Eerste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening

De raad van de gemeente Noordoostpolder,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2024, no. 24.0000654,

 

gelet op artikel 149 van Gemeentewet;

 

B E S L U I T:

 

vast te stellen de:

 

Eerste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening

Artikel I De Algemene plaatselijke verordening wijzigt als volgt:

A. Artikel 1:2 wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor de wijziging

Artikel 1:2 Beslistermijn

  • 1.

    Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

Artikel 1:2 Beslistermijn

  • 1.

    Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid is de beslistermijn voor een evenementenvergunning, zoals bedoeld in artikel 2:25:

    • a.

      voor een regulier evenement, acht weken;

    • b.

      voor aan aandachtevenement, twaalf weken, en

    • c.

      voor een risicovol evenement, zestien weken.

  • 4.

    De aanvraag kan buiten behandeling worden gelaten als de aanvraag korter dan de in het eerste of derde lid genoemde termijn voor de uitvoering van de activiteit wordt ingediend.

Dit artikel wordt gewijzigd om aan te sluiten bij de wijzigingen in artikel 2:25, de nieuwe regels voor evenementen-vergunningen. Daarin wordt nu onderscheid gemaakt tussen evenementen waarbij veel/weinig inzet van hulpdiensten nodig is. Voor evenementen waarbij meer inzet van hulpdiensten nodig is, is meer tijd nodig om de vergunningaanvraag te beoordelen.

 

B. Artikel 2:1 wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor de wijziging

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

  • 1.

    Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

  • 2.

    Degene die op een openbare plaats:

    • a.

      aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

    • b.

      aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

    • c.

      zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  • 3.

    Het is verboden zich te begeven of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

  • 4.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.

  • 5.

    Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

  • 1.

    Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

  • 2.

    Degene die op een openbare plaats:

    • a.

      aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

    • b.

      aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

    • c.

      zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of een bevoegd opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  • 3.

    Het is verboden zich te begeven of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

  • 4.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.

  • 5.

    Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Dit artikel wordt gewijzigd om de handhaving te verbeteren. Tot nu toe kunnen alleen politieagenten mensen wegsturen bij een samenscholing. Na de aanpassing kunnen de boa’s dat ook.

 

C. Artikel 2:24 wordt als volgt aangevuld met een derde lid:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor de wijziging

Artikel 2:24 Definities

Artikel 2:24 Definities

  • 3.

    Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      Regulier evenement: Evenement waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-hulpdiensten niet noodzakelijk worden geacht naar oordeel van die hulpdiensten en gelet op de interventiecapaciteit van de organisator van dat evenement bij een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid.

    • b.

      Aandachtevenement: Evenement waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-hulpdiensten voorstelbaar worden geacht naar oordeel van die hulpdiensten en gelet op de interventiecapaciteit van de organisator van dat evenement bij een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid.

    • c.

      Risicovol evenement: Evenement waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-hulpdiensten noodzakelijk worden geacht naar oordeel van die hulpdiensten en gelet op de interventiecapaciteit van de organisator van dat evenement bij een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid.

Dit artikel wordt gewijzigd om de nieuwe gebruiken begrippen in te verklaren.

 

D. Artikel 2:25 wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor de toevoeging

Artikel 2:25 Evenement

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  • 3.

    Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

    • a.

      het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;

    • b.

      het evenement tussen 08.00 en 00.30 uur plaats vindt;

    • c.

      geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;

    • d.

      het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

    • e.

      slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;

    • f.

      er een organisator is;

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd, indien:

    • a.

      de organisator of de aanvrager van een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    • b.

      de aanvraag voor een evenement waarbij hulpdiensten nodig zijn, minder dan acht weken voor de beoogde datum wordt ingediend.

  • 5.

    Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 6.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:25 Evenement

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  • 3.

    Geen vergunning is vereist voor een regulier evenement, waarbij:

    • a.

      het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;

    • b.

      het evenement tussen 08.00 en 00.30 uur plaats vindt;

    • c.

      geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;

    • d.

      het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

    • e.

      slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object, en

    • f.

      er een organisator is.

