Gemeenteblad van Terneuzen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Terneuzen | Gemeenteblad 2024, 539103 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Terneuzen | Gemeenteblad 2024, 539103 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
We bieden u hierbij de kadernota subsidies van de gemeente Terneuzen aan. In deze kadernota hebben we het gemeentelijk beleid geactualiseerd om aan te sluiten op de doelstellingen van de gemeente Terneuzen.
In 2023 is het subsidiebeleid geëvalueerd. Op een aantal punten zijn de grondslagen en kaders geactualiseerd. Hierdoor kunnen we als dynamische gemeente beter inspelen op veranderingen in de maatschappij.
Dit nieuwe beleid introduceert de kaders voor het toekennen of afwijzen van subsidies waardoor het proces eenvoudiger en transparanter wordt.
Met dit nieuwe subsidiekader en een geactualiseerd subsidiebeleid streven we maatschappelijke doelstellingen van de gemeente na door middel van een transparant en efficiënt proces.
Deze kadernota subsidies geeft een beschrijving van het subsidiebeleid op hoofdlijnen en vormt daarmee ook de grondslag voor de Algemene subsidieverordening 2025.
Uitgangspunten zijn een goed onderbouwd en transparant subsidiebeleid met een objectieve afwegingssystematiek en criteria voor het bepalen van de subsidieverlening. Leidend is het beleid en de te behalen resultaten. Het budget is een belangrijke randvoorwaarde.
Met deze kadernota subsidies leveren wij een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid in onze gemeente. De subsidieverstrekking is namelijk voor ons een belangrijk instrument om de gemeentelijke doelstellingen te realiseren. We stimuleren nieuwe samenwerkingen zowel op Zeeuws niveau als grensoverstijgend.
Wij vinden het belangrijk om periodiek te evalueren of het subsidiebeleid nog past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente. Op basis van artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten we als gemeente, ten minste één keer in de vijf jaar een verslag publiceren. Dit verslag gaat over de doeltreffendheid en effecten van de subsidie in de praktijk. Tenzij dit bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
In 2023 heeft Deloitte in opdracht van de gemeente Terneuzen een evaluatie gedaan van het subsidiebeleid. Door intern en extern te evalueren, hebben we onderzocht hoe effectief ons beleid is en hoe we dit uitvoeren. Intern hebben we gesprekken gehad met alle belanghebbenden zoals afdelingshoofden, teamleiders en beleidsmedewerkers. Tijdens deze gesprekken stelden we vragen zoals: ‘’wat vind je van het huidige beleid’’ en in het vervolggesprek ‘’hoe wil je het subsidiebeleid de komende vier jaar inzetten?’’ Daarnaast hebben we extern een vragenlijst uitgestuurd naar al onze huidige subsidierelaties met de vragen wat goed gaat en wat beter kan in ons huidig subsidiebeleid. Deloitte stelde een evaluatierapport op. Dat leidde tot de algemene uitgangspunten voor het nieuwe subsidiebeleid. Voor deze uitgangspunten verwijzen we u naar bijlage 1 ‘Algemene uitgangspunten opgesteld door Deloitte’. Wij vinden dat het verstrekken van subsidies namelijk geen automatisme dient te worden. Subsidieverstrekkingen dienen daadwerkelijk bij te dragen aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Met deze kadernota houden we rekening vanaf 2025. Dan treedt ook de nieuwe subsidieverordening in werking.
Deze kadernota subsidies geeft de overkoepelende richtlijnen van de gemeente weer. We bepalen hiermee de kaders en doelen die we als gemeente willen bereiken met subsidieverlening. Door deze kadernota bieden we een transparant en actueel beeld van de richtlijnen. Hierdoor wordt subsidieverstrekking makkelijker en efficiënter.
Hoofdstuk 2: Rollen en verantwoordelijkheden
De gemeenteraad stelt de algemene kaders vast en stelt gelden beschikbaar voor de uitvoering van de kadernota subsidies. In algemene zin controleert de raad het college op de uitvoering van het gemeentebeleid, en dus ook de kadernota subsidies.
Het college geeft uitvoering aan de kadernota subsidies enerzijds door het vaststellen van de notitie subsidiegrondslagen en anderzijds als bestuursorgaan dat subsidies formeel verstrekt. De praktische uitvoering is voor een groot deel gemandateerd aan de ambtelijke organisatie en dus ook voor het zorgvuldig beleggen van het proces binnen de ambtelijke organisatie. Ook wordt op die manier het besluitvormingsproces rondom individuele subsidies versneld. Het college blijft echter eindverantwoordelijk voor een goede uitvoering van het subsidieproces en daarmee voor toepassing van de ASV (of specifieke verordening) en toepassing van het merendeel van de in deze nota opgenomen kaders.
