1. Indexatie normgrondprijzen: De ‘kan-bepaling’ is aangepast naar een ‘zal-bepaling’ teneinde de opbrengsten een gelijke tred te laten houden met de kostenstijgingen van de gemeente.
2. Inleiding Didam-arrest: Een korte introductie van de implicaties van het Didam-arrest met de aankondiging dat deze worden uitgewerkt in de komende actualisatie van de Nota Grondbeleid (streven ultimo 2023).
3. Aanscherping toepassingskader voor Kostenverhaal, Uitgifte van bouwrijpe grond in eigendom en Verkoop bloot eigendom: Voor de wettelijke kostenverhaal is de tekst aangepast zodat deze ook nog van toepassing is zodra de Omgevingswet per januari 2024 in werking zal treden. De tekst met betrekking tot uitgifte grond in eigendom is in lijn gebracht met het aangescherpte en aanvullende beleid zoals dat in 2021 is vastgesteld. Daarnaast is een specifieke paragraaf toegevoegd voor verkoop bloot eigendom (tevens toegevoegd in tabel in paragraaf 4.4.4).
4. Formulering berekeningswijze suppletie: In de formulering is nu meegenomen dat ‘kosten voor herontwikkeling’ worden meegenomen bij de suppletieberekening. Hiermee worden enerzijds discussies of deze kosten wel/niet meegenomen dienen te worden voorkomen, maar anderzijds blijft er voldoende ruimte om maatwerk te leveren.
5. Berekeningswijze grondprijzen parkeren bij de functies wonen en non-profitvoorzieningen: In de actualisatie van de Grondprijzenbrief is de berekeningswijze van de grondprijs voor de functie parkeren bij de functies wonen en non-profitvoorzieningen aangepast. In de nieuwe berekeningsmethodiek zal voor parkeren bij genoemde functies de onrendabele top voor parkeren tot een maximaal bedrag, zijnde gelijk aan de afkoopsom van € 17.500,- per parkeerplek (prijspeil 2019, te indexeren met CPI-index alle huishoudens)2, meegenomen worden bij de grondwaardeberekening. Dit onder de voorwaarde dat het project voldoet aan de eisen uit de woonagenda 2020-2023 (RIS305711). Daarbij zal de gemeente uitgaan van maximale stichtingskosten per parkeerplaats zoals opgenomen in de tabel in paragraaf 6.8 van de Grondprijzenbrief. Het huidige beleid ten aanzien van grondprijzen voor de functie parkeren (grondwaarde residueel berekenen met een minimum van € 0,-) zal voor de overige (commerciële) functies van kracht blijven.
6. Verrekening Reserveringsvergoeding: Kijkend naar andere gemeenten en het doel van de reserveringsvergoeding, is nu opgenomen om deze vergoeding te gaan verrekenen met de grondprijs (inclusief indexering) die betaald moet worden bij aktepassering, tenzij de reservering niet heeft geleid tot een definitieve koopovereenkomst/uitgifte. Daarnaast is specifiek benoemd hoe de reserveringsvergoeding bepaald wordt (5% op jaarbasis gebaseerd op het aantal m2 b.v.o. en de normgrondprijs non-profitvoorzieningen). Voor kleinschalig opdrachtgeverschap blijft een eigen regeling ten aanzien van een reserveringsvergoeding gelden. De reserveringsvergoeding zal alleen nog maar bij snippergroen niet in rekening worden gebracht.