Gedragscode integriteit voor burgemeester en wethouders gemeente Heerenveen 2023

INLEIDING

 

Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Bijzondere rollen zijn daarbij weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170 lid 2 Gemeentewet), de griffier en de secretaris als eerste adviseur van de raad respectievelijk het college van B&W. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen.

 

Niet alleen de vraag wat is toegestaan is relevant, maar ook hoe we vinden dat het hoort. Integriteit van burgemeester en wethouders verwijst immers naar de zorgvuldigheid die zij moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die samenhangt met de zeer zichtbare functies van burgemeester en wethouders in het dagelijks bestuur en bereid zijn verantwoording af te leggen. Van burgemeester en wethouders wordt het goede voorbeeld verwacht. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen.

 

Vertrekpunt voor de burgemeester en de wethouders is dan ook de eed of belofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen.

 

Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen collegeleden onderling en tussen collegeleden, raadsleden en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang.

 

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning.

 

Deze gedragscode heeft betrekking op de burgemeester en de wethouders van Heerenveen. De wettelijke grondslag voor deze gedragscode is te vinden in artikel 41c lid 2 en 69 lid 2 Gemeentewet. Als nadere invulling en concretisering van wettelijke regels is deze gedragscode opgesteld. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling. De gedragscode bevat kernbegrippen en afspraken die bedoeld zijn als houvast en toetssteen. Zij vormt een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussies.

 

De gedragscode is evenwel niet vrijblijvend. Burgemeester en wethouders kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Om die reden heeft de raad van Heerenveen ook een stappenplan opgesteld, hoe te handelen bij twijfel of vermoedens.

 

1. AFSPRAKEN RONDOM HET VOORKOMEN VAN BELANGENVERSTRENGELING

WETTELIJK KADER (klik op url)

 

Artikel 41b, 67 (nevenfuncties)

Artikel 36b, 68 Gemeentewet (onverenigbare functies)

Artikel 41c, 69, 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten) Artikel 58, 28 Gemeentewet (deelname aan beraadslaging en stemming)

ARTIKEL 1.1 KERNBEPALING

Collegeleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of andere organisatie waarmee zij een persoonlijke betrokkenheid hebben. Collegeleden moeten actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan.

ARTIKEL 1.2 ONTHOUDEN DEELNAME BERAADSLAGING EN STEMMING
  • 1.

    Collegeleden onthouden zich van deelname aan de (voorbereiding op de) beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij strijd met artikel 28 Gemeentewet aan de orde is.

  • 2.

    Als collegeleden in gevolge het eerste lid niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming, melden de collegeleden dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt en vermelden zij op welke wijze de besluitvorming hen in het bijzonder aangaat. Collegeleden onthouden zich ook van beïnvloeding in andere fases van de besluitvorming.

  • 3.

    Onthouding van deelname aan de beraadslaging en stemming wordt aangetekend in de notulen.

ARTIKEL 1.3 MELDEN VAN FUNCTIES NAAST HET COLLEGELIDMAATSCHAP
  • 1.

    Collegeleden leveren de secretaris bij aanvang van het collegelidmaatschap de informatie aan over hun nevenfuncties. Als gaande het collegelidmaatschap nieuwe functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft terstond aangeleverd bij de secretaris.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval:

    • a.

      de omschrijving van de functie;

    • b.

      de organisatie voor wie de functie wordt verricht;

    • c.

      of het al dan niet een functie betreft uit hoofde van het collegelidmaatschap; en

    • d.

      of de functie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 3.

    De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt het collegelid kenbaar aan de raad. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt het collegelid deze openbaar.

ARTIKEL 1.4 ONGEWENSTE NEVENFUNCTIES

Collegeleden vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun burgemeester- of wethouderschap.

ARTIKEL 1.5 MELDEN VAN FINANCIËLE BELANGEN
  • 1.

    Collegeleden doen bij de secretaris opgaaf van hun substantiële financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval:

    • a.

      een omschrijving van het belang (aard en omvang);

    • b.

      de organisatie waarin het financiële belang bestaat.

  • 3.

    De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is niet openbaar en uitsluitend voor politieke ambtsdragers in te zien.

