Gemeenteblad van Eindhoven
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eindhoven | Gemeenteblad 2024, 545411 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eindhoven | Gemeenteblad 2024, 545411 | ander besluit van algemene strekking |
Subsidieregeling "Financiële ondersteuning sociale woningbouw Eindhoven"
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,
Overwegende dat het bouwen van sociale huurwoningen wordt bevorderd door het verstrekken van subsidies voor bouwactiviteiten die daaraan bijdragen;
Gelet op Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);
Gelet op de Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (en het DAEB-Vrijstellingsbesluit);
vast te stellen de Subsidieregeling “Financiële ondersteuning sociale woningbouw Eindhoven”.
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
DAEB de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen.
Onrendabele Top: de onrendabele top is het verschil tussen de investeringskosten en de beleidswaarde 2.0 per Sociale Huurwoning, berekend conform het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde” op basis van de meest actuele versie (actuele versie: Actualisatie peildatum 31 december 2023, Versie 29 maart 2024 zoals door Fakton is opgesteld.
Ontvankelijke Vergunningaanvraag: een complete aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van nieuwe Sociale Huurwoningen die als zodanig in behandeling kan worden genomen door het bevoegd gezag zonder dat er aanvullende gegevens nodig zijn, waarbij na vergunningverlening een direct bouwrecht ontstaat.
Verkoop onder voorwaarden: een verkoop van een Sociale Huurwoning door een Woningcorporatie zoals gereguleerd door de Woningwet en het Regelement voor de Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV), waarbij de koper de woning tegen een lagere prijs dan de marktwaarde koopt, met als voorwaarde dat de woning voor een bepaalde periode onder restricties blijft vallen. Deze restricties kunnen betrekking hebben op het eigendom, de verkoopprijs bij doorverkoop, en het behoud van de woning voor sociale of betaalbare huisvesting.
Artikel 2. Toepasselijkheid Algemene subsidieverordening gemeente Eindhoven
De Asv Eindhoven is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Artikel 5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag door het College van B&W van Eindhoven wordt ontvangen, wordt de subsidie eerst verleend aan de Woningcorporatie die tot dan toe de minste subsidie op basis van deze regeling toegekend heeft gekregen. Een eventueel restant kan daarna aan de andere aanvrager worden toegekend.Mochten beide Woningcorporaties op die dag evenveel subsidie toegekend hebben gekregen, dan zal door loting worden bepaald welke aanvraag als eerste zal worden behandeld.
In afwijking van artikel 7, tweede lid, van de Asv Eindhoven, kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4 worden ingediend van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2026.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
In aanvulling op de artikel 9 van de Asv Eindhoven wordt subsidie als bedoeld in artikel 4 geweigerd:
Indien een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven, vindt de betaling van de subsidie, in afwijking van artikel 11 van de Asv Eindhoven, in één keer plaats binnen acht weken na Start Bouw.
Artikel 13. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Het College van B&W van Eindhoven kan na de subsidieverlening, op verzoek van de subsidieontvanger, besluiten tot het opleggen van andere termijnen dan de in het eerste lid genoemde termijnen, indien zwaarwegende omstandigheden naar het oordeel van het College van B&W van Eindhoven daartoe aanleiding geven.
Deze toelichting maakt integraal onderdeel uit van de “Financiële ondersteuning sociale woningbouw Eindhoven”. Deze toelichting valt uiteen in twee delen:
b. Artikelsgewijze toelichting.
In het verleden is gebleken dat nieuwbouw van sociale huurwoningen gepaard gaat met hoge onrendabele investeringen. Deze onrendabele investeringen tasten het eigen vermogen van de Woningcorporatie aan. Omdat er een grote maatschappelijke behoefte is aan Sociale Huurwoningen is deze regeling opgezet. Woningcorporaties kunnen subsidie aanvragen voor de bouw van Sociale Huurwoningen, waarbij de subsidie de Onrendabele Top verkleint. Met het verlenen van subsidie wordt beoogd om de bouw van sociale woningen aantrekkelijker te maken en bouwprojecten voor sociale woningen toch doorgang te laten vinden, die anders “op de plank zouden blijven liggen” door het financieel onrendabel zijn.
