Eerste wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving

De raad van de gemeente Noordoostpolder,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2024, no. 24.0000654,

 

gelet op:

  • -

    artikel 147, eerste lid, artikel 149 en artikel 154 van Gemeentewet;

  • -

    artikel 3.16 van de Erfgoedwet;

  • -

    artikel 2.1, 2.4, 2.7, 2,8, 5.1 en 22.8 van de Omgevingswet;

  • -

    artikel 2.1 en 2.1a van het Omgevingsbesluit, en

  • -

    artikel 22.7 van het omgevingsplan.

B E S L U I T:

 

vast te stellen de:

 

Eerste wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving

Artikel I De Verordening fysieke leefomgeving wijzigt als volgt:

A. Artikel 2.1.1, onder f, wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze wijziging

Artikel 2.1.1 Begrippen over houtopstanden

  • f.

    bebouwingscontour houtkap: grens die is vastgelegd op grond van artikel 5:165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl);

Artikel 2.1.1 Begrippen over houtopstanden

  • f.

    bebouwingscontour houtkap: grens die is vastgelegd op grond van artikel 5:165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en zolang die nog niet is vastgesteld de grens van de bebouwde kom;

Deze aanpassing is een juridische reparatie. De ‘bebouwingscontour houtkap’ staat nog niet in het Omgevingsplan. Daarom is het handig om tot dit tijd met de ‘gewone bestaande bebouwdekomgrens’ te werken.

 

B. Artikel 3.1.1, derde lid, wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze wijziging

Artikel 3.1.1 ( Omgevings )vergunning voor het veranderen of aanleggen van een weg of uitweg

  • 1.

    Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:

    • a.

      een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg;

    • b.

      een uitweg te maken naar de weg;

    • c.

      van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;

    • d.

      verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

  • 2.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als dat niet strijdig is met het belang van:

    • a.

      de bruikbaarheid van de weg;

    • b.

      het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

    • c.

      de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

    • d.

      de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

  • 3.

    Het verbod geldt alleen voor uitwegen die buiten de bebouwde kom liggen en voor uitwegen op bedrijventerreinen.

Artikel 3.1.1 (Omgevings)vergunning voor het veranderen of aanleggen van een weg of uitweg

  • 1.

    Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:

    • a.

      een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg;

    • b.

      een uitweg te maken naar de weg;

    • c.

      van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;

    • d.

      verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

  • 2.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als dat niet strijdig is met het belang van:

    • a.

      de bruikbaarheid van de weg;

    • b.

      het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

    • c.

      de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

    • d.

      de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

  • 3.

    Het verbod uit het eerste lid, onder b, c en d geldt alleen voor uitwegen die buiten de bebouwde kom liggen en voor uitwegen op bedrijventerreinen.

Met deze aanpassing wordt een redactionele fout hersteld. Bij het omzetten van deze artikelen van de oude APV naar de Vfl (in dec. 2023), zijn twee artikelen samengevoegd (één over wegaanpassingen in het algemeen en één over uitwegen in het bijzonder).Bij de samenvoeging is de verbijzondering voor uitwegen in het buitengebied en bedrijventerreinen per ongeluk van toepassing geworden op het hele artikel. Het had alleen van toepassing moeten blijven op uitwegen.

 

C. Artikel 3.1.3 wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze wijziging

Artikel 3.1.3 Voertuigen op een openbare plaats

  • 1.

    Het is verboden om een voertuig zo op een openbare plaats te plaatsen dat het gevaar, schade of hinder oplevert of de openbare ruimte anders gebruikt dan overeenkomstig de openbare functie ervan.

  • 2.

    Onder dit verbod vallen in ieder geval:

    • a

      een fiets, bromfiets of soortgelijk voertuig tegen een raam, gevel of in de ingang plaatsen als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker ervan of als daardoor de ingang versperd wordt;

    • b

      op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode;

    • c

      een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren;

    • d

      een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, op de weg te parkeren, tenzij hierin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving, of

    • e

      op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen.

Artikel 3.1.3 Voertuigen op een openbare plaats

  • 1.

    Het is verboden om een voertuig zo op een openbare plaats te plaatsen dat het gevaar, schade of hinder oplevert of de openbare ruimte anders gebruikt dan overeenkomstig de openbare functie ervan.

  • 2.

