Gemeenteblad van Helmond
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2024, 546141 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2024, 546141 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling reiniging Blink 2025
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Heeze- Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Someren en Son en Breugel.
dat intergemeentelijke samenwerking bij de vervulling van overheidstaken op het vlak van inzameling, sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen, gladheidsbestrijding en reiniging met een particuliere partner - die de ontbrekende kennis en ervaring kan inbrengen, waarbij uitgegaan wordt van transparantie en marktconformiteit - leidt tot een maatschappelijke meerwaarde;
dat door het aangaan van casu quo het toetreden tot de regeling door de deelnemende gemeenten zij op basis van een gemeentelijk aanwijzingsbesluit Blink de bevoegdheid hebben gegeven over te gaan tot de inzameling van huishoudelijk afvalstoffen, als bedoeld in de artikelen 10.21 eerste lid en artikel 10.22 eerste lid Wet milieubeheer;
dat de Gemeenschappelijke regeling reiniging Blink 2025 tot 31 december 2024 bestond uit deelnemende gemeenten die tezamen met de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PreZero Gemeentelijke Dienstverlening B.V. (hierna: “PreZero")
dat zowel de Raad van Bestuur van PreZero als gemeenteraden van de deelnemende gemeenten hebben besloten de samenwerking te willen beëindigen,
dat als gevolg hiervan een wijziging van deze regeling noodzakelijk is geworden, met dien verstande dat PreZero per 31 december 2024 geen deel meer uitmaakt van de gemeenschappelijke regeling;
dat voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling een zienswijzeprocedure is vereist op grond van artikel 1 Wgr, waarbij de raden worden uitgenodigd hun standpunten kenbaar te maken.
dat de gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor het geven van een bestemming van de ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen en zij daarvoor momenteel ieder voor zich met derden overeenkomsten gesloten hebben;
dat de ontwikkelingen op het vlak van de verwerking van grof en fijn huishoudelijk afval in een stroomversnelling raken, mede als gevolg van het streven naar meer duurzaamheid;
dat Blink zich naast de inzameltaak van huishoudelijk afval op contractbasis met de deelnemende gemeenten ook bezig zal mogen houden met de sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen;
de artikelen 21 en 22 eerste lid Grondwet, op titel 10.4 Wet milieubeheer, op de betreffende gemeentelijke Afvalstoffenverordeningen, op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
de toestemming van de onderscheidenlijke gemeenteraden voor het treffen van deze gewijzigde gemeenschappelijke regeling, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
tot het treffen van de navolgende gewijzigde gemeenschappelijke regeling Blink, die als citeertitel krijgt: de Gemeenschappelijke regeling reiniging Blink 2025.
HOOFDSTUK I (ALGEMENE BEPALINGEN)
Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet, enige andere wet of gemeentelijke verordening van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen voor de gemeente, respectievelijk de gemeenteraad, burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester gelezen: Blink, respectievelijk het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, respectievelijk de voorzitter.
HOOFDSTUK II (TAAKOPDRACHT, DOELOMSCHRIJVING EN INSTRUMENTEN)
De colleges richten een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie op in de vorm van een openbaar lichaam voor de uitvoering van gemeentelijke taken op het terrein van de afvalinzameling en reinigingstaken die bij wet - in het bijzonder de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer - aan de deelnemende gemeenten zijn opgedragen en/of die voortvloeien uit de aan de gemeenten op grond van de Gemeentewet toevertrouwde zorg voor de eigen huishouding op het terrein van het milieu, zoals benoemd in de Wmb.
De gezamenlijke uitvoeringsorganisatie heeft mede tot het doel zorg te dragen voor gemeentelijke uitvoeringstaken op het vlak van de inzameling, sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen, de gladheidsbestrijding en de reiniging van de openbare ruimte van de deelnemende gemeenten.
Het openbaar lichaam kan daarnaast van een of meer deelnemende gemeenten opdrachten aannemen voor de uitvoering of ondersteuning bij de uitvoering van met name te benoemen gemeentelijke taken op het terrein van het milieu zoals benoemd in de Wmb, mits dat gebeurt op een budgettair neutrale wijze voor de andere deelnemende gemeenten.
De colleges hebben op basis van het bepaalde in de Afvalstoffenverordening, ieder voor zich, besloten Blink aan te wijzen als inzameldienst voor het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en KWD- bedrijfsafvalstoffen, zoals bedoeld in de Afvalstoffenverordening. Blink is dientengevolge bevoegd tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in de artikelen 10.21 eerste lid en artikel 10:22 eerste lid Wet milieubeheer.
