
Als een raadscommissie in meerderheid van mening is dat de (politieke) oordeelsvorming in de commissie nog niet is afgerond, adviseert zij een regulier debat, zodat er tijdens de raadsvergadering nog ruimte is om de oordeelsvorming onderling en met het college voort te zetten. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij complexe onderwerpen, onderwerpen met grote politieke gevoeligheid, of wanneer tussen commissie- en raadsbehandeling nog aanvullende informatie door het college wordt toegestuurd. In deze gevallen zal er behoefte zijn om in de raadsvergadering de oordeelsvorming af te ronden alvorens tot besluitvorming over te gaan.
Indien een regulier debat is aangevraagd door één of meer leden, zonder voorafgaande commissiebehandeling, dan toetst de griffier de aanvraag aan de algemeen geldende criteria als bedoeld in artikel 25, lid 4.
Een tweeminutendebat kan op twee manieren ontstaan: Er wordt onderscheidt gemaakt tussen een tweeminutendebat naar aanleiding van een commissievergadering (artikel 20) en een tweeminutendebat waartoe een raadslid kan verzoeken naar aanleiding van de beraadslagingen in een commissie of de behandeling van een onderwerp in de actualiteitenraad.
Het tweeminutendebat is bedoeld om met het indienen van één of meerdere moties en/of amendementen een raadsuitspraak te vragen over een onderwerp dat is besproken in de commissie of een actualiteit bedoeld in artikel 30 van dit reglement. De indieners lichten kort toe wat hun argumenten zijn voor het indienen van één of meerdere moties en/of amendementen. Voor een tweeminutendebat is er één termijn, verwijzen naar artikel over termijnen, met een recht op nawoord voor de indiener, om een conclusie te trekken over ingediende motie(s).
Voor een tweeminutendebat geld een maximum van één termijn, zie artikel 39 lid 2.
Artikel 29 – Initiatiefnotities en initiatiefvoorstellen
Raadsleden kunnen zelf initiatieven indienen in de raad. Daarvoor kent twee vormen, een initiatiefnotitie en een initiatiefvoorstel.
De initiatiefnotitie is bedoeld om in de commissie een beeld te vormen of een bepaald initiatief realistisch is en op voldoende steun kan rekenen in de raad.
Een initiatiefnotitie kent geen vormvereisten. Voor de beeldvorming is het wel van belang om toe te lichten wat de initiatiefnemer wil bereiken. In vervolg op de bespreking in de commissie kan het initiatief verder uitgewerkt worden en desgewenst omgezet worden in een initiatiefvoorstel met ontwerpbesluit.
Bij een initiatiefvoorstel vraagt de initiatiefnemer de raad om een besluit te nemen over de voorstellen die zijn opgenomen in het initiatief. Daarom dient een initiatiefvoorstel aan de minimale eisen van kwaliteit te voldoen die ook voor de voorstellen van het college gelden. Een initiatiefvoorstel geeft in elk geval inzicht in de aanleiding, het doel en hoe men dat wil bereiken. Ook de relatie met eerder genomen besluiten, de relatie met relevante beleidsterreinen en de financiële consequenties dienen te worden toegelicht. Bij een initiatiefvoorstel zit een ontwerpbesluit waarin vermeld wordt waarover wordt besloten.
Op alle initiatiefnotities en initiatiefvoorstellen wordt het college in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen te formuleren, ter voorbereiding op bespreking in de commissie. Een initiatiefvoorstel wordt met een advies van de commissie en de collegereactie conform artikel 147a, vierde lid, van de Gemeentewet in de raad geagendeerd.
Indien het college niet binnen zes weken na het indienen van een initiatiefvoorstel of initiatiefnotitie zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of een inhoudelijk gemotiveerd voortgangsbericht is ontvangen, kan de indiener het initiatiefvoorstel of de initiatiefnotitie agenderen in de commissie.