Met het bouwen van sociale huurwoningen worden zowel nieuwbouwprojecten bedoeld als het verbouwen van oude kantoorpanden/bedrijfspanden tot sociale woningen. Het doel is om sociale huurwoningen toe te voegen aan de woningvoorraad (vergroten woningvoorraad).
Er vier woningcorporaties actief in de gemeente Eindhoven waarmee de gemeente Eindhoven prestatieafspraken heeft gemaakt: Thuis, Trudo, Woonbedrijf en Wooninc.
Ervan uitgaande dat iedere woningcorporatie een deel van de beoogde gemeentelijk bijdrage zal ontvangen, zal de gemeentelijke bijdrage voor ieder van hen staatssteun opleveren. De gemeente mag deze staatssteun rechtmatig verlenen, mits zij waarborgt dat deze staatssteun voldoet aan de voorwaarden van het DAEB-Vrijstellingsbesluit.
Artikel 4 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit schrijft voor dat de gemeente bij besluit (i) de betrokken activiteiten moet aanmerken als DAEB en (ii) de Woningcorporaties moet belasten met de uitvoering van die DAEB. De gemeente moet motiveren waarom de bekostigde activiteiten een algemeen economisch belang dienen én dat de markt de bekostigde activiteiten onvoldoende oppakt. Op grond van het DAEB-Vrijstellingsbesluit mag de gemeente vervolgens de onrendabele top vermeerderd met een redelijke winst vergoeden. De DAEB-aanwijzing (en dus het beroep op het DAEB-Vrijstellingsbesluit) wordt verricht door middel van de vaststelling van deze subsidieregeling. Hierdoor geldt als uitgangspunt dat er een wettelijke grondslag nodig is voor subsidieverstrekking. Op grond van de Algemene subsidieverordening kan het college van B&W van Eindhoven subsidieregelingen vaststellen, waarin de te subsidiëren activiteiten (woningbouw) en de doelgroepen (woningcorporaties) worden omschreven, met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen.
Het DAEB-Vrijstellingsbesluit beschrijft een aantal (vorm)vereisten voor aanwijzing van DAEB en ter voorkoming van overcompensatie (boven de onrendabele top vermeerderd met een redelijke winst):
i. de inhoud en de duur van de DAEB-verplichting (welke niet meer dan tien jaar mag bedragen);
ii. de betrokken onderneming en, in voorkomend geval, het betrokken grondgebied;
iii. de aard van alle uitsluitende of bijzondere rechten die de onderneming door het toewijzende overheidsorgaan zijn verleend;
iv. een beschrijving van het compensatiemechanisme en de parameters voor berekening, monitoring en herziening van de compensatie;
v. de regelingen om eventuele overcompensatie te vermijden en terug te vorderen;
v1. een verwijzing naar het DAEB Vrijstellingsbesluit.
De regeling “Financiële ondersteuning sociale woningbouw Eindhoven” voldoet aan de voorwaarden van het DAEB-Vrijstellingsbesluit, waardoor de staatssteun rechtmatig wordt verleend.
Voor het voldoen aan de bovengenoemde voorwaarden wordt het volgende opgemerkt:
- Deze regeling loopt van (ongeveer) 1 januari 2025 tot 1 oktober 2026 en blijft dus ruimschoots binnen de termijn van 10 jaar.
- In de regeling is expliciet opgenomen dat alleen de vier woningcorporaties waarmee de gemeente Eindhoven prestatieafspraken heeft gemaakt (Woonbedrijf, ‘thuis, Trudo en Wooninc) subsidie op grond van deze regeling kunnen aanvragen. Woningcorporaties hebben namelijk een bijzondere positie op grond van de Woningwet die hen bovendien uitdrukkelijk met de gemeente verbindt:
* Woningcorporaties zijn verplicht uitsluitend werkzaam op het gebied van volkshuisvesting te zijn.
