Gemeenteblad van Meierijstad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meierijstad | Gemeenteblad 2024, 547233 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meierijstad | Gemeenteblad 2024, 547233 | ander besluit van algemene strekking |
Nota reserves en voorzieningen 2025
De gemeenteraad heeft een kader stellende rol met betrekking tot het gemeentelijke financieel beleid.
Op grond van artikel 212 van de Gemeentewet stelt de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid en beheer vast. De uitgangspunten zijn opgenomen in de "Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Meierijstad". In deze verordening wordt bepaald (artikel 16) dat het college de raad 1x per raadsperiode een nota "Reserves en voorzieningen” aanbiedt.
Voor u ligt de geactualiseerde Nota Reserves en Voorzieningen 2025 van de gemeente Meierijstad. Deze nota bevat de kaders voor reserves en voorzieningen. In dit document zijn geldende richtlijnen samengevoegd, geactualiseerd en aangepast aan de (gewijzigde) wet- en regelgeving. De nota is opgesteld met inachtneming van de wettelijke regels en de raadsbesluiten met betrekking tot reserves en voorzieningen zoals die in de afgelopen jaren zijn genomen.
De uitgangspunten van deze nota vinden hun weerslag in de begroting en de jaarstukken.
De doelstellingen van de nota zijn:
Het resultaat van deze uniforme regels is een bestendige gedragslijn voor omgang met reserves en voorzieningen in Meierijstad.
Reserves en voorzieningen zijn van grote betekenis voor de budgettaire stabiliteit van de gemeente.
Reserves en voorzieningen maken grote toekomstige uitgaven mogelijk, voor bijvoorbeeld groot onderhoud, investeringen of projecten die te omvangrijk zijn om ten laste van de exploitatiebegroting te brengen. Daarnaast spelen ze een rol als buffer in geval van financiële tegenvallers en ter egalisatie van de lasten. Door goed inzicht in de reserves en voorzieningen wordt de beleidsruimte beter zichtbaar. Door te streven naar een minimaal aantal reserves, worden zo min mogelijk middelen in hun besteding geblokkeerd. Er blijven meer middelen breed inzetbaar. De kaders zijn erop toegesneden het budgetrecht van de raad maximaal tot zijn recht te laten komen. Dat betekent dat de raad blijft bepalen hoe reserves worden ingezet.
Een gedegen risicobeleid is van belang om risico’s tijdig te onderkennen en te beheersen. Inzicht in de omvang van het gemeentelijk vermogen en in de ontwikkeling hiervan en inzicht in het risicoprofiel en het benodigde weerstandsvermogen is essentieel voor het proces van bestuurlijke afweging. Door een te laag niveau van het weerstandsvermogen komt de financiële robuustheid in het geding. Anderzijds beklemt een te hoog niveau onnodig de bestedingsruimte.
Het BBV maakt op grond van artikel 43 onderscheid tussen de bestemminsreserves en de algemene reserve. In Meierijstad wordt bovendien binnen de bestemmingsreserves nog een onderscheid gemaakt tussen dekkingsreserve en overige bestemmingsreserves.De reserves zijn ingedeeld op grond van het doel waarvoor ze zijn gevormd.
Bij een dekkingsreserve is er nadrukkelijk sprake van een vastgelegde toekomstige aanwending maar er bestaat op dat moment geen (wettelijke of feitelijke) verplichting.
Wel is het zo dat wanneer dekkingsreserves voor een ander doel gebruikt worden dan zullen andere middelen voor het dekken van de kapitaallasten moeten worden aangewezen.
Voorzieningen maken deel uit van het vreemd vermogen. Voorzieningen worden gevormd wegens:
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden.
1.5 Belangrijkste aanpassingen ten opzichte van huidige notitie reserves en voorzieningen
Samenvattend zijn de volgende wijzigingen verwerkt ten opzichte van de huidige notitie reserves en voorzieningen;
In hoofdstuk 2 is een samenvatting van het wettelijk kader voor reserves en voorzieningen weergegeven. In hoofdstuk 3 zijn de kaders van Meierijstad opgenomen. Bijlage 1 bevat nadere detailinformatie. In bijlage 2 is per reserve en voorziening een samenvattend overzicht opgenomen van de huidige reserves en voorzieningen. Bijlage 3 bevat de saldi van de reserves en voorzieningen op basis van de jaarrekening 2023 (laatst vastgesteld).
