Verkeersmaatregel Meerssenerweg

Ruimte / Mobiliteit / 2024-952442

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het instellen van meerdere verkeersmaatregelen op de Meerssenerweg in de gemeente Maastricht met betrekking tot de snelle fietsroute tussen Maastricht en Sittard.

 

Overwegingen

De Meerssenerweg is een gebiedsontsluitingsweg binnen de gemeente Maastricht, en is bij de gemeente in beheer en onderhoud en is onderdeel van de snelle fietsroute tussen Maastricht en Sittard en de Verbindingsas Buitengoed Geul en Maas.

 

In 2022 zijn verschillende delen van de snelle fietsroute reeds gerealiseerd en nu wordt de bestaande fietsinfrastructuur langs de Meerssenerweg verbeterd. Hierdoor ontstaat een snelle, comfortabele en veilige doorlopende route tussen Beek en Maastricht.

 

Met de aanleg van deze route wordt fietsen als woon-werkverkeer tussen de steden en de tussenliggende kernen bevorderd en kan de fiets nog meer een alternatief zijn voor verplaatsing met de auto.

 

Het realiseren van regionale snelle fietsroutes maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie Maastricht 2024 en het Actieplan Fietsen in Maastricht. Ook past het binnen de opgaves en ambities van de regionale Mobiliteitsvisie Zuid-Limburg en de route is opgenomen in het nationaal toekomstbeeld fiets.

 

Aanpassingen aan de Meerssenerweg ten behoeve van de snelle fietsroute bestaan uit het realiseren van een fiets/bromfietspad tussen de Kasteel Bleienbeekstraat en de Kasteel Hartelsteinstraat, het realiseren van een fietspad tussen de Kasteel Hartelsteinstraat en het Kemenadeplein en tussen de Balijeweg en de Kasteel Liebeekstraat.

 

Verder wordt het fiets/bromfietspad tussen nummer 110 en de Balijweg omgezet in een fietspad en wordt de parallelweg ten oosten van de Meerssenerweg en ten noorden van het Kemenadeplein ingericht als fietsstraat.

 

Een deel van de parallelwegen van de Meerssenerweg worden opgeheven en daarmee ook het verbod voor vrachtauto’s op de parallelweg en de verplichte rijrichtingen die hier gelden.

 

Om de doorstroming van het fietsverkeer op de snelle fietsroute te verbeteren worden gelijkwaardige kruisingen omgezet in voorrangskruispunten waarbij het verkeer op de fietsroute voorrang krijgt op het kruisende verkeer.

 

Het ontwerp van de Meerssenerweg is tot stand gekomen na een participatieproces met aanwonenden. Daarnaast zijn de Fietsersbond, Verkeersveiligheidsgroep Maastricht, VVN en Stichting Samen Onbeperkt betrokken.

 

Eén van de uitkomsten uit het participatieproces is de vermindering van het aantal parkeerplaatsen ten gunste van de positie van de fietser en vergroening van de omgeving.

 

Een parkeerdrukmeting heeft inzichtelijk gemaakt dat overal binnen een acceptabele loopafstanden voldoende parkeerplaatsen ter beschikking zijn.

 

Deze maatregelen worden genomen voor het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers.

 

Deze maatregelen worden genomen voor het in stand houden van de weg en waarborgen van de bruikbaarheid. Daarvan en het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

 

Deze maatregelen worden genomen voor het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

 

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien de Meerssenerweg in hun besluit van 12 juni 2023, Ruimte / Mobiliteit / 2023-330303;

  • 2.

    door het verwijderen van de borden A1 (30 km-zone) en A2 (30 km-zone) van Bijlage I van het RVV 1990 de 30 km-zone voor de parallelweg van de Meerssenerweg gelegen tussen nummer 69 en 51 op te heffen;

  • 3.

    door het verwijderen van de borden B1 van Bijlage I van het RVV 1990 de voorrangsweg op te heffen voor de Meerssenerweg;

  • 4.

    door het verwijderen van het bord B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden de voorrangsregeling op te heffen op:

    • a.