* Woningcorporaties zetten hun middelen slechts in ten behoeve van het algemeen belang.
* Woningcorporaties moeten bijdragen aan de woonvisie van de gemeente en zijn verplicht prestatieafspraken na te komen over de realisatie van sociale huurwoningen.
- De wijze van berekening van de onrendabele top is een waarderingsmethode die op objectieve en transparante wijze door Fakton is vastgesteld in opdracht van de Autoriteit Wonen. Hiermee is voldaan aan de voorwaarde dat de DEAB-aanwijzing een beschrijving geeft van het compensatiemechanisme en de parameters voor berekening, monitoring en herziening van de compensatie.
- In deze regeling is expliciet opgenomen dat er alleen subsidie wordt verstrekt als de onrendabele top groter is dan €15.000,-. Met een subsidie van maximaal €7.500,- zal dus nooit meer dan de helft van de onrendabele top gesubsidieerd kunnen worden en zal er van overcompensatie geen sprake zijn.
- De verwijzing naar het DAEB-Vrijstellingsbesluit (en staatssteun) zijn terug te vinden in de begripsbepalingen en het daarboven staande beslissingskader van deze regeling.
Met betrekking tot de leesbaarheid wordt opgemerkt dat als er in deze regeling begrippen met een hoofdletter zijn geschreven, deze zijn gedefinieerd onder “Artikel 1. Definities”.
Bijlage Indieningsvereisten: de berekening bij de subsidieaanvraag waarmee de Onrendabele Top wordt aangetoond en waarmee de hoogte van de subsidie per Sociale Huurwoning wordt onderbouwd. Bij de subsidieaanvraag dient door aanvrager middels een berekening de Onrendabele Top te worden aangetoond en dient te worden onderbouwd op welk subsidiebedrag aanspraak wordt gemaakt. Zie voor de verdere berekening de toelichting onder “Onrendabele Top”.
Combinatieproject: een Project waarbij naast de Woningcorporatie één of meerdere andere partijen een deel van de woningen zullen exploiteren. Bij een combinatieproject worden zowel de woningcorporatie als de commerciële partij(en) deels eigenaar van de te bouwen woningen en partijen gaan hun eigen woningen vervolgens verhuren/exploiteren. De subsidieverlening is alleen bedoeld voor woningcorporaties, waardoor alleen het deel wat wordt geëxploiteerd door de woningcorporatie voor subsidie in aanmerking komt. Als de woningen door een derde partij worden gebouwd in opdracht van een woningcorporatie en de woningcorporatie vervolgens de gehele exploitatie op zich neemt dan heeft de subsidie wel betrekking op het gehele woningbouwproject.
DAEB de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen.
Eerste Aftoppingsgrens: de maximale huur gelijk aan het door de overheid vastgestelde bedrag conform Artikel 20 tweede lid onder a, welke jaarlijks per 1 januari kan worden gewijzigd conform artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag. De aftoppingsgrens is de grens waarboven de huurtoeslag wordt verlaagd. De eerste aftoppingsgrens bedraagt in 2024 € 650,44 (artikel 20 lid 2 sub a van de Wet op de huurtoeslag). Deze grens wordt jaarlijks geïndexeerd en bepalend is de grens op het moment van het nemen van de subsidiebeschikking.
Het bedrag genoemd in artikel 20 lid 2 sub a van de Wet op de huurtoeslag wordt aangehouden bij het berekenen van de hoogte van de subsidie op grond van deze regeling, ook als het huishouden van de betreffende sociale huurwoning uit drie of meer personen zal gaan bestaan.
Huurtoeslaggrens: de maximale rekenhuur waarboven geen huurtoeslag wordt toegekend zoals bepaald in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en jaarlijks per 1 januari te wijzigen conform artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag.