Bij de behandeling van een initiatiefvoorstel in de raad wordt het woord als eerste gevoerd door de raad, waarna de indiener daarop kan reageren gevolgd door het college, dat een advies kan geven. Hierbij wordt geen spreektijd toegepast voor de indiener(s).
Artikel 32 – Schriftelijke vragen
Indien over een onderwerp al recent schriftelijke vragen zijn gesteld, worden alleen aanvullende vragen in behandeling genomen. Indien nodig wordt aan de indiener gevraagd de vragen daarop aan te passen. Deze worden aangeduid als aanvullende vragen van [naam indiener] op die van [indiener eerste vragen].
Zo spoedig mogelijk, maar binnen zes weken wordt de beantwoording van de vragen met toelichting aan de raad gestuurd. Kunnen de vragen binnen deze termijn niet worden beantwoord, dan informeert het college dan wel de burgemeester de raad schriftelijk over de oorzaak van de vertraging en volgt het antwoord zo spoedig mogelijk daarna. Zo nodig wordt de raad hier elke maand over geïnformeerd totdat de beantwoording is gegeven.
Het stellen van schriftelijke vragen is een politiek instrument. Het zijn vragen met een informatieve strekking die betrekking hebben op de bevoegdheden of uitspraken van het college.
De griffier toetst namens de voorzitter van de raad direct na indiening of de vragen betrekking hebben op de bevoegdheden van het college, of er al eerder nagenoeg gelijkluidende vragen zijn ingediend, of het onderwerp van de vragen recent is behandeld dan wel binnenkort wordt geagendeerd in de raad of één van de commissies en of er sprake is van passend woordgebruik.
Indien de reguliere termijn voor de beantwoording van schriftelijke vragen is verstreken, kan een ander instrument van de raad over het onderwerp worden ingezet als de actualiteit zich daarvoor leent. Zo nodig neemt de griffier of een door de griffier aan te wijzen ambtenaar daarover contact op met de vragensteller.
Zolang de beantwoording van het college nog niet is ontvangen, wisselt de betreffende commissie (door tussenkomst van de griffie) periodiek uit met de portefeuillehouder waarom de beantwoording nog niet is ontvangen en wanneer deze aan de raad wordt aangeboden.
De beantwoording van de vragen kan op verzoek van een lid van de raad worden geagendeerd voor de desbetreffende commissie. Het verzoek wordt gemotiveerd ingediend bij de voorzitter van de commissie met tussenkomst van de griffier.
In het zomerreces wordt rekening gehouden met afwezigheid van collegevergaderingen. In de eerstvolgende collegevergadering worden de schriftelijke vragen afgehandeld.
HOOFDSTUK VII DE WIJZE VAN BERAADSLAGEN
Artikel 36 – Voeren van het woord
De voorzitter geeft het woord in de volgorde waarin het is gevraagd. Echter, bij een verzoek om verlof voor het houden van een interpellatie, een verzoek om debat, een initiatiefvoorstel, een voorstel van orde, een motie, een amendement of een subamendement mag eerst de voorsteller of verzoeker het woord voeren om toelichting te geven.
Sprekers krijgen het woord in de volgorde van aanmelding met dien verstande dat de indiener als het eerste het woord krijgt. Tijdens de vergadering is het altijd nog mogelijk dat een raadslid zich als spreker kenbaar maakt.
Bij jaarlijks terugkerende onderwerpen zoals begroting en jaarrekening, is de volgorde bepaald naar oppositie en coalitie. Voor zover mogelijk krijgen zij telkens om en om het woord, in volgorde van de fractiegrootte van groot naar klein. De fractiegrootte wordt bepaald aan de hand van het aantal behaalde stemmen bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad.
Vertegenwoordigers van een wijkraad of indieners van een burgerinitiatief die het woord wensen te voeren, melden zich voorafgaand aan de vergadering aan bij de voorzitter door tussenkomst van de griffie. Zij krijgen maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter behoudt het recht om dit in te korten. Bij de behandeling van een actualiteit is voor deze vertegenwoordigers het niet mogelijk in te spreken. Gedachtenwisseling met de indiener van een burgerinitiatief of de vertegenwoordiger van een wijkraad vindt plaats in een commissie.