Gemeenten hebben zich te houden aan landelijke wet- en regelgeving. Het wettelijk kader voor de gemeente, in dit verband, is de gemeentewet en het BBV. Het kader voor reserves en voorzieningen wordt gevormd door artikel 42 tot en met 45 van het BBV. Daarnaast heeft de commissie BBV via notities, stellige uitspraken en richtlijnen het kader verder ingevuld.
Reserves en voorzieningen zijn twee balansposten die van grote invloed kunnen zijn op de financiële positie. Ondanks het feit dat deze posten vaak in een adem worden genoemd is hun aard en oorsprong wezenlijk anders.
Voor een goed begrip is het van belang eerst in te gaan op het onderscheid tussen reserves en voorzieningen.
In onderstaande tabel is het onderscheid tussen de reserves en de voorzieningen samengevat.
Voor wat betreft de reserves ligt er een nadrukkelijke relatie met het weerstandsvermogen en het risicoprofiel van de gemeente. In de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing is dit nader uitgewerkt.
De toelichting bij de voorzieningen is van belang omdat de raad hiermee inzicht krijgt welke bedragen in de lopende exploitatie als lasten zijn genomen om aan toekomstige verplichtingen te voldoen. De omvang van voorzieningen dient dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Over- en onderdekking zijn niet toegestaan.
3.1 Algemene kaders voor reserves en voorzieningen
Voor een goede, overzichtelijke besluitvorming wordt het aantal reserves en voorzieningen zo veel mogelijk beperkt. Lasten worden zoveel mogelijk in de exploitatie opgevangen.
Om een optimale integrale afweging te kunnen maken zijn bij voorkeur middelen beschikbaar in Algemene Reserves die nog geen bestemming hebben. Deze optimale integrale afweging leidt er ook toe dat we zeer terughoudend zijn in het vormen van bestemmingsreserves, d.w.z. ten aanzien van bestemmingsreserves:
Een bestemmingsreserve maakt duidelijk dat bepaalde financiële middelen specifiek zijn gereserveerd voor bepaalde doelen. Dit verhoogt de transparantie richting de gemeenteraad en de inwoners, omdat ze kunnen zien hoe en waarvoor geld wordt gereserveerd en besteed. Het voorkomt ook dat deze middelen worden gebruikt voor andere doeleinden.
In Meierijstad wordt een deel van de algemene reserve afgezonderd voor het opvangen van financiële risico’s die de gemeente loopt: de algemene risicoreserve. Deze reserve vormt de buffer voor het opvangen van de financiële gevolgen van optredende risico’s. De noodzakelijke hoogte van de algemene risicoreserve wordt jaarlijks bij de begroting en jaarrekening bepaald op basis van de geactualiseerde risicoberekening. Omdat het de verwachting is dat niet alle risico’s zich tegelijk voordoen, hanteren we 90% van de totale risicowaarde als omvang van de noodzakelijke algemene risicoreserve. Overschotten of tekorten in de risicoreserve worden verrekend met de algemene reserve vrij besteedbaar.
De belangrijkste functie is het vormen van een buffer voor onvoorziene financiële tegenvallers (risico’s). Hiervoor is een deel van de algemene reserve afgezonderd, zijnde de algemene risicoreserve.
De inzet van de algemene reserves is in principe alleen toegestaan om incidentele tekorten of uitgaven te dekken. Structurele tekorten moeten worden afgedekt met structurele middelen door aanpassing van de begroting.
Vanaf 2024 kunnen gemeenten een deel van hun reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten. Gemeenten mogen tot tien procent van een surplus in de algemene reserve aanwenden om structurele tekorten te dekken. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20 procent is en blijft. Daarnaast moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn.
Het surplus van de algemene reserve is dat deel wat niet nodig is voor het afdekken van risico’s. Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. De inzet van het surplus algemene reserve wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Het is aan de gemeente of voor deze wijze van reservegebruik wordt geopteerd. Bij structurele inzet van de algemene reserve zal de omvang ervan jaarlijks afnemen en daarmee ook de mogelijkheden voor inzet in de toekomst. De structurele inzet is niet meer mogelijk als dit leidt tot onvoldoende weerstandscapaciteit en/of als de solvabiliteit onder 20% daalt. Zolang nog aan de voorwaarden wordt voldaan kan er sprake zijn van een langjarige inzet en kan deze worden bestempeld als een structureel dekkingsmiddel.”