ARTIKEL 1.6 AFSPRAKEN BIJ VERBODEN HANDELINGEN EN VERBODEN OVEREENKOMSTEN
  • 1.

    Collegeleden die voornemens zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan als bedoeld in artikel 41c/69 juncto 15 lid 1 Gemeentewet, bespreken dit voornemen in het college.

  • 2.

    In het geval dat wordt besloten ontheffing te vragen als bedoeld in artikel 41c/69 juncto 15 lid 2 Gemeentewet, ondersteunt de secretaris bij het aanvragen van de ontheffing.

ARTIKEL 1.7 TEGENGAAN VAN DRAAIDEURCONSTRUCTIE
  • 1.

    Voormalig collegeleden mogen gedurende een jaar na het eind van het burgemeester- of wethouderschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor of ten behoeve van de gemeente. Uitzondering hierop is het raadslidmaatschap.

  • 2.

    Het college draagt voormalig collegeleden niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij.

 

TOELICHTING

 

Bij veel besluiten die het college neemt, kan direct of indirect een belang van individuele collegeleden in het geding zijn. Dat is inherent aan wonen, werken en recreëren in Heerenveen. Bij besluiten persoonlijk belang hebben is dus op zichzelf niet doorslaggevend bij de vraag of sprake is van een belangenverstrengeling. Of een collegelid mag deelnemen aan de beraadslaging en de stemming in het college hangt in de eerste plaats af van de aard van het te nemen besluit. Gaat het om iets algemeens, wat gevolgen heeft voor een grote kring van betrokkenen, dan staat het een collegelid vrij om daarover mee te praten en te stemmen – zolang het collegelid daarbij maar het algemeen belang voor ogen blijft houden.

 

Alleen in bijzondere gevallen, wanneer de besluitvorming vooral of met name over jouw belang gaat of over de organisatie waarvan je bestuurder bent (en dus ook formeel een verantwoordelijkheid hebt), is het op grond van artikel 28 Gemeentewet niet toegestaan om deel te nemen aan de beraadslaging en de stemming. Denk dan bijvoorbeeld aan ruimtelijke plannen waarvan je zelf als inwoner initiatiefnemer bent of het financieel ondersteunen van de culturele instelling waar je zelf in het bestuur zit.

 

Volgens de wettelijke regels is niet snel sprake van belangenverstrengeling, maar de praktijk leert dat de buitenwereld kritisch meekijkt. En dat is terecht: integer bestuur gaat immers ook over de perceptie van integer handelende collegeleden. Om discussie te voorkomen vinden we het in Heerenveen belangrijk dat we steeds transparant maken in hoeverre bepaalde besluiten ons ook persoonlijk aangaan, of we via een nevenfunctie (artikel 41b juncto 67 Gemeentewet) betrokken zijn en of we een financieel belang hebben.

 

Verder bevat de gedragscode ook afspraken die betrekking hebben op artikel 41c/69 juncto 15 Gemeentewet. Daarin staan handelingen en overeenkomsten die collegeleden niet mogen verrichten of aangaan. Het gaat dan met name om situaties waarbij de zuiverheid van de verhouding tussen collegelid en gemeente in het geding kan zijn. In sommige gevallen biedt de wet een ontheffingsmogelijkheid. In deze gedragscode zijn bepalingen opgenomen om te bewerkstelligen dat voornemens hiertoe worden besproken in het college, zodat intercollegiaal kan worden geadviseerd over de wenselijkheid.

 

Tot slot zijn er afspraken opgenomen met het oog op het voorkomen van een draaideurconstructie. Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel kennis op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode gaan ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente Heerenveen, kan er dankzij hun informatie voorsprong oneerlijke concurrentieoptreden ten aanzien van andere ondernemers. Voormalig bestuurders profiteren daardoor van hun politieke functie. Dit is nadrukkelijk niet de bedoeling. Deze regel is ook van toepassing op de benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een ‘verbonden partij’, als bedoeld in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Een ‘verbonden partij’ is een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Een voormalig bestuurder mag wel in dienst treden bij de gemeentelijke organisatie.

 

OEFENINGEN

 

Oefening 1:

De wethouder Wonen is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van de flat waar hij woont. Mag deze wethouder zijn wethouderschap combineren met dit voorzitterschap?

