Gemeenteblad van Beek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beek | Gemeenteblad 2024, 544872 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beek | Gemeenteblad 2024, 544872 | beleidsregel |
Damoclesbeleid Lokalen en Woningen 2025 Gemeente Beek
Het doel van deze beleidsregels is om de toepassing van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet in overeenstemming te brengen met de huidige redactie van deze bepaling en met de actuele stand van de rechtspraak, waaronder in het bijzonder op het gebied van de evenredigheidstoets. Tevens wordt met deze beleidsregels beoogd bij de toepassing van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, de dijken van de Westelijke Mijnstreek gemeenten even hoog te maken in het belang van de kenbaarheid en de consistentie van bestuurlijk handelen en daarmee van de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid, alsook ter voorkoming van een waterbedeffect. Hiermee wordt beoogd overeenkomstig het (wettelijk) doel van artikel 13b, van de Opiumwet, de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen en beheersen en de nadelige effecten van de productie en distributie van, handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden tegen te gaan.
Deze beleidsregels geven een overzicht van de sluitingsbevoegdheden van de burgemeester ten aanzien van publieke – en niet publiek toegankelijke inrichtingen, woningen, lokalen en bij de niet-publiektoegankelijke inrichtingen, woningen of lokalen behorende erven.
Indien dit in een specifiek geval nodig wordt geacht, wordt binnen het gevoerde beleid maatwerk toegepast.
In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. In artikel 1.1 van het Damoclesbeleid Lokalen en Woningen 2025 Gemeente Beek leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen. Hieronder leest u wat die begrippen betekenen.
Gemeente: in deze beleidsregel verwijst ‘gemeente’ naar een bestuursorgaan van de gemeente (de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Beek) of naar de rechtspersoon met een overheidstaak. Het hangt van de situatie af aan wie volgens de wet de bevoegdheid wordt toegekend.
Handelshoeveelheden: Onder drugshandel wordt op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking, dan wel de aanwezigheid daartoe, van drugs als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet. De genoemde lijst I heeft betrekking op harddrugs. De genoemde lijst II bevat de verboden softdrugs. Aan deze lijst II is sinds 1 januari 2023 ook ‘lachgas’ toegevoegd.
Voorbereidingshandelingen: Van een voorbereidingshandeling in de zin van artikel 13b, eerste lid, onder b, van de Opiumwet, is sprake als in een woning of een lokaal of een daarbij behorend erf, voorwerpen of stoffen voorhanden zijn, die op zichzelf bezien legaal zijn, maar waarvan de betrokkene weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn om hetzij harddrugs, hetzij softdrugs te produceren.
Afwijkingsbevoegdheid: Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat ‘het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen’.
Een sluiting is bedoeld om de openbare orde onmiddellijk te herstellen. Hiervoor is een periode van rust nodig. Met een sluiting wordt beoogd het risico op herhaling te verkleinen. Met een sluiting wordt ook een krachtig signaal afgegeven richting de buitenwereld dat in het pand (of rondom het pand) geen activiteiten meer kunnen plaatsvinden die een gevaar zijn voor de openbare orde. Een pand kan dan bijvoorbeeld niet langer gebruikt worden voor, of doelwit zijn van criminele doeleinden of handelingen.
Een sluiting is derhalve niet gericht tegen de betreffende belanghebbende (exploitant, bewoner of pandeigenaar) maar heeft betrekking op de inrichting, de woning of het lokaal. Dat de belanghebbende geen verwijt kan worden gemaakt bij de gedragingen die tot een sluiting leiden, speelt in beginsel geen rol. Een actieve rol van een belanghebbende bij de openbare orde verstoring kan wel als verzwarende omstandigheid worden meegenomen bij het besluit om over te gaan tot sluiting.
1.5 Spoedeisende bestuursdwang
Al naar gelang de omstandigheden van het geval kan gekozen worden voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang. In de artikelen 5:31 en 4:11, eerste lid, onder a, van de Awb, zijn de procedureregels opgenomen, die gevolgd moeten worden als tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wordt overgegaan.
In gevallen waarbij sprake is van omstandigheden die gezien hun aard of omvang, al dan niet in combinatie met elkaar (ernstige gevallen), apert vragen voor de toepassing van zwaardere handhavingsmiddelen, waaronder spoedeisende bestuursdwang, is het niet voorstelbaar dat hierop het waarschuwingsbeleid wordt toegepast.
