Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 101818 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 101818 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent Subsidieregeling Cultuureducatie 2025
Burgemeester en Wethouders van Amersfoort;
gelezen de nota Uitvoeringsagenda kunst & cultuur 2023-2026 d.d. 20 december 2022, nummer 171909;
gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening Amersfoort;
overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan kwaliteitsverbetering van binnenschoolse cultuureducatie;
Artikel 2. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het college verstrekt uitsluitend subsidie voor het ontwikkelen of doorontwikkelen van een cultuureducatief product bestemd voor binnenschoolse cultuureducatie voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs.
Artikel 3. Indieningstermijn aanvraag
In aanvulling op artikel 12, eerste lid, van de Asv, dient een aanvrager:
Artikel 4. Eisen aan de aanvrager
Subsidie kan enkel worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid.
Overeenkomstig artikel 14, tweede lid, onder d, van de Asv beslist het college afwijzend op de aanvraag als:
Artikel 10. Wijze van verdeling
De criteria onder lid 3 zijn onderverdeeld in enkele subcriteria. Deze subcriteria worden middels toekenning van een cijfer op de schaal van 1-10 punten beoordeeld, waarbij geldt dat een 1 ‘zeer slecht’ en een 10 ‘uitmuntend’ is. De gemiddelde score per criterium wordt bepaald door de middeling van de toegekende punten van de desbetreffende subcriteria.
Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten behaalt in een toepassingsgebied en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, dan vindt rangschikking van deze aanvragen plaats op de volgende wijze:
Artikel 15. Uitvoerder van de subsidieregeling
De bestuurder van de stichting Scholen in de Kunst is door het college gemandateerd om te besluiten op grond van deze subsidieregeling.
Deze regeling betreft het ontwikkelen van cultuureducatieve producten, om het aanbod en de kwaliteit van dergelijke producten in Amersfoort te vergroten en verhogen. De regeling biedt budget voor de innovatie en ontwikkeling op dit terrein.
sub b: voorbeelden van dergelijke producten zijn educatiemateriaal in de vorm van: een workshop, een lespakket, een leskist, lesbrieven, leerlijnen, lessenserie, etc. Deze producten mogen niet verbonden zijn aan tijdelijke activiteiten.
Artikel 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het is alleen mogelijk om voor het ontwikkelen, verbeteren, uitbreiden, vernieuwen, of aanpassen naar eigentijdse werkvormen van een cultuureducatief product aan te vragen. Een eenmalige pilot van het cultuureducatief product kan onderdeel zijn van de activiteit. Het te subsidiëren product moet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen. Aanvragen die op andere activiteiten zien komen niet voor subsidiëring in aanmerking en worden afgewezen. Het speciaal onderwijs maakt onderdeel uit van het primair en voortgezet onderwijs.
Artikel 3 Indieningstermijn aanvraag
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 4 Eisen aan de aanvrager
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 5 Eisen aan de aanvraag
sub b: om de kwaliteiten van de aanvrager te waarborgen wordt gevraagd om cv’s aan te leveren. De gevraagde kwaliteiten op het gebied van cultuur en educatie kunnen door één persoon of door meerdere personen worden ingevuld.
sub c: in een sluitende begroting zijn de totale inkomsten gelijk aan de totale uitgaven. De sluitende begroting wordt ingediend op maximaal één A4. Dit is exclusief de realistische onderbouwing van de bedragen in de begroting.
sub d: met het ‘oorspronkelijke product’ wordt bijvoorbeeld een lesplan, handleiding, rondleiding, etc. van de originele versie van het cultuureducatieve product bedoeld.
lid 1: kosten die in een van de categorieën genoemd in artikel 6 lid 1 vallen, zijn subsidiabel. Deze lijst is niet uitputtend.
lid 2: kosten die in een van de categorieën genoemd in artikel 6 lid 2 vallen, zijn niet subsidiabel. Deze kosten kunnen er wel zijn en moeten in dat geval ook in de begroting worden genoemd, maar moeten op een andere wijze gefinancierd worden.
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Dit artikel behoeft geen toelichting.
sub a: het project moet op ieder criterium minimaal een 5 scoren. Dit betekent dat de aanvraag wordt afgewezen als er één onvoldoende, dus lager dan 5, wordt gescoord.
sub c: met structurele subsidie wordt bedoeld dat een instelling of aanvrager jaarlijks subsidie ontvangt, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een basisinstelling.
sub d: een aanvrager krijgt via deze regeling maximaal één aanvraag per kalenderjaar toegekend.
sub e: dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond door een cv mee te sturen.
sub f: het product moet een structureel karakter hebben, ‘tijdloos’ en onafhankelijk zijn, zodat het duurzaam kan worden ingezet in het cultuurcurriculum van scholen.
sub g: Het product moet aansluiten op de gemiddelde groepsgrootte van een klas. Er mee rekening houdend dat een gemiddelde schoolklas varieert van omvang door onder andere het niveau, leeftijd en het schooltype.
