De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 het Didam-arrest gewezen. Daarin is bepaald dat een overheidslichaam bij de verkoop van onroerende zaken, of een uitgifte anderszins, gelegenheid moet bieden aan (potentiële) gegadigden om:
Mee te dingen naar deze onroerende zaak, of;
In ieder geval kennis te nemen van het voornemen dat deze onroerende zaak wordt uitgegeven aan één specifieke partij.
De gemeente Zwijndrecht is van plan om een gemeenteperceel ter grootte van circa 36 m2 uit te geven aan Stedin Netbeheer B.V. en daarop een opstalrecht te vestigen.
Het college van burgemeester en wethouders maakt hierbij bekend dat de gemeente Zwijndrecht een perceel gemeentegrond uitgeeft aan Stedin Netbeheer B.V., gevestigd te Rotterdam, voor het plaatsen en in werking hebben en houden van een trafostation. Op het desbetreffende perceel wordt een opstalrecht gevestigd ten gunste van Stedin Netbeheer B.V.
Het in gebruik uit te geven perceel is gelegen aan de Burgemeester van 't Hoffweg te Zwijndrecht kadastraal bekend Zwijndrecht, sectie D, nummer 6650.
De gemeente Zwijndrecht is van mening dat de uitgifte van dit gemeenteperceel en het vestigen van een opstalrecht, één op één gegund kan worden, aangezien aannemelijk kan worden gemaakt dat er slechts één serieuze gegadigde is.
De gemeente voert hiervoor de volgende argumenten aan:
- 1.
Stedin is verantwoordelijk voor het elektranetwerk, een netwerk dat uitbreiding behoeft nu steeds meer woningen van het gas gaan en overgaan op elektra voor verwarming van woningen.
- 2.
De grond uitsluitend mag worden gebruikt voor de hierop plaatsen en in werking hebben van het te houden transformatorstation. In de akte van opstalrecht wordt hierover de voorwaarde opgenomen dat het recht van opstal komt te vervallen, wanneer het trafostation niet meer als zodanig wordt gebruikt.
- 3.
De grond wordt alleen voor dit specifieke doel uitgegeven. Andere particuliere initiatieven voor het mogen gebruiken van een deel van het perceel grond worden niet gehonoreerd.
Iedere serieuze gegadigde die vindt dat hij ook voor de uitgifte van deze percelen in aanmerking had moeten komen, dient uiterlijk drie weken na de datum van publicatie een kort geding aanhangig te maken met betrekking tot die zaak bij de Rechtbank Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125, 3072 AK Rotterdam.