Hoofdstuk 3: Wettelijk kader voor subsidies
Een subsidie is volgens artikel 4:21, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht de aanspraak op financiële middelen. De financiële bijdrage wordt door een bestuursorgaan verstrekt voor bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor geleverde goederen of diensten. Deze definitie geeft vijf karakteristieken van een subsidie:
Een subsidie is een aanspraak: dat betekent dat een subsidie een recht geeft. De ontvanger van dat recht is niet verplicht om er daadwerkelijk gebruik van te maken. Dat wil ook zeggen dat de subsidieontvanger niet verplicht is om de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt ook daadwerkelijk uit te voeren. Wanneer de gesubsidieerde activiteiten niet of volledig hebben plaatsgevonden volgens de subsidieverlening, wordt de subsidie lager vastgesteld;
3.2 Algemene regels op basis van de Algemene wet bestuursrecht
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt grotendeels het wettelijk kader van het subsidiebeleid. Voor subsidieverstrekking is altijd een wettelijke grondslag nodig. De verordening van de gemeente is het wettelijk voorschrift voor subsidieverstrekking. In de algemene subsidieverordening staan de algemene regels. In de specifieke regels gaat het om specifieke onderwerpen. De subsidieverordening wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Een subsidieregeling wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Er zijn vier uitzonderingen (op basis van het derde lid artikel 4:23 Awb, derde lid):
Toelichting a. de spoedeisende subsidieverstrekking
Wanneer er een wettelijk voorschrift in voorbereiding is, mag het bestuursorgaan, vooruitlopend op de totstandkoming van dit voorschrift, alvast beginnen met het verlenen van de subsidie. Van deze bevoegdheid, kan gedurende maximaal een jaar gebruik worden gemaakt.
Toelichting b. de Europese subsidies
Voor Europese subsidies geldt dat dat de basis de Europese regelgeving is. Het is dan niet nodig eigen Nederlandse subsidieregels vast te stellen.
Toelichting c. de subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost
In bepaalde gevallen kunnen subsidies worden verleend op basis van een budgetpost in de begroting. Dit kan gebeuren als de ontvanger van de subsidie en het maximale bedrag waarvoor de subsidie is toegestaan, zijn opgenomen. Deze informatie kan ook in de toelichting van de begroting worden genoemd. Subsidies die op deze manier worden verleend, zijn vaak langdurig en gaan meestal naar één of slechts enkele ontvangers. Dit soort subsidies staat bekend als 'begrotingssubsidies'.
Toelichting d. de subsidieverstrekking in een incidenteel geval.
In incidentele gevallen kan er een uitzondering worden gemaakt op de regel dat subsidies alleen worden verstrekt op basis van een wet. Dit gebeurt wanneer er geen specifieke regels, verordening of beleid is dat voorziet in het subsidiëren van bepaalde activiteiten. Deze uitzondering in de Awb is bedoeld voor situaties waarin het aantal subsidieontvangers en de periode waarin de subsidie geldig is, beperkt zijn. Dit type subsidie staat bekend als 'incidentele subsidies'.
Aanvragers kunnen een beroep doen op de hardheidsclausule. Er moet dan wel sprake zijn van gevolgen die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in relatie tot het belang dat met de subsidie wordt gediend. Aanvragers moeten wel motiveren waarom ze een beroep doen op deze clausule.
3.3 Algemene subsidieverordening Terneuzen 2025
In de Algemene subsidieverordening Terneuzen 2025 (ASV) staan de algemene regels voor het verlenen van subsidie. Deze ASV geeft regels voor onder meer de indieningstermijn, de benodigde gegevens die moeten worden ingediend bij de subsidieaanvraag, de weigeringsgronden en regels over de verantwoording van de subsidie. Tegelijk met deze kadernota subsidies wordt een nieuwe ASV vastgesteld. In de nieuwe ASV zijn de (subsidie)kaders zoals geformuleerd in hoofdstuk 3 en 4 van deze kadernota verwerkt.
Voor de verstrekking van subsidies wordt de ASV uitgewerkt in de notitie subsidiegrondslagen. In de notitie subsidiegrondslagen is vastgelegd wie de subsidie kan aanvragen en voor welke activiteiten. De notitie subsidiegrondslagen is terug te vinden op de website van de gemeente en deze wordt vastgesteld door het college. De ASV vormt een wettelijk voorschrift op basis waarvan subsidies kunnen worden verstrekt. Bij de kadernota subsidies is er sprake van een beleidsregel.