    Onder dit verbod vallen in ieder geval:

    • a

      een fiets, bromfiets of soortgelijk voertuig tegen een raam, gevel of in de ingang plaatsen als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker ervan of als daardoor de ingang versperd wordt;

    • b

      op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode;

    • c

      een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren;

    • d

      een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, op de weg te parkeren, tenzij hierin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving;

    • e

      een voertuig langer dan zesenvijftig dagen stil laten staan, tenzij hierin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving, en

    • f

      op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen.

Dit artikel maakt het mogelijk om handhavend op te treden tegen achtergelaten voertuigen. De nieuwe bepaling kleurt de interpretatieruimte in en maakt daarmee duidelijker waar de grens ligt.

 

D. Artikel 3.2.4 wordt toegevoegd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze toevoeging

 

Artikel 3.2.4 Achterlaten van vaartuigen

  • 1.

    Het is verboden om een vaartuig het achter te laten in een openbare vaarweg als het vaartuig:

    • a.

      in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, of

    • b.

      langer dan een week op een openbare ligplaats ligt.

  • 2.

    Dit verbod van lid 1, onder b, geldt niet voor vaartuigen die aan een afmeervoorziening liggen en met toestemming van de eigenaar van het water.

  • 3.

    Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

Dit artikel maakt het mogelijk om handhavend op te treden tegen achtergelaten boten.

 

De provincie neemt binnenkort een soortgelijke bepaling in haar verordening op voor de provinciale vaarten. Dit artikel sluit daarop aan, zodat dezelfde regel ook geldt voor de overige vaarten.

 

E. Artikel 3.3.4 wordt toegevoegd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze toevoeging

 

Artikel 3.3.4 Brijnwaterlozingen

  • 1.

    Het is verboden om verontreinigende stoffen rechtstreeks, zonder doorsijpeling door bodem of ondergrond, in het grondwater te lozen.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor wateronttrekkingsactiviteiten waarvoor op grond van artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening of waterschapsverordening een omgevingsvergunning is vereist of waar op grond van de waterschapsverordening voorschriften aan zijn gesteld.

  • 3.

    Bij maatwerkvoorschrift kan een rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater als bedoeld in het eerste lid kan worden toegestaan, indien:

    • a.

      de lozing is toegestaan op grond van artikel 11, derde lid onder j van de Kaderrichtlijn Water en

    • b.

      de lozing niet verhindert dat de voor dat grondwaterlichaam vastgestelde milieudoelstellingen worden bereikt.

Dit artikel volgt de instructieregel op uit de provinciale Omgevingsverordening.

 

Op deze manier is het mogelijk om maatwerkvoorschriften te stellen voor bedrijven in het glastuinbouwgebied die brijnwaterlozingen in de bodem doen.

 

F. Artikel 4.1.1 wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze wijziging

Artikel 4.1.1 Voorwerpen alleen overeenkomstig publieke functie

  • 1.

    Het is verboden om een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie ervan als dit afwijkende gebruik:

    • a

      de plaats beschadigt;

    • b

      gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    • c

      een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de plaats;

    • d

      niet voldoet aan redelijke eisen voor bescherming van de beeldkwaliteit van de leefomgeving, of

    • e

      een belemmering vormt voor het openbare karakter of de publieke functie van de plaats.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen over het plaatsen van een terras, een uitstalling, een kunstuiting, een gedenkteken, een bermmonument of een verfraaiingselement

  • 3.

    Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 4.

    Het verbod is niet van toepassing op:

    • a

      een evenement;

    • b

      een standplaats op de weekmarkt, zoals bedoeld in paragraaf 5.1;

    • c

      een standplaats buiten de weekmarkt, zoals bedoeld in paragraaf 5.2, en

    • d

      een terras, een uitstalling, een kunstuiting, een gedenkteken, een bermmonument of een verfraaiingselement welke voldoet aan de nadere regels als bedoeld in het tweede lid.

  • 5.

    Dit artikel is niet van toepassing als de fysieke leefomgeving door het gebruik wijzigt als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit.

  • 6.

    Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedsactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 4.1.1 Voorwerpen alleen overeenkomstig publieke functie

  • 1.

    Het is verboden om een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie ervan als dit afwijkende gebruik:

    • a

      de plaats beschadigt;

    • b

      gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    • c

      een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de plaats;

    • d

      niet voldoet aan redelijke eisen voor bescherming van de beeldkwaliteit van de leefomgeving, of

    • e

      een belemmering vormt voor het openbare karakter of de publieke functie van de plaats.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen over het plaatsen van specifieke voorwerpen of activiteiten.

  • 3.

    Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 4.

