Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 116402 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 116402 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling ondersteuning sportverenigingen 2025
Een sterke sportinfrastructuur is belangrijk om inwoners in Den Haag te verleiden in beweging te komen en te blijven. Daarom investeert de gemeente Den Haag in een stevige sportinfrastructuur. Met deze subsidieregeling ondersteunt de gemeente enerzijds sportverenigingen om de organisatiekracht te versterken en daardoor meer toekomstbestendig te maken. Anderzijds ondersteunt de gemeente sportverenigingen met een gecertificeerd opleidings- en topsportprogramma’s om prestaties op het hoogste niveau te bevorderen en talentvolle jeugd door te laten groeien binnen de sport.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag,
gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,
besluit vast te stellen de Subsidieregeling ondersteuning sportverenigingen Den Haag 2025:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 2:2 en 3:2 bedoelde activiteiten.
Artikel 1:3 Achterliggende maatschappelijke doel
Het achterliggende maatschappelijk doel van deze subsidieregeling is om te voorzien in een sterke Haagse sportinfrastructuur waardoor zoveel mogelijk Haagse inwoners in beweging komen en blijven.
De subsidies op grond van hoofdstuk 2 en 3 worden niet geïndexeerd.
Hoofdstuk 2 V ersterken van de organisatiekracht van Haagse s portverenigingen
Artikel 2:1 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidieregeling is het versterken van de organisatiekracht van Haagse sportverenigingen zodat zij meer toekomstbestendig worden.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de inzet van een verenigingsmanager met hbo werk- en denkniveau gericht op het ondersteunen en begeleiden van het vrijwilligerskader van Haagse sportverenigingen ten behoeve van het uitvoeren van plannen die de organisatiekracht van de vereniging versterken zoals versterking vrijwillig kader, positieve sportcultuur en open club.
Subsidie voor de activiteiten opgenomen in artikel 2:2 wordt uitsluitend verstrekt aan Haagse sportverenigingen die onvoldoende tot matig scoren op organisatiekracht, zoals blijkt uit het Vitaliteitsonderzoek.
Artikel 2:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie in aanmerking komen:
a. de loonkosten van de verenigingsmanager tot een bedrag van maximaal € 100,- per uur;
b. de uitvoeringskosten voor ondersteuning en begeleiding van het vrijwilligerskader als bedoeld in artikel 2:2, met een maximum van 20% van de kosten van de subsidiabele activiteiten.
Artikel 2:5 Hoogte van de subsidie
Een subsidie voor activiteiten bedoeld in artikel 2:2, bedraagt per aanvrager, per kalenderjaar, maximaal:
Voor subsidieverlening op grond van artikel 2:2 geldt voor de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027 een subsidieplafond van € 900.000,- voor het gehele subsidietijdvak.
Artikel 2:7 Wijze van verdeling van subsidie
Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen op grond van artikel 2:2 hoger is dan het vastgesteld subsidieplafond, verleent het college de subsidie in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Een aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat aanvangt op 22 april 2025 en eindigt op 31 december 2027.
Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager voor activiteiten als bedoeld in artikel 2:2 de volgende gegevens over:
a. een projectplan met daarin opgenomen:
1° een analyse van de thema’s uit het Vitaliteitsonderzoek waar de inzet van de verenigingsmanager zich op zal richten;
2° de verbeteraanpak die door de verenigingsmanager zal worden ingezet met daaraan verbonden de beoogde resultaten;
3° een beschrijving van de wijze waarop gebruik gemaakt wordt van andere door de gemeente aangeboden instrumenten ter versterking van de organisatiekracht van de sportvereniging;
4° beschrijving hoe de resultaten van de verbeteraanpak worden geborgd binnen de vereniging na afloop van de activiteit;
b. een begroting met daarin het onderscheid tussen loonkosten en overige uitvoeringskosten;
c. de behaalde score in het vitaliteitsonderzoek op het onderdeel organisatiekracht;
d. informatie waaruit blijkt dat de in te zetten verenigingsmanager aantoonbaar kennis heeft van sportverenigingen, beschikt over hbo werk- en denkniveau, beschikt over een VOG en de vereniging aantoonbaar de intentie heeft de professional in te huren of in dienst te nemen.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk ingediend uiterlijk 9 maart 2025.