Artikel 38– Voorstellen van orde
In voorkomende gevallen waarin betwist wordt of een bijdrage van een raadslid beschouwd moet worden als een voorstel van orde, beslist de voorzitter of de spreektijdregeling al dan niet van toepassing is.
Artikel 39 – Termijnen beraadslaging
Een interruptie, het stellen van een feitelijke vraag over een in behandeling zijnde onderwerp, het spreken over een persoonlijk feit of over een voorstel van orde wordt niet meegerekend bij het bepalen van het aantal keren dat een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd.
Beraadslagingen worden in twee termijnen gehouden, waarbij de eerste termijn bedoeld is om de standpunten van zowel het college als de collega-raadsleden scherp te krijgen. De tweede termijn is bedoeld om op basis van de uitkomsten van de eerste termijn vervolgstappen te zetten. Bijvoorbeeld het indienen van een motie als naar het oordeel van de betrokken fractie het college onvoldoende tegemoet is gekomen aan de wensen van de fractie.
De termijn bij het tweeminutendebat is bedoeld om met het indienen van één of meerdere moties een raadsuitspraak te vragen over een onderwerp dat is besproken in de commissie of een actualiteit.
Voor een goed debat is het noodzakelijk dat een spreker in eerste termijn de kans krijgt om het standpunt duidelijk te maken. Daarom zal de spreker in de eerste minuut van de bijdrage niet worden geïnterrumpeerd.
Artikel 41 – Beledigende uitdrukkingen/ontnemen van het woord
Wanneer een spreker doorgaat met het uitspreken van beledigende of ongepaste uitdrukkingen, het verstoren van de orde of het afwijken van het onderwerp in beraadslaging, ontneemt de voorzitter de spreker het woord. In de vergadering waarin dit gebeurt, mag het raadslid van wie het woord is ontnomen, niet meer deelnemen aan de beraadslagingen over het onderwerp dat aan de orde is. Hiervan is beroep op de vergadering niet toegelaten.
Voor de toepassing van dit artikel is ook het bepaalde in artikel 26 van de Gemeentewet van belang. Aanstootgevende (fysieke) uitingen, al dan niet partijpolitieke boodschappen zijn ter beoordeling van de voorzitter.
Wanneer de voorzitter besluit om bepaalde passages uit de notulen te verwijderen heeft dit ook betrekking op de eerder gemaakte beeld- en geluidsregistratie(s) (videotulen) en/of andere schriftelijke verslagen.
Na een schorsing krijgt de verzoeker bij hervatting van de beraadslagingen als eerste het woord.
Het presidium heeft de uitgangspunten voor de spreektijd vastgesteld.
De voorzitter maakt bij publicatie van de ontwerp raadsagenda het spreektijdadvies bekend. De raad bepaalt bij de vaststelling van de agenda de spreektijd voor de betreffende vergadering. De voorzitter betrekt daarbij ook de verzoeken van raadsleden die aan de agenda zijn toegevoegd.
Als tijdens de vergadering blijkt dat fracties meer spreektijd willen, kan hier door middel van een ordevoorstel om worden gevraagd. De raad beslist dan of met het verzoek om meer spreektijd wordt ingestemd.
Om te voorkomen dat interrupties niet beantwoord kunnen worden door gebrek aan spreektijd, geldt dat de eerste 30 seconden van de beantwoording buiten spreektijd mag plaatsvinden.
De indiener van een motie kan deze wijzigen of intrekken voordat de besluitvorming is begonnen. Het wijzigingsvoorstel wordt door de indiener schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat vanwege het eenvoudige karakter van de voorgestelde wijziging met een mondeling wijzigingsvoorstel kan worden volstaan.