Het benutten van deze mogelijkheid zal jaarlijks bij het opstellen van de programmabegroting worden beoordeeld.
Uitgangpunt is dat reserves incidentele dekking zijn. Naast de mogelijkheid van uitzondering genoemd onder punt 4 kennen we nog de uitzondering van de reserve ter dekking van kapitaallasten.
Een dekking uit de reserve kapitaallasten mag plaatsvinden wanneer de reservevorming gelijk is aan de totale afschrijvingslasten die voortvloeien uit de investering.
Naast de aflopende investeringslasten uit het verleden wordt de dekkingsreserve alleen voor specifieke investeringen gebruikt. Voorstellen tot het aanwenden van de reserve worden afzonderlijk door de raad besloten.
Een voorziening mag niet groter of kleiner zijn dan de verplichting of risico waarvoor ze is gevormd. Deze analyse vindt plaats bij de jaarrekening. Dit houdt in dat iedere voorziening moet onderbouwd zijn met een berekening.
Bepaling van de noodzakelijke omvang van een voorziening is van belang voor een juiste weergave van de vermogenspositie van de gemeente. Als een voorziening niet toereikend is, kan er een tekort op de exploitatie ontstaan. Maar een te hoge voorziening legt onnodig beslag op schaarse dekkingsmiddelen. Daarom is het van belang dat er goed onderbouwde (beheer)plannen beschikbaar zijn.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 12 december 2024
De griffier,
De burgemeester,
Bijlage 1 Nadere uitwerking van de bepalingen BBV t.a.v. reserves en voorzieningen
In deze bijlage zijn de richtlijnen weergegeven waaraan reserves en voorzieningen moeten voldoen.
De beleidsruimte bij reserves is erg groot. De raad kan immers op basis van eigen keuzes en afwegingen bepalen of reserves dienen te worden ingesteld. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om reserves in te stellen en op te heffen binnen de grenzen van de regelgeving, zoals opgenomen in het BBV.
Er zijn twee soorten reserves:
In hoeverre binnen deze 2 categorieën een nadere onderverdeling wordt gemaakt, is de vrijheid van de desbetreffende gemeente(raad).
De vorming van de algemene reserve geschiedt in principe door bestemming van batige exploitatiesaldi of door incidentele oorzaken. Bijvoorbeeld als gevolg van opbrengsten van gerealiseerde boekwinst bij verkoop van eigendommen of positieve resultaten van de grondexploitatie.
Op grond van het BBV besluit de gemeenteraad ook over de stortingen en/of onttrekkingen aan de reserves. De geraamde onttrekkingen en stortingen worden opgenomen in de begroting van enig jaar en worden met het vaststellen van de begroting door de gemeenteraad bekrachtigd.
Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft meegegeven. Dit zijn vermogensbestanddelen die alleen in de aangegeven richting aan¬wendbaar zijn. De vorming van bestemmingsreserves geschiedt in principe via het saldo van de baten en lasten; zij zijn dus saldo be¬stemmend van aard en beïnvloeden dus niet de uitkomsten van de exploitatie.
De reserves worden samen met het resultaat na bestemming gerekend tot het eigen vermogen (artikel 42/43 BBV).
Reserves kennen een aantal functies. De volgende functies zijn te onderscheiden:
Ad. a. De bufferfunctie van reserves
De reserves vormen een buffer voor het opvangen van onverwachte tegenvallers. De reserves en voorzieningen maken het mogelijk noodzakelijke financiële aanpassingen niet schoksgewijs te laten verlopen. De reserves kunnen een buffer zijn voor de in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen risico’s. Belangrijkste voorbeeld is de algemene reserve.
Ad. b. De bestedingsfunctie van reserves
Een bestedingsfunctie houdt in een reservering om te zijner tijd de realisering van bepaalde activiteiten mogelijk te maken. Bestemmingsreserves worden gevormd voor door de raad bepaalde specifieke bestemmingen. Een voorbeeld is de bestemmingsreserve sociaal domein.