 

Antwoord:

Artikel 36b juncto 68 Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. De nevenfunctie moet wel worden gemeld en openbaar worden gemaakt (zie artikel 1.3).

 

Variant 1:

Samen met zijn staf bereidt de wethouder een bestemmingsplanwijziging voor dat een gebied betreft waar de flat staat waar hij woont.

 

  • a.

    Mag de wethouder bij die besprekingen betrokken zijn?

    Antwoord:

    Ja. In de voorgestelde bestemmingsplanwijziging worden beslissingen voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek zijn flat. Er treedt dus op voorhand geen verstrengeling van belangen op als deze wethouder mee doet aan de bespreking in de staf.

  • b.

    Mag de wethouder deelnemen aan de beraadslaging en stemming in het college?

    Antwoord:

    Ja, dat mag hij. Om dezelfde reden als hiervoor genoemd.

  • c.

    Mag de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad?

    Antwoord:

    Ja, dat mag hij. Om dezelfde reden als hiervoor genoemd.

Variant 2:

De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar zijn flat staat, huizen te slopen. Zijn flat zal in dat geval ook gesloopt worden. Mag de wethouder dit dossier verder behandelen?

 

Antwoord:

Nee, dat mag hij op grond van artikel 1.2 van de gedragscode niet. De besluitvorming ziet op aanpassingen die zijn huis betreffen, waarmee hij een direct belang heeft bij het behandelen van deze bestemmingsplanwijziging. Als hij het dossier blijft behandelen, handelt hij in strijd met artikel 1.2 van de gedragscode.

2. AFSPRAKEN RONDOM OMKOPING EN DE OMGANG MET GESCHENKEN EN UITNODIGINGEN

WETTELIJK KADER (klik op url)

 

Artikel 41a, 65 Gemeentewet (eed of belofte)

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers  https://wetten.overheid.nl/BWBR0041573/2023-01-04

Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

ARTIKEL 2.1 KERNBEPALING

Collegeleden mogen hun invloed en hun stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of hen in het vooruitzicht zijn gesteld.

ARTIKEL 2.2 OMGANG MET GESCHENKEN, FACILITEITEN EN DIENSTEN

Collegeleden nemen van derden geen geschenken aan en accepteren geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als collegelid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal € 50.

ARTIKEL 2.3 UITNODIGINGEN
  • 1.

    Collegeleden accepteren geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen, waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als collegelid worden aangeboden en die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van het collegewerk en/of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.

  • 2.

    Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met de functie van bestuurder en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de collegeleden bij de secretaris binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook melding gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen indien de kosten niet zijn betaald door de gemeente. Melding kan achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties.

ARTIKEL 2.4 ( BUITENLANDSE) DIENSTREIZEN
  • 1.

    Collegeleden leggen een uitnodiging tot een (buitenlandse) dienstreis, met uitzondering van een dienstreis naar een Europese instelling, ter goedkeuring voor aan burgemeester en wethouders. Zij geven daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de kosten voor de gemeente, welke kosten voor rekening van anderen komen en de manier waarop van de reis verslag wordt gedaan.

  • 2.

    Een uitnodiging voor een (buitenlandse) dienstreis wordt alleen geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van corruptie minimaal is.

  • 3.

    Het college informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.

  • 4.

    Collegeleden maken openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de (buitenlandse) dienstreis is geweest. Daarbij maken de collegeleden ook openbaar wat de kosten waren voor de gemeente en welke kosten voor rekening van anderen zijn gekomen. De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is via internet beschikbaar.

 

TOELICHTING

 

Omkoping leidt tot gecorrumpeerde collegeleden en is strafbaar. Geschenken en uitnodigingen kunnen een sluiproute naar omkoping zijn. Ze kunnen gebruikt worden om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen.

 

De bepalingen zijn geformuleerd als een ‘Nee, tenzij’ regel; een collegelid neemt dus geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken.

 

Het accepteren van geschenken, faciliteiten of diensten van anderen kan een afhankelijkheid creëren, of een dankbaarheid, die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van uitnodigingen en diensten kan een collegelid gecorrumpeerd raken.

