Besluit van de raad van de gemeente Eindhoven tot veertiende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Eindhoven (APV Eindhoven)

De raad van de gemeente Eindhoven;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2024;

gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 10 december 2024;

gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

Artikel I

 

De APV Eindhoven wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 1:1 worden in alfabetische volgorde de volgende definities ingevoegd:

 

  • Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  • Omgevingsplan: omgevingsplan gemeente Eindhoven;

  • paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een openbare inrichting;

  • vrijwilliger: een natuurlijke persoon die, niet in dienstverband, werkzaamheden uitvoert voor een paracommerciële rechtspersoon.

 

B

Artikel 1:6, eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel f komt te luiden:

  • f.

    indien de houder, rechtverkrijgende, leidinggevende of beheerder van slecht levensgedrag is;

  • 2.

    Na onderdeel f wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • g.

    indien de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie.

 

C

Artikel 2:10 komt te luiden:

Artikel 2:10 Gebruik van of voorwerpen op, aan, onder of boven de weg

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.

  • 2.

    Geen vergunning is vereist voor de door het bevoegd gezag aan te wijzen categorieën en gevallen onder de door hen te stellen voorwaarden.

  • 3.

    Behalve op de gronden genoemd in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd:

  • a.

    als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

  • b.

    als het beoogde gebruik op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

  • c.

    in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de woon- en leefomgeving of de bescherming van het milieu nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen, terrassen, uitstallingen en reclameborden.

  • 5.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak.

  • 6.

    Het is verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de vergunning ter plaatse aanwezig is.

  • 7.

    Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

 

D

Het opschrift van artikel 2:11 komt te luiden:

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg.

 

E

Artikel 2:24, eerste lid, onderdeel g komt te luiden:

g. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 (straatartiest) en 2:39 (exploitatie speelgelegenheid).

 

F

Artikel 2:25, tweede lid, komt te luiden:

Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de evenementenvergunning bedoeld in artikel 2:24, tweede

lid, onder f, als de organisator van een evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

Daarnaast kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien:

a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten;

b. de persoon van de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement; of

c. in de door de burgemeester vastgestelde Evenementenkalender al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de directe nabijheid daarvan.

 

G

Artikel 2:25b, eerste lid, komt te luiden:

1. De burgemeester kan besluiten, onder door hem te stellen voorschriften, dat het verbod zoals opgenomen in artikel 2:25, eerste lid, niet geldt voor een door hem aangewezen evenement, of categorie van evenementen, in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.

 

H

Artikel 2:29 komt te luiden:

Artikel 2:29 Sluitingstijd

  • 1.

    Het is verboden een openbare inrichting geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02:00 uur en 08:00 uur.

  • 2.

    Het verbod uit het eerste lid geldt niet tussen 02.00 uur en 08.00 uur voor een openbare inrichting die is gelegen binnen het gebied:

  • a.

    Centrum, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Emmasingel, de Keizersgracht, de Wal, de P.C.

  • Hooftlaan, de Hertogstraat, de Vestdijk en het 18 Septemberplein, of gelegen aan deze wegen of aan

  • het Stationsplein en de Dommelstraat, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 08.00 uur op maandag tot en met vrijdag en tussen 04.00 uur en 08.00 uur op zaterdag en zondag;

  • b.

    Strijp S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van deze wegen en mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 08.00 uur.

  • c.

    ‘de Bergen’ (CBS wijkcode 112) mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 08.00 uur.

  • d.

    ‘de Witte Dame’ (CBS wijkcode 113) mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 08.00 uur.

  • 3.

    Het verbod uit het eerste lid geldt voor andere gebieden dan genoemd in het tweede lid niet:

  • a.

    tussen 02.00 uur en 07.00 uur op maximaal tien dagen per kalenderjaar, op carnavalszondag en op Koningsdag voor de houder van de openbare inrichting gevestigd in het Beursgebouw aan de Lardinoisstraat en op het adres Klokgebouw 50 op Strijp S, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 07.00 uur, de gewenste dag minimaal vier weken van tevoren aan de burgemeester wordt gemeld en de burgemeester na ontvangst van de melding niet heeft besloten tot een verbod;

  • b.

    op nieuwjaarsdag, mits de openbare inrichting op dat moment niet gesloten hoeft te zijn op grond van de Omgevingswet, de Opiumwet, de Gemeentewet of artikel 2:40a.

  • c.

    tussen 06.00 uur en 08.00 uur in verband met het serveren van een alcoholvrij ontbijt;

  • d.

    tijdens de carnavalsdagen, Tweede Paasdag, Koningsdag, de dag na Hemelvaart, Tweede Pinksterdag, Eerste Kerstdag en de dag na Tweede Kerstdag voor het gebied benoemd in artikel 2:29 lid 2 onder a mits daarin geen nieuwe bezoekers worden toegelaten tussen 04.00 uur en 08.00 uur.