Deze grens wordt jaarlijks landelijk vastgesteld en bepalend is de grens op het moment van het nemen van de subsidiebeschikking. Deze grens bedraagt in 2024 €879,66 (aan huur per maand) en is bedoeld om aan te geven met welke huur er nog sprake is van een sociale huurwoning (feitelijk is het wat met de liberalisatiegrens werd bedoeld van voor 1 juli 2024).
Onrendabele Top: de onrendabele top is het verschil tussen de investeringskosten en de beleidswaarde 2.0 per Sociale Huurwoning, berekend conform het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde” op basis van de meest actuele versie (actuele versie: Actualisatie peildatum 31 december 2023, Versie 29 maart 2024 zoals door Fakton is opgesteld. Er is gekozen om de onrendabele top te berekenen aan de hand van het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”, om te komen tot een eenduidige en realistische manier van berekenen. Er is expliciet opgenomen dat de beoordeling van de Onrendabele Top per nieuwe Sociale Huurwoning dient te worden vastgesteld. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om alle woningen binnen een project “op een hoop te gooien” en daar dan een gemiddelde van te nemen. Ook dient bij de aanvraag een berekening te worden ingediend waaruit blijkt op welk subsidiebedrag er aanspraak wordt gemaakt. Aanvragers kunnen hiervoor gebruikmaken van bijlage 2 behorende bij deze regeling.
Mocht het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde” worden geactualiseerd, dan dient de meest actuele versie te worden toegepast. Bepalend is de versie die geldt op het moment van het nemen van de subsidiebeschikking/-vaststelling.
Ontvankelijke Vergunningaanvraag: een complete aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van nieuwe Sociale Huurwoningen die als zodanig in behandeling kan worden genomen door het bevoegd gezag zonder dat er aanvullende gegevens nodig zijn, waarbij na vergunningverlening een direct bouwrecht ontstaat. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van nieuwe sociale huurwoningen, waarbij na vergunningverlening een direct bouwrecht ontstaat. Dit geldt voor zowel nieuwbouw van woningen als het verbouwen van bestaande (kantoor)panden naar sociale woningen. Vergunningaanvragen voor alleen het ruimtelijk of alleen het technisch deel komen niet voor deze subsidieregeling in aanmerking. Belangrijk is dat de vergunningaanvraag volledig is en door de gemeente Eindhoven daadwerkelijk in behandeling is genomen. Zolang de vergunningaanvraag niet compleet is, zal er geen subsidie op worden verstrekt. De bedoeling van deze subsidieregeling is om concrete nieuwbouwprojecten die op relatief korte termijn gerealiseerd kunnen worden maar financieel niet rendabel zijn, te ondersteunen. Deze subsidieregeling is daarom niet van toepassing op vergunningaanvragendie onvoldoendeconcreet of onvolledig zijn.
De procedure om tot de omgevingsvergunning te komen is niet van belang: de subsidieregeling is zowel van toepassing op vergunningaanvragen voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten als buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (en via zowel de reguliere als de uitgebreide procedure).
Project: duidelijk afgebakend bouwplan voor onder andere de bouw van één of meerdere nieuwe Sociale Huurwoningen. Het bouwplan kan bestaan uit louter sociale huurwoningen, maar kan ook bestaan uit een groter plan waarbij als onderdeel van dat plan ook sociale huurwoningen worden gebouwd. De subsidie heeft alleen betrekking op de onrendabele top van de sociale huurwoningen.
Sociale Huurwoning: zelfstandige Woning met een aanvangshuurprijs onder de Huurtoeslaggrens.
Deze subsidieregeling heeft specifiek betrekking op sociale huurwoningen. Voor de definitie hiervan wordt aangesloten bij de Wet op de huurtoeslag (huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag).