 

Werkbezoeken en netwerkbijeenkomsten zijn bedoeld om de collegeleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. Lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen is toegestaan, als dat behoort tot de uitoefening van het collegewerk en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. Op die manier wordt (de schijn van) omkoping en oneigenlijke beïnvloeding van de besluitvorming vermeden.

 

Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor (buitenlandse) reizen op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter alle schijn te vermijden en dergelijke dienstreizen niet te maken op kosten van derden.

 

OEFENINGEN

 

Oefening 2:

Raadsleden en collegeleden krijgen van het Posthuis in Heerenveen een lidmaatschapskaart aangeboden, die gedurende de huidige bestuursperiode kosteloos toegang geeft tot alle vertoonde films. Mag deze kaart geaccepteerd worden?

 

Antwoord:

Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politici van Heerenveen.

 

Variant 1:

Alleen de wethouder die Kunst en Cultuur in portefeuille heeft, krijgt de kaart aangeboden. Het is voor het bestuurswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij de grootste bioscoop uit de regio. Mag deze kaart geaccepteerd worden?

 

Antwoord:

Nee, het aannemen van de kaart, is ook nu een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Het is 'om te weten hoe het reilt en zeilt' bij het filmtheater voor deze wethouder niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De wethouder kan zich in dit geval op een andere manier op de hoogte stellen omtrent specifiek dit theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma.

 

Variant 2:

Een ambtenaar van de afdeling Communicatie heeft van het theater twintig vrijkaartjes gekregen om een internationaal festival bij te wonen dat door hen wordt georganiseerd. De gemeente Heerenveen heeft het festival gesubsidieerd. De mail die aan alle politici wordt gestuurd, eindigt met ‘Wie wil? 1 kaartje per persoon’.

  • a.

    Mag de wethouder dit kaartje accepteren?

    Antwoord:

    Nee, dat zou in overtreding zijn met artikel 2.3. Het kaartje is een uitnodiging.

  • b.

    Is dit dan geen uitnodiging voor relaties?

    Antwoord

    Nee, dit is geen formele uitnodiging. De redenatie om wel te accepteren zou kunnen zijn dat de gemeente financieel heeft bijgedragen aan dit festival en dat dit kaartje dus gezien kan worden als een uitnodiging van het filmtheater aan zijn relaties. Maar kijkend naar artikel 2.3 is onvoldoende duidelijk of het ingaan op deze ‘uitnodiging’ functioneel is: heeft de wethouder een formele rol te vervullen op het festival, opent hij het festival, overhandigt hij een boek, oorkonde, lintje?

Oefening 3:

Een wethouder heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop krijgt hij een bos bloemen. Mag hij die aannemen?

 

Antwoord:

Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.

 

Let op: Oefening 3 komt regelmatig voor. Politici staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, presse papiers, koffiemokken en andere typen geschenken uit de categorie 'bagatelgiften'. In veel van dergelijke situaties is het weigeren praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.

 

Oefening 4:

Het college krijgt van een grote ondernemer in het centrum een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met ondernemers uit Heerenveen. Mag het college de uitnodiging accepteren?

 

Antwoord:

Ja, het college mag in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het bestuurswerk dat de collegeleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden collegeleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de code op. Aan de mate van luxe die nog geaccepteerd kan worden, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op het verzoek in te gaan, is het verstandig dat het college zich hiervan rekenschap geeft.

3. AFSPRAKEN RONDOM HET GEBRUIK VAN GEMEENTELIJKE FACILITEITEN EN VOORZIENINGEN

WETTELIJK KADER (klik op url)

 

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

ARTIKEL 3.1 KERNBEPALING

Collegeleden gaan op prudente wijze om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor zover deze hen ter beschikking staan en gebruiken deze alleen waarvoor ze bedoeld zijn.

ARTIKEL 3.2 GEBRUIK VAN INTERNE VOORZIENINGEN

Collegeleden houden zich aan de regels voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderruimte, de leeskamer, en dergelijke.

ARTIKEL 3.3 ONKOSTENVERGOEDINGEN EN DECLARATIES

Collegeleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties.