Moties worden getypt op niet-geïllustreerd en niet-gedessineerd papier. Het gebruik van de door de partij vastgestelde logo’s is wel toegestaan.
Moties worden ondertekend met de naam van de ondertekenaar(s), namelijk lid/leden van de raad. Als er meer dan twee ondertekenaars de motie hebben ondertekend, wordt de motie aangeduid met de naam van de eerste ondertekenaar, gevolgd door de toevoeging e.a. (en anderen).
De ondertekenaar(s) van de motie moet(en) duidelijk herkenbaar zijn; daarom moet een ondertekenaar de naam duidelijk leesbaar bij de handtekening vermelden.
De indiener van een motie geeft bij het indienen van een motie duiding aan de inhoud van de motie. De voorzitter meldt het onderwerp van de motie en stelt vast of de motie voldoende is ondertekend en onderdeel vormt van de beraadslagingen. Ook ziet de voorzitter erop toe dat sprake is van algemeen gangbaar taalgebruik en voldoet aan algemeen geldende normen van fatsoen.
Bij indiening van een gewijzigde motie waaruit een structurele wijziging van de motie blijkt, kunnen de beraadslagingen heropend worden.
Indien een indienende fractie geen spreektijd meer heeft, kan de voorzitter besluiten om toe te staan dat de indiener het dictum van de motie voorleest.
Tijdens de beraadslagingen geeft het college aan of een motie wordt omarmd, ontraden of laat dit oordeel aan de raad.
Een medeondertekenaar kan naar aanleiding van het debat steun aan een motie intrekken. Hiervan wordt zowel aantekening gemaakt in de notulen als op het origineel van de motie.
Een verzoek tot het indienen van een motie vreemd aan de orde van de dag, dat te laat wordt ingediend, schuift door naar de volgende raadsvergadering.
Artikel 45 – Afdoening moties en monitoring aanbevelingen Rekenkamer, Ombudsman en onderzoekscommissies
Het college, of het presidium rapporteren schriftelijk aan de raad over de afdoening van moties en aanbevelingen. De commissies monitoren de voortgang van de uitvoering van moties en aanbevelingen en de afdoening daarvan. Het advies van de commissie(s) over de afdoening wordt via de lijst van ingekomen stukken afgehandeld. In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld als er geen politiek bestuurlijke overeenstemming bestaat over de (wijze van) afdoening, vindt een plenaire raadsbehandeling plaats.
Artikel 46 – Procedure behandeling voorjaarsnota, begroting, bestuursrapportages en jaarrekening
De voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de voorjaarsnota, de begroting, de bestuursrapportages en de jaarrekening volgens een procedure die het presidium vaststelt.
De Voorjaarsnota dan wel kaderbrief wordt voor het zomerreces behandeld.
De begroting wordt vóór 15 november voorafgaand aan het komende begrotingsjaar toegezonden aan gedeputeerde staten. De jaarrekening wordt vóór 15 juli na afloop van het rekeningjaar toegezonden aan gedeputeerde staten.
Het college geeft binnen twee maanden na afloop van een kalenderjaar inzicht in de voorlopige resultaten van dat kalenderjaar.
Artikel 47 – Indiening en toelichting amendementen
Amendementen worden getypt op niet-geïllustreerd en niet-gedessineerd papier. Het gebruik van het door de partij vastgestelde logo is wel toegestaan.
De ondertekenaar(s) van een amendement moet(en) duidelijk herkenbaar zijn; daarom dient een ondertekenaar de naam duidelijk leesbaar bij de handtekening te vermelden.
Bij het indiening van gewijzigd amendement waaruit een structurele wijziging van het amendement blijkt, dienen de beraadslagingen heropend te worden.
Wanneer bij besluitvorming over een amendement de stemmen staken, wordt de besluitvorming over het voorstel ook uitgesteld tot de volgende vergadering waarin de herstemming plaatsvindt.