Het Algemeen Bestuur is bevoegd met een of meer deelnemende gemeenten overeenkomsten te sluiten met betrekking tot de sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen. Voorts kan het Algemeen Bestuur op grond van een door een of meer deelnemende gemeenten verstrekte volmacht overeenkomsten sluiten met derden met betrekking tot sortering, vermarkting en (eind)verwerking van (grondstoffen in) grof en fijn huishoudelijke afvalstoffen.
Het Algemeen Bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan op voorwaarde dat de raden van de deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorgenomen besluit aan het Algemeen Bestuur kenbaar te maken.
Het openbaar lichaam houdt ten behoeve van de deelnemende gemeenten een uitvoeringsorganisatie in stand die belast is met:
de zorg voor de uitvoering van de inzameling, het vervoer, de sortering en overslag en de eventuele opslag van afvalstoffen, een en ander als bedoeld in de artikelen 10.21 eerste lid en 10.22 eerste lid Wmb, met inachtneming van nadere regelgeving en besluitvorming van de betrokken gemeente(n) gebaseerd op de desbetreffende wettelijke bepalingen;
HOOFDSTUK IV (Algemeen Bestuur)
Artikel 7. Samenstelling Algemeen Bestuur.
De leden van het Algemeen Bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad een nieuw geïnstalleerd college een besluit neemt tot aanwijzing van het lid en het plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen.
Artikel 8. Werkwijze Algemeen Bestuur.
Het Algemeen Bestuur vergadert minimaal twee maal per jaar. Meerdere vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig acht, wanneer ter voldoening aan het bepaalde in artikel 12, eerste lid van deze regeling een of meer leden van het Dagelijks Bestuur moeten worden benoemd of wanneer tenminste 2 leden van het Algemeen Bestuur, onder opgave van redenen, dit schriftelijk verzoekt.
De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer 1/5 gedeelte der aanwezige leden hierom verzoekt en het Algemeen Bestuur hiertoe besluit of de voorzitter dit nodig acht en het Algemeen Bestuur dienovereenkomstig besluit. Voor het overige is ten aanzien van de openbaarheid artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing
HOOFDSTUK V (Dagelijks Bestuur)
Artikel 13. Bevoegdheden Dagelijks Bestuur
In het bijzonder is het Dagelijks Bestuur belast met
te besluiten namens het openbaar lichaam, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover het het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
HOOFDSTUK VIII (Commissies, tegemoetkoming) Bestuurscommissies
Het Algemeen Bestuur kan, conform artikel 25 van de wet commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het Algemeen Bestuur stelt vooraf de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.
Artikel 19. Werkgroepen, overleg
Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen werkgroepen en overlegvormen instellen.
De leden van commissies van advies die geen burgemeester, wethouder of raadslid zijn, kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De artikelen 96 tot en met 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regelen, zijn alsdan van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, wanneer daarin sprake is van een onderverdeling in gemeenteklassen, het bepaalde voor de gemeenteklasse van 50 001-100 000 inwoners van toepassing is.
HOOFDSTUK IX (Informatie en verantwoordingsplicht)
Artikel 21 Interne inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht lid Dagelijks Bestuur
Het Algemeen Bestuur regelt van welke besluiten van het Dagelijks Bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het Algemeen Bestuur. Daarbij kan het Algemeen Bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het Dagelijks Bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.
Het Algemeen Bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het Dagelijks Bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het Dagelijks Bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.
Indien het eerste lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het Dagelijks Bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het Dagelijks Bestuur de raden en het Algemeen Bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
HOOFDSTUK XII (Financiële bepalingen)
Artikel 27 Financiële informatieplicht
Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Het Dagelijks Bestuur stelt de gemeenteraden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid van artikel 35 Wgr, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 32 Verplichte uitgaven
Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 29, doet het Algemeen Bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet.
Artikel 33 Financiële gegoedheid
De deelnemende gemeenten verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam een liquidatieplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
Artikel 34 Financiële voorschriften
Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 37 Archiefbewaarplaats
Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het RHCe.
Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de streekarchivaris van het RHCe.
