Wijzigingsverordening Sociaal Domein Gemeente Meppel
|
Leeswijzer
- [vervallen] = dit artikel of lid is vervallen
- […] = dit lid is ongewijzigd
In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vetgedrukt.
|
De Verordening Sociaal Domein gemeente Meppel, zoals laatstelijk vastgesteld op 25 januari 2024 met kenmerk 1835909 wordt gewijzigd als volgt:
HOOFDSTUK 1.
Algemene bepalingen
Artikel 1.3. Sub h wordt toegevoegd en de oude sub h. wordt sub i. De oude sub i wordt gewijzigd en sub j. Sub k en l worden toegevoegd. De oude sub j en k worden sub m en n.
|
Bestaande tekst
Artikel 1.3 Definities maatschappelijke voorzieningen en jeugdhulp
[…]
h. Programma van eisen: overzicht van eisen waaraan een hulpmiddel moet voldoen om te kunnen worden ingezet als maatwerkvoorziening
i. Voorliggende voorziening: een voorziening die verstrekt kan worden op grond van andere wetgeving dan de Wmo2015, de Jeugdwet of de Participatiewet en die daarom voorgaat op een verstrekking op basis van de genoemde wetten.
j. Wmo Ondersteuningsplan: een schriftelijke vastlegging van het onderzoek dat wordt uitgevoerd na een Wmo melding.
k. Zelfzorg: eigen zorg van de inwoner voor het lichamelijk en mentaal welbevinden
|
Nieuwe tekst
Artikel 1.3 Definities maatschappelijke voorzieningen en jeugdhulp
[…]
- h.
GI: gecertificeerde instelling, organisatie die, conform de Jeugdwet, maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoert.
- i.
Programma van eisen: overzicht van eisen waaraan een hulpmiddel moet voldoen om te kunnen worden ingezet als maatwerkvoorziening
- j.
Pupilkosten bestaan uit doorbelaste kosten door derden. Het gaat niet om eigen kosten voor de GI. Voor de GI zijn deze kosten doorgaans niet beïnvloedbaar. Onder pupilkosten kunnen de volgende kosten vallen, mits hier geen voorliggende voorziening voor bestaat:
- -
Zorgkosten zoals een aanvullende zorgverzekering, onderzoeken, therapieën en medicijnen die in het geheel niet door de zorgverzekering worden vergoed of die niet meer worden vergoed omdat de kosten boven de maximale vergoeding uitkomen, brillen, contactlenzen, beugels en andere hulpmiddelen, als geen (volledige) vergoeding door zorgverzekeraar wordt verstrekt, dagvergoeding bij bedplassen (doktersverklaring nodig), als geen (volledige) vergoeding door zorgverzekeraar wordt vergoed;
- -
Reiskosten in verband met de omgangsregeling en familiecontacten, waarvoor het basisbedrag niet toereikend is, reiskosten in verband met veelvuldig dokter-, tandartsbezoek etc., OV-kosten in het kader van het volgen van voortgezet onderwijs, de aanschaf van een (aangepaste) fiets
of bromfiets (met bijkomende kosten: helm, verzekering, examen, brommerrijbewijs, reparaties);
- -
Schoolgerelateerde
kosten zoals eventuele kosten voor
tussenschoolse
opvang, school- en beroepskeuzetest, ouderbijdrage school- en lesgeld en schoolexcursies, schoolreizen en werkweken, bijlessen en huiswerkinstituut, aanschaf computer of laptop voor schoolwerk, boeken en leermiddelen;
- -
Schadekosten zoals het eigen risico van een aansprakelijkheidsverzekering, schade aan bezittingen van derden die niet door de AVP worden vergoed;
- -
Overige kosten zoals zwemles, muziekles, sportkosten, inrichtingskosten, Begrafenis en crematie, aanvraag Identiteitsbewijs en paspoort, uittreksel geboorteregister en naamswijziging, DNA-onderzoek;
- -
- k.
SKJ: Stichting Kwaliteitsregister Jeugd
- l.