Ten einde de burgemeester in de gelegenheid te stellen een besluit te nemen dat qua inhoud voorzien is van een draagkrachtige en kenbare motivering, alsmede een richtlijn mee te geven die voorziet in het fair-play, gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, volgt hierna een niet-limitatieve opsomming van indicatoren die zien op het in dit beleid genoemde ‘ernstige geval’ en de ‘verzwarende omstandigheden’ uit artikel 6.4. Om tot een ‘ernstig geval’ te komen zullen minimaal 3 van de onderstaande indicatoren aantoonbaar moeten zijn:
Van een voorbereidingshandeling in de zin van artikel 13b, eerste lid, onder b, van de Opiumwet, is sprake als in een woning of een lokaal of een daarbij behorend erf, voorwerpen of stoffen voorhanden zijn, die op zichzelf bezien legaal zijn, maar waarvan de betrokkene weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn om harddrugs, softdrugs of een combinatie van beide te produceren.
Om te bepalen of zulks zich voordoet en de burgemeester in de gelegenheid te stellen een besluit te nemen dat qua inhoud voorzien is van een draagkrachtige en kenbare motivering, volgt hierna een niet-limitatieve opsomming van indicatoren die zien op het in dit beleid genoemde ‘voorbereidingshandelingen’:
Voort kan bij deze beoordeling ook de ‘Aanwijzing Opiumwet’ worden betrokken.
Er is sprake van een complete opstelling als sprake is van een samenstelling en/of opstelling van voorwerpen en/of stoffen waardoor de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepkwekerij, of een productiepunt voor harddrugs in principe direct kan plaatsvinden, maar waarbij de drugs nog niet daadwerkelijk zijn geproduceerd (als er drugs is geproduceerd, valt de opstelling onder artikel 7a van deze beleidsregels).
1.9 Onderscheid tussen woningen en lokalen
In deze beleidsregel wordt voor de toepassing van de bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, onderscheid gemaakt tussen woningen en al dan niet voor het publiek openstaande lokalen, omdat sluiting van een woning gevolgen kan hebben die een inmenging kunnen vormen in het in artikel 8 van het EVRM neergelegde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Laatstgenoemd recht is niet in het geding bij lokalen.
Bij het bepalen van het sluitingsregime wordt bij de toepassing van deze beleidsregels als vertrekpunt de plek waar de hard- en/of softdrugs, dan wel de voorbereidingshandelingen worden aangetroffen genomen. Is op een erf zowel sprake van een drugvondst in een lokaal als in een woning, dan wordt als uitgangspunt het regime voor woningen genomen.
1.10 Bij sluiting: kostenverhaal en Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken
Indien de burgemeester overgaat tot sluiting van een woning, lokaal of bijbehorend erf zullen de kosten die daarmee gemoeid zijn in beginsel op de overtreder(s) worden verhaald. In het besluit tot toepassing van bestuursdwang (sluitingsbesluit) zal in dat geval het kostenverhaal worden aangezegd aan de overtreder(s). Het kostenverhaal zal achterwege blijven bij iedere ontbrekende verwijtbaarheid aan de zijde van de overtreder (zie artikel 5:25 Awb).
De burgemeester zal overeenkomstig de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (WKBP) na bekendmaking van het sluitingsbesluit in het beperkingenregister aantekenen dat een woning, lokaal of daarbij behorende erf is gesloten. Wanneer de sluiting wordt opgeheven of wanneer de sluitingstermijn afloopt, wordt dit aangepast in het beperkingenregister.
1.11 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregels
In deze beleidsregel heeft de gemeente Beek omschreven in welke gevallen de burgemeester de bevoegdheid heeft om tot de sluiting van publieke– en niet publiek toegankelijke inrichtingen, woningen, lokalen en bij de niet-publiektoegankelijke inrichtingen, woningen of lokalen behorende erven over te gaan. De burgemeester zal doorgaans handelen conform het geldende beleid, maar behoudt het recht om hiervan af te wijken in overeenstemming met artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht. Van deze discretionaire bevoegdheid zal enkel gebruik worden gemaakt als door het toepassen van de beleidsregel één of meer belanghebbenden gevolgen zouden ervaren die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het met deze beleidsregel te dienen doel.
Hoofdstuk 2: Drugshandel in/ vanuit een woning of op daarbij behorend erf
De sluiting van woningen grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen. Daarom wordt er onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer.
Artikel 2.2 Feitelijk voor bewoning gebruikt
Daar waar sprake is van een woning als bedoeld in artikel 1.1 onder c, moet uit de feitelijke constatering ter plaatse blijken dat deze woning wordt gebruikt als woonruimte en moet er sprake zijn van het hebben van woongenot. Veelal staat dit verwoord in het proces-verbaal van bevindingen van de politie. Dit kan echter ook geconstateerd worden door een medewerker van de gemeente Beek en in een controlerapport worden vastgelegd.