Artikel 49 –Sluiting beraadslaging
Indien de beraadslaging met instemming van de raad, tijdens of voorafgaand aan de stemmingen wordt heropend, wordt één termijn gehouden. Als de heropening van de beraadslaging plaatsvindt nadat een amendement is verworpen en één of meer leden aangeven een ander amendement te willen indienen, kan de vergadering besluiten van het bepaalde in de eerste volzin van dit lid af te wijken.
Het tweede lid is opgenomen vanwege uit de wet voortvloeiende fatale beslistermijnen.
Dit kan zich voordoen bij een besluit over een bindend advies op een aanvraag voor een Buitenplanse omgevingsactiviteit binnen de Omgevingswet.
HOOFDSTUK VIII PROCEDURES BIJ STEMMINGEN
Stemming vindt plaats in zogenoemde ‘stemvensters’ waarvan het tijdstip bij het vaststellen van de agenda wordt bepaald (doorgaans aan het einde van de vergadering). In een stemvenster vindt besluitvorming plaats over alle voor besluitvorming voorliggende onderwerpen waarover op dat moment de beraadslaging gesloten is.
In bijzondere gevallen kan de raad besluiten om eerder tot stemming over te gaan. Dit is onder meer het geval bij de besluitvorming over een motie van wantrouwen of afkeuring.
Indien vanwege technische redenen niet op elektronische wijze gestemd kan worden, vindt stemming plaats door middel van handopsteken, zodat duidelijk wordt welke leden voor en welke leden tegen hebben gestemd.
Leden die aanwezig zijn in de raadzaal nemen deel aan de besluitvorming. Een uitzondering geldt voor de leden die op één of meer onderdelen kenbaar maken vanwege persoonlijk belang of om andere redenen niet aan de stemming deel te nemen conform artikel 28 van de Gemeentewet. Een lid dat zich om andere redenen van stemming onthoudt, verlaat de raadzaal.
Stemmingen over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen vinden schriftelijk plaats.
Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van de stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot de stemming gesloten is. Bemerkt het raadslid de vergissing pas later, dan kan deze, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van de vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
Artikel 52 – Volgorde waarin voorstellen in stemming komen
Besluitvorming over amendementen vindt eerst plaats, voordat over moties wordt gestemd, tenzij de raad anders beslist.
Indien er naar het oordeel van de voorzitter na stemming over amendementen onduidelijkheid is over de consistentie van het geamendeerde voorstel, wordt niet eerder over het voorstel gestemd, dan nadat duidelijk is geworden wat de gevolgen zijn van het vaststellen van het voorliggende ontwerpbesluit.
Artikel 54 – Hoofdelijke stemming bij mondelinge oproeping
De loting wordt verricht door de voorzitter. De namen worden voorgelezen door de griffer.
Artikel 56 – Stemming over personen
De aanwezige leden ontvangen een stembriefje met de namen van de aanbevolen of voorgedragen persoon of personen. Bij een aanbeveling hebben raadsleden de mogelijkheid op een persoon te stemmen die niet op het stembriefje staat. In dat geval vermelden zij de naam van die persoon op het stembriefje. Bij een voordracht bestaat die mogelijkheid niet, de leden hebben dan de mogelijkheid om tegen een voorgedragen persoon te stemmen.
Indien om stemming wordt gevraagd over benoeming van personen, het opstellen van een voordracht of aanbeveling, dient schriftelijk geheim te worden gestemd.
Om het geheime karakter van een stemming te waarborgen kan het verzoek tot geheime stemming vooraf bij de griffier worden ingediend.
Bij een stemming over personen is het belangrijk om te weten of sprake is van een aanbeveling of een voordracht.
Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft geen andere keuze dan de keuze tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Dit houdt concreet in dat wanneer een stembriefje een naam bevat van een niet op de voordracht geplaatst persoon, het stembriefje ongeldig is (artikel 56, zesde lid, sub d van dit reglement).
