Gemeenteblad van Tilburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2024, 542036 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2024, 542036 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2025
HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
beschermd graf: een particulier graf waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een beschermd bijzondere status voor onbepaalde tijd is vastgesteld, ongeacht de categorie waartoe het graf behoort. Een beschermd graf kan onder meer van toepassing zijn op een categorie bijzonder graf, een eerste klas graf, een tweede klas graf, een urnengraf en een kindergraf;
beschermd bijzondere status: een particulier graf waarvoor door het college een beschermd bijzondere status is vastgesteld met als doel het graf voor onbepaalde tijd te beschermen zodat het nooit geruimd mag worden, ongeacht de categorie waartoe het graf behoort. Een beschermd bijzondere status kan onder meer van toepassing zijn op een categorie bijzonder graf, een eerste klas graf, een tweede klas graf, een urnengraf en een kindergraf.
HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING
Artikel 7. Kennisgeving begraven, delven en sluiten van een graf
Degene die wil doen begraven geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving zal plaatsvinden schriftelijk kennis aan de beheerder. De beheerder bepaalt het moment van begraving. Indien het college toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving zo tijdig mogelijk worden gedaan.
Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
Artikel 8. Het gebruik van gebouwen en muziekinstallatie
Het college kan nader vast te leggen regels maken over het gebruik van de ontvangstruimten, alsmede van de muziekinstallatie.
Artikel 9. Over te leggen stukken
Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 17 zesde lid.
HOOFDSTUK 4. INDELING, BESCHERMD BIJZONDERE STATUS EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN
Artikel 11. Indeling graven, asbezorging, afmetingen en uitgifteduur
Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging
Artikel 14. Categorieën en beschermd bijzondere status
Het college stelt nadere regels op voor het aanvragen van een beschermd bijzondere status in het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaats, met dien verstande dat het college de aanvraag voor de grafrechthebbenden zo eenvoudig mogelijk inricht. De nadere regels mogen nooit leiden tot een naheffing voor een grafrechthebbende of het ruimen van een graf waarvoor de beschermd bijzondere status van een graf bedoeld is.
Het college kan besluiten dat een ander persoon dan genoemd in het tweede lid of een ander persoon dan genoemd in artikel 17 zesde lid een verzoek voor een beschermd bijzondere status mag indienen, als het daartoe zwaarwegende redenen heeft of als anders de bescherming van een graf benadeeld zou worden als waar de beschermd bijzondere status voor dat graf voor bedoeld is.
Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende van een particulier graf op een bijzonder graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden in het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaats.
Artikel 17. Grafrechten en overschrijving van verleende rechten
Het gestelde onder het tweede lid en het derde lid wordt eeuwigdurend opgenomen in de Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten, geldend voor alle verordeningen op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten vanaf 2025 en verder, daarbij inbegrepen toekomstige verordeningen die Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten vervangen.
Het college kan het recht op een graf op schriftelijk verzoek van de rechthebbende overschrijven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
Na het overlijden van de rechthebbende kan het graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad, mits het verzoek hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
Artikel 18. Afstand doen van graven
Vooraleer er een verzoek tot schriftelijk afstand van een grafrecht gedaan kan worden, geldt voor een beschermd graf een inspanningsverplichting van de rechthebbende het grafrecht over te schrijven op naam van een aanverwante of nabestaande, voor zover er aanverwanten of nabestaanden van de overleden persoon van het betreffende graf in leven zijn.
Een beschermd graf waarvan afstand is genomen, wordt door het college gepubliceerd in de officiële bekendmakingen. Het college stelt in leven zijnde aanverwanten of nabestaanden van de overledene in het graf daarmee in de gelegenheid om binnen een jaar waarop er afstand is gedaan van een beschermd graf zich te melden bij het college en dit grafrecht kosteloos voor onbepaalde tijd over te nemen.
Artikel 21. Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker
Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding is verplicht.
