Gemeenteblad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2024, 549342 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2024, 549342 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling GGD Groningen
Gemeenschappelijke regeling tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen (PG&Z)
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam, Westerkwartier en Westerwolde
de colleges van de gemeenten dragen op grond van art. 14 Wpg via het treffen van een gemeenschappelijke regeling zorg voor de instelling en instandhouding van een regionale gezondheidsdienst. Bij die regeling wordt een openbaar lichaam ingesteld met de aanduiding: gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD). De gemeentelijke gezondheidsdienst staat onder leiding van een directeur Publieke Gezondheid;
gelet op onder meer de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Wet publieke gezondheid, de Wet veiligheidsregio’s, de Wet op de lijkbezorging en de Jeugdwet,
gezien de toestemming van de gemeenteraden van de betreffende gemeenten;
de gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen te wijzigen door vaststelling van de volgende integrale tekst,
HOOFDSTUK 3: HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur
Het (plaatsvervangend) lid dat ophoudt lid van het college te zijn, houdt daarmee tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur. Dit geldt ook voor de voorzitter. Een demissionaire wethouder blijft lid van het algemeen bestuur tot het moment dat uit het midden van het college een opvolger is aangewezen.
Artikel 8 Bevoegdheden algemeen bestuur
Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
Artikel 11 Vergaderingen algemeen bestuur
Tegelijkertijd met de uitnodiging brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in artikel 23, tweede lid Wgr genoemde stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de uitnodiging en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.
Bij het staken der stemmen vindt in dezelfde vergadering herstemming plaats. Indien ook dan de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Bij het staken van stemmen over personen vindt in dezelfde vergadering een herstemming plaats. Indien ook dan de stemmen staken, beslist het lot.
Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in de artikelen 5.1 van de Wet open overheid, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing het bepaalde in artikel 20 (quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (tot stand komen besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes) en artikel 32 (overige stemmingen).
HOOFDSTUK 4: HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 13 Samenstelling dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal drie en maximaal half zoveel leden als het aantal leden van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de leden van het dagelijks bestuur aan. De voorzitter, penningmeester en plaatsvervangend voorzitter van het algemeen bestuur bekleden in het dagelijks bestuur dezelfde functies.
Artikel 14 Bevoegdheden dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur is bevoegd om:
te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a Wgr. Onder privaatrechtelijke rechtshandelingen wordt mede begrepen het maken van nadere afspraken over de uitvoering van wettelijke en facultatieve taken tussen de deelnemende gemeente en GGD Groningen;
te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
Artikel 15 Vergaderingen dagelijks bestuur
Op de vergadering, bedoeld in het vijfde lid, is het derde lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, het adviserend lid niet meegerekend.
Bij het staken der stemmen vindt in dezelfde vergadering herstemming plaats. Indien ook dan de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Bij het staken van stemmen over personen vindt in dezelfde vergadering een herstemming plaats. Indien ook dan de stemmen staken, beslist het lot.
Artikel 16 Besluitvorming door het dagelijks bestuur buiten vergadering
Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste lid, wordt in het reglement van orde in ieder geval bepaald dat alle bestuursleden zonder voorbehoud met het voorstel hebben ingestemd. Tevens wordt in het reglement van orde beschreven dat besluiten die op deze grondslag worden genomen worden bekrachtigd en gearchiveerd.
De krachtens het eerste lid aan het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd. De vergadering dient door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden bezocht te zijn, blijkend uit de presentielijst.
Op grond van een belang, genoemd in de artikelen 5.1 van de Wet open overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het algemeen bestuur overleggen. Hiervan wordt op de stukken melding gemaakt. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18 Inlichtingen- en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur
Eén of meer leden van het dagelijks bestuur dan wel het voltallig dagelijks bestuur, geeft uit eigen beweging dan wel op verzoek van het algemeen bestuur of een of meer leden daarvan, aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid.
Op een ontslag als bedoeld in het eerste lid, is artikel 7:1, eerste lid onder g. van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de Regeling rechtstreeks beroep en het daar genoemde artikel 16, vierde lid Wet gemeenschappelijke regelingen van overeenkomstige toepassing; derhalve is geen beroep mogelijk is tegen een ontslag als bedoeld in het eerste lid.
