Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Putten

De raad van de gemeente Putten;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 januari 2025, nr. 1812612;

 

gelet op het bepaalde in artikel 35 en artikel 90 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de 4e wijziging van de Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Putten (2013).

 

ARTIKEL I Wijziging van artikel 1 van de verordening

 

Artikel 1 onder a. wordt gewijzigd in:

  • a.

    begraafplaatsen:

    de gemeentelijke begraafplaats Schootmanshof, Nieuwe gemeentelijke begraafplaats Engweg en Oude gemeentelijke begraafplaats Engweg;

 

Artikel 1 onder k. wordt gewijzigd in:

  • k.

    verstrooiingsplaats:

    een aangewezen plaats op de begraafplaats Schootmanshof waarop as van een overledene wordt verstrooid;

 

Onder vervanging van de punt aan het slot van de laatste begripsbepaling door een puntkomma wordt begripsbepalingen toegevoegd:

  • x.

    aanvrager:

    de persoon of rechtspersoon die - al dan niet door tussenkomst van een uitvaartondernemer - opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing en hiervoor de betalingsplichtige is. Tevens de persoon of rechtspersoon die de uitgifte van een particulier of algemeen graf, urnennis, gedenkplaats of gedenkteken verzoekt en hiervoor de betalingsplichtige is;

 

  • y.

    gedenkteken:

    een aard en nagelvast liggende of staande steen, sierurn, gedenkplaat voor een urnennis dan wel ander object ter nagedachtenis van een overledene;

 

ARTIKEL II Wijziging van artikel 6 van de verordening

 

Voor de tekst wordt de aanduiding "1." geplaatst. Er wordt een lid toegevoegd:

  • 2.

    Het college kan nadere regels vaststellen omtrent het opgraven van overledenen en het ruimen van graven.

 

ARTIKEL III Toevoeging van artikel 7a in de verordening

 

In hoofdstuk 3 wordt voor artikel 8 een artikel ingevoegd, en komt te luiden:

 

Artikel 7a Lijkomhulsel en grafgiften

  • 1.

    Aanvragers zijn verplicht op het aanvraagformulier voor een begrafenis het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te geven.

  • 2.

    Het is verboden om te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.

  • 3.

    Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van de overledene belemmeren of voorkomen dan wel die schadelijk/ vervuilend zijn voor de bodem.

  • 4.

    De beheerder kan door middel van steekproeven controleren of aan de bepalingen in dit artikel is voldaan.

 

ARTIKEL IV Wijziging van artikel 9 van de verordening

 

Artikel 9, eerste lid, wordt gewijzigd in:

  • 1.

    De tijd van begraven en het bezorgen van as is:

    • a.

      indien de plechtigheid plaatsvindt vanuit de bij de begraafplaats gelegen aula van maandag tot en met zaterdag naar keuze van de nabestaanden 11.00 uur of 15.00 uur;

    • b.

      indien de plechtigheid plaatsvindt vanuit andere locaties van maandag tot en met zaterdag 11.30 uur, 13.00 uur of 15.00 uur;

    • c.

      het college kan in bijzondere gevallen van de tijden afwijken.

 

Na artikel 9, derde lid, wordt een lid toegevoegd:

  • 4.

    Op zondagen en onderstaande feestdagen wordt niet begraven, bijgezet of as verstrooid: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag.

 

ARTIKEL V Wijziging van artikel 11 van de verordening

 

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd en komt te luiden:

Artikel 11. Aantal overledenen in graven en asvoorzieningen

  • 1.

    In particuliere graven die voor twee lagen worden uitgegeven, mogen twee overledenen begraven worden. Bijzetting van maximaal twee asbussen is toegestaan.

  • 2.

    In particuliere graven die voor drie lagen worden uitgegeven, mogen drie overledenen begraven worden. Bijzetting van maximaal twee asbussen is toegestaan.

  • 3.

    Per algemeen graf mogen twee overledenen begraven worden. Bijzetting van asbussen is niet toegestaan. De beheerder van de begraafplaats bepaalt wie in het graf worden begraven.

  • 4.

    Per particulier (kelder)urnengraf en urnenplaats mogen maximaal twee asbussen worden bijgezet, voor zover de ruimte het toelaat. De rechthebbende bepaalt wiens asbus wordt bijgezet.

  • 5.

    Per particuliere urnennis mogen maximaal twee asbussen of twee urnen worden bijgezet.

 

ARTIKEL VI Wijziging van artikel 12 van de verordening

 

Na artikel 12, tweede lid, wordt een lid toegevoegd:

  • 3.

    Het college kan nadere regels vaststellen omtrent het reserveren van graven.

 

ARTIKEL VII Wijziging van artikel 14 van de verordening

 

In artikel 14, eerste lid onder c, wordt "herinneringsplaatje" vervangen door "herdenkingsplaatje".

 

ARTIKEL VIII Wijziging van artikel 19 van de verordening

 

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het college voorziet in het algemeen (basis)onderhoud van het terrein van de begraafplaatsen.

  • 2.

    Het college bepaalt bij nadere regels de uitvoering van het onderhoud aan de grafbedekking.

 

ARTIKEL IX Wijziging van artikel 22 van de verordening

 

Artikel 22, tweede lid, wordt gewijzigd in:

  • 2.

    Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking bij het niet verlengen van het recht op een particulier graf maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het grafrecht eindigt per brief aan de rechthebbende bekend, gelijktijdig met de aanbieding van een verlenging.

 

Artikel 22, derde lid, wordt gewijzigd in:

  • 3.

    Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is, of in geval van een algemeen graf, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking of gedenkteken gedurende ten minste zes maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop het (graf-)recht eindigt, door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

 

ARTIKEL X Wijziging van artikel 28 van de verordening

 

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

Overtreding van enige bepaling van deze verordening of van een krachtens enige bepaling van deze verordening gegeven voorschrift wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met een geldboete van de eerste categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

 

ARTIKEL XI Inwerkingtreding

 

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag nadat het is bekendgemaakt.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van 6 maart 2025,

 

 

de griffier,

E.G. van Drie-Timmer

de voorzitter,

H.A. Lambooij

Naar boven