De verwijdering vindt niet eerder plaats dan nadat de rechthebbende overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 vierde lid van de Wet op de lijkbezorging, door middel van een verklaring schriftelijk op de toestand en verwaarlozing van de grafbedekking is gewezen, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt of wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats bekend, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken.
Artikel 23. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn
Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.
HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN GRAVEN EN URNENGRAVEN
Artikel 24. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven op een van de daartoe bestemde afgesloten gedeelten van de begraafplaats, tenzij door de rechthebbende op het graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan tot alsnog cremeren van de overblijfselen.
HOOFDSTUK 7. GEDEELTEN VAN DE BEGRAAFPLAATS VOOR KERKGENOOTSCHAPPEN, ISLAMITISCHE GEMEENSCHAP OF ANDERS GEZINDTEN
HOOFDSTUK 8. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN, BESCHERMD BIJZONDERE STATUS EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING
De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. In het geval dat niet aan derde lid kan worden voldaan, dient de gemeenteraad zwaarwegende redenen te hebben en aan te kunnen tonen om alsnog over het ruimen van een graf met een beschermd bijzondere status te mogen beslissen.
Artikel 28. Intrekking oude regeling
Op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2019 van de gemeente Tilburg, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van Tilburg op 8 november 2018, ingetrokken.
Rechten en verplichtingen met betrekking tot graven - hoe ook genaamd - die zijn ontstaan op basis van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Tilburg zoals genoemd in artikel 28 worden, voor zover deze niet reeds zijn vervallen of ingetrokken, geacht te zijn ontstaan op basis van onderhavige verordening.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een verzoek om een vergunning dan wel een ander verzoek - hoe ook genaamd - is gedaan op grond van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Tilburg zoals genoemd in artikel 28, en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening daarop nog niet is beslist, wordt de overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast.
Een ieder die handelt in strijd met artikel 3 derde lid, artikel 4 eerste lid, tweede lid en derde lid, artikel 5 tweede lid en artikel 6 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie als bedoeld in het Wetboek van strafrecht.
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2025.
Artikel 32. Bijzondere bepalingen
De bepalingen van artikel 14, tweede lid, derde lid, vierde lid, vijfde lid, zesde lid, zevende lid en achtste lid dienen te allen tijde ongewijzigd en overeenkomstig te worden opgenomen in:
TOELICHTING BEHEERSVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATS 2025
De jaarlijkse Verordening Begraafplaatsrechten wordt geactualiseerd naar aanleiding van het raadsbesluit op 27 mei 2024 om een ‘beschermde bijzondere status’ toe te kennen aan de graven van de eerste generatie Molukkers in Tilburg die voor het Koninklijk Nederlands-Indië Leger (KNIL) hebben gediend. Samenhangend met de jaarlijkse Verordening Begraafplaatsrechten is de Beheersverordening van de gemeentelijke begraafplaats. De actualisering van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats maken de Beheersverordening van de gemeentelijke begraafplaats en de Verordening Begraafplaatsrechten sluitend op elkaar wat betreft definities en bepalingen over de beschermd bijzondere status voor een graf. Daarnaast is de beheersverordening van de gemeentelijke begraafplaats 2025 ook in breder verband geactualiseerd, waaronder een nauwkeurigere omschrijving van de rechten en de plichten van de beheerder, gebruikers en grafrechthebbenden en passend taalgebruik.
Voor het opstellen van deze verordening is de MODEL-BEHEERSVERORDENING BEGRAAFPLAATSEN van het rijk als leidraad gebruikt. Het model is vervolgens toegespitst op de lokale context en afgestemd met de beheerder van de gemeentelijke begraafplaats.
De verordenende bevoegdheid bij een begraafplaats op grondgebied van de eigen gemeente
In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de verordening die de raad in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader hiervan zijn de bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet geconcentreerd bij het college en zijn de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad versterkt.
De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de gemeente gelegenheid moet geven tot begraven.
