Gemeenteblad van Deventer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2025, 102607 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2025, 102607 | beleidsregel |
Beleidsregel Beeldkwaliteitsplan Lettele Oost
Het beeldkwaliteitsplan is een belangrijk sturingsinstrument om de ruimtelijke kwaliteit, samenhang en herkenbaarheid van een nieuwe gebiedsontwikkeling te borgen, zowel op hoofdlijnen als op detailniveau. Dit beeldkwaliteitsplan beschrijft een aantal richtlijnen en ontwerpprincipes voor de beeldkwaliteit van de bebouwing en openbare ruimte binnen het stedenbouwkundig plan voor Lettele Oost bij de ontwikkeling van Lettele Oost. Het doel van een beeldkwaliteitsplan is meerledig:
Relatie met andere beleidsdocumenten
Het beeldkwaliteitsplan maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing van het Omgevingsplan. De kaders en richtlijnen uit het beeldkwaliteitsplan worden gekoppeld aan regels in het Omgevingsplan. Samen met het Omgevingsplan vormt het de publiekrechtelijke basis voor de architectonische stedenbouwkundige en landschappelijke uitwerking.
Het beeldkwaliteitsplan dient als toetsingskader voor de welstandsbeoordeling gedurende de ontwikkeling van de wijk en speelt daarom gedurende die tijd de rol van een hoofdstuk met gebiedscriteria uit de welstandsnota. De overige hoofdstukken uit de welstandsnota zijn dan ook onverkort van toepassing. Na oplevering van een gebouw zal toetsing van wijzigingen aan de bebouwing plaatsvinden op basis van het welstandsgebied Thematische bebouwing. Dit deelgebied zal dus op den duur het BKP vervangen. Het BKP is daarom uiteindelijk geheel vervallen als het laatste gebouw is gerealiseerd. Daarnaast zijn de concrete stedenbouwkundige normen uit het beeldkwaliteitsplan voorgeschreven in het TAM-omgevingsplan voor Lettele Oost en is het beeldkwaliteitsplan met de uitgangspunten en principes daarin als bijlage opgenomen.
Stedenbouwkundig plan en Ontwikkelperspectief
Het beeldkwaliteitsplan is gebaseerd op de analyse en uitgangspunten uit het stedenbouwkundig plan en het Ontwikkelperspectief. Hierin staat een uitgebreidere omschrijving van de karakteristieken van de locatie en omgeving, de stedenbouwkundige analyse, visie en uitgangspunten, gewenste identiteit, sfeer en kwaliteit van de nieuwe wijk
Oogmerken stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan
Het ontwerp van het stedenbouwkundig plan voor Lettele Oost is gebaseerd op dorpse ontwerpprincipes, zowel in de uitstraling van de woningen als in de woonomgeving. De stedenbouwkundige- en beeldkwaliteit van Lettele-Oost bestaat uit:
De woonstraat heeft een landelijke en ontspannen dorpse, groene sfeer. De weg is niet recht, maar heeft een licht slingerend verloop. In het noordelijke deel maakt de weg een lus om de weide.
Parkeren voor bewoners gebeurt zoveel mogelijk uit het zicht. Voor bezoekers zijn er in het straatbeeld langsparkeervakken.
Bewoners van de PO kavels parkeren op eigen erf naast de woningen zodat het straatbeeld zo groen mogelijk blijft.
Overige bewoners parkeren in parkeerkoffers
De wijk kent 1 speelplek aan de noordzijde op de rand van het verlaagd liggende middengebied.
De wijk kent in het midden van het plangebied een plek waar met natuurlijke materialen oudere kinderen worden uitgedaagd om de natuur te ontdekken
Aan de oostzijde van de watergang ligt een infiltratiezone
In het midden van het noordelijke veld ligt een groenblauwe kom. De kom wordt gevormd doordat de omliggende kavels en weg opgehoogd worden
Een open, brede groenstrook met boomgroepen en water kenmerkt de overgang tussen de zuidelijke en noordelijke woonvelden
Vrije kavels In het zuidelijk deel van het plangebied zijn de vrije kavels vanwege het smalle profiel breder dan dat ze diep zijn. Omdat het huis niet de volle breedte van het kavel vult, toont de zijtuin zich als onderbreking van de huizenwand. Het voordeel van een ruime zijtuin is dat er ruimte genoeg is voor het parkeren van de auto, het bouwen van een schuur of het planten van een boom.
Het dorpse huis ligt direct aan de straat en tussen de woning en de weg ligt een voorerf of de wegzoom. Er is hier geen duidelijke afbakening van hekken of hagen, evenmin als een diepe voortuin. De woningen verschijnen als één laag met een kap, die in type of oriëntatie kan verschillen.
In het middendeel staan de vrijstaande woningen met afwisselende kapvorm aan een verbrede straat met een solitaire boom. Samen geven ze vorm en richting aan de tussenliggende ruimte. Ook hier geen dichte linies van huizen op te smalle kavels, maar kavels die breed genoeg zijn (+20m) voor een moes- of siertuin naast het huis. Het weg laten van een (formele) voortuin, komt direct ten goede aan ruimte voor een diepere achtertuin. Tuinen grenzen aan het landschap: de slootkant en de houtwal. Woningen zijn uitbreidbaar met een erker, serre of dwarskap. Ze zijn niet af. Op het erf is ruimte voor een ruime schuur, als tweede plek op het erf.