  • 4.

    De vergunning wordt voor maximaal één jaar verleend.

  • 5.

    In afwijking van het vierde lid, kan de vergunning voor een regulier evenement voor maximaal vijf jaar worden verleend, indien:

    • a.

      Het evenement minstens drie jaar in de gemeente Noordoostpolder heeft plaatsgevonden;

    • b.

      Het evenement jaarlijks niet of nauwelijks in aard en omvang verandert en steeds op dezelfde locatie plaatsvindt;

    • c.

      De hulpdiensten geen negatief advies voor het betreffende evenement geven of in de voorgaande jaren hebben gegeven, en

    • d.

      In voorgaande jaren geen gegrond verklaarde bezwaren zijn ingediend.

  • 6.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd, indien:

    • a.

      de organisator of de aanvrager van een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    • b.

      de aanvraag minder dan het in artikel 1:2, derde lid genoemde aantal weken voor de beoogde datum van het evenement wordt ingediend.

  • 7.

    Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 8.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Dit artikel wordt gewijzigd om de vergunningverlening voor evenementen te verbeteren.

 

Het gaat daarbij om twee dingen:

  • 1.

    Er wordt een onderscheid in vergunningen waarbij veel/weinig inzet van hulpdiensten nodig is.

  • 2.

    I.v.m. een eerlijke verdeling (er kunnen meer aanbieders zijn die een evenement willen organiseren), worden evenementen-vergunningen niet voor onbepaalde tijd verleend. Daarom bevatten lid 4 en 5 regels over de termijnen waarvoor evenementen-vergunningen kunnen worden verleend.

 

E. Artikel 2:43a wordt toegevoegd en luidt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor de toevoeging

 

Artikel 2:43a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen

  • 1.

    De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.

  • 2.

    Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene Wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.

  • 3.

    Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

  • 4.

    Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.

  • 5.

    Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.

  • 6.

    Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.

In 2023 heeft het rekenkamerrapport ‘Stenen lichten’ een aantal adviezen opgeleverd op gebied van ondermijning. Eén van die adviezen hing samen met de regionale samenwerking(en), waar de Flevolandse norm een van is. De Flevolandse norm zorgt voor een provinciale basislijn, waardoor het instrumentarium en de aanpak van ondermijning in de zes Flevolandse gemeenten gelijk ligt. Om aan deze afspraak te voldoen wordt artikel 2:43a toegevoegd.

 

F. Artikel 2:44 wordt toegevoegd en luidt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor de toevoeging

 

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal

  • 1.

    Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

  • 2.

    Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.

  • 3.

    Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de beschreven gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in die leden bedoelde handelingen.

Bij de aanpassing van de Apv, in december 2023, is artikel 2:44 per ongeluk niet opgenomen in de nieuwe Apv. Deze aanpassing corrigeert dat.

 

G. Artikel 2:78 wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor de toevoeging

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  • 2.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  • 3.

    Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

  • 4.

    De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 3x24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 2.

    Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid, kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste aantal acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 3.

    De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

  • 4.

    Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

  • 5.

    Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.’

Dit artikel wordt aangepast om de handhaafbaarheid ervan te verbeteren. Daarnaast sluit de nieuwe formulering aan bij de afspraken die zijn gemaakt over regionale samenwerking en afstemming (de Flevolandse norm).

 

H. Artikel 6:4 wordt aangevuld met een derde lid:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor de toevoeging

Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening

Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening

  • 3.

    Op 7 oktober 2024 wordt de Algemene plaatselijke verordening, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 13 december 2021, ingetrokken.

Bij de aanpassing van de Apv, in december 2023, zijn sommige artikelen uit de oude APV niet ingetrokken. Dat wordt hierbij gecorrigeerd, zodat het overgangsrecht ook voor die bepalingen geldt.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2024.

De griffier,

De voorzitter,

Naar boven