      de Kasteel Hartelsteinstraat bij de aansluiting met de Meerssenerweg;

    • b.

      de Kasteel Aldengoorstraat bij de aansluiting met de Meerssenerweg;

    • c.

      de Kasteel Holtmeulenstraat bij de aansluiting met de Meerssenerweg;

  • 5.

    door het verwijderen van de borden C2, C3 en C4 van Bijlage I van het RVV de eenrichtingsweg op te heffen op de parallelwegen van de Meerssenerweg tussen nummer 51 en 83;

  • 6.

    door het verwijderen van het bord C7 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “uitgezonderd bestemmingsverkeer” de geslotenverklaring voor vrachtauto’s voor de parallelweg van de Meerssenerweg, ten noorden van de Viaductweg, op te heffen;

  • 7.

    door het verwijderen van het bord D5 van Bijlage I van het RVV 1990 de verplichte rijrichting ter hoogte van de Kasteel Hartelsteinstraat op te heffen;

  • 8.

    door het plaatsen van de borden G11 en G12 van Bijlage I van het RVV wordt het vrijliggende pad aan de oostzijde van de Meerssenerweg, voor het deel tussen de Kasteel Hartelsteinstraat en het Kemenadeplein aangewezen als fietspad;

  • 9.

    door het plaatsen van het bord G11 van Bijlage I van het RVV 1990 en het verwijderen van het bord G12a van Bijlage I van het RVV 1990 het vrijliggende pad aan de westzijde van de Meerssenerweg voor het deel tussen nummer 112 en van fiets/bromfietspad om te zetten in een fietspad;

  • 10.

    door het plaatsen van de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 het vrijliggende pad aan de westzijde van de Meerssenerweg voor het deel tussen de Kasteel Bleienbeekstraat en de Kasteel Hartelsteinstraat aan te wijzen als fiets/bromfietspad;

  • 11.

    door het verwijderen van het bord G12a van Bijlage I van het RVV 1990 het fiets/bromfietspad op te heffen ter hoogte van de Meerssenerweg 35a;

  • 12.

    door het verwijderen van het bord L3b van Bijlage I van het RVV 1990 de bushalte op te heffen:

    • a.

      ter hoogte van de Kasteel Aldengoorstraat;

    • b.

      ter hoogte van nummer 190;

  • 13.

    door het plaatsen van het bord L3b van Bijlage I van het RVV 1990 de halte ter hoogte van de Meerssenerweg 9b aan te wijzen als bushalte;

  • 14.

    de verkeerstekens te plaatsen zoals aangegeven is op de tekening in de bijlage;

 

Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden

 

  • 15.

    door het in stand houden van de borden A1(zone) en A2(zone) van Bijlage I van het RVV 1990 de maximale snelheid van 30 km /uur op de parallelwegen van de Meerssenerweg ten noorden van het Kemenadeplein;

  • 16.

    door het in stand houden van de borden C17 van Bijlage I van het RVV 1990 een geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellingen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan 8 meter, voor parkeergelegenheid voor kort parkeren aan de Meerssenerweg;

  • 17.

    door het in stand houden van de borden C2, C3 en C4 van Bijlage I van het RVV 1990 de aan de oostzijde van de Meerssenerweg gelegen parallelweg aan te wijzen als eenrichtingsweg:

    • a.

      het deel vanaf de Scharnerweg tot aan de Professor Roerschstraat, gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee in de richting van de Scharnerweg;

    • b.

      het deel vanaf de Generaal Simpsonstraat tot aan de Kolonel Millerstraat, gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee in de richting van de Generaal Corlettstraat;

    • c.

      het parkeerterrein bij het station, gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee in noordelijke richting;

    • d.

      ten noorden van het Kemenadeplein;

  • 18.

    door het in stand houden van de borden C7 (zone) van Bijlage I van het RVV 1990 met onderbord “milieuzone” en “uitgezonderd ontheffinghouders” de Meerssenerweg voor het gedeelte tussen de Limmelderweg en het Miradorplein gesloten te verklaren voor alle vrachtauto’s, met uitzondering van vrachtauto’s die voldoen aan de regels van de milieuzone en ontheffinghouders;