    Het verbod is niet van toepassing op:

    • a

      een evenement;

    • b

      een standplaats op de weekmarkt, zoals bedoeld in paragraaf 5.1;

    • c

      een standplaats buiten de weekmarkt, zoals bedoeld in paragraaf 5.2, en

    • d

      voorwerpen of activiteiten die voldoen aan de nadere regels als bedoeld in het tweede lid.

  • 5.

    Dit artikel is niet van toepassing als de fysieke leefomgeving door het gebruik wijzigt als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit.

  • 6.

    Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedsactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Voor activiteiten die vaak voorkomen, is het handig om algemene regels te stellen. Tot nu toe was dat geregeld voor bijvoorbeeld terrassen en uitstallingen, maar er zijn meer situaties waarvoor dat handig is, zoals tijdelijke containers of opslag van materialen bij bouwactiviteiten.

 

G. Artikel 4.1.4 vervalt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze intrekking

Artikel 4.1.4 Fietsen en bromfietsen

Het is verboden om op een openbare plaats een fiets of een bromfiets of soortgelijk voertuig te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.

 

Artikel 4.1.4 is overbodig. De inhoud ervan overlapt met de inhoud van artikel 3.1.3, tweede lid Vfl.

 

H. Artikel 7.3.5 wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze wijziging

Artikel 7.3.5 Bescherming gemeentelijk monument of beeldbepalend element

  • 5.

    Omverminderd artikel 1.1.5 wordt de omgevingsvergunning geweigerd als:

    • a.

      het belang van de monumentenzorg zich daartegen verzet, of

    • b.

      overeenstemming met de eigenaar ontbreekt en het om een kerkelijk monument of element gaat.

Artikel 7.3.5 Bescherming gemeentelijk monument of beeldbepalend element

  • 5.

    Onverminderd artikel 1.1.5 wordt de omgevingsvergunning geweigerd als:

    • a.

      het belang van de monumentenzorg zich daartegen verzet, of

    • b.

      overeenstemming met de eigenaar ontbreekt en het om een kerkelijk monument of element gaat.

  • 6.

    Onverminderd artikel 1.1.5 en het vorige lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanpassing of sloop van het beeldbepalend element de stedenbouwkundige waarde van de plek aantast en niet is voorzien in een gelijkwaardige nieuwe invulling.

Door lid 6 toe te voegen, kan het college een omgevingsvergunning weigeren voor de sloop of verandering van een ‘beeldbepalend element’. Voor het slopen of aanpassen van een ‘beeldbepalend element’ was nog geen weigeringsgrond opgenomen, terwijl er wel een vergunningplicht voor geldt. Zonder weigeringsgrond zou de vergunning altijd verleend moeten worden en de vergunningplicht dus geen functie hebben.

 

In lid 5 wordt een typefout gecorrigeerd.

 

I. Hoofdstuk 10 wordt als volgt aangevuld:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze toevoeging

HOOFDSTUK 10 Dieren

HOOFDSTUK 10 Dieren en planten

Er wordt een paragraaf over distelbestrijding aan dit hoofdstuk toegevoegd.

 

Paragraaf 10.2 Schade door onkruid

 

Artikel 10.2.1 Distelbeheer

  • 1.

    De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op de bescherming van agrarische belangen.

  • 2.

    De eigenaar en gebruiker gronden, zijn verplicht deze te zuiveren van Akkerdistel (Cirsium arvense), Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea) en Akkermelkdistel (Sonchus arvensis), voordat deze in bloei komen, voor zover als gevolg van de aanwezigheid hiervan op diens gronden, aan de gronden die bij anderen in eigendom en/of gebruik zijn, schade of overlast wordt toegebracht of zou kunnen worden toegebracht.

Deze nieuwe paragraaf vervangt de Distelverordening.

 

Zoals in de raadscommissie van 27 november 2023 besproken, zijn dit regels voor de bestrijding van enkele specifieke onkruidsoorten.

 

J. Artikel 11.1.3 wijzigt als volgt:

Bestaande tekst 

Nieuwe tekst 

Motivatie voor deze wijziging 

Artikel 11.1.3 Strafbepalingen 

  • 1.