Voorliggende voorziening: een voorziening die verstrekt kan worden op grond van andere wetgeving dan de Wmo2015, de Jeugdwet of de Participatiewet en die daarom voorgaat op een verstrekking op basis van de genoemde wetten.
- m.
Wmo Ondersteuningsplan: een schriftelijke vastlegging van het onderzoek dat wordt uitgevoerd na een Wmo melding.
- n.
Zelfzorg: eigen zorg van de inwoner voor het lichamelijk en mentaal welbevinden
|
Na artikel 1.6. artikel 1.6.1. toevoegen:
|
Bestaande tekst
N.v.t.
|
Nieuwe tekst
1.6.1 Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
- a.
antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;
- b.
Besluit: Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;
- c.
klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Besluit antidiscriminatievoorzieningen;
|
HOOFDSTUK 2.
Hoofdtaken sociaal domein (Maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, participatie en inkomensvoorzieningen)
2.1
Wmo
2015
Artikel 2.1.14. zevende lid komt te vervallen:
|
Bestaande tekst
Artikel 2.1.14. Eigen bijdragen
- 7.
Overeenkomstig artikel 2.1.4.a, vijfde lid van de wet is geen bijdrage verschuldigd door inwoners die ongehuwd of als gehuwd worden aangemerkt en van wie het (gezamenlijk) inkomen lager is dan 120% van de voor hun situatie geldende wettelijke bijstandsnorm.
|
Nieuwe tekst
Artikel 2.1.14. Eigen bijdragen
[lid 7. vervallen]
|
2.2. Jeugdwet
Artikel 2.2.4. lid 3 wordt gewijzigd, lid 4 wordt toegevoegd en het oude lid 4 t/m 9 wordt omgenummerd van nummer 5 t/m 10:
|
Bestaande tekst
Artikel 2.2.4 Onderzoek
[…]
- 3.
Ter voorbereiding van het gesprek, verschaft de jeugdige of zijn ouder aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen
- 4.
Het college kan, met instemming van de jeugdige of zijn ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp.
- 5.
Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanvraag, degene door of namens wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten:
- 6.
op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen;
- 7.
op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door één of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken.
- 8.
Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder afzien van een gesprek.
- 9.
Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van de uitkomsten van het onderzoek in de vorm van het gespreksverslag. Ouders hebben de gelegenheid om binnen een overeengekomen termijn hierop te reageren en deze reacties worden indien gewenst toegevoegd aan het verslag.
|
Nieuwe tekst
2.2.4 Onderzoek
[…]
- 3.
Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als de toeleiding en onderzoek naar, advisering over of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Adviezen kunnen worden gegeven door:
- a.
Een SKJ-geregistreerde jeugdconsulent van de gemeente;
- b.
- c.
een medicus gespecialiseerd in de betreffende handicap;
- d.
- e.
- f.
een ander gespecialiseerd deskundige anders dan onder a t/m e, als situatie dit vereist.
- 4.
Ter voorbereiding van het gesprek, verschaft de jeugdige of zijn ouder aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen
- 5.
Het college kan, met instemming van de jeugdige of zijn ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp.
- 6.
Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanvraag, degene door of namens wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten:
- 7.
op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen;
- 8.
op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door één of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken.
- 9.
Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder afzien van een gesprek.
- 10.
Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van de uitkomsten van het onderzoek in de vorm van het gespreksverslag. Ouders hebben de gelegenheid om binnen een overeengekomen termijn hierop te reageren en deze reacties worden indien gewenst toegevoegd aan het verslag.
|
Artikel 2.2.11. komt te vervallen:
|
Bestaande tekst
2.2.11. Regeling zak- en kleedgeld
- 1.
Het college stelt ten behoeve van de jeugdige op wie een kinderbeschermingsmaatregel van toepassing is, waarbij het voor de voogd waar de jeugdige onder toezicht staat, blijkt dat het duurzaam onmogelijk is om zelf van de onderhoudsplichtige ouders een bijdrage voor zak- en kleedgeld te ontvangen, een vervangende bijdrage ter beschikking gelijk aan maximaal de geldende wettelijke kinderbijslag volgens de Algemene kinderbijslagwet
- 2.