  • 4.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 5.

    De burgemeester kan bepalen dat een inrichting, al dan niet tijdelijk, tussen 02.00 uur en 06.00 uur voor publiek gesloten dient te zijn in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, gezondheid of van het woon- en leefmilieu.

  • 6.

    Het verbod geldt niet voor openbare inrichtingen die zijn genoemd in artikel 2:28 lid 3 onder b. Voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 2:28, derde lid onder b eerste gedachtestreepje gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

  • 7.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin is voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 8.

    Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

 

I

Artikel 2:30 komt te luiden:

Artikel 2:30 Aanwezigheid leidinggevende of vrijwilliger

  • 1.

    Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben indien in de inrichting niet aanwezig is een op de vergunning of aanhangsel vermelde leidinggevende.

  • 2.

    Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de vergunning ter plaatse aanwezig is.

  • 3.

    Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester dat een persoon als leidinggevende dient te worden bijgeschreven op de vergunning. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel behorende bij de vergunning.

  • 4.

    De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid is het een paracommerciële rechtspersoon verboden een openbare inrichting geopend te houden, indien niet in de inrichting aanwezig is:

    • a.

      een op de vergunning of aanhangsel vermelde leidinggevende; of

    • b.

      een vrijwilliger mits aan de eisen van het zesde lid wordt voldaan.

  • 6.

    Het bestuur van een paracommerciële rechtspersoon houdt een registratie bij van vrijwilligers. In ieder geval worden de voorletters, achternaam en de leeftijd vermeld. Een vrijwilliger dient de minimale leeftijd van 18 jaar te hebben. De registratie of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig.

  •  

J

Artikel 2:31 komt te luiden:

Artikel 2:31 Verboden gedragingen

De exploitatie van een openbare inrichting is zodanig dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid,

de volksgezondheid of het milieu niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.

 

K

Artikel 2:34g met opschrift “Bepalingen paracommerciële rechtspersonen van verzorgende aard’’ wordt

vernummerd tot artikel 2:34j, en komt als volgt te luiden:

Artikel 2:34j Bepalingen paracommerciële rechtspersonen van verzorgende aard

Het is paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van verzorgende aard niet toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken anders dan tijdens bijeenkomsten van verzorgende aard en bijeenkomsten van persoonlijke aard gericht op patiënten of bewoners.

 

L

Artikel 2:48, vierde lid, komt te luiden:

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik

4. Het is verboden om in perioden en gebieden die door de burgemeester zijn aangewezen, bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse, dan wel deze dranken te verstrekken in strijd met de beperkingen die de burgemeester aan de verstrekking heeft verbonden.

 

M

Artikel 2:48a komt als volgt te luiden:

Artikel 2:48a Glazen drinkgerei of (wegwerp)plastic

  • 1.

    De houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de openbare inrichting geen drinkgerei van glas, flessen van glas of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic buiten de inrichting brengen.

  • 2.

    Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, drinkgerei van glas, geopende flessen van glas of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic die kennelijk zijn bestemd voor het bewaren van drank bij zich te hebben of met zich mee te voeren.

  • 3.

    Het tweede lid geldt niet voor:

    • a.

      een terras dat behoort bij een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 2:27;

    • b.

      de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

 

N

Artikel 2:48b komt te luiden:

Artikel 2:48b Glas-, blik- of (wegwerp)plastic verbod horeca

Het is de houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 respectievelijk van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode binnen die openbare inrichting of op de plaats waarvoor de genoemde ontheffing geldt, drank te verstrekken in drinkgerei van glas, in flessen van glas, in blikjes of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic.

 

O

Artikel 2:48c komt te luiden:

Artikel 2:48c Glas-, blik- of (wegwerp)plastic verbod op wegen

Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeeltes en binnen een door de burgemeester aangewezen periode drank in drinkgerei van glas, in flessen van glas, in blikjes of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic bij zich te hebben of met zich mee te voeren.

 

P

Na artikel 2:48d wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2:48d Nadere regels

Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen aangaande het bepaalde in artikel 2.48a, 2:48b en 2:48c, waaronder regels over herbruikbare statiegeldbekers.

 

Q

Artikel 2:71 komt te luiden:

Artikel 2:71 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder:

• consumentenvuurwerk: vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;

• fop- en schertsvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

 

R

Artikel 2:78 komt te luiden:

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 2.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een in het eerste lid persoon een verbod opleggen om:

    • a.

      gedurende ten hoogste het lopende en komende uitgaansweekeinde (donderdagavond tot en met maandagmorgen) telkens tussen 22.00 uur en 07.00 uur in of in de omgeving van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 en in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden, indien dat feit of die handeling verband houdt met veilig uitgaan;

    • b.

      tot het einde van een evenement als bedoeld in artikel 2:24 gedurende de tijden dat dit plaatsvindt, op of in de omgeving van het terrein of de terreinen waar dat evenement plaatsvindt op te houden, indien dat feit of die handeling verband houdt met dat evenement.