HOOFDSTUK 5 VOORZITTER, AMBTELIJK SECRETARIS, DIRECTEUR EN PERSONEEL
HOOFDSTUK 6: FINANCIËLE EN BELEIDSMATIGE BEPALINGEN
Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april de ontwerpbegroting, de meerjarenraming en een raming van de gemeentelijke bijdrage vergezeld van een toelichting twaalf weken voordat deze door het algemeen bestuur worden vastgesteld, aan de raden van de deelnemende gemeenten om hen in de gelegenheid te stellen hun zienswijzen naar voren te brengen.
Nadat het algemeen bestuur deze heeft vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting binnen twee weken na vaststelling, zo nodig, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten die daarover bij gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen. De raden sturen hiervan een afschrift aan het dagelijks bestuur.
GGD Groningen hanteert de volgende verdeelsleutels:
wettelijke taken respectievelijk facultatieve taken: de bijdragen die de deelnemende gemeenten resp. de opdrachtgevende colleges verschuldigd zijn, worden vastgesteld door de lasten, na aftrek van eventuele andere baten, om te slaan over de deelnemende gemeenten naar rato van het door het Bureau voor de Statistiek (CBS, of een daarmee gelijk te stellen autoriteit) te bepalen inwonertal per peildatum;
Artikel 30 Onderbrengen en weghalen van facultatieve taken
Colleges kunnen naar wens facultatieve taken ter uitvoering bij GGD Groningen onderbrengen als voldaan wordt aan de voorwaarde dat de opgedragen taak niet leidt tot zodanige capaciteitsproblemen bij GGD Groningen dat een goede taakuitoefening niet geborgd kan worden. De directeur geeft hierover advies.
Colleges kunnen facultatieve taken weghalen dan wel in omvang verminderen bij GGD Groningen, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
de mededeling dat taken worden weggehaald dient schriftelijk te geschieden. Daarbij wordt in ieder geval concreet omschreven welke taak wordt weggehaald of qua omvang wordt verminderd. Indien aan de orde, wordt concreet omschreven met welke omvang een taak wordt verminderd. Een en ander met inachtneming van de overige bepalingen in dit artikel.
Een college kan een verzoek indienen om een facultatieve taak, die gefinancierd is op basis van inwonersbijdrage (art.28, lid 1onder a), te beëindigen. Het algemeen bestuur dient daarover te besluiten en besluit dan tevens over de in rekening te brengen frictiekosten en de datum waarop de beëindiging in gaat.
De directeur beoordeelt periodiek of de uitvoering van taken kwalitatief voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Indien dit naar zijn oordeel niet meer het geval is als gevolg van het weghalen van taken, kan het algemeen bestuur op voorstel van de directeur besluiten de uitvoering van de betreffende taak te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van 12 maanden.
Artikel 31 Administratie en controle
Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393 eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een onafhankelijke verklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. De onafhankelijke verklaring van de accountant en het verslag van bevindingen voldoen aan het bepaalde in artikel 213 derde lid respectievelijk vierde lid van de Gemeentewet.
HOOFDSTUK 7: BIJZONDERE BEPALINGEN
Artikel 32 Klachtrecht en aanwijzing Ombudsman
Klachten, zoals bedoeld in bedoeld in artikel 9:18, eerste lid Algemene wet bestuursrecht, over een gedraging van het bestuur van GGD Groningen of een voor GGD Groningen werkzame ambtenaar of een daarmee op grond van diens werkzaamheid gelijk te stellen persoon worden afgehandeld op de grond van de Klachtenregeling GGD Groningen.
Indien een klacht zoals bedoeld in artikel 9:18 eerste lid Algemene wet bestuursrecht, niet tot tevredenheid is afgehandeld overeenkomstig het bepaalde in lid 1, dan is de gemeentelijke Ombudsman Groningen bevoegd te oordelen over de klacht en de wijze van afhandeling. Hierop is van toepassing de Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen.
GGD Groningen is in beginsel zelfstandig verantwoordelijk voor de facultatieve taken van het college aan GGD Groningen opgedragen en de taken door GGD Groningen in opdracht van derden zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 sub b en c. Afhankelijk van de werkzaamheden, context en kader kan de verantwoordelijkheid ook gedeeld zijn of geheel bij de opdrachtgever liggen, wat specifiek door GGD Groningen beschreven zal worden.
HOOFDSTUK 8: WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING, OPHEFFING EN GESCHILLEN
Artikel 38 Opheffing en liquidatie
Deze regeling kan alleen worden opgeheven als daarvoor een wettelijke basis bestaat of zodra de wettelijke verplichting tot deelname komt te vervallen. Deze regeling kan dan op voorstel van het algemeen bestuur worden opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de betrokken colleges, na toestemming van de raden
Artikel 41 Onvoorziene gevallen
Het algemeen bestuur beslist in alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet.
De gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg (hierna: PG&Z) is de uitwerking het besluit van het algemeen bestuur van 6 juli 2018 om met ingang van 1 januari 2020 de GGD Groningen als zelfstandige organisatie voort te zetten. Dit besluit betekende een wezenlijke verandering in de structuur van de regeling. De gemeente Groningen was niet langer de werkgever van de medewerkers maar het openbaar lichaam GGD Groningen.
De organisatievorm van de regeling, met twee uitvoeringsorganisaties GGD Groningen en de Regionale Inkooporganisatie Groningen Gemeenten (RIGG) voor de inkoop van jeugdhulp, werd daarbij ongemoeid gelaten, met dien verstande dat het RIGG-personeel wel in dienst bleef bij de gemeente Groningen.
Die constructie, waarbij het dagelijks bestuur ‘in the lead’ was voor de uitvoering van de RIGG-taken via een complexe mandaatstructuur, bleek in de praktijk niet werkbaar en niet wenselijk omdat slechts enkele portefeuillehouders jeugdhulp zitting kunnen hebben in het dagelijks bestuur en de overige portefeuillehouders jeugdhulp geen inhoudelijke zeggenschap hadden noch bevoegd waren besluiten te nemen. De instelling van een adviescommissie Jeugdhulp heeft de gesignaleerde problemen niet geheel weg kunnen nemen.
Een en ander heeft geleid tot het besluit van het algemeen bestuur van 24 februari 2023 om de twee taaksoorten van de gemeenschappelijke regeling (publieke gezondheid en inkoop Jeugdhulp) uit elkaar te trekken en beide taken onder te brengen in afzonderlijke juridische gemeenschappelijke regelingen.
Met deze ontvlechting van de gr PG&Z worden alle gemeenten rechtstreeks betrokken bij de besluitvorming over jeugdhulp en kunnen ook de rollen en bevoegdheden voor alle taken helder worden vastgelegd.
Deze regeling heeft, voor alle duidelijkheid, uitsluitend betrekking op de gemeentelijke taken op het gebied van publieke gezondheid.
De Wet publieke gezondheid (Wpg) is bepalend voor wat geregeld moet worden in de regeling.
Daarnaast is de wijziging van de Wet gemeenschappelijk regelingen (Wgr) van 1 juli 2022 van belang. Bij deze wijziging zijn de gemeenteraden beter in positie gebracht en is bepaald dat een regeling bepalingen onder meer over burgerparticipatie moet hebben.
Het belangrijkste wettelijke kader voor het hoe is de Wgr. De Wgr kent een aantal schakelbepalingen, waardoor bepalingen uit de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing zijn op de regeling. Het betreft dan met name zaken rondom de vergaderingen van het bestuur, quorumvereisten en dergelijke.
Daarnaast zijn de bepalingen over delegatie en mandaat van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
1.3 Uitgangspunten wijziging regeling
De uitgangspunten van de regeling zijn gehandhaafd. Aan de indeling in verschillende soorten taken is niet getornd. Ook de bevoegdheidsverdeling tussen de organen van het openbaar lichaam is ongemoeid gelaten.
De belangrijkste wijzigingen betreffen natuurlijk het ‘losknippen’ van de bepalingen over de RIGG en het opnemen van de bepalingen die voortvloeien uit de genoemde wetswijziging.
1.4 Onderscheid van taken op gebied van publieke gezondheid
Te onderscheiden taken op gebied van publieke gezondheid
Taak ad 1 is een wettelijke taak, die de gemeente o.g.v. de Wpg en andere wetten verplicht belegt bij de GGD. Bijvoorbeeld het verwerven van inzicht in gezondheidssituatie van de bevolking op basis van epidemiologische analyse. Bij de wettelijke taken heeft de gemeente geen keuze om deze wel of niet uit te voeren en ook geen keuze om deze elders te beleggen dan bij de GGD.
Taken 2 en 3 zijn taken, waarbij één of meer (of alle) deelnemende gemeenten de keuze hebben om die te beleggen bij de GGD.
Taak ad 2 is wel een wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente, maar zij kan deze taak bij een andere partij dan de GGD beleggen dan wel zelf uitvoeren; bijvoorbeeld Lijkschouw en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz).