Het college toetst de situatie aan de volgende punten:
- a.
Het kind staat onder toezicht van een gezinsvoogd en kan niet meer thuis wonen. Een vertegenwoordiger van de plek waar het kind woont heeft minimaal één keer de ouder(s) aangeschreven en deze gewezen op de financiële verantwoordelijkheid en / of;
- b.
De ouders kunnen voor minimaal 6 maanden niet voldoen aan hun financiële verantwoordelijkheid. Dit toetst de gemeente aan het gezamenlijk inkomen en vermogen van de ouders en /of;
- c.
Het is in het belang van het kind om het contact over de bijdrage met ouders te vermijden en / of;
- d.
De ouders wonen op een onbekende plaats.
- 3.
De gezinsvoogd vraagt de bijdrage aan. In de aanvraag maakt de gezinsvoogd de situatie duidelijk aan de hand van de punten die in lid 2 worden genoemd.
|
Nieuwe tekst
[vervalt]
|
Na artikel 2.2.5. worden artikel 2.2.5.1 gereserveerd en 2.2.5.2. ingevoegd:
|
Bestaande tekst
N.v.t.
|
Nieuwe tekst
Artikel 2.2.5.2 hulp tijdens onderwijs
- 1.
Geïndiceerde hulp in de vorm van begeleiding die moet worden geleverd naast gebruikelijke hulp mag worden ingezet zowel op school als in de thuissituatie. Daarbij geldt dat als de begeleiding thuis valt onder gebruikelijke hulp daarvoor op school ook geen jeugdhulp kan worden ingezet.
- 2.
Als het gedrag van de jeugdige op school de omgang met medeleerlingen bemoeilijkt kan hulp worden geïndiceerd in de vorm van begeleiding gericht op toezicht.
|
Na artikel 2.2.11. wordt artikel 2.2.11.1 ingevoegd:
|
Bestaande tekst
N.v.t.
|
Nieuwe tekst
Artikel 2.2.11.1
Pupilkosten
- 1.
Pupilkosten worden alleen toegekend aan een GI als:
- a.
Er een maatregel is opgelegd uitgevoerd door de GI niet zijnde pleegzorg. In het pleegzorgtarief zijn in plaats hiervan bijzondere kosten opgenomen;
- b.
Ouders aantoonbaar deze kosten niet kunnen betalen. Ouders blijven wettelijk verantwoordelijk voor het levensonderhoud van hun kind, ook als het kind niet meer bij hen kan wonen (uithuisplaatsing) en/of als er sprake is van
gezagsbeëindiging
(voogdij).
- c.
De GI aantoonbaar de ouder met gezag stimuleert en indien nodig de aanwijzing geeft om bronnen aan te wenden waarmee de ouder aan de verantwoordelijkheid van het bekostigen van pupilkosten invulling kan geven.
- 2.
De looptijd van de pupilkosten in combinatie met een verblijfsindicatie worden gelijk getrokken met de einddatum van het verblijf. Als een jongere weer naar huis gaat kan de toets voor het betalen van de kosten door de ouders opnieuw plaatsvinden.
|
2.3. Participatiewet /IOAW/IOAZ (maatregelen niet geüniformeerde verplichtingen)
Hoofdstuktitel wordt gewijzigd:
|
Titel
2.3. Participatiewet /IOAW/IOAZ (maatregelen niet geüniformeerde verplichtingen)
|
Titel
2.3. Participatiewet /IOAW/IOAZ (maatregelen niet-geüniformeerde en geüniformeerde verplichtingen)
|
Na artikel 2.3.8. wordt artikel 2.3.8.1 ingevoegd:
|
Bestaande tekst
N.v.t.
|
Nieuwe tekst
Artikel 2.3.8.1. Verrekenen verlaging
- 1.