 

TOELICHTING

 

Collegeleden krijgen voor hun bestuurswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Collegeleden beschikken veelal over voorzieningen als werkkamer, computer met toebehoren, laptop, tablet, (mobiele) telefoon en dergelijke die primair voor hun bestuurswerk ter beschikking zijn gesteld. Het gebruik hiervan voor privédoeleinden is binnen vastgestelde kaders mogelijk. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de financiële middelen worden ingezet voor privédoeleinden, voor werk elders of voor de partij. Gebeurt dat toch dan is sprake van overtreding van de gedragscode.

 

OEFENINGEN

 

Oefening 5:

De wethouder Economische Zaken heeft een nevenfunctie als lid van een Raad van Advies. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de wethouder een auto met chauffeur gebruiken om naar de vergadering van de Raad van Advies te gaan?

 

Antwoord:

Nee, een auto met chauffeur staat de wethouder ter beschikking voor zijn werkzaamheden als wethouder. Het inzetten van de auto met chauffeur voor zijn nevenwerkzaamheden is in strijd met de gedragscode. Ook eventueel gemaakte taxikosten ten behoeve van zijn nevenactiviteit mag de wethouder niet declareren.

4. AFSPRAKEN RONDOM DE OMGANG MET INFORMATIE

WETTELIJK KADER (klik op url)

 

Artikel 23, 24, 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (beslotenheid en geheimhouding)

Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht)

ARTIKEL 4.1 KERNBEPALING

Collegeleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij uit hoofde van hun lidmaatschap van het college van burgemeester en wethouders beschikken.

ARTIKEL 4.2 TRANSPARANTIE

Collegeleden zijn open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Collegeleden handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid.

ARTIKEL 4.3 GEHEIMHOUDINGSPLICHT
  • 1.

    Collegeleden die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs kunnen vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.

  • 2.

    Geheime informatie wordt door het collegelid veilig beheerd en bewaard.

ARTIKEL 4.4 GEBRUIK INFORMATIE TE EIGEN BATE OF ANDER GEBRUIK

Collegeleden maken niet voor eigen gewin of voor het gewin van een ander gebruik van (nog) niet openbare informatie waarover zij als collegelid beschikken.

ARTIKEL 4.5 GEBRUIK ( SOCIALE) MEDIA

In uitlatingen op (sociale) media houden collegeleden de eer en het aanzien van het openbaar bestuur hoog. Collegeleden geven niet opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken over gebeurtenissen in en rond de gemeente.

 

TOELICHTING

 

Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dat bij elkaar opgeteld schept de verplichting voor de ambtelijke organisatie, het college en de raad om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Dat neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers, of schade aan collectieve belangen. Burgemeester, raad en college dienen zeer prudent om te gaan met het geheim verklaren van stukken.

 

Het formele etiket ‘geheim’ heeft op grond van de artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’.

 

Toch zijn er situaties waarin collegeleden redelijkerwijs moeten begrijpen dat informatie waarover zij beschikken, (nog) niet bestemd is voor de openbaarheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie waarover nog tot geheimhouding kan worden besloten. Of informatie die onder embargo is gedeeld en bijvoorbeeld de volgende dag publiekelijk wordt gemaakt.

 

OEFENINGEN

 

Oefening 6:

De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Er rust geheimhouding op het dossier. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven.

 

Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. De wethouder is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. 'Alles ligt toch al op straat'. Mag hij ingaan op het verzoek van een journalist om met hem over het dossier te spreken?

 

Antwoord:

Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een schending van de geheimhoudingsplicht, wat strafbaar is gesteld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie). Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), of het orgaan dat de geheimhouding heeft bekrachtigd (de raad) kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht.

 

Oefening 7:

(twitterbericht) ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk’

 

Antwoord:

Niet doen. In een besloten vergadering worden zaken vertrouwelijk besproken. Een twitterbericht als dit is dus een schending van de geheimhouding.

5. AFSPRAKEN RONDOM DE OMGANG IN HET ALGEMEEN EN DE GANG VAN ZAKEN TIJDENS VERGADERINGEN

WETTELIJK KADER (klik op url)

 

Artikel 52 Gemeentewet (reglement van orde)

ARTIKEL 5.1 KERNBEPALING

Collegeleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze met elkaar, andere politieke ambtsdragers, ambtenaren en inwoners om. Collegeleden onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van het openbaar bestuur.