    Overtreding van een bij of krachtens de volgende artikelen van deze verordening bepaalde, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: 

    • a.

      hoofdstuk 7 (verboden en verplichtingen voor bescherming van erfgoed, archeologie en monumenten); 

    • b.

      artikel 2.2.1 (verplicht treffen van maatregelen om verspreiding van Iepziekte te voorkomen); 

    • c.

      artikel 2.3.1 (verbod op roken in bossen en natuurgebieden); 

    • d.

      artikel 2.3.2 (verbod op verkeer buiten paden in natuurgebieden); 

    • e.

      artikel 4.2.1 (verbod op consumentenvuurwerk buiten aangewezen gebieden en in onveilige situaties); 

    • f.

      artikel 4.2.2 (verbod op gebruik carbid buiten aangewezen gebieden); 

    • g.

      artikel 11.1.2 (verbod op handelen zonder – of in strijd met – een vergunning of ontheffing). 

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing als in het onderwerp is voorzien door de Wet op de economische delicten. 

  • 3.

    Overtreding van bij of krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college straffen met een bestuurlijke boete van ten hoogste de geldboete die is bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. 

  • 4.

    Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3, van de Wet op de economische delicten: 

    • a.

      artikel 2.2.1, derde lid (handel in besmet Iepenhout) 

    • b.

      het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1.1, eerste lid (aanpassingen van – de openbare weg en aanleggen van uitwegen); 

    • c.

      artikel 4.1.1 (voorwerpen op de openbare plaatsen); 

    • d.

      artikel 8.2.1, zesde lid (verbod op inzamelen zonder aanwijzing); 

    • e.

      artikel 8.3.1, negende en tiende lid (verbod op strijdig handelen met regels die het college stelt voor inzameling); 

    • f.

      artikel 8.3.2, eerste lid (verbod op opslag van afval op een zichtbare plaats); 

    • g.

      artikel 8.4.1, eerste lid (verbod op afval achterlaten buiten een voorziening / zwerfafval), en 

    • h.

      artikel 8.4.1, vierde lid (verbod op strijdig handelen met regels ter voorkoming van zwerfafval). 

 

Artikel 11.1.3 Strafbepalingen 

  • 1.

    Overtreding van een bij of krachtens deze verordening gegeven voorschrift, niet-nakoming van een opgelegde verplichting of niet-naleving van één of meer voorschriften aan een ontheffing of vergunning verbonden wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing indien een overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde reeds strafbaar is gesteld op grond van hogere wet- en regelgeving.

  • 3.

    Overtreding van bij of krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college straffen met een bestuurlijke boete van ten hoogste de geldboete die is bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. 

Bij de vaststelling van de Vfl, in december 2023, is de strafbepaling uit de oude APV niet goed overgezet. Hierdoor kunnen er nu geen strafrechtelijke beschikkingen (bekeuringen) op worden uitgeschreven. De voorgestelde wijziging herstelt dat probleem.  

 

 

 

 

K. Artikel 7.3.5 wordt als volgt aangevuld:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Motivatie voor deze wijziging

Artikel 12.1.1 Intrekken oude regelingen

De volgende verordeningen worden ingetrokken:

  • a.

    Afvalstoffenverordening;

  • b.

    Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Noordoostpolder 2010;

  • c.

    Bomenverordening Noordoostpolder 2005;

  • d.

    Erfgoedverordening 2012 Gemeente Noordoostpolder;

  • e.

    Marktverordening 2008;

  • f.

    Wegsleepverordening gemeente Noordoostpolder 2023;

  • g.

    De volgende delen van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Noordoostpolder (AVOI):

    • -

      artikel 2, onder b (toepassing van de AVOI op niet-telecomkabels)

    • -

      hoofdstuk 3 (regels voor niet-telecomkabels);

  • h.

    De volgende artikelen van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder (APV):

    • -

      2:10 (voorwerpen openbare plaatsen);

    • -

      2:11 (vergunningplicht weg aanleggen of veranderen);

    • -

      2:12 (vergunningplicht uitweg aanleggen of veranderen);

    • -

      2:15 (verbod hinderlijke beplanting);

    • -

      2:16 (verbod openen straatkolken);

    • -

      2:18 (rookverbod bossen en natuur);

    • -

      2:21 (toelaten borden, verlichting etc op eigen bouwwerken);

    • -

      2:51 (verbod fietsen tegen winkelruiten);

    • -

      2:60 (hinderlijke en schadelijke dieren);

    • -

      2:62 (verbod loslopend vee);

    • -

      2:71 t/m 2:73 (vuurwerk en carbid);

    • -

      4:7 (parkeerverbod straatreiniging);

    • -

      4:9 (sloten & niet-openbare riolen);

    • -

      4:10 t/m 4:11 (Iepziekte);

    • -

      4:13 (verbod opslag voertuigen, mest, afval etc);

    • -

      4:15 (hinderlijke reclame);

    • -

      4:17 t/m 4:19 (kamperen buiten kampeerterreinen);

