Gemeenteblad van Hardinxveld-Giessendam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hardinxveld-Giessendam | Gemeenteblad 2024, 547357 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hardinxveld-Giessendam | Gemeenteblad 2024, 547357 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen Gemeente Hardinxveld-Giessendam
Verordening op het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen Gemeente Hardinxveld-Giessendam
De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;
gezien het voorstel van het college van 19 november 2024 ;
gelet op de artikelen 147, eerste lid, 149 en 154 van de Gemeentewet en artikel 35, van de Wet op lijkbezorging;
vast te stellen de volgende: Verordening op het gebruik en beheer van de gemeentelijke
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
duurzame materialen: vaste, niet buigzame materialen van natuursteen, glas, hout, kera-miek, kunststof en metaal, die van nature of middels een daartoe speciale behandeling weerbestendig zijn, niet breukgevoelig en welke bestaan uit één geheel en waarvan de praktische toepasbaarheid zoals opnemen, verplaatsen, e.d. gewaarborgd is;
Hoofdstuk 3 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats
Artikel 5 Werkzaamheden door steenhouwers
Het is aan steenhouwers verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. Deze toestemming kan mondeling door de beheerder worden gegeven.
Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van het personeel van de begraafplaats.
Degenen die één of meer bepalingen van de artikelen 4 tot en met 7 overtreden, kunnen van de begraafplaats worden verwijderd, terwijl burgemeester en wethouders hen de toegang tot de begraafplaats voor bepaalde of onbepaalde tijd kunnen ontzeggen.
Hoofdstuk 4 Voorschriften voor lijkbezorging
Artikel 11 Het openen en sluiten van graven
Alle werkzaamheden aan een graf ten behoeve van een begraving, het delven van een graf ten behoeve van het stichten van een grafkelder, een opgraving, een bijzetting, een herbegraving of asverstrooiing met uitzondering van het openen en het sluiten van een grafkelder, geschieden van gemeentewege tegen betaling van de daarvoor verschuldigde rechten.
Artikel 12 Over te leggen stukken
Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de personen, genoemd in artikel 18, eerste lid.
Hoofdstuk 5 Indeling en uitgifte der graven en asbezorging
Artikel 14 Uitgifte van graven
Op begraafplaats Spindermolen vinden, in de hieronder genoemde grafvakken, nog enkel in de bovenste laag bijzettingen plaatsvinden waar dit, zonder daarvoor de graven te schudden, mogelijk is. Betreft de grafvakken A, B, C, D, E, F, G, H, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, U, V, W, Y, Z, AC, BD, BZ, CD, CE, DF, EF, EG, FH, GH, HL, LN, KM, MN, MO, OP, QR, ST, WX en YZ.
In aanvulling op artikel 14, lid 5 geldt voor de vakken R, S, T, en U dat de graven niet geschud worden en het bijzetten in de bovenste laag ter beoordeling en goedkeuring is van de beheerder. Er mag enkel gebruik worden gemaakt van het bijzetten nadat er een schriftelijke toestemming is verkregen van de beheerder.
Op de begraafplaats worden particuliere graven uitgegeven ten aanzien waarvan aan de rechthebbende het recht wordt verleend om met uitsluiting van anderen daarin stoffelijke resten te doen begraven voor de tijd van twintig achtereenvolgende jaren. Uitzondering hierop vormen de particuliere kindergraven ten aanzien waarvan aan de rechthebbende het recht wordt verleend om met uitsluiting van anderen daarin stoffelijke resten te doen begraven voor de tijd van vijftig achtereenvolgende jaren. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.
De rechthebbende wordt uiterlijk één jaar vóór het vervallen van het recht, zowel bij het verstrijken van de eerste termijn als bij het verstrijken van een verlengingstermijn, daarvan schriftelijk in kennis gesteld door burgemeester en wethouders. Indien het adres van de rechthebbende onbekend is, wordt deze mededeling aangekondigd bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in bijzondere gevallen te hunner beoordeling, de verlenging toe te staan, indien het verzoek daartoe niet binnen de daarvoor gestelde termijn is gedaan. In dit geval wordt de verlenging geacht te zijn verleend en te zijn ingegaan met ingang van de dag volgende op die, waarop het recht verviel.