Taak ad 3 is geen wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente, maar een beleidskeuze. De gemeente kan deze taak bij de GGD beleggen – bijvoorbeeld VoorZorg, Stevig Ouderschap en Preventieve Logopedie.
De term in de oude regeling GR PG&Z: “taken voor derden”, is duidelijk. Het gaat om een taak in opdracht van anderen dan de deelnemende gemeenten; taken op basis van overeenkomsten met andere instanties zoals provincie, politie, RIVM etc. Bijvoorbeeld de arrestantenzorg, inspecties seksbedrijven en schepen. Deze term is in de nieuwe regeling gehandhaafd.
2. Artikelsgewijze toelichting
Er is voor gekozen om de titel van de regeling te wijzigen. Met de ontvlechting van GGD en RIGG dekt de nieuwe naam de lading beter.
Het betreft een nieuwe bepaling, voortvloeiend uit de wetswijziging Wgr uit 2022. Er is voor gekozen geen nieuwe categorieën van voorgenomen besluiten aan te wijzen die vooraf aan de raden moeten worden voorgelegd voor zienswijzen. Gelet op de relatief beleidsarme taken van de regeling is er daarvoor geen reden.
Het betreft een nieuwe bepaling, voortvloeiend uit de wetswijziging Wgr uit 2022. Hier is wel de mogelijkheid geopend om inwoners te betrekken bij de uitvoering van de taken van regeling.
Gedacht kan worden bij besluiten van het bestuur die inwoners direct raken en het bestuur heeft overwogen dat een aanvullend participatie traject op de gemeentelijke participatie wenselijk is.
Artikel 12 inlichtingen – en verantwoordingsplicht algemeen bestuur
De gemeenteraden hebben in gezamenlijkheid een voorstel gedaan voor de inlichtingen- en verantwoordingsplicht. De leden 2 en 3 zijn daarvan het resultaat, met dien verstande dat (bij lid 2) het voorstel om ook ongevraagd alle inlichtingen te verstrekken niet is overgenomen vanwege de verwachting dat daarmee de raden overspoeld zouden worden met informatie en daarmee aan effectiviteit zou inboeten
Artikel 13 samenstelling dagelijks bestuur
In het vijfde lid is minder dwingend dan voorheen vastgelegd dat de bestuurlijke verbinding tussen GGD en de Veiligheidsregio in iedere vergadering geborgd moet zijn. In de praktijk kwam dit zelden voor. Niettemin is het bestuurlijk wel gewenst dat de bestuurlijke connectie wel benoemd wordt.
Artikel 16 besluitvorming buiten vergadering
In de praktijk is regelmatig behoefte bij het dagelijks bestuur om ook buiten de vergaderingen om besluiten te kunnen nemen. Bij veel vergelijkbare gemeenschappelijke regelingen is dat een mogelijkheid.
Met deze bepaling is er een grondslag in de regeling opgenomen om dit mogelijk te maken en tevens te borgen dat besluiten die op deze manier tot stand komen te bekrachtigen en te archiveren.
De benodigde procedures worden vastgelegd in een op te stellen reglement van orde voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur.
Toegevoegd zijn bepalingen over het aanwijzen van de voorzitter, en diens eventuele ontslag. Het betreft geen nieuwe bepalingen, maar in de oude regeling stonden deze verspreid.
De bepaling is aangepast aan de vereisten van de Wet open overheid en de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 18 inlichtingen -en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur
Met het opstellen van een reglement van orde voor vergaderingen van het algemeen bestuur, waarin wordt vastgelegd hoe de inlichtingen worden verstrekt en verantwoording wordt afgelegd, kunnen de oude bepalingen daaromtrent vervallen.
De oude regeling had geen bepalingen over een (bestuurlijke) secretaris en ook over een ambtelijk secretaris was zo goed als niets geregeld.
Deze nieuwe bepaling borgt in ieder geval de aanwezigheid van een ambtelijk secretaris en de kosten die daarmee gemoeid zijn.
De totstandkoming van de begroting is uitputtend beschreven in de Wgr. Daar is ook opgenomen dat ‘de algemene financiële en beleidsmatige kaders’ voor 15 april aan de gemeenteraden worden verzonden. De intentie van de Wgr is om de gemeenteraden de mogelijkheid te geven om de financiën van de gemeenschappelijke regeling te betrekken bij hun eigen gemeentelijke begroting.
