publicatiedatum: 4 maart 2024 (reageren binnen 20 kalenderdagen)
Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 ECLI:NL:HR:2021:1778, Hoge Raad, 20/00123, moeten overheidslichamen, gelet op het gelijkheidsbeginsel en transparantiebeginsel, kennisgeven van het voornemen om te besluiten tot het aangaan van een overeenkomst waarbij sprake is van de uitgifte van onroerende zaken en zakelijke rechten.
Gemeente Breda (‘de gemeente’) geeft in dat kader te kennen dat zij voornemens om een strookje grond (zoals aangegeven op bijgaande tekening), gelegen aan Kadijkje te Breda, in opstalrecht uit te geven. Naar het oordeel van de gemeente is de beoogde gerechtigde de enige serieuze gegadigde die in aanmerking komt voor het hiervoor vermelde recht van opstal.
Motivering
Voorgenomen uitgifte komt tot stand in het kader van zogenaamde anterieure exploitatieovereenkomst. Deze uitgifte heeft tot doel het ruimtelijk op een juiste manier afmaken van de ontwikkeling op de locatie Kadijkje door deze strook ter beschikking te stellen ten behoeve van een (gedeelte van) parkeerplaatsen. Met deze uitgifte wordt derhalve een ruimtelijk gewenste ontwikkeling gefacilieerd en wordt de ruimtelijke kwaliteit daarvan verhoogd.
Daar komt bij dat de beoogde gerechtigde zelf het grootste deel van de te ontwikkelen gronden – te weten het perceel kadastraal bekend gemeente Breda, sectie G nummer 4114 – reeds in eigendom heeft. De door de gemeente te verkopen gronden zijn ondergeschikt aan het grotere geheel dat reeds in eigendom is bij de woningbouwcorporatie en kunnen niet zelfstandig tot ontwikkeling worden gebracht, althans niet met dezelfde ruimtelijke kwaliteit die ontstaat in geval van een integrale ontwikkeling van de betreffende grondposities.
Uitsluitend met het oog op de meeromvattende planontwikkeling wordt het grondperceel uitgegeven. Niet voor andere doeleinden. Het door de gemeente uit te geven grondperceel is niet vatbaar voor zelfstandige ontwikkeling, zonder het aangrenzende perceel dat reeds in eigendom is bij de beoogde gerechtigde.
Gelet op het voorgaande is de gemeente van oordeel dat op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria alleen beoogde gerechtigde als serieuze gegadigde in aanmerking komt voor gronduitgifte die aangemerkt kan worden als wezenlijk onderdeel van een anterieure overeenkomst die een vanuit ruimtelijke ordeningsperspectief gewenste ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt.
Vervaltermijn
Indien u zich niet kunt verenigen met deze voorgenomen onderhandse uitgifte door de gemeente, omdat u meent daarvoor zelf als gegadigde in aanmerking te komen en u bovendien daadwerkelijk in staat en bereid bent om het betreffende object onder marktconforme condities af te nemen van de gemeente, dan kunt u dat binnen 20 dagen na de datum van de onderhavige publicatie kenbaar maken. Dat kunt u alsdan doen door een kort geding procedure aanhangig maken bij de daartoe bevoegde voorzieningenrechter van de rechtbank Breda. In dat geval dient u de gemeente hiervan onverwijld in kennis te stellen middels betekening van de dagvaarding op het adres van de gemeente, bij gebreke waarvan het recht vervalt om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige aanspraak in welke vorm of hoedanigheid dan ook te baseren, althans zijn uw rechten daarop uitgewerkt. Een digitaal afschrift van de dagvaarding dient u tevens per e-mail aan contact@breda.nl te verzenden.