Besluit van burgemeester en wethouders tot wijziging van de Nadere regel standplaatsen Ede

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;

gelet op artikel 5:18 van de APV Ede 2024;

besluit:

Artikel I

In artikel 2 wordt na het tweede lid een nieuw lid toegevoegd, luidende:

3. Burgemeester en wethouders wijzen alleen nieuwe standplaatslocaties aan op grond die in eigendom toebehoort aan de gemeente Ede. Zij kunnen hiervan afwijken als sprake is van bijzondere omstandigheden.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op de achtste dag na die van bekendmaking.

 

Vastgesteld in de vergadering van 18 maart 2025, zaaknummer 464646

Het college voornoemd,

drs. R.F. Groen MPA

de secretaris,

mr. L.J. Verhulst

de burgemeester.

Toelichting

In 2020 hebben burgemeester en wethouders verdeelbeleid vastgesteld voor standplaatsvergunningen. Het uitgangspunt van dit verdeelbeleid is het bieden van gelijke kansen aan bestaande vergunninghouders en nieuwe toetreders. Hiermee geeft het gemeentebestuur invulling aan haar wettelijke verplichtingen op grond van de Dienstenrichtlijn en Dienstenwet.

Bij standplaatsenlocaties op particuliere grond geldt als aanvullende eis dat de grondeigenaar toestemming moet verlenen voor het gebruik. Hierdoor is sprake van een mindere mate van gelijke kansen ten opzichte van standplaatslocaties die in eigendom toebehoren aan de gemeente Ede. Daarom wijst het gemeentebestuur alleen nog nieuwe standplaatslocaties aan op grond die in eigendom toebehoort aan de gemeente Ede. In bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken - bijvoorbeeld als er in een wijk of dorp helemaal geen geschikte grond is die in eigendom toebehoort aan de gemeente Ede.

Dit besluit heeft geen gevolgen voor bestaande standplaatslocaties. Hierbij weegt het gemeentebestuur mee dat bestaande standplaatshouders onevenredig zouden worden benadeeld als alle standplaatsen op particuliere grond zouden moeten verdwijnen.

Naar boven