Een aanbeveling is een voorstel waarbij de raad mag afwijken. In dat geval kan de raad iemand benoemen buiten de aanbeveling.
Bij het vaststellen van de uitslag van een schriftelijke stemming wordt met blanco of anderszins ongeldige stembriefjes geen rekening gehouden (artikel 30 van de Gemeentewet).
De stembriefjes worden vóór per stemming uitgedeeld door de bodes en stemmen door de bodes opgehaald.
Artikel 57 – Herstemming over personen
Wanneer ook bij deze tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een derde stemming plaats over de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben verkregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
HOOFDSTUK IX BESLOTEN VERGADERINGEN
Artikel 59 – Besloten vergadering
Zie ook de artikelen 23 en 24 van de Gemeentewet.
De raad moet uitdrukkelijk besluiten om ‘met gesloten deuren te vergaderen’. Het vooraf uitschrijven van een besloten vergadering is daarom niet mogelijk.
De aanwezigheid van anderen dan de leden van de raad, de leden van het college en de griffier, moet zoveel mogelijk te worden beperkt.
In elk geval zijn ook medewerkers aanwezig die gerekend worden tot de directe vergaderondersteuning, zoals de plaatsvervangend griffier, de griffiemedewerker belast met de bediening van de vergaderfaciliteiten, een bode en de medewerker belast met het de bediening van de audiovisuele voorzieningen.
De raad kan op voorstel van de voorzitter toestaan dat zowel van de zijde van de raad als van de zijde van het college één of meer direct betrokken adviseurs aanwezig zijn. Voorts kan worden toegestaan dat burgercommissieleden van een commissie die het onderwerp regardeert aanwezig zijn.
Artikel 61 – Opheffing geheimhouding
Indien de raad op grond van artikel 89 van de Gemeentewet het voornemen heeft om de verplichting tot geheimhouding op te heffen, wordt het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd in de gelegenheid gesteld hierop te reageren.
Om te waarborgen dat het aanbieden van geheime overheidsinformatie of informatie onder embargo zorgvuldig plaatsvindt, hebben de burgemeester, het college en de raad het beleidskader ‘Verstrekking openbare en geheime informatie aan de raad 2023’ opgesteld.
Uitgangspunt van het beleidskader is dat zo min mogelijk stukken het predicaat ‘geheim’ krijgen, hooguit onderdelen in de stukken. Informatie dient zo veel als mogelijk openbaar te zijn.
Stukken waarin geheime informatie is opgenomen kunnen door raadsleden via de ‘digitale kluis’ worden ingezien, of in voorkomende gevallen via de fysieke kluis op de griffie. In beide gevallen wordt geregistreerd dat het betreffende lid de stukken heeft ingezien.
De raad kan ‘onder embargo’ worden geïnformeerd over kwesties die op dat moment als vertrouwelijk worden beschouwd. De categorie ‘embargo’ betreft een tijdelijke situatie. Bij een embargo wordt aangegeven tot wanneer dit geldt. Burgercommissieleden van raadscommissies en medewerkers van fracties mogen kennisnemen van informatie onder embargo. Embargo-stukken worden via het besloten gedeelte van het raadsinformatiesysteem ter beschikking gesteld.
De raad heeft de mogelijkheid om een lid van de raad of van een door de raad ingestelde commissie die de geheimhouding schendt voor de duur van maximaal drie maanden uit te sluiten van het ontvangen van geheime informatie.
Artikel 62 – Behandeling notulen besloten vergadering
De notulen worden op basis van het beschikbaar stellen van een audiobestand uitgewerkt door een notulist die vooraf een geheimhoudingsverklaring heeft overlegd.
De notulen liggen voor de leden van de raad en het college ter inzage in de digitale kluis.
De vaststelling van deze notulen gebeurt niet eerder dan nadat de leden van de raad de gelegenheid hebben gekregen kennis te nemen van de inhoud.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-127919.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.