Artikel 16 Afstand doen van graven
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
Artikel 18 Overschrijving van rechten
Na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht binnen 12 maanden op hun verzoek te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant, of een andere nabestaande dan wel een rechtspersoon die de zorg voor de instandhouding van het graf op zich neemt. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving voorafgaand aan de begrafenis of bijzetting te worden gedaan.
Artikel 22 Duur van de vergunning
Bij overboeking van het recht tot het uitsluitend begraven in een grafruimte ten name van een andere rechthebbende, wordt een vergunning als bedoeld in lid 1, geacht van de datum van overboeking af te zijn verleend aan de nieuwe rechthebbende, die van het tijdstip af aansprakelijk is voor de nakoming van de uit de vergunning voortvloeiende verplichtingen.
De gemeente is niet aansprakelijk voor de zich op de graven bevindende gedenktekens of voor schade daaraan dan wel door schade, die door de gedenktekens zelf is ontstaan, zolang de graven niet geruimd mogen worden volgens de bepalingen uit de Wet op de lijkbezorging.
Artikel 24 Verwijdering grafbedekking
De op de graven geplaatste gedenktekens en aangebrachte beplantingen moeten op eerste aanschrijving van burgemeester en wethouders door en voor rekening van de rechthebbende onmiddellijk worden verwijderd indien zij zijn aangebracht of geplant in strijd met deze verordening, de bij nadere regels vastgestelde bepalingen of de verleende vergunning.
Wanneer het uitsluitend recht tot het doen begraven in een particulier graf of het gebruik van een algemeen graf zal eindigen of vervallen, anders dan als gevolg van sluiting van de begraafplaats, dient het daarop aanwezige gedenkteken vóór het verstrijken van de bedoelde termijnen door de eigenaar van het gedenkteken verwijderd te worden. De eigenaar zal, zo mogelijk, daaromtrent door burgemeester en wethouders worden ingelicht.
Hoofdstuk 8 Onderhoud grafbedekkingen
Artikel 25 Onderhoud door rechthebbende en gebruiker
Wanneer burgemeester en wethouders blijkt dat onderhoudsplichtigen de hun in het eerste lid opgelegde verplichtingen niet naar behoren nakomen, stellen zij hen schriftelijk in de gelegenheid binnen een door hen te bepalen termijn voor een beter onderhoud zorg te dragen. Als het adres van de onderhoudsplichtige niet bekend is, wordt deze mededeling aangebracht bij het graf en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats gedurende een periode van 1 jaar.
Artikel 26 Onderhoud van gemeentewege
Onverminderd het bepaalde in artikel 25, eerste lid, dient de rechthebbende of de gebruiker van een grafruimte toestemming te verlenen aan de gemeente voor het onderhoud aan graftekens of grafmonumenten. De gemeente zal deze tekens en monumenten jaarlijks bestrijden tegen algen en zo nodig worden graftekens en grafmonumenten door de gemeente gesteld. De werkzaamheden zijn ter beoordeling van de gemeente.
Hoofdstuk 9 Ruiming van graven
Het voornemen van burgemeester en wethouders om een algemeen graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip, waarop het graf geruimd zal worden, op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de gebruiker gebracht, tenzij het adres van de gebruiker van het graf aan hen bekend is. In dat geval maken zij de gebruiker uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend.
Hoofdstuk 11 Straf- en slotbepalingen
Hij die handelt in strijd met de artikelen 4 tot en met 7 kan worden gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
Artikel 32 Overgangsbepalingen
Ten aanzien van de voor het in werking treden van deze verordening uitgegeven recht op particuliere-, urnen- en algemene graven, blijven de bepalingen van kracht die bij de uitgifte van die graven golden en worden, voor zover zij ook bij deze verordening zijn vereist, geacht onder dezelfde voorwaarden krachtens deze verordening te zijn verleend.
De voor het in werking treden van deze verordening verleende vergunningen tot het aanbrengen van gedenktekens enz., verliezen door het in werking treden van deze verordening hun kracht niet en worden, voor zover zij ook bij deze verordening zijn vereist, geacht onder dezelfde voorwaarden krachtens deze verordening te zijn verleend.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-547357.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.