Tweede wijziging van de Subsidieregeling Rijnmonds arbeidsmarkt perspectieffonds 2023-2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van de wethouder Werk & Inkomen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en EU-arbeidsmigranten van 17 december 2024, met kenmerk M2411-5150;

 

gelet op de artikelen 3, derde lid, artikel 6, derde lid, en 8, onderdeel k, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;

 

overwegende, dat het wenselijk is om het subsidieplafond vanaf kalenderjaar 2025 te verhogen, de doelgroep te verduidelijken, het aantal aanvragen te maximeren, te regelen welke documenten overgelegd kunnen worden voor de staatssteuntoets, de aanvraagtijdvakken voor het kalenderjaar 2025 bekend te maken, een weigeringsgrond te wijzigen alsmede enkele andere technische wijzigingen aan te brengen;

 

besluit:

Artikel I  

De Subsidieregeling Rijnmonds arbeidsmarkt perspectieffonds 2023-2026 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

In artikel 1 worden in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

  • -

    Algemene Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  • -

    DAEB de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen;

  • -

    DAEB-vrijstellingsbesluit: Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen;

  • -

    de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

B

 

In artikel 3, tweede lid, vervalt ‘bij voorkeur’ en wordt ‘of tot personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie’ vervangen door ‘en een kwetsbare arbeidsmarktpositie hebben’.

 

C

 

In artikel 4 vervallen het vierde en vijfde lid.

 

D

 

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      Voor het kalenderjaar 2024 geldt een subsidieplafond van € 2.250.000.

  • 2.

    Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

    • 3.

      Voor de kalenderjaren 2025 en 2026 geldt een subsidieplafond van € 2.300.000 per kalenderjaar.

  • 3.

    In het vierde lid (nieuw) vervalt ‘binnen de in het eerste en tweede lid genoemde jaren’.

E

 

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid, onderdeel c, vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een punt.

  • 2.

    Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

    • 3.

      Ten behoeve van de staatssteuntoets wordt in het geval een subsidie wordt verleend, na overleg, tevens een van de volgende documenten overgelegd:

      • a.

        een ondertekende de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening;

      • b.

        een ondertekende DAEB de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de DAEB de-minimisverordening;

      • c.

        een motivering voor toepassing van het DAEB-vrijstellingsbesluit, waaruit in ieder geval blijkt dat:

        • 1°.

          de subsidieontvanger met een DAEB is belast, waarbij de DAEB duidelijk is omschreven;

        • 2°.

          vooraf objectieve en transparante parameters zijn vastgesteld voor de berekening van de compensatie;

        • 3°.

          geen sprake is van overcompensatie;

      • d.

        een motivering voor toepassing van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, waaruit in ieder geval blijkt:

        • 1°.

          welke steuncategorie het betreft, onder vermelding van het specifieke artikel uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;

        • 2°.

          op welke wijze aan de algemene voorwaarden uit hoofdstuk 1 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening en de specifieke voorwaarden voor de betreffende steuncategorie wordt voldaan.

  • 3.

    De volgende leden worden toegevoegd:

    • 5.

      Een aanvrager kan ten hoogste één aanvraag indienen per aanvraagtijdvak.

    • 6.

      Een aanvrager kan als samenwerkingspartner bij andere aanvragen in eenzelfde aanvraagtijdvak betrokken zijn.

    • 7.

      Een aanvrager kan, gedurende de looptijd van deze regeling, ten hoogste twee keer een aanvraag indienen voor hetzelfde project.

F

 

Aan artikel 10 wordt een lid toegevoegd, luidende:

 

  • 3.

    De aanvraagtijdvakken voor het kalenderjaar 2025 lopen van:

    • a.

      1 februari 2025 tot en met 28 februari 2025;

    • b.

      1 juni 2025 tot en met 30 juni 2025;

    • c.

      1 oktober 2025 tot en met 31 oktober 2025.

G

 

In artikel 12, onderdeel a, wordt ‘in het desbetreffende kalenderjaar’ vervangen door ‘in de voorgaande twaalf maanden’.

Artikel II  

In de Toelichting bij de Subsidieregeling Rijnmonds arbeidsmarkt perspectieffonds 2023-2026 wordt in de toelichting op artikel 3 onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

 

  • k.

    onboarding.

Artikel III  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.

  • 2.

    De subsidieregeling zoals deze luidde op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit blijft van toepassing op aanvragen die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend en op subsidies die reeds zijn verleend of vastgesteld met inbegrip van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van die subsidies.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 december 2024.

De secretaris,

G.J.D. Wigmans

De burgemeester,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

 

Toelichting

 

Algemeen

In de uitvoering van de Subsidieregeling Rijnmonds arbeidsmarkt perspectieffonds 2023-2026 is gebleken dat er aanvullingen en aanpassingen nodig en gewenst zijn.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel I

 

Onderdeel B

Met deze wijziging wordt de bestaande onduidelijkheid over de beoogde deelnemers aan de te subsidiëren activiteiten weggenomen. Het is de bedoeling dat het gaat om personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, die woonachtig zijn in een gemeente behorende tot de arbeidsmarktregio Rijnmond.

 

Onderdeel D

Door indexering is er meer budget per jaar beschikbaar. Door deze wijziging wordt het jaarlijks subsidieplafond voor de kalenderjaren 2025 en 2026 aangepast van € 2.250.000 naar € 2.300.000.

 

Onderdeel E

Voordat subsidieaanvragen toegekend kunnen worden moet er een staatssteuntoets plaatsvinden, om uit te sluiten dat er sprake is van staatssteun. Afhankelijk van de aanvraag kan die toetsing op verschillende manieren plaatsvinden. Deze wijziging geeft daarvoor de basis.

 

Daarnaast is geregeld dat een partij ten hoogste twee keer een aanvraag kan doen voor hetzelfde project. Uit de praktijk blijkt dat in deze markt een behoefte bestaat projecten steeds te verlengen en daarvoor weer subsidie aan te vragen. Dat is niet de bedoeling van deze subsidieregeling: projecten moeten uiteindelijk financieel zelfstandig kunnen draaien. Daarom wordt een grens gesteld aan het aantal aanvragen om subsidie per project.

 

Onderdeel G

Met deze wijziging wordt het mogelijk om een aanvraag af te wijzen als de aanvrager op grond van deze regeling al een subsidie heeft gehad in de voorgaande 12 maanden, in plaats van in het desbetreffende kalenderjaar. Deze verruiming van de termijn om deze weigeringsgrond toe te passen, brengt onder meer met zich mee dat de subsidiegelden beter verdeeld kunnen worden onder verschillende partijen en goede resultaten bereikt kunnen worden.

 

Artikel II

Hoewel de lijst van activiteiten in de toelichting geen limitatieve opsomming is, is het wenselijk om de activiteit ‘onboarding’ op te nemen. Onboarding heeft tot doel nieuw ingestroomde medewerkers extra te begeleiden en draagt bij aan het baanbehoud.

Naar boven