Start Bouw: het beginnen met de bouwkundige werkzaamheden aan de nieuwe Sociale Huurwoning(en). Bij de vraag of de bouw is gestart zal gekeken worden naar de start van het woningbouwproject. Zo zal bij woningen boven een parkeergarage uitgegaan worden van de start van de bouwkundige werkzaamheden (bijvoorbeeld het slaan van de eerste paal of de eerste betonstort) aan de parkeergarage. Bij (blokken met) eengezinswoningen die niet bouwkundig met elkaar verbonden zijn, zal dus voor elk blok afzonderlijk moeten worden beoordeeld wanner er gestart wordt met de bouwkundige werkzaamheden. Voorbereidende werkzaamheden als bouw- of woonrijp maken en slopen worden niet gerekend tot de start van de bouw.
Verkoop onder voorwaarden: een verkoop van een Sociale Huurwoning door een Woningcorporatie zoals gereguleerd door de Woningwet en het Regelement voor de Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV), waarbij de koper de woning tegen een lagere prijs dan de marktwaarde koopt, met als voorwaarde dat de woning voor een bepaalde periode onder restricties blijft vallen. Deze restricties kunnen betrekking hebben op het eigendom, de verkoopprijs bij doorverkoop, en het behoud van de woning voor sociale of betaalbare huisvesting. De verkoop van de woning relatief kort na oplevering heeft geen invloed op de subsidie als de verkoop onder dusdanige condities plaatsvindt dat er sprake is van een sociale koop c.q. betaalbare koop, waardoor er een sociale component aanwezig blijft (maatschappelijk gebonden eigendom).
Woningcorporatie: één van de vier toegelaten instellingen waarmee de gemeente Eindhoven prestatieafspraken heeft gemaakt, te weten: Woonbedrijf, ‘thuis, Trudo en Wooninc. Alleen de woningcorporaties die actief zijn binnen de gemeente Eindhoven kunnen op grond van deze regeling subsidie aanvragen en uitgekeerd krijgen.
Zelfstandige woning: een woning met eigen toegang en eigen keuken, badkamer en toilet. De subsidie heeft alleen betrekking op zelfstandige Sociale Huurwoningen. Wordt aan één of meerdere genoemde voorwaarden vereisten niet voldaan, dan is sprake van een onzelfstandige woning en kan geen aanspraak op subsidie op grond van deze regeling worden gemaakt.
Artikel 2. Toepasselijkheid Algemene subsidieverordening gemeente Eindhoven
De Asv Eindhoven is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
In de Asv Eindhoven zijn de spelregels met betrekking tot subsidieverlening vastgelegd. In deze subsidieregeling worden de bepalingen uit de Asv Eindhoven niet herhaald; er wordt alleen aangegeven waar van de Asv Eindhoven wordt afgeweken of waar wordt aangevuld op hetgeen in de Asv Eindhoven is bepaald.
Artikel 3. Doel subsidieregeling en doelgroep
Als binnen een Combinatieproject een subsidieaanvraag wordt ingediend, dan kan uitsluitend subsidie worden vertrekt voor de Onrendabele Top voor de nieuwe Sociale Huurwoningen die door de Woningcorporatie in exploitatie worden genomen.
In het verleden is gebleken dat nieuwbouw van sociale huurwoningen gepaard gaat met hoge onrendabele investeringen. Deze onrendabele investeringen tasten het eigen vermogen van de Woningcorporatie aan. Omdat er een grote maatschappelijke behoefte is aan Sociale Huurwoningen is deze regeling opgezet. Woningcorporaties kunnen subsidie aanvragen voor de bouw van Sociale Huurwoningen, waarbij de subsidie de Onrendabele Top verkleint. Hierdoor kunnen sociale woningbouwprojecten toch doorgang vinden, die anders “op de plank zouden blijven liggen” door het financieel onrendabel zijn.
De subsidie is uitsluitend bedoeld voor woningcorporaties. Aan commerciële partijen zal geen subsidie op grond van deze regeling worden verstrekt. Bij een samenwerking tussen een woningcorporatie en een commerciële partij zal daarom alleen subsidie kunnen worden verstrekt voor de woningen in het project die de woningcorporatie gaat exploiteren. Bij een samenwerking waarbij een commerciële partij de woningen bouwt en de woningcorporatie deze vervolgens allemaal exploiteert, komt wel volledig voor subsidie in aanmerking.
Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
De subsidie, bedoeld in het eerste lid, leidt tot versnelling c.q. aanjagen van projecten voor de bouw van Sociale Huurwoningen in de gemeente Eindhoven.
Subsidie op basis voor deze regeling kan worden verstrekt als (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor de onrendabele top bij het bouwen van sociale huurwoningen. Met “bouwen” wordt zowel nieuwbouw van woningen bedoeld als het verbouwen van bestaande (kantoor)panden naar sociale huurwoningen. Logischerwijze is het aan de aanvrager van de subsidie om de onrendabele top aan te tonen. De aangevraagde subsidie wordt eenmalig per project verstrekt. De bedoeling van de subsidie is om het woningbouwproject te ondersteunen door financieel “een steuntje in de rug te geven”.
Artikel 5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag door het College van B&W van Eindhoven wordt ontvangen, wordt de subsidie eerst verleend aan de Woningcorporatie die tot dan toe de minste subsidie op basis van deze regeling toegekend heeft gekregen. Een eventueel restant kan daarna aan de andere aanvrager worden toegekend. Mochten beide Woningcorporaties op die dag evenveel subsidie toegekend hebben gekregen, dan zal door loting worden bepaald welke aanvraag als eerste zal worden behandeld.
De subsidiepot bevat bij aanvang van deze regeling €8.500.000,-. Vooralsnog is deze regeling eenmalig en houdt de regeling op als de €8.500.000,- is uitgekeerd (of op 1 juli 2026).
“Wie het eerst komt, het eerst maalt”, mits de aanvraag compleet is: Incomplete aanvragen worden pas in behandeling genomen op het moment dat deze zijn aangevuld. Bepalend voor de volgorde van behandeling van de subsidieaanvragen is de datum waarop door de gemeente Eindhoven de aanvraag compleet is bevonden. Mochten er op een bepaalde datum meerdere aanvragen compleet zijn bevonden, dan wordt de aanvraag van de woningcorporatie die tot aan die datum de minste subsidie op grond van deze regeling heeft gekregen, als eerste behandeld. Mocht er na het afhandelen van de aanvraag nog geld resteren in de subsidiepot, dan zal de tweede aanvraag worden behandeld. Mochten er op een bepaalde datum meerdere aanvragen compleet zijn bevonden en de aanvragers hebben op dat moment een gelijk bedrag aan subsidie op grond van deze regeling toegekend hebben gekregen (dit hoeft nog niet te zijn uitbetaald), dan zal door loting worden bepaald welke aanvraag als eerste zal worden behandeld. Mocht er na het afhandelen van de eerste aanvraag nog geld resteren in de subsidiepot, dan zal de tweede aanvraag worden behandeld, al zal deze aanvraag dan niet voor de volle 100% kunnen worden gehonoreerd omdat het subsidieplafond is bereikt.
Zodra het subsidieplafond is bereikt zullen daarna ingediende aanvragen om subsidie worden geweigerd.
In afwijking van artikel 7, tweede lid, van de Asv Eindhoven, kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4 worden ingediend van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2026.
Aanvragen om subsidie kunnen worden ingediend in van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2026. Mocht het subsidieplafond eerder zijn bereikt, dan zal de regeling echter worden stopgezet op het moment van het bereiken van het plafond.
Een vereiste voor het verkrijgen van subsidie is dat er een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor het Project is aangevraagd. Dit kan, om voor subsidie in aanmerking te komen, tot en met 31 december 2025. Vervolgens heeft aanvrager tot en met 30 juni 2026 de tijd om de aanvraag ontvankelijk te maken (eventueel ontbrekende stukken in te dienen), de verklaring van een ontvankelijke aanvraag te verkrijgen en de subsidie aan te vragen.