Indicatoren die kunnen leiden tot het in lid 1 genoemde oordeel zijn onder andere, doch niet limitatief:
het bestaan van een achterstand in de betalingen van de gemeentelijke belastingen met betrekking tot het adres, tenzij ten tijde van het aantreffen van de middelen als bedoeld in Lijst I en/of Lijst II van de Opiumwet reeds bij de gemeente Beek bekend was c.q. gemeld was dat deze achterstand te wijten is aan financieel onvermogen van de bewoner(s);
Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt de hoogte van de dwangsom onder meer afgestemd op de verwachte opbrengst van de aangetroffen handelshoeveelheid. Als dwangsommodaliteit geldt als uitgangspunt de eenmalige verbeurte van een dwangsom (ineens) bij een eerstvolgende constatering van een overtreding.
* voor zover dit de 5 gram of 5 milliliter niet overschrijdt.
Hoofdstuk 3: Drugshandel in/ vanuit een lokaal of op daarbij behorend erf
Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt de hoogte van de dwangsom onder meer afgestemd op de verwachte opbrengst van de aangetroffen handelshoeveelheid. Als dwangsommodaliteit geldt als uitgangspunt de eenmalige verbeurte van een dwangsom (ineens) bij een eerstvolgende constatering van een overtreding.
* voor zover dit de 5 gram of 5 milliliter niet overschrijdt.
Hoofdstuk 4: Voorbereidingshandelingen in een woning of op daarbij behorend erf
Artikel 4.1 voorbereidingshandelingen softdrug gerelateerd
Bij de constatering van voorbereidingshandelingen te relateren aan lijst II van de Opiumwet in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet, in woning een of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven Handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Softdrug (woning).
Artikel 4.2 voorbereidingshandelingen harddrug gerelateerd
Bij de constatering van voorbereidingshandelingen te relateren aan lijst I van de Opiumwet in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet, in woning een of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven Handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Harddrug (woning).
Hoofdstuk 5: Voorbereidingshandelingen in een lokaal of op daarbij behorend erf
Artikel 5.1 voorbereidingshandelingen softdrug gerelateerd
Bij de constatering van voorbereidingshandelingen te relateren aan lijst II van de Opiumwet in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet, in een lokaal of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Softdrug (lokaal).
Artikel 5.2 voorbereidingshandelingen harddrug gerelateerd
Bij de constatering van voorbereidingshandelingen te relateren aan lijst I van de Opiumwet in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet, in een lokaal of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Harddrug (lokaal).
Hoofdstuk 6: Overige uitgangspunten
Dit beleid is gerelateerd aan de locatie en niet aan de bewoner, huurder, gebruiker of eigenaar. Dit betekent dat een opgelegde sluiting ook werkt voor rechtsopvolgers. Een besluit tot toepassing van bestuursdwang ingevolge artikel 13b van de Opiumwet is een beperkingsbesluit dat valt onder de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken en wordt dan ook opgenomen in de landelijke voorziening, gebaseerd op de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen.
Artikel 6.4 Samenloop toepassing 13b Opiumwet bij vergunningplichtige woningen of -lokalen
Voorliggend beleid ziet enkel toe op de toepassing van de aan de burgemeester toekomende sluitingsbevoegdheid op basis van artikel 13b Opiumwet en laat eventueel bij het bevoegd gezag berustende plichten of bevoegdheden tot intrekking van verleende vergunningen onverlet.
Hoofdstuk 7: Verzoek om opheffen sluiting/intrekking last onder dwangsom
De burgemeester neemt alleen schriftelijke verzoeken in behandeling. De burgemeester hanteert bij zijn beslissing de oorspronkelijk getroffen maatregel als uitgangpunt en zal slechts nagegaan of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen niet meer aan de orde zijn. De betrokkene dient daarom zijn verzoek te motiveren. Hij dient daartoe te onderbouwen dat sprake is van veranderde feiten en omstandigheden die aannemelijk maken dat er niet opnieuw overtredingen van de Opiumwet in of vanuit de woning, het lokaal of het daarbij behorend erf zullen worden gepleegd. Er dienen daartoe minimaal voldoende maatregelen te zijn, zulks ter beoordeling van de burgemeester.
Bij diens beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid neemt de burgemeester onder andere in overweging:
of de te realiseren doelen van de sluiting reeds zijn behaald. Deze afweging wordt (mede) gemaakt op basis van een door de politie en eventuele andere veiligheidspartners gemaakte inschatting. Zo nodig kan daartoe een bestuurlijke rapportage of advies worden opgevraagd van een of meer veiligheidspartners; en
De oude beleidsregel wordt ingetrokken
Het Damoclesbeleid gemeente Beek 2020 van 6 december 2019 zal op 31 december 2024 worden ingetrokken.
Startdatum nieuwe beleidsregel
Deze beleidsregel is goedgekeurd door de gemeente Beek op 18 december 2024.
Deze gemeente werkt vanaf 1 januari 2025 met deze beleidsregel.
Deze beleidsregel heet: “Damoclesbeleid Lokalen en Woningen 2025 Gemeente Beek”.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-544872.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.