  • 3.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in het eerste of tweede lid en die binnen een jaar na een eerder tijdelijk verbod opnieuw een strafbaar feit of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste vier weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 4.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie een tijdelijk verbod als bedoeld in het derde lid of in dit lid is gegeven en die binnen een jaar na het opleggen van dat verbod opnieuw een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 5.

    Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste tot en met vierde lid opgelegd verbod.

  • 6.

    De burgemeester beperkt het krachtens het eerste tot en met vierde lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt.

  • 7.

    De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

  • 8.

    Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op.

  • 9.

    Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

 

S

Artikel 3.1.1. wordt als volgt gewijzigd:

De begripsbepalingen ‘’seksinrichting’’ en ‘’sekswinkel’’ van artikel 3.1.1 komen te luiden:

  • seksinrichting:

  • a.

    een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, tantra-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

 

  • b.

    de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden;

 

  • sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd.

 

T

Artikel 4:1 komt te luiden:

Artikel 4:1 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal locaties is verbonden;

  • houder van een locatie: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins op de locatie een milieubelastende activiteit verricht;

  • horecalocatie: locatie waarop uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van:

  • a.

    een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, of

  • b.

    daaraan verwante activiteiten, waar tegen vergoeding logies worden verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.

  • incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal locaties;

  • locatie: locatie waarop een milieubelastende activiteit wordt verricht;

  • milieubelastende activiteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, niet zijnde activiteiten als bedoeld in artikel 22.41, tweede lid, van het Omgevingsplan;

  • recreatielocatie: locatie waarop uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van:

  • a.

    een gelegenheid tot zwemmen of baden;

  • b.

    een of meer voorzieningen of installaties voor het dansen of geven van dansonderricht;

  • c.

    het onderrichten van muziek of toneel, of oefenen voor of houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen;

  • d.

    het vertonen van films, het houden van presentaties, vergaderingen of congressen, of tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap;

  • e.

    het gelegenheid bieden tot het deelnemen aan kansspelen of om mee te dingen naar prijzen of premies door enige kansbepaling of tot het gebruiken van speelautomaten;

  • f.

    het recreatief dagverblijf bieden of waar een of meer voorzieningen aanwezig zijn voor recreatieve doeleinden, recreatief nachtverblijf bieden in vakantiewoningen, trekkershutten of door middel van een kampeerterrein;

  • sportlocatie: locatie waarop uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een of meer voorzieningen of installaties voor het beoefenen van sport in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of ter recreatie.

 

U

Artikel 4:2 komt te luiden:

Artikel 4:2 Collectieve en incidentele festiviteiten

  • 1.

    De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 van het Omgevingsplan gelden niet voor horeca-, recreatie- of sportlocaties tijdens de volgende collectieve festiviteiten:

    a. carnavalsvrijdag tot en met carnavalsdinsdag;

    b. koningsnacht vanaf 17.00 uur;

    c. koningsdag tot uiterlijk 24.00 uur;

    d. 24 december vanaf 17.00;

    e. 26 december vanaf 17.00;

    f. de jaarwisseling vanaf 17.00 uur tot 12.00 uur op 1 januari.

    • 2.

      Het is op een locatie, niet zijnde een horeca-, recreatie- of sportlocatie, toegestaan maximaal twee incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 van het Omgevingsplan niet van toepassing zijn, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld.

    • 3.

      Het is op een horeca-, recreatie- en sportlocatie, toegestaan maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 van het Omgevingsplan niet van toepassing zijn, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld.

    • 4.

      Het derde lid geldt niet voor een horeca- en recreatie- locatie die is gelegen aan het Begijnenhof, het Catharinaplein (gevestigd in het Catharinahuis), de Molenstraat, het Stratumseind, de Stratumsedijk (het gedeelte tussen het Stratumseind en de Bilderdijklaan), de Oude Stadsgracht.

    • 5.

      Naast het gestelde in het eerste lid en in afwijking van het derde lid is het een horeca-, recreatie- en sportlocatie binnen het gebied Strijp-S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van deze wegen, toegestaan maximaal tien incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld.

    • 6.

      Het is op een sport- en recreatielocatie toegestaan om tijdens maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sport- of recreatieactiviteiten waarbij artikel 22.239, eerste lid, van het Omgevingsplan niet van toepassing is, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld.