Gemeentelijk begraafplaatsenbeleid
De beheersverordening gemeentelijke begraafplaats bevat verschillende regels die de gemeente hanteert voor de instandhouding van en de dienstverlening op de gemeentelijke begraafplaats. In dit hoofdstuk schenken wij aandacht aan enkele van deze regels.
Burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaats en alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor financiële lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige regelgeving te voorkomen en procedures kort te houden. De beheerder van de begraafplaats kan worden aangewezen voor contacten met de burgers, bijvoorbeeld voor het in ontvangst nemen van diverse aanvragen.
De waarde die aan de begraafplaats wordt toegekend maakt het nodig dat er een inventarisatie wordt gemaakt van de historische en culturele waarden die op de begraafplaats aanwezig zijn. De beheersverordening voorziet in het opstellen van een lijst van gedenkwaardige graven, graven met een beschermd bijzondere status en bijzondere gedenktekens die het waard zijn om zo lang mogelijk of voor onbepaalde tijd in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft zo uitdrukking aan de waarden van de begraafplaats als zodanig.
Voor de dienstverlening op de gemeentelijke begraafplaats geeft de beheersverordening een uitgebreid voorzieningenpakket. De regeling noemt algemene en particuliere graven, beschermd bijzondere graven, bestemmingen voor as en gedenkplaatsen voor vermisten of voor overledenen in den vreemde in geval het lichaam niet naar Nederland is vervoerd.
Het is voor nabestaanden, maar ook voor uitvaartondernemers, hoveniers en steenhouwers begrijpelijkerwijs gewenst dat de overboeking van een grafruimte of de goedkeuring voor een grafbedekking snel verloopt. Daarom kunnen de aanvragen om grafuitgiften en vergunningen voor grafbedekking volgens deze verordening het best worden ingediend bij de beheerder van de begraafplaats. Door mandaat van de beslissingsbevoegdheid aan de beheerder kunnen de verzoeken door hem worden behandeld en afgewikkeld onder verantwoordelijkheid van het college.
Doel en definitie beschermd bijzondere status voor graven van oud-KNIL-militairen op de gemeentelijke begraafplaats
De gemeenteraad van Tilburg heeft op 27 mei 2024 besloten om aan de graven van de eerste generatie Molukse oud-militairen van het Koninklijk Nederlands-Indonesisch Leger (KNIL) een ‘beschermde bijzondere status’ te geven. Het college is door de raad gemandateerd een beschermd bijzondere status voor deze graven vast te stellen.
In deze verordening wordt ook gesproken over categorie graven. Een categorie graf kan in een uitvoeringsbesluit ook een ‘bijzonder’ graf zijn. De categorie bijzonder dient niet verward te worden met een ‘beschermd bijzondere status’ of een ‘beschermd bijzonder graf’. Een beschermd bijzondere status van een graf kan van toepassing zijn op alle categorie graven, ongeacht in welke categorie het graf valt. Een categorie ‘bijzonder’ graf hoeft niet perse een beschermd bijzondere status te hebben.
Het doel van de beschermd bijzondere status is deze graven te beschermen tegen het ruimen van een graf en het graf voor onbepaalde tijd rust te geven. Hiermee erkent de gemeente Tilburg het leed dat de Molukse gemeenschap van overheidswege is aangedaan. Alle bepalingen en voorwaarden moeten in dat licht worden gezien, waaronder het vrijstellen van de grafrechthebbende voor gemeentelijke heffingen voor het grafrecht van een graf met een beschermd bijzondere status en de uitzonderingsregel dat hierom een graf met een beschermd bijzondere status nooit geruimd mag worden. Door deze bepalingen zijn deze graven beschermd en kunnen zij behouden worden voor onbepaalde tijd.
In het raadsbesluit voor de beschermd bijzondere status voor de graven van 1e generatie Molukse oud- KNIL-militairen worden ook de graven van mariniers en echtgenoten genoemd.