Artikel 7. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Naast de in de Asv Eindhoven genoemde indieningsvereisten, zal door de subsidieaanvrager moeten worden aangetoond dat voor het betreffende woningbouwproject alle benodigde vergunningen zijn aangevraagd. Subsidie wordt alleen verstrekt voor woningbouwprojecten die op relatief korte termijn (binnen enkele jaren) ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Er wordt daarom om een kopie van alle relevante vergunningaanvragen gevraagd, ook vergunningaanvragen die bij bijvoorbeeld een waterschap of provincie moeten worden aangevraagd. Ook dient te subsidieaanvrager zelf bij het bevoegd gezag te vragen om een schriftelijke bevestiging dat de vergunningaanvraag ontvankelijk is. Zonder deze schriftelijke bevestiging zal de subsidieaanvraag niet in behandeling worden genomen. Dit is om te voorkomen dat er subsidiegelden worden gereserveerd of beschikbaar worden gesteld voor aanvragen waarvoor geen vergunning zal worden verleend wegens onvolledigheid van de aanvrager.
Uiteraard dient ook door de aanvrager de onrendabele top te worden aangetoond en zal met een berekening moeten worden onderbouwd op welk subsidiebedrag de aanvrager aanspraak maakt.
De subsidie voor de Onrendabele Top bedraagt maximaal €7.500,- per nieuw te realiseren Sociale Huurwoning (bij nieuwbouw of verbouwen van een bestaand (kantoor)pand). Met “nieuw te realiseren” wordt bedoeld dat het moet gaan om nieuw toe te voegen woningen aan de woningmarkt. De subsidie is niet bedoeld om eerst bestaande woningen aan de woningvoorraad te onttrekken en vervolgens als Sociale Huurwoning weer aan de woningvoorraad toe te voegen.
In artikel 9 sub b is bepaald dat er alleen subsidie wordt verstrekt als de Onrendabele Top meer dan €15.000,- per Sociale Huurwoning bedraagt. Met een maximale subsidie van €7.500,- per nieuw te realiseren Sociale Huurwoning, bedraagt de subsidie dus niet meer dan 50% van de Onrendabele Top.
De hoogte van de subsidie hangt af van de aanvangshuurprijs. Bij een aanvangshuur-prijs < €650,43 per maand (Eerst Aftoppingsgrens, prijspeil 2024) kan er bij een Onrendabele Top > €15.000,- een subsidie van €7.500,- worden verstrekt. Bij een huurprijs die hoger is dan de Huurtoeslaggrens (€879,66 per maand, prijspeil 2024) zal er geen subsidie worden verstrekt (dit is immers geen sociale huurwoning). Bij maandhuren van €650,43 tot en met €879,66 wordt de hoogte van de subsidie bij een Onrendabele Top die groter is dan €15.000,- naar rato vastgesteld.
Rekenvoorbeeld: Bij een maandhuur van €765,05 (dit zit precies tussen de Eerste Aftoppingsgrens en Huurtoeslaggrens in, prijspeil 2024)) bedraagt de subsidie dan 50% van €7.500,- = €3.750,-.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
De Onrendabele Top moet zich voordoen bij Sociale Huurwoningen. De bouw van deze Sociale Huurwoningen mag een op zichzelf staand bouwproject zijn, maar kan ook deel uitmaken van een groter bouwproject zoals de bouw van een winkelcentrum waarbij er ook Sociale Huurwoningen worden gerealiseerd.
Een van de uitgangspunten van deze regeling is dat maximaal de helft van de Onrendabele Top voor subsidie in aanmerking komt. Omdat het subsidiebedrag op maximaal €7.500,- is bepaald, betekent dit dat de Onrendabele Top meer dan €15.000,- moet bedragen.
De subsidie zal alleen worden verstrekt voor Projecten waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (bouwvergunning) is aangevraagd in de periode van 1 november 2024 tot en met 31 december 2025. Deze termijn is gesteld om te voorkomen dat er subsidie wordt aangevraagd/verstrekt voor al lopende projecten. De doelstelling van deze regeling is immers om Projecten die dreigen vast te lopen voort te trekken en niet om al lopende Projecten te co-financieren.
