Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,
Gelet op: artikel 2.1.3 van de Havenverordening Utrecht, vastgesteld op 25 juni 2015; waarin staat vermeld dat het college nieuwe afvaart- en opstapplaatsen kan aanwijzen en daaraan nadere eisen kan stellen, en;
De Mandaatregeling B&W en Burgemeester 2024 gemeente Utrecht, vastgesteld op 5 december 2023
waarbij de uitvoering van
de Havenverordening gemeente Utrecht is gemandateerd aan de directeur Stadsbedrijven met de mogelijkheid van ondermaat aan het Hoofd Inzamelen, Markten en Havens;
overwegende dat;
exploitanten van passagiersschepen, verhuurboten en rondvaartboten gebruik maken van de Oosterkade als openbare afvaart- en opstapplaats;
de laatste jaren deze plaats steeds intensiever wordt gebruikt, mede als gevolg waarvan de buurt overlast ervaart;
er sprake is van toegenomen drukte op de steiger aan de Oosterkade, veroorzaakt door op- en afstappende passagiers alsmede door de recreatie op de Oosterkade;
er diverse gesprekken gevoerd zijn hierover met de omwonenden en met de exploitanten;
er recentelijk al twee extra afvaart- en opstapplaatsen voor het vaarseizoen 2024 zijn aangewezen in de binnenstad (Stadskamer en Catharijnesingel ter hoogte van het Geertebolwerk);
door voor het vaarseizoen 2024 nog een extra afvaart- en opstapplaats aan te wijzen (bij het Paardenveld), verwacht wordt dat de overlast verder zal afnemen omdat de op- en afstappende passagiers zo verdeeld worden over diverse locaties;
een van de exploitanten al heeft aangegeven zijn activiteiten graag te verplaatsen van de Oosterkade naar een van de voor het vaarseizoen 2024 aangewezen locaties;
met het oog op toekomstige ontwikkelingen aan het Paardenveld, de aanwijzing van een afvaart- en opstapplaats vooralsnog tijdelijk voor het vaarseizoen 2024 geldt;
aan het einde van het vaarseizoen een evaluatie zal plaatsvinden om te bekijken of deze maatregel het beoogde effect heeft gehad;
Besluit vast te stellen het Besluit tot tijdelijke aanwijzing afvaart- en opstapplaats Paardenveld krachtens artikel 2.1.3 van de Havenverordening Utrecht