Ad.c. De egalisatiefunctie van reserves
Reserves kunnen worden gevormd om tarieven of baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Pieken en dalen in de exploitatie kunnen zodoende worden vermeden. Ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht kunnen door middel van een egalisatiereserve worden opgevangen. Een voorbeeld is de bestemmingsreserve Opvang Ontheemden.
Dekkingsreserve kapitaallasten
Reserves zijn incidentele middelen. Inzet van reserves kan alleen voor de dekking van incidentele lasten. Een afwijking hierop is de reserve Kapitaallasten die wordt ingezet voor de dekking van afschrijvingslasten. Door de spreiding van de aanwending over een langere periode is sprake van structurele lasten. Om dit in goede banen te leiden is voor de dekking van afschrijvingslasten deze specifieke bestemmingsreserve gevormd. De omvang hiervan is gekoppeld aan de te dekken afschrijvingslasten. Voeding heeft ineens plaatsgevonden bij de start van de afschrijvingen.In de periode 2018 t/m 2026 wordt de reserve jaarlijks afgebouwd met € 3,5 miljoen (besluit bij fusie in 2017). De afschrijvingslasten van de investeringen welke niet langer worden gedekt uit deze reserve komen structureel in de exploitatie terecht.
Bij het opstellen van de begroting 2025 is besloten om eventueel, voor specifieke investeringen, toevoegingen aan de reserve kapitaallasten te doen ter dekking van afschrijvingslasten. Bij de vaststelling van de begroting 2024 zijn toevoegingen gedaan voor de investeringen “optimalisatie bestuurscentrum” en “Omnipark Erp”.
Wanneer in de toekomst geadviseerd wordt om extra toevoegingen te doen, zal dit worden vastgesteld via raadsbesluit.
1.2.1 Instellingscriteria reserves
Bij het instellen van reserves gelden de volgende criteria:
Bijdragen uit reserves aan de exploitatie zijn gelijk aan de bijbehorende werkelijke lasten tot het maximaal geraamde bedrag.
Wanneer besloten is om een eenmalige last te dekken uit de algemene reserve of bestemmingsreserve en bij het opmaken van de jaarrekening blijkt deze last niet volledig te zijn uitgegeven en het niet uitgegeven bedrag wordt overgeheveld naar het volgende jaar, dan vindt in het betreffende jaar de onttrekking uit de algemene reserve of bestemmingsreserve plaats tot maximaal het bedrag van de last. Het restant blijft binnen de algemene reserve of bestemmingsreserve beschikbaar in het volgende jaar ter dekking van het restant aan eenmalige lasten. Onttrekkingen mogen niet tot gevolg hebben dat een reserve negatief wordt.
In beginsel is het toevoegen en onttrekken een bevoegdheid van de raad.
Verder kunnen er raadsbesluiten zijn die inhouden dat specifiek benoemde saldi, bijvoorbeeld een overschot op de uitvoering van de WMO of het exploitatiesaldo van afval, ook nog in het lopende begrotingsjaar ten gunste of ten laste van een specifieke bestemmingsreserve mogen worden gebracht (‘gesloten circuit’). Uit oogpunt van een goede en integrale allocatiefunctie adviseert de commissie BBV om terughoudend te zijn met dergelijke besluiten. Voorkomen moet worden dat het gepresenteerde gerealiseerde resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening via een automatisme van potjes vullen richting nul tendeert. Wenselijk is dat een resultaat wordt gepresenteerd dat zo goed mogelijk laat zien hoe de gemeente in het betreffende jaar heeft gepresteerd.
De uitzondering wordt toegepast, als:
Wanneer het doel waarvoor een reserve is gevormd op enig moment vervalt of de eventueel vastgestelde einddatum verstreken is, dan wordt de reserve opgeheven. Het opheffen van een reserve gebeurt door een raadsbesluit.
Een eventueel resterend saldo wordt toegevoegd aan de algemene risicoreserve.
Artikel 54 BBV schrijft voor dat in de toelichting op de balans de aard en de reden van elke reserve en de mutaties (toevoegingen en onttrekkingen) worden vermeld. Een overzicht per reserve geeft inzicht in:
De keuzevrijheid rond voorzieningen is vrij beperkt, omdat deze op grond van de wettelijke verslaggevingsregels min of meer een verplichtend karakter hebben en in het resultaatbepalende deel van de begroting en jaarrekening zijn opgenomen. De bestemming van voorzieningen kan dus niet zomaar veranderd worden, deze ligt van tevoren vast.