In afwijking van artikel 10, eerste lid, van de ASV beslist het college uiterlijk op 21 april 2025.
Hoofdstuk 3 V ersterken van gecertificeerde Haagse topsport- en opleidingsprogramma’s
Artikel 3:1 Doel van de subsidie
Het doel van deze subsidieregeling is het versterken van de ontwikkeling van gecertificeerde Haagse topsport- en opleidingsprogramma’s bij Haagse sportverenigingen om prestaties op het hoogste niveau te bevorderen en talentvolle jeugd door te laten groeien binnen de sport.
Subsidie voor de activiteiten opgenomen in artikel 3:2 wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk, die goed scoren op organisatiekracht in het vitaliteitsonderzoek en uitvoering geven aan gecertificeerde Haagse topsport- en opleidingsprogramma’s.
Artikel 3:4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Niet voor subsidie in aanmerking komen:
a. de kosten voor een technisch manager jeugd als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid, onder b, wanneer ook subsidie wordt verleend voor de technisch manager jeugd als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid, onder a.
c. de kosten voor vrijwilligersvergoedingen- en waarderingen;
d. de BTW over de gesubsidieerde kosten;
e. de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd.
Artikel 3:5 Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie voor alle activiteiten bedoeld in artikel 3:2, eerste lid, onder a en onder b, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000,- voor de periode 1 augustus 2025 tot en met 30 juli 2027, per aanvrager waarbij voor:
a. gecertificeerde Haagse topsportprogramma’s maximaal € 20.000,- kan worden aangevraagd voor de inzet van een hoofdcoach en maximaal € 20.000,- voor de inzet van een technisch manager; en
b. gecertificeerde Haagse opleidingsprogramma’s maximaal € 10.000,- voor de inzet van een talentcoach en € 10.000,- voor de inzet van een technisch manager jeugd.
Voor subsidieverlening op grond van artikel 3:2 geldt voor de periode 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2027 een subsidieplafond van € 600.000,- verdeeld over de volgende subsidieplafonds:
Artikel 3:7 Wijze van verdeling van subsidie
Een aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat aanvangt op 1 augustus 2025 en eindigt op 31 juli 2027.
Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:2 de volgende gegevens over:
a. een projectplan met daarin opgenomen:
1° een analyse van de verbeterpunten uit de audit;
2° een aanpak van de verbeterpunten en de beoogde resultaten;
3° een beschrijving van de wijze waarop gebruik gemaakt wordt van andere door de gemeente aangeboden instrumenten ter versterking van de topsport- en opleidingsprogramma’s;
4° een beschrijving van hoe de resultaten van de verbeteraanpak worden geborgd binnen de vereniging na afloop van de activiteit;
b. het auditrapport waaruit blijkt dat het topsportprogramma en het opleidingsprogramma zijn gecertificeerd;
c. een toelichting van de aanvrager waaruit blijkt dat de Haagse sportvereniging voldoet aan de criteria van een positieve sportcultuur;
d. informatie waaruit blijkt dat de in te zetten professional aantoonbaar kennis heeft over topsport- en talentontwikkeling, beschikt over hbo werk- en denkniveau, beschikt over een VOG en de Haagse sportverenigingen of daaraan verbonden rechtspersonen aantoonbaar de intentie heeft de professional in te huren of in dienst te nemen.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk ingediend vanaf 1 april 2025 tot en met 30 mei 2025.
In afwijking van artikel 10, eerste lid, van de ASV beslist het college uiterlijk op 31 juli 2025.
Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Awb en artikel 11, eerste, tweede en derde lid, van de ASV kan het college subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2:2 en 3:2 weigeren:
a. wanneer de aanvrager naar het oordeel van het college niet of onvoldoende in staat is om de activiteiten naar behoren uit te voeren;
b. indien de activiteit naar het oordeel van het college voldoende wordt uitgevoerd;
c. indien de aangevraagde activiteit reeds gefinancierd is, of zou kunnen worden gefinancierd, al dan niet op basis van een andere subsidieregeling, door de gemeente of door derden.
Onverminderd het eerste lid weigert het college subsidie voor activiteiten bedoeld in artikel 2:2 en 3:2 wanneer:
a. de organisatie gebruik maakt of kan maken van andere door het college aangeboden instrumenten ter verbetering van de organisatiekracht;
b. naar het oordeel van het college de in te huren professional onvoldoende kundig is om een bijdrage te leveren aan het versterken van het vrijwilligerskader.
Hoofdstuk 5 Verplichtingen en betaling
Onverminderd de artikelen 12 en 14 van de ASV 2020, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
a. voor subsidies op grond van hoofdstuk 2 is de subsidieaanvrager verplicht om uiterlijk 1 september 2025 te voldoen aan de criteria positieve sportcultuur; en
b. voor subsidies op grond van hoofdstuk 3 is de subsidieaanvrager verplicht om een review uit te laten voeren op het topsport- en opleidingsprogramma dat wordt doorontwikkeld.
Het college bepaalt in de verleningsbeschikking of de subsidie wordt verdeeld over verschillende kostensoorten. In dat geval mag de subsidieontvanger subsidie uitsluitend overhevelen van de kostensoort uitvoeringskosten naar de kostensoort loonkosten.
Hoofdstuk 6 Tussentijdse verantwoording
Artikel 6:1 Indieningstermijn tussentijdse verantwoording
Gedurende de looptijd van het subsidietijdvak wordt jaarlijks tussentijds verantwoording afgelegd, waarbij geldt dat voor subsidie verleend op grond van:
a. artikel 2:2 tussentijds verantwoording wordt afgelegd op:
1° 31 januari 2026 over het kalenderjaar 2025;
2° 31 januari 2027 over het kalenderjaar 2026;
3° 30 april 2028 over het kalenderjaar 2027, waarbij de verantwoording over kalenderjaar 2027 met de eindverantwoording wordt ingediend;
b. artikel 3:2 tussentijds verantwoording wordt afgelegd op:
1° 1 oktober 2026 over de periode 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2026;
2° 1 oktober 2027 over de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2027.
Artikel 6:2 Wijze van tussentijdse verantwoording
Bij de tussentijdse jaarlijkse verantwoording worden de volgende stukken ingediend:
a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV;
b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV;
c. een verklaring dat de verantwoording juist en volledig is. Hiervoor wordt een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door burgemeester en wethouders vastgestelde model; en
d. de facturen van de aangestelde of ingehuurde professional voor de activiteiten op grond van artikel 2:2 en 3:2.
Hoofdstuk 7 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf
Artikel 7:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling
In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 2:2 en 3:2 uiterlijk op 30 april 2028 in.
Artikel 7:2 Wijze van verantwoorden
De aanvraag tot vaststelling bevat:
a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk eindverslag over het gehele subsidietijdvak conform artikel 17, vierde lid, van de ASV;
b. een voor openbaarmaking geschikt financieel eindverslag over het gehele subsidietijdvak conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV;
c. een verklaring dat de eindverantwoording juist en volledig is. Hiervoor wordt een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door burgemeester en wethouders vastgestelde model;
d. een toelichting op eventuele discrepanties tussen de tussentijdse verantwoordingsstukken en de eindverslagen en eindverantwoording; en
e. de facturen van de ingehuurde professional voor de activiteiten op grond van artikel 2:2 en 3:2.
Hoofdstuk 8 Overige bepalingen
Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk 1 juli 2028.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt 31 december 2028.
De bepalingen van de Subsidieregeling ondersteuning sportverenigingen Den Haag 2025 blijven van kracht voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ondersteuning sportverenigingen Den Haag 2025.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-116402.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.