Gemeenteblad van Midden-Groningen
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Midden-Groningen | Gemeenteblad 2024, 548583 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Midden-Groningen | Gemeenteblad 2024, 548583 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Jeugdhulp gemeente Midden-Groningen 2025
Hoofdstuk 3- Procedure en voorwaarden toegang
Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Indien de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts verwijst naar een niet-gecontracteerde aanbieder, terwijl de gemeente soortgelijke passende jeugdhulp kan bieden bij een jeugdhulpaanbieder die wel gecontracteerd is, dan vergoedt de gemeente de inzet van de niet-gecontracteerde aanbieder niet. De jeugdige en/of de ouder(s) zijn dan verantwoordelijk voor het betalen van de kosten van deze jeugdhulp. Dit geldt alleen voor zorg in natura en niet voor een pgb.
Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente
Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en wijst de jeugdige en zijn ouders tijdens het onderzoek, bedoeld zoals in artikel 5, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning en op de mogelijkheid om binnen twee weken een familiegroepsplan op te stellen. Als de jeugdige en/of ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.
In spoedeisende gevallen beslist het college na een melding onmiddellijk tot verstrekking van een tijdelijke individuele voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige of zijn ouders of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.
Artikel 5. Onderzoek naar de behoeftes, persoonskenmerken en voorkeuren
Artikel 6. Draagkracht, draaglast en eigen kracht
In kortdurende situaties neemt het college aan dat eigen draagkracht en draaglast in balans zijn en wordt vanuit eigen kracht volledig voorzien in hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet mag worden verwacht. In langdurende situaties wordt vanuit eigen kracht volledig voorzien in bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf als het college op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en eigen kracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet worden verwacht.
Bij het onderzoek als bedoeld in artikel 5 stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Artikel 11. Voorwaarden voor een individuele voorziening
Onverminderd dat jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts komt een jeugdige of ouder in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een algemene voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Artikel 12. Deskundig oordeel en advies
Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.
Artikel 14. De voorwaarden voor een pgb
Het college beoordeelt of de ondersteuning die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en is dus veilig, doeltreffend en cliëntgericht. De kwaliteit van de ondersteuning wordt getoetst door middel van het budgetplan zoals omschreven in artikel 16 lid 1.
Artikel 15. Toekenning of afwijzing pgb
Het college verstrekt geen pgb voor ondersteuning van een pgb-aanbieder waarbij er twijfels zijn over de integriteit van de pgb-aanbieder. Dat doet zich in ieder geval voor indien de pgb-aanbieder:
er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de pgb-aanbieder en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden;
Als het op basis van het eerste lid vastgestelde pgb hoger is dan een zorg in natura voorziening, kan het college het pgb voor dat deel weigeren dat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. Ouders kunnen in deze gevallen bijbetalen voor dat deel dat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod.
De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
Als er geen gebruik wordt gemaakt van de in dit artikel genoemde tarieven voor de categorieën pgb worden de bedragen, doelgroepen en andere mogelijke nadere invullingen vastgesteld aan de hand van de criteria, zoals in de wet, het daarop gebaseerde besluit, de Verordening en de Nadere regels zijn gesteld.
Artikel 17. Voorwaarden pgb door informele aanbieder
De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk:
Artikel 18. Voorwaarden pgb-beheerder
Artikel 19. Opschorting betaling uit het pgb
Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de wet.
Artikel 20. Zak- en kleedgeldregeling
Het college stelt ten behoeve van de jeugdige die ten minste gedurende een maand in een accommodatie voor jeugdhulp verblijft, niet zijnde pleegzorg, waarbij het voor de jeugdige duurzaam onmogelijk is om zelf van de onderhoudsplichtige ouders een bijdrage voor zak- en kleedgeld te ontvangen, een vervangende bijdrage ter beschikking gelijk aan de tarieven zak- en kleedgeld van het NIBUD. De bijdrage wordt uitbetaald aan de jeugdhulpaanbieder waar de jeugdige verblijft mits de jeugdhulpinstelling aantoont dat zij zelf voldoende heeft getracht de ouders aan te spreken op hun onderhoudsplicht.
Ter onderbouwing van de aanspraak uit het eerste lid overlegt de verwijzer een dossier waaruit blijkt dat tenminste één schriftelijke aanschrijving is gedaan, waarop door de ouders geen bijdragen zijn voldaan of de ouders van de jeugdige zijn vertrokken onbekend waarheen, of dat het voor de opvang en hulpverlening aan de jeugdige van wezenlijk belang is om het contact over de zak- en kleedgeldbijdrage met de ouders te vermijden, of dat de ouders op korte termijn niet kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht en dit blijkt uit verkregen gegevens omtrent hun inkomens- en vermogenssituatie.
Hoofdstuk 4- Herziening, intrekking, terugvordering en controle
Artikel 21. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet
Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen de jeugdige of ouder(s) op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb.
Artikel 22. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s
Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan.
Hoofdstuk 5- Verhouding prijs en kwaliteit
Artikel 24. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:
Hoofdstuk 6- Vertrouwenspersoon, klachten en medezeggenschap
Artikel 25. Vertrouwenspersoon
Het college wijst jeugdigen en ouders erop, dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.
Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening.
Artikel 27. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval inwoners of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval inwoners of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.
Het college kan in bijzondere gevallen een bepaling of bepalingen bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, indien toepassing voor de jeugdige en/of zijn ouders leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van deze Verordening kan het college nadere regels stellen.
Artikel 30. Intrekking oude verordeningen en overgangsrecht
Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de in het eerste lid genoemde verordening tot de dag waarop het college een nieuw besluit neemt. Het besluit waarmee de lopende voorziening is verstrekt, vervalt met ingang van de dag waarop het college een nieuw besluit neemt.
Indien het nieuwe besluit een lager tarief voor een persoonsgebonden budget behelst, houdt cliënt in afwijking van het tweede lid recht op de lopende voorziening tot de dag, waarop vier kalendermaanden verstreken zijn na de datum van dat nieuwe besluit, met die dag als inwerkingtredingsdatum van het nieuwe besluit en als intrekkingsdatum van het oude besluit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-548583.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.