Het bedrag van de verlaging, bedoeld in artikel 2.3.8., wordt toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en de volgende 2 maanden als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Waarbij over de eerste maand ten minste 1/3 van het bedrag van de verlaging wordt verrekend
- 2.
Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de PW, vindt geen verrekening als bedoeld in het eerste lid plaats.
|
2.5. Participatiewet/Ioaw en Ioaz Tegenprestatie en arbeidsinschakeling
Artikel 2.5.28. Eerste, derde en vierde lid wordt gewijzigd. Het vijfde lid komt te vervallen
|
Bestaande tekst
2.5.28. Vaststelling loonwaarde
- 1.
Het college maakt gebruik van de loonwaardemethode om de loonwaarde van een inwoner te bepalen. Het college neemt het advies van het werkbedrijf over het hanteren van een loonwaarde methode in overweging.
- 2.
- 3.
Een loonwaarde wordt Individueel bepaald als iemand aan 2 criteria voldoet:
- a.
de persoon behoort tot de doelgroep;
- b.
er is een werkgever die werk tegen
een bepaald cao salaris aanbiedt.
- 4.
De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van het Inkomen dat ter beschikking wordt gesteld op basis van de cao van de werkgever, afgezet tegen de prestatiemogelijkheid van de inwoner om een arbeidsprestatie te leveren.
- 5.
Het college kan advies inwinnen over de vaststelling van de loonwaarde van een persoon uit de doelgroep. Men neemt daarbij de in lid 2 en 3 omschreven methode in acht.
|
Nieuwe tekst
2.5.28. Vaststelling loonwaarde
- 1.
Het college maakt gebruik van de loonwaardemethode om de loonwaarde van een inwoner te bepalen. Het college neemt het advies van een gecertificeerde aanbieder in overweging. De loonwaardebepaling gebeurt volgens landelijk afspraken.
- 2.
- 3.
Een loonwaarde wordt individueel bepaald als iemand aan 2 criteria voldoet:
- a.
de persoon behoort tot de doelgroep;
- b.
- 4.
De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van het overeengekomen inkomen, afgezet tegen de prestatiemogelijkheid van de inwoner om een arbeidsprestatie te leveren. Het percentage is gerelateerd aan de arbeidsprestatie van een medewerker zonder arbeidsbeperking in dezelfde functie. Hoe dat percentage wordt berekend, is ook geüniformeerd. De loonkostensubsidie vergoedt het verschil tussen het minimumloon en de loonwaarde.
- 5.
|
HOOFDSTUK 3. Leerlingenvervoer, onderwijsvoorzieningen en kinderopvang
3.1. Leerlingenvervoer
Titel wordt gewijzigd:
|
Titel
HOOFDSTUK 3. Leerlingenvervoer, onderwijsvoorzieningen en kinderopvang
|
Titel
HOOFDSTUK 3. Leerlingenvervoer
|
Artikel 3.1.15. wordt gewijzigd:
|
Bestaande tekst
Artikel 3.1.15 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets
Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 3.1.8., eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer. Voor het bepalen van de kosten wordt gebruik gemaakt van de routebepaling op de website Externe link:www.9292.nl.
|
Nieuwe tekst
Artikel 3.1.15 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets
Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 3.1.7., eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer. Voor het bepalen van de kosten wordt gebruik gemaakt van de routebepaling op de website Externe link: www.9292.nl.
|
Artikel 3.1.16 lid 1 sub a en b. wordt gewijzigd:
|
Bestaande tekst
3.1.16. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider
- 1.
[…]
- a.
voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 3.1.8., eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of
- b.
de gehandicapte leerling.
|
Nieuwe tekst
3.1.16. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider
- 1.
[…]
- a.
voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 3.1.7., eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of
- b.
er sprake is van een gehandicapte leerling.
|
HOOFDSTUK 5. Overige taken in het Sociaal domein
5.3 Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
Artikel 5.3.1. worden de titel en tekst gewijzigd. Uit artikel 5.3.2. wordt lid 3 toegevoegd aan artikel 5.3.1.
|
Bestaande tekst
5.3.1. Zorgplicht college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders biedt inwoners toegang tot een
antidiscriminatievoorziening
.
|
Nieuwe tekst
Artikel 5.3.1. Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening
- 1.