Zoals eerder is opgemerkt dient te subsidieaanvrager zelf bij het bevoegd gezag te vragen om een schriftelijke bevestiging dat de vergunningaanvraag ontvankelijk is.
Tenslotte geldt als vereiste dat het Project binnen de grenzen van de gemeente Eindhoven wordt gerealiseerd.
In aanvulling op de artikel 9 van de Asv Eindhoven wordt subsidie als bedoeld in artikel 4 geweigerd:
Er kan maar één keer per Sociale Huurwoning een subsidie worden verkregen. Subsidie kan hierbij alleen verkregen worden voor permanente eengezinswoningen/ appartementen. Tijdelijke woningen (woningen waarvoor een tijdelijke vergunning wordt afgegeven en illegaal geplaatste woningen) en studentenhuisvesting vallen niet onder deze regeling.
Cumulatie van verschillende subsidieregelingen, waaronder ook provinciale en rijksregelingen, om de onrendabele top te financieren/verkleinen staan aan deze subsidieregeling niet in de weg, tenzij er door de andere regelingen feitelijk geen onrendabele top van meer dan €15.000,- meer is.
Indien een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven, vindt de betaling van de subsidie, in afwijking van artikel 11 van de Asv Eindhoven, in één keer plaats binnen acht weken na Start Bouw.
De betaling van de subsidie vindt plaats vlak na de start van de bouwwerkzaamheden van de betreffende Sociale Huurwoningen. Hierdoor is er de zekerheid dat het betreffende Project waarvoor de subsidie is verleend ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Het is aan de subsidieontvanger om de start van de bouwwerkzaamheden te melden.
Het uitbetalen van de subsidie gebeurt naar aanleiding van een eerder genomen besluit op de aanvraag om subsidie. Het uitbetalen is feitelijk uitvoering geven aan het eerder genomen besluit tot vaststelling van de subsidie.
Artikel 12. Prestatieverantwoording
Het is aan subsidieaanvrager om aan te tonen dat de aanvangshuurprijzen uit de subsidieaanvraag overeenkomen met de werkelijk gehanteerde huurprijzen. Door het tijdverloop tussen het nemen van het besluit op de subsidieaanvraag en de oplevering van de woningen kunnen de Eerste Aftoppingsgrens en Huurtoeslaggrens zijn geïndexeerd. Hiermee wordt bij de controle rekening gehouden. Ook kan het voorkomen dat er steekproefsgewijs wordt gecontroleerd op de gehanteerde aanvangshuurprijs.
Artikel 13. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Het College van B&W van Eindhoven kan na de subsidieverlening, op verzoek van de subsidieontvanger, besluiten tot het opleggen van andere termijnen dan de in het eerste lid genoemde termijnen, indien zwaarwegende omstandigheden naar het oordeel van het College van B&W van Eindhoven daartoe aanleiding geven.
Aan de verstrekking van subsidie op grond van deze regeling worden twee verplichtingen verbonden:
De Sociale Huurwoning dient minimaal 15 jaar als zodanig geëxploiteerd te worden of te worden verkocht als Verkoop onder voorwaarden. Deze verplichting is opgenomen om te zorgen dat niet direct na subsidieverlening de sociale component verdwijnt door verkoop als reguliere woning. De subsidie draagt dan immers niet bij aan het toevoegen van Sociale Huurwoningen aan de woningvoorraad. Bij Verkoop onder voorwaarden dient het maatschappelijk gebonden eigendom behouden te blijven tot minimaal 15 jaar na oplevering van de betreffende woning.
Van de in lid 1 genoemde termijnen kan worden afgeweken bij zwaarwegende (en vaak onvoorziene) omstandigheden. Met het afwijken van de genoemde termijnen zal zeer terughoudend worden omgegaan en zal hooguit bij overmacht aan de orde komen.
Deze bepalingen behoeven geen nadere toelichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-545411.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.