Het openbaar lichaam zal periodiek een cyclisch evaluatieonderzoek doen uitvoeren. De daaruit voortvloeiende rapportage zal tezamen met een voorstel omtrent de wenselijkheid van voortzetting van de regeling op een zodanig tijdstip aan de deelnemende gemeenten toegezonden worden, dat zij uiterlijk op 1 juli 2028 en vervolgens steeds uiterlijk op 1 juli na het verstrijken van een periode van drie jaar over de rapportage van het onderzoek met voorstel zullen beschikken. Het evaluatieonderzoek bevat in ieder geval een onderzoek naar de prijs - kwaliteitsverhouding van de door Blink verrichte diensten alsmede onderzoek naar het juridisch functioneren (o.a. aanbestedingsrechtelijk, milieurechtelijk, arbeidsrechtelijk).
Hoofdstuk XV (toetreding, uittreding, wijziging, opheffing)
Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling is mogelijk nadat de raden van de deelnemende gemeenten unaniem met deze toetreding hebben ingestemd. Toetreding kan plaatsvinden op schriftelijk verzoek van het college van burgemeester en wethouders na verkregen toestemming van de gemeenteraad van die gemeente.
Toetreding vindt plaats met ingang van 1 januari van het jaar volgende op dat waarin de voor toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden, het college van de toetredende gemeente daartoe heeft besloten en voldoet aan de eventueel door het Algemeen Bestuur aan de toetreding verbonden voorwaarden.
Het Algemeen Bestuur wijst een onafhankelijke externe deskundige aan om een concept-uittredingsplan op te stellen. Het uittredingsplan bepaalt voorts de overige financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. Het Algemeen Bestuur stelt het uittredingsplan vast.
In het uittredingsplan wordt de uittreedsom berekend op basis van de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding voor frictiekosten en desintegratiekosten en kan slechts zien op kosten die tot vijf jaar na de datum van uittreding ontstaan.
De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe, met toestemming van de raden, unaniem besluiten. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges en raden van de deelnemende gemeenten, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid, van de Wgr, in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de onderhavige gewijzigde regeling.
De regeling wordt opgeheven, nadat de colleges van burgemeester en wethouders na verkregen toestemming van de raden, daartoe unaniem besluiten. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges en raden, in lijn met artikel 1, tweede en derde lid van de Wgr, in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen.
Het Algemeen Bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in afwikkeling van alle financiële, juridische, organisatorische en personele gevolgen. Het liquidatieplan wordt unaniem vastgesteld door het Algemeen Bestuur nadat het de deelnemende gemeenten omtrent het plan heeft gehoord. Indien een voorstel voor een liquidatieplan niet unaniem wordt aanvaard door het Algemeen Bestuur wordt het geacht te zijn verworpen.
Bij de opheffing van de regeling neemt het Algemeen Bestuur de maatregelen die nodig zijn voor liquidatie en vereffening met voor zover mogelijk overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de artikelen 2:23 e.v. van het Burgerlijk Wetboek. Een eventueel negatief of positief saldo wordt aan de deelnemende gemeenten toegerekend dan wel toebedeeld in de verhouding van de gemiddelde bijdragen van de deelnemende gemeenten in de laatste drie jaar voor de vereffening.
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 17 september 2024
Na verkregen voorafgaande toestemming van de gemeenteraad van Asten d.d. 18 juni 2024 Burgemeester en wethouders van Asten,
De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 17 december 2024
Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Deurne d.d. 14 oktober 2024 Burgemeester en wethouders van Deurne,
De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 28 mei 2024
Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Gemert-Bakel d.d. 4 juli 2024 Burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel
De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 22 augustus 2024
Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Heeze-Leende d.d. 14 oktober 2024
Burgermeester en wethouders van Heeze-Leende
De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 17 december 2024
Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Helmond d.d. 2 juli 2024 Burgemeester en wethouders van Helmond
De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 22 oktober 2024
Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Laarbeek d.d. 22 oktober 2024 Burgemeester en wethouders van Laarbeek
De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 22 juli 2024
Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Nuenen d.d. 19 september 2024 Burgemeester en wethouders van Nuenen c.a.
De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 8 oktober 2024
Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Someren d.d. 4 juli 2024 Burgemeester en wethouders van Someren
De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 14 mei 2024
Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van Son en Breugel d.d. 30 mei 2024 Burgemeester en wethouders van Son en Breugel
De burgemeester
de secretaris
Aldus vastgesteld op 14 oktober 2024
De directie van PREZERO gemeentelijke Dienstverlening B.V
De directeur,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-546141.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.