De voorzieningen worden gevormd (artikel 44 BBV) voor:
Aan voorzieningen zijn de volgende voorwaarden verbonden:
Voorzieningen moeten naar beste schatting dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn ingesteld, rekening houdend met een periode van 4 jaar. Mutaties in voorzieningen wegens toevoegingen of door vrijval vloeien voort uit het aanpassen aan een nieuw noodzakelijk niveau en uit verminderingen wegens aanwending voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld.
Als onderligger voor de voorzieningen wordt vaak gebruik gemaakt van beheerplannen, waarin onderbouwing, planning van de uitgaven en de voeding van de voorzieningen zijn opgenomen. Een beheerplan mag dan niet ouder zijn dan 5 jaren.
1.4.1 Instellingscriteria voorzieningen
Het BBV schrijft een aantal criteria voor waaraan het vormen van een voorziening moet voldoen:
Een voorziening moet de omvang hebben van de desbetreffende verplichting of het geschatte risico. Als er een kans is dat een risico zich zal voordoen en de omvang van het risico niet goed is in te schatten, dan kan er geen voorziening worden getroffen. Het risico moet dan meegenomen worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (W&R) bij de programmabegroting en de jaarrekening.
De omvang van voorzieningen dienen toereikend te zijn voor verplichtingen en risico’s, daarom mogen ze niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze gevormd zijn. Voorzieningen ter egalisatie van kosten worden afgestemd op de door de raad bepaalde kaders
Indien een voorziening een omvang heeft bereikt die hoger is dan het noodzakelijk niveau, valt het meerdere vrij ten gunste van de exploitatie. Bij tekorten dienen de voorzieningen te worden aangevuld. De mutaties in voorzieningen zijn resultaat bepalend en worden rechtstreeks in de jaarrekening verwerkt.
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan, tenzij:
Aanwendingen worden rechtstreeks ten laste van een voorziening verantwoord en blijven buiten de exploitatie. Negatieve voorzieningen zijn niet toegestaan.
Autorisatie van bestedingen vindt plaats door
Voorzieningen worden opgeheven als de verplichting en/of risico waarvoor de voorziening is gevormd is vervallen of is opgehouden te bestaan. Wanneer een voorziening wordt opgeheven valt een eventueel saldo vrij ten gunste van de exploitatie.
1.4.4 Wijzigen van doel of bestemming
Het doel van een voorziening kan niet wijzigen, gegeven het verplichte karakter en de strakke kaders. Als het doel niet meer bestaat of wijzigt wordt de voorziening opgeheven.
In overeenstemming met artikel 55 BBV dient in de toelichting op de balans de aard en de reden van elke voorziening en de mutaties (toevoegingen en aanwendingen) te worden vermeld.
Een overzicht per voorziening geeft inzicht in:
Bijlage 2 Formats van reserves en voorzieningen
|
Deze reserve heeft als doel om de kosten voor het verleggen van de Rembrandtlaan te bekostigen.. |
|
|
Invulling van het project waar deze middelen voor bedoeld zijn moet nog verder worden uitgewerkt |
|
|
De omvang van voorzieningen dienen toereikend te zijn voor verplichtingen en risico’s, daarom mogen ze niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze gevormd zijn. |
|
|
De omvang van voorzieningen dienen toereikend te zijn voor verplichtingen en risico’s, daarom mogen ze niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze gevormd zijn. |
|
Bijlage 3 Overzicht reserves en voorzieningen o.b.v. de jaarrekening 2023
Onderstaand wordt een samenvattend beeld gegeven van de reserves en voorzieningen per 31 december 2023. (bron: jaarrekening 2023).
Op basis van de (wettelijke) kaders zoals opgenomen in hoofdstuk 1 en 2 kennen we de volgende reserves en voorzieningen.
Bij het vaststellen van de 2e bestuur rapportage 2024 is besloten om de bestemmingsreserve 'Opvang ontheemden' in te stellen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-547233.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.