Het college zorgt dat er een procedure is zodat ingezetenen in hun directe leefomgeving melding kunnen maken van een klacht. Deze melding kan plaatsvinden op/via het stadhuis van de gemeente Meppel.
- 2.
De inwoner heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen te melden:
- a.
- b.
- c.
- d.
Op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als bedoeld in lid 1.
- 3.
de medewerker die meldingen van klachten opneemt en doorgeleidt voor behandeling over de daarvoor vereiste deskundigheid beschikt;
- 4.
een klacht na de melding ervan wordt doorgeleid naar de antidiscriminatievoorziening;
- 5.
de in het eerste lid genoemde procedure bekend wordt gemaakt.
|
Artikel 5.3.2. Worden de titel en lid 1 en 2 tekstueel gewijzigd. Lid 1 en 2 worden samengevoegd in lid 1, sub a en b. Sub c wordt toegevoegd. Lid 3 uit de bestaande tekst wordt toegevoegd aan artikel 5.3.1.
|
Bestaande tekst
5.3.2. Inrichting
antidiscriminatievoorziening
- 1.
Bij de inrichting van de
antidiscriminatievoorziening
worden in ieder geval de deskundigheid van klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de voorziening gewaarborgd.
- 2.
De
antidiscriminatievoorziening
draagt er zorg voor dat de klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtenbehandeling vereiste deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de mogelijkheid hun deskundigheid te onderhouden en verder te ontwikkelen.
- 3.
De inwoner heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de Wet gemeentelijke
antidiscriminatievoorzieningen
te melden:
- a.
- b.
- c.
- d.
Op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als bedoeld in artikel 5.3.1. van deze verordening.
|
Nieuwe tekst
Artikel 5.3.2 Deskundigheid en onafhankelijkheid klachtbehandeling
- 1.
Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat:
- a.
de klachtbehandelaars beschikken over de voor de klachtbehandeling vereiste deskundigheid en onafhankelijkheid;
- b.
de klachtbehandelaars hun deskundigheid kunnen onderhouden en verder kunnen ontwikkelen;
- c.
patronen van discriminatie worden gemonitord en maatregelen worden genomen ter preventie van discriminatie door beleidsadvisering en publieksvoorlichting.
- 3.
|
Artikel 5.3.3. wordt de titel en de tekst gewijzigd. Sub d. wordt toegevoegd.
|
Bestaande tekst
5.3.3. Protocol klachtenbehandeling
Het protocol voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 6 van het Besluit van 25 augustus 2009, gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen regelt in ieder geval:
- a.
De afdoeningstermijn van klachten;
- b.
De wijze van afdoening van klachten;
- c.
De registratie van klachten.
|
Nieuwe tekst
Artikel 5.3.3. Protocol behandeling klachten en verzoeken
Het protocol voor de behandeling van klachten, als bedoeld in artikel 6 van het Besluit, en het protocol voor de behandeling van verzoeken, als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Besluit, regelen in ieder geval:
- a.
de afdoeningstermijn van de klachten en verzoeken;
- b.
de wijze van afdoening van klachten en verzoeken;
- c.
cde registratie van klachten en verzoeken;
- d.
de verslaglegging richting burgemeester en wethouders over de klachten en verzoeken en de wijze waarop de klachten en verzoeken zijn afgedaan.
|
Artikel 5.3.4 komt te vervallen. De inhoud is met nieuwe tekst toegevoegd aan artikel 5.3.1.
|
Bestaande tekst
5.3.4. Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening
- 1.
Inwoners worden door het college in de gelegenheid gesteld een klacht in hun directe leefomgeving te melden.
- 2.
Deze melding kan plaatsvinden op het stadhuis van de gemeente Meppel.
- 3.