Met mariniers worden bedoeld 1e generatie Molukse mariniers die hebben gediend in het toenmalige Nederlands-Indië en die in 1951 op dwangbevel naar Nederland zijn gehaald of gevlucht.
Met partners worden de toenmalige partners van de 1e generatie Molukse oud-KNIL-militairen of mariniers bedoeld die in 1951 zijn meegereisd of gevlucht naar Nederland.
Voor de term echtgenoten zoals geformuleerd in het raadsbesluit is in deze verordening het moderne begrip ‘partners’ gehanteerd. Zie hiervoor artikel 14 lid 3 b van deze verordening. Dit heeft als doel dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen officieel en niet officieel gehuwden en/of verstekelingen. Het gaat erom dat de partner mee is gereisd in 1951 met de 1e generatie Molukse oud-KNIL-militair of marinier en als zodanig is geregistreerd op de passagierslijst die te raadplegen is bij het Nationaal Archief.
Voor meereizende partners die geen officiële status van echtgenoot hadden maar wel als meereizende partners zijn geregistreerd is de beschermd bijzondere status ook bedoeld.
Voor het vaststellen van de 1e generatie Molukse oud-KNIL-militairen, mariniers en partners die in 1951naar Nederland zijn gehaald worden onder meer de passagierslijsten van de index ‘Molukkers naar Nederland’ van het Nationaal Archief geraadpleegd. De index Molukkers naar Nederland is in samenwerking van het Nationaal Archief en het Moluks Historisch Museum tot stand gekomen. De namen van de passagierslijsten zijn vergeleken met de namen in de oude Molukse bevolkingsadministratie van het Commissariaat voor Ambonezenzorg (CAZ), 1952-1970 (2.27.148).
Personen die in de passagierslijsten als ‘Molukker’ zijn aangemerkt, zijn opgenomen in index Molukkers naar Nederland. De status ‘Molukker’ van deze index hoeft niet altijd samen te vallen met de etnische achtergrond van een persoon. Veel Molukse KNIL-militairen waren bijvoorbeeld met een niet-Molukse vrouw getrouwd. Ook deze echtgenoten komen in de database voor. Voor het vaststellen van een beschermd bijzondere status maakt de etnische achtergrond van de meereizende partner overigens niet uit. Het gaat immers om de Molukse afkomst van de oud KNIL-militair en diens meereizende partner die deel uitmaakt van zijn gezin.
Een graf met een beschermd bijzondere status op een particuliere begraafplaats binnen de gemeente
Een complicerende factor is dat het college geen uitvoerende bevoegdheden heeft ten aanzien van een graf op een particuliere begraafplaats waarvoor het college een beschermd bijzondere status vaststelt. Oftewel; het college kan die status wel toekennen, maar de uitvoering en het effect van de beschermd bijzondere status ligt onder de beslissingsbevoegdheid van de particuliere begraafplaats van het betreffende graf. Op diens begraafplaats heeft het college geen mandaat. In het geval dat een aanvraag voor een beschermd bijzondere status een graf binnen de gemeente betreft dat niet op de gemeentelijke begraafplaats ligt, zal de gemeente in overleg met de grafrechthebbende en de particuliere begraafplaats treden hoe dezelfde bescherming en rust te geven. Een mogelijke oplossing is dat de betreffende begraafplaatsrechten, inclusief de kosten voor onbepaalde tijd door de burgemeester worden overgenomen, zodat de facto dezelfde bescherming en rust voor onbepaalde tijd voor dat graf ontstaat. Een andere mogelijke oplossing is dat het grafrecht voor onbepaalde tijd wordt afgekocht, het grafrecht bij de nabestaande blijft maar de gemeente het verschuldigde bedrag aan de particuliere begraafplaats betaalt.
Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaats
De door het college van burgemeester en wethouders nader vast te stellen regels of bepalingen, voortvloeiend uit de bepalingen van deze verordening, worden door het college openbaar gepubliceerd en vastgelegd in de regeling ‘Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaats’.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-542036.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.