    • 7.

      Aan de kennisgevingsplicht, bedoeld in het tweede, derde, vijfde en zesde lid, is voldaan wanneer het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld en tijdig is ingeleverd.

    • 8.

      Het gestelde in het tweede, derde en vijfde lid geldt slechts voor zover wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders ter voorkoming van geluidshinder te stellen voorwaarden.

    • 9.

      Op deze procedure is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

 

V

Artikel 4.3 komt te luiden:

Artikel 4:3 Tijden vrijstelling van de geluidsnormen

  • 1.

    Vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2, kan verkregen worden vanaf 08:00 uur in de ochtend tot uiterlijk 02:00 uur de volgende dag, tenzij anders vermeld.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 tot uiterlijk 04:00 uur van de volgende dag, indien deze plaatsvinden bij een horeca-, recreatie- of sportlocatie, op vrijdag en zaterdag en tijdens de volgende feestdagen (Carnavalsdagen, Eerste Paasdag, Koningsnacht, Hemelvaart, Eerste Pinksterdag, Kerstavond en Tweede Kerstdag), en deze locatie is gelegen:

    • a.

      in het gebied centrum, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Emmasingel, de Keizersgracht, de Wal, de P.C. Hooftlaan, de Hertogstraat, de Vestdijk en het 18 Septemberplein, inclusief de locaties die aan deze wegen zijn gelegen, met uitzondering van de locaties die zijn gelegen in het gebied ‘de Bergen’ (CBS wijkcode 112);

    • b.

      aan het Stationsplein;

    • c.

      aan de Dommelstraat;

    • d.

      in het gebied Strijp S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van de locaties die gelegen zijn aan deze wegen.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 tot uiterlijk 07:00 uur de volgende dag, wanneer aan de hieronder beschreven voorwaarden wordt voldaan:

  • a.

    maximaal 10 keer per jaar voor de locatie gelegen aan het Klokgebouw 50, mits de houder van de locatie minstens twee weken voor de aanvang van de festiviteit, zowel collectief als incidenteel, burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld;

  • b.

    op carnavalszaterdag en koningsnacht en daarnaast nog maximaal 5 keer per jaar voor de locatie gelegen aan de Lardinoisstraat 8, mits de houder van de locatie minstens twee weken voor de aanvang van de festiviteit, zowel collectief als incidenteel, burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld.

  • 4.

    Aan de kennisgevingsplicht, bedoeld in het derde lid, is voldaan wanneer het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld en tijdig is ingeleverd.

 

W

Artikel 4.4 komt te luiden:

Artikel 4:4 Onvoorziene festiviteiten

Indien een festiviteit, als bedoeld in artikel 4:2, waarvoor vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan zou moeten gelden redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college:

  • a.

    een festiviteit terstond aanwijzen als collectieve festiviteit.

  • b.

    op verzoek van een houder van een locatie, een incidentele festiviteit terstond toestaan, waarmee de kennisgeving, bedoeld in het tweede, derde, vijfde of zesde lid van artikel 4:2, geacht wordt te zijn gedaan.

 

X

Artikel 5:21a komt te luiden:

Artikel 5:21a Loketverkoop

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een afleveringsloket of andere dergelijke verstrekkingsmogelijkheid, waaronder mede begrepen aan de deur verkoop, voor eet- en drinkwaren te hebben, als deze vanaf de weg voor het publiek onmiddellijk bereikbaar is.

  • 2.

    De mogelijkheid om op grond van het eerste lid een vergunning aan te vragen vervalt per 1 januari 2025. De reeds verleende vergunningen blijven voor de periode waarvoor zij zijn afgegeven na deze datum van kracht, tot het moment waarop ze worden ingetrokken, vervallen of er geen gebruik meer van gemaakt wordt.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.

  • 4.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien een ontheffing op grond van artikel 35 Alcoholwet is verstrekt.

  • 5.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op automatieken indien hier een vergunning voor is verstrekt op basis van artikel 2:28.

 

Y

Artikel 6:2 lid 1 komt te luiden:

Artikel 6:2 Toezichthouders

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast ambtenaren van:

 

  • de politie, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012; alsmede, ieder voor zover het betreft zaken welke aan zijn toezicht zijn toevertrouwd;

 

  • de Koninklijke marechaussee indien zij belast zijn met een politietaak zoals genoemd in artikel 4 van de Politiewet 2012;

 

  • de sector Veiligheid en Handhaving van de gemeente Eindhoven;

 

  • de G.G.D. Brabant-Zuidoost;

 

  • de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost;

 

  • de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.

 

Artikel II

 

Deze verordening treedt in werking met ingang van de 8e dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2024.

J. Jongbloed, griffier.

Naar boven