  • 19.

    door het in stand houden van de borden D1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden de rotonde op de kruising Meerssenerweg en het Kemenadeplein aan te wijzen als rotonde met dien verstande dat bestuurders op de rotonde voorrang hebben en de rijrichting volgen die het bord aangeeft;

  • 20.

    door het in stand houden van de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleiders op de Meerssenerweg te verbieden voor alle verkeer, behalve voetgangers, deze middengeleider voorbij te rijden of te gaan aan de andere zijde dan de pijl aangeeft;

  • 21.

    door het in stand houden van de borden E3 van Bijlage I van het RVV1990 aan te geven dat buiten de fietsenstalling bij het station een verbod geldt voor het plaatsen van fietsen en bromfietsen;

  • 22.

    door het in stand houden van de borden E4 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden met de tekst “max. 30 min.” en “parkeerschijf verplicht” aan te geven dat er een maximum parkeerduur geldt van 30 minuten voor de parkeerplaatsen op het parkeerterrein bij het station;

  • 23.

    door het in stand houden van het bord E6 van Bijlage I van het RVV 1990 een parkeerplaats op het parkeerterrein bij het station aan te wijzen als algemene gehandicaptenparkeerplaats;

  • 24.

    door het in stand houden van de borden E6 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden als bedoeld in artikel 8 van het BABW aan te wijzen als individuele gehandicaptenparkeerplaats als bedoeld in artikel 26 lid c van het RVV 1990 een parkeerplaats nabij pand Meerssenerweg 155;

  • 25.

    door het in stand houden van bord E8c van Bijlage I van het RVV 1990 en OB504 aan te wijzen als parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen, als bedoeld in artikel 24 van het RVV 1990 twee parkeervakken aan de Meerssenerweg, ter hoogte van perceel Kastelenpad 2, in de haaksparkeervakrij;

  • 26.

    door het in stand houden van de borden G7 van Bijlage I van het RVV 1990 aan te wijzen als voetpad het pad in het park tegenover het station;

  • 27.

    door het in stand houden van het bord G11 van Bijlage I van het RVV 1990 aan te wijzen als verplicht fietspad:

    • a.

      het vrijliggende pad ten westen van de Meerssenerweg vanaf de Professor Moserstraat tot aan de Scharnerweg;

    • b.

      het vrijliggende pad ten oosten van de Meerssenerweg vanaf de Professor Roerschstraat tot aan het Thorbeckeplantsoen;

  • 28.

    door het in stand houden van de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 de haltes langs de Meersssenerweg aan te wijzen als bushaltes:

    • a.

      ter hoogte van het station;

    • b.

      ter hoogte van de Generaal Corlettstraat;

    • c.

      ter hoogte van Meerssenerweg 105;

    • d.

      ter hoogte van Meerssenerweg 83a;

    • e.

      ter hoogte van het Kemenadeplein;

    • f.

      ter hoogte van het Miradorplein;

  • 29.

    door het in stand houden van de zebramarkering aan te wijzen als voetgangersoversteekplaats, als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990 de oversteekplaats:

    • a.

      gelegen op de Meerssenerweg ten noorden van de aansluiting met de Scharnerweg;

    • b.

      gelegen op de Meerssenerweg ter hoogte van het station;

    • c.

      gelegen op de Meerssenerweg ten zuiden van de aansluiting met de Professor Pasmansstraat;

    • d.

      ten noorden en ten zuiden van de rotonde Meerssenerweg/Kemenadeplein;

  • 30.

    door het in stand houden van de onderbroken streep en het fietssymbool als bedoeld in artikel 1n van het RVV 1990 aan te wijzen als fietsstrook:

    • a.

      de stroken ten oosten en westen van de Meerssenerweg aan te wijzen;

    • b.

      de stroken op de rotonde Meerssenerweg/Kemenadeplein;

  • 31.

    door het in stand houden van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23 van het RVV 1990 het stilstaan te verbieden 5 meter ten zuiden van de inrit Zuid.

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps.

 

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 23 december 2024

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Naar boven