3.4 Specifieke subsidieverordeningen
Naast de ASV kunnen ook specifieke subsidieverordeningen door de raad worden vastgesteld. In dat geval gelden de regels van die specifieke verordening en niet die van de ASV
3.5 Europees recht en staatssteun
Naast de bovenstaande nationale regelgeving, zijn ook enkele onderdelen van het Europees recht relevant voor subsidieverstrekking. Specifiek gaat het om de regels over staatssteun.
Staatssteun is het direct dan wel indirect verstrekken van financiële steun aan ondernemingen door overheden. Staatssteun is in principe verboden omdat hiermee de mededinging op de Europese markt kan worden verstoord. De EU wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt en heeft daarom staatssteunregels opgesteld om eventuele steun door overheden in goede banen te leiden. Deze staatssteunregels zijn neergelegd in de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Er is sprake van staatssteun in de zin van het Europees recht wanneer wordt voldaan aan alle vijf cumulatieve staatssteuncriteria, zoals genoemd in artikel 107, lid 1 van het VWEU:
Staatssteun mag wel als we voldoen aan bepaalde voorwaarden. Een van die mogelijkheden is het beroep op een vrijstelling. In de nieuwe subsidieverordening houden we rekening met de regelgeving over staatssteun.
We beperken ons tot twee soorten subsidies, namelijk incidentele en structurele subsidies.
De raad stelt op jaarbasis in de programmabegroting het budget voor structurele subsidies beschikbaar. Structurele subsidies zijn subsidies die verleend worden voor jaarlijks terugkerende activiteiten. Een structurele subsidie kan voor één of meerdere jaren worden verstrekt, met een maximum van vier jaar. Na vier jaar wordt er opnieuw besloten of subsidie op dezelfde wijze wordt verstrekt.
Incidentele subsidies zijn subsidies die verleend worden voor bijzondere of vernieuwende activiteiten die niet uit de reguliere middelen kunnen worden bekostigd en/of die tussentijds worden ingediend. Deze subsidies worden verstrekt voor de duur van maximaal één jaar.
4.1 Subsidieproces en afwegingskader
Het subsidieproces kent een aantal fasen:
Subsidieaanvragen die worden ingediend, beoordelen we op de volgende punten: is de aanvraag tijdig ingediend, is de aanvraag ingediend conform de ASV en is het subsidieplafond al bereikt van het betreffende programma. Daarnaast controleren we de bij de aanvraag behorende stukken en of de aanvraag bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen.
4.2 Indieningstermijn subsidieaanvraag
Aanvragen moeten jaarlijks vóór 1 juni, voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, worden ingediend. Een subsidieaanvraag kan alleen na 1 juni in behandeling worden genomen, mits hier voor genoemde datum uitstel voor is aangevraagd met een gegronde reden. Bij subsidieregelingen kunnen we andere indieningstermijnen hanteren.
Bij een incidentele subsidieaanvraag moet de aanvraag minimaal drie maanden voor aanvang van de activiteit worden ingediend.
4.3 Indieningstermijn verantwoording subsidie
Verantwoordingen moeten jaarlijks vóór 1 juni van het volgende jaar worden ingediend.
4.4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
We verlenen subsidie voor activiteiten waarvoor de subsidieaanvrager zelf onvoldoende middelen heeft en waarvoor geen andere financiering mogelijk is. Tot de noodzakelijke kosten van de te organiseren activiteiten, kunnen directe maar ook indirecte kosten, zoals loonkosten, worden gerekend. Verder moeten de subsidies die we verstrekken een aanvulling zijn en/of bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen. De instandhouding- en/of de oprichtingskosten van een organisatie subsidiëren we niet. We kunnen ook subsidie verlenen wanneer er geen directe financiële noodzaak is. Het subsidie zien we dan als een stimulans/aanmoediging.
4.5 Vergoedingsplicht bij vermogensvorming
Indien blijkt dat er sprake is van vermogensvorming bij de subsidieontvanger, kunnen we besluiten dat de subsidieontvanger een vergoeding moet betalen aan de gemeente indien:
Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding gaan we uit van:
In geval van onroerende goederen, bepalen we de waarde door een onafhankelijk deskundige.
4.6 Lager vaststellen subsidies
Aan de hand van de verantwoording stellen we het subsidie vast. Subsidies kunnen we terugvorderen en/of lager vaststellen als ze niet zijn ingezet waarvoor ze bedoeld zijn. Hiervan kan sprake zijn als:
Een subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak maximaal beschikbaar is voor de verstrekking krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. (op basis van artikel 4:22 Awb).
Het doel van een subsidieplafond is bedoeld om openeinderegelingen te voorkomen. Dat wordt bereikt doordat artikel 4:25, tweede lid, van de Awb voorschrijft dat een aanvraag om subsidie moet worden afgewezen als het subsidieplafond is bereikt.