Om een zachte overgang te creëren naar het buitengebied, dient de architectuur ingetogen te zijn. Dit uit zich in maat en schaal, vormgeving, kleur- en materiaalgebruik en positionering van de woningen. Er is samenhang en eenheid binnen de gestelde kleuren en materialen voor gevels en daken, zonder dat alle gebouwen hetzelfde hoeven te zijn. Woningen worden uitsluitend gebouwd binnen het aangegeven bouwvlak, hebben een alzijdige uitstraling met een voordeur en of raam aan de erfzijde van de gevel en worden afgedekt met een kap.
De Oerdijk wordt gekarakteriseerd door de verspreid liggende erven, die ter hoogte van de aanliggende dorpen overgaan in lintbebouwing. Vrijstaande woningen, rijtjes en tweekappers in twee of drie lagen wisselen elkaar af. De rooilijnen liggen op afstand van de straat, vaak gescheiden door een berm, smal wandelpad en (diepe) voortuinen. Zadeldaken en mansardedaken liggen in dwars- of langsrichting. De dakvlakken, riet gedekt, in rode of zwarte pannen, steken over en hebben vaak een omtimmerde goot.
Naast de entree van het plangebied staat een vrijstaande woning. Deze ‘entreewoning’ is beeldbepalend voor het aanzicht van de nieuwe woonwijk en voegt zich in architectonische uitstraling en in oriëntatie naar de lintbebouwing aan de Oerdijk.
Aanvullend op de beeldkwaliteitseisen voor de vrije kavel woningen geldt:
Tussen de straat en de houtwal staan twee rijtjes huurwoningen van één laag en een kap. Daar waar het straatprofiel wat meer ruimte biedt, ‘springen’ de woningen iets naar voren voor een gevarieerd straatbeeld. Op de koppen die grenzen aan de openbare ruimte zijn middeldure huurwoningen gesitueerd. Ze staan op een ruimer perceel met ruimte voor één parkeerplaats. De zijgevels kunnen een verbijzondering hebben in de vorm van een groot venster of een erker.
De woningen hebben aan de straatzijde ruimte voor een smal terras of zitje. Aan de achterzijde van de woningen is ruimte voor een achtertuin met buitenberging - ook met kap - grenzend aan het achterpad. Onder het overstek van de berging is ruimte voor 4 containers.
De woningen staan met de achterzijde aan de houtwal, om tegemoet te komen aan de behoefte aan privacy van de toekomstige bewoners. Om het contact met het landschap te behouden, is er een lage erfafscheiding tussen achtertuin en onderhoudspad.
De woningen hebben een eenvoudige en natuurlijke uitstraling en materialisering. De entree is overdekt en ligt terug ten opzichte van de voorgevel. Installaties als een warmtepomp zijn in het ontwerp geïntegreerd of uit het zicht gehouden. De woningen zijn duurzaam: ze hebben een laag energieverbruik, wekken zelf energie op en zijn zo mogelijk circulair gebouwd: demontabel en met gebruik van biobased materialen.
De woning op het scharnierpunt tussen vrije kavels en rijwoningen markeert de overgang naar het informelere en lager gelegen noordelijke plandeel. Deze woning ligt ‘vrij’ in het landschap, vormt het aanzicht op de zichtas vanuit het zuidelijk deel en grenst aan de achterzijde aan de weide. Daarom is een alzijdige en representatieve uitstraling van deze woning van belang. De woning heeft een gebouwde buitenruimte (inpandig terras of veranda) geïntegreerd in de architectuur.
Aanvullend op of afwijkend aan de beeldkwaliteitseisen voor de vrije kavels geldt:
Om de weide staan betaalbare verandawoningen in rijtjes van 4 en 6. De woningen worden kruipruimteloos gebouwd en liggen op het landschap. Aan de voorzijde worden ze ontsloten via een pad door de groene zoom. Aan de achterzijde vormt het terras een harde overgang naar het landschap en biedt ruim uitzicht over de weide. De kleinschalige woningen hebben een langskap die aan de voorzijde de berging overkapt en aan de achterzijde het gebouwde terras (deels) overdekt. Met een lage kap en door het gebruik van natuurlijke materialen sluiten de woningen goed aan op de dorpse omgeving. Aan de voorzijde is ook plek voor een bankje of plantenbakken. De bergingen aan de voorzijde bieden voldoende ruimte voor opslag en het uit het zicht bergen van containers.
Tussen de watergang en de lus staan nog eens 5 rijwoningen met een diepere achtertuin. Ze hebben een smallere beukmaat. De hoekwoningen hebben een eigen parkeerplaats en berging in de zijtuin.
Tussen de ontsluitingsweg en de Sportweg liggen starterswoningen losjes aan de gezamenlijke moestuin. De woningen zijn ‘te gast’ in het landschap en profiteren van de groene openbare ruimte rondom. De entreezone is ondiep om afschotting te voorkomen. Bergingen worden geclusterd en staan los van de woningen om de gevel vrij te houden voor daglicht en contact met het landschap. De bergingen bieden naast ruimte voor spullen ook een overkapping voor containers. In de berging aan de moestuin is extra ruimte voor tuingereedschap.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-102607.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.