De praktijk is, dat de GGD deze stukken reeds in december beschikbaar heeft en daarom ook in staat is om voor 15 april een volwaardige ontwerpbegroting en bijbehorende beleidsmatige onderbouwing aan de gemeenteraden toe te zenden. De gemeenteraden worden zo in staat gesteld om hun zienswijze naar voren te brengen en de stukken te gebruiken bij hun eigen afweging van de gemeentelijke begroting. De benaming van stukken is in de regeling weliswaar afwijkend van de termen die in de Wgr worden genoemd, maar inhoudelijk wordt voldaan aan de bepalingen van de Wgr.
In het achtste lid wordt duidelijk gemaakt (‘zo nodig’) dat het toezenden van de vastgestelde begroting achterwege kan blijven indien de zienswijzen van de gemeenteraden geen aanleiding gaven tot aanpassingen.
Indien het algemeen bestuur een zienswijze niet heeft overgenomen, dan kan de raad van de betreffende gemeente bij gedeputeerde staten zijn zienswijzen inbrengen.
Artikel 25 begrotingswijzingen
De Wgr hanteert de hoofdregel dat begrotingswijzingen op gelijke wijze tot stand komen als de begroting zelf, dus via het opstellen van een ontwerpwijziging dat aan de gemeenteraden moet worden voorgelegd voor zienswijzen. Omdat het veelal niet gaat om wijzigingen die om een beleidsafweging vragen, wordt dit ervaren als een uitgebreid administratief circus waar inhoudelijk niet veel mee wordt gewonnen.
De Wgr maakt het mogelijk (art. 35 vijfde lid Wgr) om in de regeling te bepalen, welke categorieën van begrotingswijzigingen niet voor zienswijzen aan de raden hoeven worden voorgelegd.
Met de nieuwe bepaling kan veel van dit werk worden vermeden. Voor zover een gemeentelijke bijdrage niet wordt gewijzigd, hoeft een begrotingswijziging niet meer aan de raden te worden voorgelegd. Het moet dan wel gaan om activiteiten, die eerder beleidsmatig zijn vastgesteld.
Artikel 30 Onderbrengen en weghalen van facultatieve taken
In dit artikel zijn de voorwaarden opgenomen voor het onderbrengen van facultatieve taken, alsmede de wijze waarop deze taken kunnen worden weggehaald.
Deze bepalingen zijn niet gewijzigd ten opzichte van de vorige regeling. Het algemeen bestuur heeft in de ‘Notitie Frictiekosten bij opzeggen facultatieve taken GGD’ (vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 4 oktober 2019) hiervoor een nadere uitwerking gegeven; de belangrijkste uitgangspunten voor het bepalen van frictiekosten zijn:
De in de notitie vastgelegde uitgangspunten zijn ook verwerkt in de Dienstverleningsovereenkomsten tussen GGD en gemeenten. Daarmee is duidelijkheid over de gevolgen van het weghalen van facultatieve taken door een gemeente geborgd.
Op grond van de Wgr zijn gemeenten verplicht om in een regeling op te nemen hoe toetreding, uittreding en opheffing zijn geregeld. Echter op grond van de Wpg zijn gemeenten verplicht om aan de regeling deel te nemen. Zolang die wettelijke verplichting in de Wpg bestaat zijn deze bepalingen een dode letter.
Sinds de wetswijziging Wgr van 2022 dient een gemeenschappelijke regeling de gevolgen van uittreding concreter uit te werken dan voorheen. Zowel de voorwaarden voor uittreding als de vermogensrechtelijke gevolgen dienen te worden geregeld. In artikel 37 is daarom bepaald dat uittreding aan een bepaalde termijn is gebonden. Bovendien zijn er randvoorwaarden gesteld aan het bepalen van de financiële gevolgen. Bij de berekening hiervan dient rekening te worden gehouden met de eerdergenoemde ‘Notitie Frictiekosten bij opzegging van facultatieve taken GGD’. Ook moet het openbaar lichaam zich inspannen om de kosten zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur is bevoegd tot nadere uitwerking van de voorwaarden en gevolgen met betrekking tot uittreding.
De gevolgen van opheffing dienen geregeld te worden. Daartoe dient een liquidatieplan te worden opgesteld dat hierin voorziet.
Deze bepaling komt ook voort uit de wetswijziging Wgr van 2022, in die zin dat een regeling bepalingen moet hebben over evaluatie.
Er is voor gekozen om in ieder geval eens per vier jaar de regeling en de uitvoering daarvan tegen het licht te houden. Het perspectief en de invulling van de evaluatie wordt aan het algemeen bestuur gelaten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-549342.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.