De inwoner wordt door de medewerker van de gemeente Meppel doorverwezen naar een door het college aan te bieden
antidiscriminatievoorziening
.
|
Nieuwe tekst
[Vervallen en verplaatst]
|
Toelichting
De toelichting bij de verordening wordt als volgt gewijzigd:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Na de algemene tekst over de Wet Inburgering 2021 wordt onderstaande tekst toegevoegd.
De toelichting bij de verordening wordt als volgt gewijzigd:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Na de algemene tekst over de Wet Inburgering 2021 wordt onderstaande tekst toegevoegd.
|
Bestaande tekst
N.v.t.
|
Nieuwe tekst
Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
De Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (hierna: de Wet) voorziet erin dat de burger zoveel mogelijk in zijn directe leefomgeving terecht kan voor bijstand als hij zich gediscrimineerd voelt. Om dat te bereiken verplicht de Wet het college van burgemeester en wethouders (hierna ook: burgemeester en wethouders) om ingezetenen toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening (hierna: voorziening). De gemeenteraad dient op grond van artikel 2, tweede lid van de Wet bij verordening regels vast te stellen omtrent de inrichting van de voorziening en de uitvoering door die voorziening van diens taak. Deze verordening voorziet in die regels.
|
Artikelsgewijs hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
De toelichting in artikel 1.5. wordt gewijzigd:
|
Bestaande tekst
Artikel 1.5 Definities leerlingenvervoer
De afstand dient consequent te worden gemeten. Er wordt voor elke afstand eenzelfde, professionele routeplanner gehanteerd. Het verdient aanbeveling de ouders bij de aanvraag te informeren over de wijze waarop de afstand wordt gemeten. Gemeente Meppel neemt de routeberekening volgens de ANWB routeplanner als uitgangspunt.
De route hoeft overigens niet in alle gevallen toegankelijk te zijn voor gemotoriseerd verkeer, volgens een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ((hierna: Afdeling)
ABRvS
12 juni 1995, nr. R03.93.5575). Ook kan de route – en daarmee de afstand – op de heenweg verschillen van die van de terugweg (zie
ABRvS
27 december 1989, nr. R03.88.7309).
|
Nieuwe tekst
Artikel 1.5 Definities leerlingenvervoer
Gemeente Meppel neemt de ‘kortste route’ routeberekening volgens de ANWB routeplanner als uitgangspunt. Bij afstanden tot 6 kilometer wordt gebruikt gemaakt van de kortste route per fiets, bij afstanden daarboven van de kortste route per auto.
|
Artikelsgewijs hoofdstuk 2 Hoofdtaken sociaal domein (Maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, participatie en inkomensvoorzieningen)
Artikel 2.1.14. zevende lid komt te vervallen:
|
Bestaande tekst
2.1.14. Eigen bijdragen
Zevende lid
Met deze bepaling kan artikel 12 lid 3 van de beleidsregels bijzondere bijstand worden geschrapt en kan de gemeente ontheffing geven via het CAK voor het betalen van een eigen bijdrage. Feitelijk verandert het beleid daardoor niet maar wordt het voor de inwoner en voor de uitvoering eenvoudiger. Er hoeft geen extra aanvraag te worden ingediend en er hoeft geen extra besluit meer te worden genomen.
|
Nieuwe tekst
.2.1.14. Eigen bijdragen
[Zevende lid vervallen]
|
Na artikel 2.3.8. wordt de toelichting op de artikel 2.3.8.1. toegevoegd
|
Bestaande tekst
N.v.t.
|
Nieuwe tekst
Artikel 2.3.8.1. Verrekenen verlaging
Het college heeft de mogelijkheid bij verlaging van de bijstand wegens schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting, de verlaging te verrekenen. Dit over de maand van oplegging van de maatregel en ten hoogste over de twee volgende maanden. Over de eerste maand moet minimaal een derde van het bedrag van de verlaging worden verrekend (artikel 18, vijfde lid, tweede volzin, van de PW). Wanneer belanghebbende tot inkeer komt, wordt de verlaging stopgezet en ontvangt belanghebbende weer de volledige uitkering (artikel 18, elfde lid, van de PW). Het gaat hier om een facultatieve bepaling.
|
Artikel 2.5.9. in de toelichting wordt één zin verwijderd:
|
Bestaande tekst
2.5.9. Participatieplaats
[…]
Er is gekozen voor een premie van telkens € 520,-- per zes maanden.