    • -

      5:1 t/m 5:5 (voertuigen voor lessen, klussen etc);

    • -

      5.6 (caravans);

    • -

      5:7 (voertuigen als reclame);

    • -

      5:8 t/m 5:9 (grote voertuigen parkeren);

    • -

      5:10 t/m 5:12 (verboden parkeren in groen etc);

    • -

      5:14 t/m 5:16 (venten);

    • -

      5:17 t/m 5:21 (standplaatsen);

    • -

      5:24 (steigers, constructies op water);

    • -

      5:25 (ligplaats vaartuigen);

    • -

      5:28 (bruggen, dijken etc veranderen);

    • -

      5:29 (reddingsboeien);

    • -

      5:31.1 t/m 5:31.10 (woonschepen);

    • -

      5:32 (crossen);

    • -

      5:33 (verkeer in natuurgebieden), en

    • -

      5:34 (vuur stoken/afval verbranden).

Artikel 12.1.1 Intrekken oude regelingen

De volgende verordeningen worden ingetrokken:

  • a.

    Afvalstoffenverordening;

  • b.

    Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Noordoostpolder 2010;

  • c.

    Bomenverordening Noordoostpolder 2005;

  • d.

    Erfgoedverordening 2012 Gemeente Noordoostpolder;

  • e.

    Marktverordening 2008;

  • f.

    Wegsleepverordening gemeente Noordoostpolder 2023;

  • g.

    De volgende delen van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Noordoostpolder (AVOI):

    • -

      artikel 2, onder b (toepassing van de AVOI op niet-telecomkabels)

    • -

      hoofdstuk 3 (regels voor niet-telecomkabels);

  • h.

    De volgende artikelen van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder (APV):

    • -

      2:10 (voorwerpen openbare plaatsen);

    • -

      2:11 (vergunningplicht weg aanleggen of veranderen);

    • -

      2:12 (vergunningplicht uitweg aanleggen of veranderen);

    • -

      2:15 (verbod hinderlijke beplanting);

    • -

      2:16 (verbod openen straatkolken);

    • -

      2:18 (rookverbod bossen en natuur);

    • -

      2:21 (toelaten borden, verlichting etc op eigen bouwwerken);

    • -

      2:51 (verbod fietsen tegen winkelruiten);

    • -

      2:57 t/m 2:58 (honden)

    • -

      2:60 (hinderlijke en schadelijke dieren);

    • -

      2:62 (verbod loslopend vee);

    • -

      2:71 t/m 2:73 (vuurwerk en carbid);

    • -

      2:73.1 (carbid)

    • -

      4:7 (parkeerverbod straatreiniging);

    • -

      4:9 (sloten & niet-openbare riolen);

    • -

      4:10 t/m 4:11 (Iepziekte);

    • -

      4:13 (verbod opslag voertuigen, mest, afval etc);

    • -

      4:15 (hinderlijke reclame);

    • -

      4:17 t/m 4:19 (kamperen buiten kampeerterreinen);

    • -

      5:1 t/m 5:5 (voertuigen voor lessen, klussen etc);

    • -

      5.6 (caravans);

    • -

      5:7 (voertuigen als reclame);

    • -

      5:8 t/m 5:9 (grote voertuigen parkeren);

    • -

      5:10 t/m 5:12 (verboden parkeren in groen etc);

    • -

      5:14 t/m 5:16 (venten);

    • -

      5:17 t/m 5:21 (standplaatsen);

    • -

      5:24 (steigers, constructies op water);

    • -

      5:25 (ligplaats vaartuigen);

    • -

      5:28 (bruggen, dijken etc veranderen);

    • -

      5:29 (reddingsboeien);

    • -

      5:31.1 t/m 5:31.10 (woonschepen);

    • -

      5:32 (crossen);

    • -

      5:33 (verkeer in natuurgebieden), en

    • -

      5:34 (vuur stoken/afval verbranden);

  • i.

    Distel- en onkruidbestrijdingsverordening Noordoostpolder

Bij de vaststelling van de Vfl, in december 2023, zijn sommige artikelen uit de oude APV niet ingetrokken. Dat wordt hierbij gecorrigeerd, zodat het overgangsrecht ook voor die bepalingen geldt. Het gaat over de artikelen over honden en carbid.

 

De regels voor onkruidverspreiding wordt vanaf nu in de Vfl opgenomen (in Hoofdstuk 10). Daarom kan de oude distelverordening worden ingetrokken.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2024.

De griffier,

De voorzitter,

Naar boven