10e wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelasting 2016

De raad van de gemeente Zuidplas;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2024;

 

gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de:

 

10e wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelasting 2016

ARTIKEL I Vervanging

Artikel 4 van de "Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2016" wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 4. Maatstaf van heffing

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid.

    Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:

    • a.

      de aard en de bestemming van de ruimte;

    • b.

      de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en functionele veroudering waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.

  • 4.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een woonruimte, die deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 220d, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet bedoelde voorwaarden, bepaald met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte.

Artikel 5 van de "Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2016 "wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 5 Belastingtarieven

  • 1.

    De tarieven van de belasting bedragen een percentage van de heffingsmaatstaf. De percentages bedragen voor:

    Tarief 2024

    Tarief 2025

    • a.

      de gebruikersbelasting

    0,1754

    %

    0,5000 %

    • b.

      eigenarenbelasting

      • 1.

        voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen

    0,1021

    %

    0,2000 %

      • 2.

        voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen

    0,2378

    %

    0,5000 %

ARTIKEL II Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is eveneens 1 januari 2025.

ARTIKEL III Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de “10e wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2016”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 10 december 2024.

De raad voornoemd,

De griffier,

M.L. Engelsman

De voorzitter,

J.F. Weber

Naar boven