ARTIKEL 5.2 BEJEGENING
  • 1.

    Collegeleden bejegenen elkaar, de raads- en commissieleden, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (social) media.

  • 2.

    Collegeleden onthouden zich van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik, ongepaste grappen en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van elkaar, raads- en commissieleden of fracties zijn omgangsvormen die niet worden geaccepteerd.

ARTIKEL 5.3 HOUDEN AAN REGELS EN AANWIJZINGEN

Collegeleden houden zich tijdens de vergaderingen van het college en van de raad aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.

ARTIKEL 5.4 VERTROUWENSPERSOON
  • 1.

    Collegeleden die zich geconfronteerd zien met ongewenste omgangsvormen kunnen zich wenden tot de vertrouwenspersoon voor een luisterend oor, begeleiding en ondersteuning.

  • 2.

    Biedt ondersteuning door de vertrouwenspersoon geen oplossing of is bemiddeling tussen collegeleden gewenst dan vervult de secretaris de rol van bemiddelaar of draagt een (externe) bemiddelaar aan.

  • 3.

    Biedt bemiddeling geen oplossing en wenst een van de betrokken collegeleden verdere actie, dan vraagt het bewuste collegelid het presidium om beoordeling van de klacht.

  • 4.

    De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks een geanonimiseerd verslag van bevindingen uit aan het presidium, de griffier en de burgemeester.

  • 5.

    De vertrouwenspersoon kan uit eigen beweging signaleringen delen met de griffier en de burgemeester.

 

TOELICHTING

 

De onderlinge omgangsvormen in het college en in relatie tot de raad zijn van betekenis voor de vraag hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming.

 

Bovendien heeft de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.

 

Politiek is een arena van strijd en emotie. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden de ogen op de bal, niet op de persoon.

 

OEFENINGEN

 

Oefening 8:

Op de Nieuwjaarsborrel zijn een wethouder en een raadslid met elkaar in gesprek. Het gesprek wordt al snel een discussie. De discussie loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een goed moment horen de andere aanwezigen de wethouder tegen het raadslid schreeuwen, waarbij forse, persoonlijke kritiek wordt geuit. Is dit een overtreding van de gedragscode?

 

Antwoord:

Ja, dit gedrag is niet aanvaardbaar en is een overtreding van de gedragscode. Een raadslid diskwalificeren op deze manier in het openbaar, is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat de wethouder zegt, is hierbij mede van belang.

6. OVERIGE AFSPRAKEN

ARTIKEL 6.1 EENDUIDIGE INTERPRETATIE

De gemeenteraad en het college bevorderen de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. In geval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien zij daarin.

ARTIKEL 6.2 TOEZICHT OP NALEVING

Het college ziet erop toe dat burgemeester en wethouders de gedragscode naleven.

ARTIKEL 6.3 JAARLIJKS AANDACHT

Jaarlijks organiseren de raad en het college van B&W een bijeenkomst die in het teken staat van het onderwerp integriteit.

 

TOELICHTING

 

Integriteit is een onderwerp dat vraagt om gezamenlijke reflectie. Om misstappen te voorkomen en samen de mores in Heerenveen te bepalen. Om die reden organiseren de raad en het college van B&W jaarlijks een bijeenkomst die in het teken staat van integriteit.

 

Minimaal één keer per bestuursperiode wordt daarnaast door de raad de tekst van de gedragscode voor burgemeester en collegeleden tegen het licht te houden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Op die manier blijft de gedragscode een levend document.

 

Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscode daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van burgemeester en collegeleden minimaal moet voldoen.

 

Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van het college, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van de raad en hoeder van de bestuurlijke integriteit, de fractie(voorzitters) en de raadsgriffier.

7. SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL 7.1 INTREKKING

De Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Gemeente Heerenveen (zoals vastgesteld op 10 juni 2021) wordt ingetrokken.

ARTIKEL 7.2 INWERKINGTREDING

Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na datum van bekendmaking.

ARTIKEL 7.3 CITEERTITEL

Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Gedragscode integriteit voor burgemeester en wethouders gemeente Heerenveen 2023’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]

De griffier,

[NAAM]

De voorzitter,

[NAAM]

Naar boven