Artikel 10 Wijze van verdeling
lid 1: de tijdig ingediende en volledige aanvragen worden getoetst aan de regeling. Als er documenten (of informatie) missen die wel bij aanvraag hadden moeten worden gevoegd, dan is de aanvraag niet volledig. Wanneer blijkt dat een aanvraag niet compleet is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag aan te vullen. De datum waarop de aanvraag door de aanvulling compleet is, geldt dan als ontvangstdatum voor de volgorde van verstrekking.
lid 3-5: Per subcriterium zijn er 10 punten te behalen. De som van de behaalde punten op de subcriteria wordt gedeeld door het aantal subcriteria, hetgeen tot een puntenaantal leidt. Deze score telt in de totale score mee voor het percentage zoals voor het criterium geldt. De scores worden afgerond op één decimaal achter de komma. De maximale score wordt afgerond op één decimaal achter de komma. De aanvraag met de meeste punten wordt hoger gerangschikt.
De punten worden gebaseerd op de volgende rapportcijfers:
lid 6: Inhoudelijk-educatieve kwaliteit (40%)
Aanvragen voor de doelgroep middelbaar beroepsonderwijs worden getoetst aan sub b t/m d. Lid 6 sub a wordt niet meegenomen in de weging van het gemiddelde cijfer.
Lid 7: Artistieke-inhoudelijk kwaliteit (30%)
Onder het criterium artistieke/inhoudelijke kwaliteit beoordeelt de adviescommissie Cultuureducatie op basis van de indicatoren ‘vakmanschap’, ‘oorspronkelijkheid’ en ‘zeggingskracht’ de artistieke/inhoudelijke kwaliteit van de activiteit van het cultuureducatieve product.
Vakmanschap (10 punten) uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager van de activiteit beschikt over de vaardigheid en het inzicht om kwalitatief hoogstaand werk te maken.
Oorspronkelijkheid (10 punten) uit de aanvraag blijkt een heldere visie van de aanvrager en de meerwaarde van het cultuureducatieve product.
Zeggingskracht (10 punten) uit de aanvraag blijkt wat de aanvrager wil bereiken, hoe dat wordt aangepakt en de relevantie van de activiteit voor de beoogde doelgroep.
Lid 8: Zakelijke kwaliteit (30%)
Aan de hand van het projectplan en de begroting beoordeelt de adviescommissie Cultuureducatie in hoeverre de aanvrager vanuit financieel, bedrijfsmatig en organisatorisch perspectief in staat is om de activiteit uit te voeren. Hierbij wordt nagegaan of de kosten en inkomsten op de begroting realistisch, onderbouwd en uitgelegd zijn (10 punten).
Daarnaast wordt op basis van de begroting het beloningsbeleid beoordeeld. Uit het beloningsbeleid moet naar voren komen dat er sprake is van ‘eerlijke beloning’ (fair pay). Er wordt beoordeeld in hoeverre het beloningsbeleid aansluit bij de bestaande afspraken over honorering, zoals de geldende cao, andere collectieve afspraken, collectieve richtlijnen en auteursrecht; waarop de beloningsvormen zijn gegrond; en de verhouding tussen het aantal ingezette uren en het aantal gehonoreerde uren.
wanneer twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten behaalt, vindt rangschikking van de aanvragen plaats op basis van behaalde punten per criterium in de volgende volgorde:
Als het aantal punten op alle criteria gelijk is, vindt er een loting plaats.
80% van de toegekende subsidie wordt uitbetaald bij verlening van de subsidie, de overige 20% kan na de uitvoering van het project worden uitgekeerd, na indiening van de financiële en inhoudelijke verantwoording. Subsidies onder de €5.000,- worden gelijk vastgesteld.
lid b: alle producten die met deze subsidie tot stand gekomen zijn, worden met titel en toelichting op de website van NEOS openbaar gemaakt. NEOS opereert als zelfstandig programmaonderdeel binnen de stichting Scholen in de Kunst. Met de publicatie op de website wordt de rol van NEOS als onafhankelijk en transparant expertisecentrum op het gebied van cultuureducatie geborgd.
Artikel 13 Directe vaststelling subsidie en aantonen prestatie
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 14 Adviescommissie Cultuureducatie
De beoordeling door de adviescommissie Cultuureducatie vindt plaats op basis van expert review: de leden van de adviescommissie Cultuureducatie zijn deskundig op het gebied van cultuureducatie. De adviescommissie Cultuureducatie beoordeelt de criteria op basis van hun kennis en expertise en komt tot een gezamenlijk oordeel.
Artikel 15 Uitvoerder van de subsidieregeling
De bestuurder van de stichting Scholen in de Kunst is gemandateerd om deze subsidieregeling uit te voeren. Dat houdt in dat de bestuurder van de stichting Scholen in de Kunst namens het college mag besluiten over aanvragen. Daar waar in de regeling ‘het college’ staat kan voor de uitleg van deze regeling ook de bestuurder van de stichting Scholen in de Kunst gelezen worden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-101818.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.