Gemeenteblad van Losser
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Losser | Gemeenteblad 2024, 548761 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Losser | Gemeenteblad 2024, 548761 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Losser 2025
De tarieven voor de inkoop van voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) en de Jeugdwet worden jaarlijks geïndexeerd. In de contracten is bepaald dat we de indexatie per 1 januari doorvoeren. De indexatie van tarieven is noodzakelijk, omdat gemeenten verplicht zijn om een reële kostprijs te betalen aan derden. Hierdoor blijft de continuïteit van ondersteuning gewaarborgd.
In 2025 geldt een overgangsjaar, waardoor we twee verschillende aanbestedingen hanteren. Het overgangsjaar voor het Twents ondersteuningsmodel loopt tot en met 31 december 2025. Het nieuwe inkoopmodel gaat van start op 1 januari 2025. Voor alle nieuwe voorzieningen geldt het nieuwe Inkoopmodel. Voor de nog lopende voorzieningen geldt het Twents ondersteuningsmodel.
De gewijzigde besluiten treden in werking op 1 januari 2025.
Alle begrippen die in dit financieel besluit worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015), de Verordening maatschappelijke ondersteuning.
In het financieel besluit wordt omwille van de leesbaarheid in de mannelijke vorm naar personen verwezen. Overal waar hij staat, is ook zij bedoeld.
3. Ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie
Het persoonsgebonden budget voor ondersteuning wordt vastgesteld op basis van het tarief voor ondersteuning in natura: Voor de goedkoopst passende maatwerkvoorziening hanteert het college gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht (hierna: het tarief) dan wel van andere bedragen.
Voor begeleiding individueel geldt:
het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (op peildatum 17 december 2024) te vermeerderen met vakantietoeslag voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a. kunnen worden aangemerkt. Dit betreft € 24,40 per uur
Voor huishoudelijke ondersteuning geldt:
het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij huishoudelijke hulp van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (op peildatum 17 december 2024) te vermeerderen met vakantietoeslag voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a. kunnen worden aangemerkt. Dit betreft €21 per uur Anneke??
Voor dit jaar gelden er twee type tarieven. De tarieven vanuit de nieuwe inkoop en de tarieven vanuit het Twents Ondersteuningsmodel, in verband met het overgangsjaar.
3.3.1 De tarieven vanuit de nieuwe inkoop voor ondersteuning in zorg in natura en in de vorm van een pgb zijn:
4. Rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een rolstoelvoorziening, vervoersvoorziening en/of woonvoorziening is maximaal de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura conform de prijsafspraken met de gecontracteerde leveranciers. De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten.
Het pgb wordt achteraf betaald aan de budgethouder nadat de factuur en het betalingsbewijs zijn overlegd en gebleken is dat de voorziening overeenkomstig de toekenning is aangeschaft. Wanneer de aanschafwaarde lager ligt dan het maximale pgb bedrag, wordt een pgb ter hoogte van de werkelijke kosten van de voorziening uitbetaald.
Bij rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en/of woonvoorzieningen waarvoor geen overeenkomst is afgesloten met een leverancier wordt een pgb toegekend ter hoogte van een door het college goedgekeurde offerte voor aanschaf en instandhoudingskosten. De hoogte van het pgb voor instandhoudingskosten is beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten.
De tarieven voor de aanschaf en de instandhoudingskosten voor rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen in natura en in de vorm van een pgb zijn:
|
Elektrische rolstoel (semi-) permanent gebruik, binnen/buiten |
||||||||
|
Duw- en hoepelondersteuning/elektrische aandrijfunits voor rolstoelen |
||||||||
|
Douche- en/of toiletvoorziening verrijdbaar (op zwenkwielen) |
||||||||
*BTW percentage is afhankelijk van de uitvoering*BTW percentage is afhankelijk van de uitvoering
Het pgb wordt achteraf betaald aan de budgethouder nadat de factuur en het betalingsbewijs zijn overlegd en gebleken is dat de voorziening overeenkomstig de toekenning is aangeschaft. Wanneer de kosten voor aanschaf en onderhoud voor een periode van 10 jaar lager liggen dan het maximale pgb bedrag, wordt een pgb ter hoogte van de werkelijke kosten uitbetaald.
De tarieven voor aanschaf inclusief de instandhoudingskosten voor een periode van 10 jaar voor een traplift in natura en in de vorm van een pgb zijn:
6.3 Financiële tegemoetkomingen
6.3.2 Financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting voor tijdelijke dubbele woonlasten
De hoogte van het pgb voor de aanschaf van een sportvoorziening wordt vastgesteld op maximaal het bedrag van de kosten inclusief instandhoudingskosten volgens de door het college goedgekeurde offerte. Wanneer de aanschafwaarde lager ligt dan het maximale pgb bedrag, wordt een pgb ter hoogte van de werkelijke kosten van de sportvoorziening uitbetaald. De voorziening in de vorm van pgb wordt toegekend voor een periode welke gelijk is aan de technische levensduur conform de contractafspraken. Wanneer er geen contractafspraken zijn, wordt de voorziening toegekend voor een periode van vijf jaar.
Wanneer een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening in de vorm van regiotaxi of individueel (rolstoel) taxivervoer kan cliënt kiezen voor een gelijkwaardig pgb
(mits cliënt aan voorwaarden voor een pgb voldoet. De vervoersbehoefte wordt op maat vastgesteld, met een maximum van 1500 kilometer per jaar).
De hoogte van het pgb voor de kosten van (rolstoel) taxivervoer is gelijk aan de netto kilometerprijs van de regiotaxi, verminderd met de ritbijdrage en vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers per jaar. Dit tenzij op basis van het door cliënt ingediende budgetplan passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. Uitbetaling geschiedt achteraf per jaar door middel van het indienen van de facturen van het taxibedrijf.
De hoogte van het pgb voor de kosten van individueel (rolstoel) taxivervoer is gelijk aan de netto kilometerprijs van individueel (rolstoel) taxivervoer en vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers per jaar. Dit tenzij op basis van het door cliënt ingediende budgetplan passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht.
Uitbetaling geschiedt achteraf per jaar door middel van het indienen van de facturen van het taxibedrijf.
Het pgb voor de kosten van (rolstoel) taxivervoer of voor individueel (rolstoel) taxivervoer kan ingezet worden voor aanpassing van de eigen auto als hiermee hetzelfde resultaat (cliënt kan in aanvaardbare mate participeren) wordt bereikt. Wanneer de werkelijke kosten van de autoaanpassing lager liggen dan het maximale pgb bedrag, wordt een pgb ter hoogte van de werkelijke kosten van de aanpassing uitbetaald. Het pgb wordt toegekend voor een periode van vijf jaar.
8.2 Financiële tegemoetkoming autokosten
Wanneer een cliënt geen gebruik kan maken van de maatwerkvoorziening regiotaxi en cliënt is afhankelijk van derden voor vervoer dan kan een financiële tegemoetkoming voor autokosten worden toegekend. De hoogte van de tegemoetkoming in vervoerskosten is gebaseerd op het belastingvrije bedrag per kilometer of de kosten van het openbaar vervoer. Dit betreft € 0,23 per kilometer.
9.1 Afwijking van de Verordening
In situaties waarin de Verordening maatschappelijke ondersteuning, het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning niet voorzien, kan het college met in acht name van de uitgangspunten en doelstellingen van de regels een aangepaste voorziening toekennen of de vorm van een voorziening nader vaststellen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-548761.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.