[…]
|
Nieuwe tekst
.
[vervallen]
|
Toevoegen toelichting op artikel 2.5.28.
|
Bestaande tekst
|
Nieuwe tekst
2.5.28. Vaststelling loonwaarde
Vanaf 1 juli 2021 is er nog maar één methode om de loonwaarde te bepalen van mensen met een arbeidsbeperking. Vanaf dan werken alle aanbieders met dezelfde uniforme loonwaardemethode. Vanaf deze datum mogen alleen gecertificeerde loonwaardedeskundigen de loonwaardebepalingen uitvoeren.
Blik op Werk bewaakt de uniforme loonwaardemethodiek binnen de private sector en zorgt dat de markt toegankelijk is voor nieuwe aanbieders. Blik op Werk monitort de uitvoering van de loonwaardebepaling, de opleiding en het examenproces van opleidingsorganisaties en de loonwaarde-instrumenten.
|
Artikelsgewijs hoofdstuk 3 Leerlingenvervoer, onderwijsvoorzieningen en kinderopvang
Titel wordt gewijzigd:
|
Titel
Artikelsgewijs hoofdstuk 3 Leerlingenvervoer, onderwijsvoorzieningen en kinderopvang
|
Titel
Artikelsgewijs hoofdstuk 3. Leerlingenvervoer
|
Artikelsgewijs Hoofdstuk 5 Overige taken in het Sociaal domein
Artikel 5.3.3. is nieuwe tekst.
|
Bestaande tekst
N.v.t.
|
Nieuwe tekst
Artikel 5.3.3. Protocol behandeling klachten en verzoeken
In het Besluit is al deels omschreven hoe de voorziening haar taken uit moet voeren. Zo bevat artikel 4 een opsomming van hoe de voorziening onafhankelijke bijstand verleent, is in artikel 9 en 10 in grote lijnen kenbaar gemaakt hoe de voorziening (voor)onderzoek doet naar een klacht en is in artikel 11 beschreven welke voorwaarden er voor de voorziening zijn om tussen een klager en een beklaagde te bemiddelen. Op grond van artikel 6 van het Besluit dient de voorziening echter ook een protocol vast te stellen waarin is vastgelegd hoe de voorziening klachten behandelt. Verder dient de voorziening op grond van artikel 12, derde lid, van het Besluit een protocol vast te stellen waarin staat hoe de voorziening verzoeken behandelt om een onderzoek te doen naar de wijze waarop een persoon, werkzaam onder de voorziening, zich jegens een klager of beklaagde heeft gedragen.
In artikel 5.3.3. van deze verordening zijn een viertal elementen opgesomd die in elk geval een plaats moeten krijgen in het protocol voor de behandeling van klachten en verzoeken. In de eerste plaats is geregeld dat het protocol moet voorzien in een afdoeningstermijn zodat helder is hoe lang de behandeling van een klacht of verzoek duurt. Verder moet het protocol voorschriften bevatten over de wijze waarop de voorziening een klacht of verzoek afdoet. Dit betekent dat de voorziening, aan de hand van hetgeen in het Besluit opgenomen is, uit moet werken welke stappen de voorziening tijdens het proces zet en welke werkwijze de voorziening daarbij precies toepast. Daarnaast moet het protocol regels bevatten over de registratie van klachten en verzoeken. Dit onder andere zodat duidelijk is hoe de voorziening de privacy waarborgt. Tot slot is opgenomen dat in het protocol moet staan hoe verslaglegging richting burgemeester en wethouders plaatsvindt. Dit in verband met de verplichting van burgemeester en wethouders om op grond van artikel 3 van de Wet jaarlijks verslag uit te brengen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de door de voorziening geregistreerde klachten.
|