De gemeente stelt per beleidsprogramma een subsidieplafond in. Wanneer het beschikbare subsidieplafond met een subsidieaanvraag wordt overschreden, dan keren we het nog resterende bedrag uit. Wanneer het subsidieplafond bereikt is, wijzen we subsidieaanvragen af.
4.8 Wat moet er bij een eerste subsidieaanvraag aangeleverd worden?
Een organisatie met rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld stichtingen en verenigingen) die voor de eerste keer een subsidie aanvraagt moet de volgende stukken aanleveren:
Indien blijkt dat de verstrekte gegevens onvoldoende zijn om de subsidieaanvraag te beoordelen, geven we de aanvrager een termijn van tenminste twee weken om de ontbrekende gegevens aan te leveren.
4.9 Bibob-beleid (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur)
De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Daarmee wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers/organisaties beschermd.
Het college past in beginsel de wet toe bij een aanvraag om een subsidie dan wel een reeds verleende subsidie zoals bedoeld in de Algemene subsidieverordening als de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd valt onder één of meer van de in de bijlage 1 genoemde risicocategorieën van het Bibob-beleid Terneuzen. Het college kan dan een Bibob-onderzoek verrichten.
4.10 Aanvraag en verantwoording subsidies
De subsidieaanvraag bestaat in de regel uit een activiteitenplan, een begroting
inclusief een dekkingsplan waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. In het dekkingsplan staat hoe de kosten van de gesubsidieerde activiteiten gedekt zullen worden met inkomsten. Dit kunnen bijvoorbeeld sponsorinkomsten, aangevraagde subsidies of andere vergoedingen zijn.
Structurele subsidies tot maximaal € 5.000 per jaar stellen we voor een periode van maximaal vier jaar vast (maximaal € 20.000 per vier jaar). We betalen deze jaarlijks in vier gelijke voorschotten van elk 25% uit. Bij de aanvraag vragen we een beschrijving van de activiteiten (activiteitenplan) waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Verder vragen we een meerjarenbegroting waaruit blijkt hoe de kosten worden gedekt.
Voor subsidies vanaf € 5.000 vragen wij aan de subsidieontvanger jaarlijks een activiteitenplan voor te leggen waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
In dit activiteitenplan staat welke activiteiten zullen plaatsvinden voor dat betreffende jaar.
Daarnaast moet een begroting van dat jaar ingediend worden waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. De begroting bestaat uit een inkomsten- en uitgavenkant vermeld met de wijze waarop de kosten van de activiteiten worden gedekt. (Bijvoorbeeld door financiering, sponsoring en subsidie gemeente)
Deze gegevens kunnen jaarlijks zijn of voor een periode van vier jaar, afhankelijke van incidentele of structurele subsidie.
Als de aanvrager een onderneming is, vragen wij ook een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen die in welke vorm dan ook met staatsmiddelen bekostigd zijn. Daarnaast vragen we een verklaring als bedoeld in de verordening tot de-minimissteun. Alsook vragen we de balans met het vrij besteedbaar eigen vermogen op 31 december van het voorgaande jaar. Indien er reservering of voorzieningen zijn opgenomen in de balans, dan dienen deze onderbouwd te zijn.
Bij een subsidieregeling kunnen we afwijken van bovenstaande grensbedragen.
Als de subsidie voor meer dan één jaar wordt aangevraagd, overlegt de aanvrager de benodigde gegevens over het volledige aangevraagde tijdvak.
De verantwoording bestaat in de regel uit een activiteitenverslag en financieel verslag van de activiteiten van vorig jaar.
Subsidies tot € 10.000 per jaar stellen we bij de beschikbaarstelling definitief vast. Steekproefsgewijs controleren we na de definitieve vaststelling of activiteiten van de subsidieaanvrager nog plaatsvinden en/of de organisatie nog bestaat. Indien de subsidie in de steekproef valt, dient een inhoudelijk en financieel verslag van de activiteiten van het afgelopen jaar waaruit blijkt welke activiteiten zijn verricht met het subsidiegeld en aan de verplichtingen is voldaan te worden aangeleverd.
Voor subsidies vanaf € 10.000 tot € 50.000 per jaar vragen wij aan de subsidieontvanger het jaarlijks overleggen van een activiteiten en financieel verslag van de activiteiten van het afgelopen jaar waaruit blijkt welke activiteiten zijn verricht met het subsidiegeld.
Voor subsidies vanaf € 50.000 tot € 100.000 per jaar vragen wij aan de subsidieontvanger het jaarlijks overleggen van een activiteiten en financieel verslag van de activiteiten van het afgelopen jaar waaruit blijkt welke activiteiten zijn verricht met het subsidiegeld. Het financieel verslag moet voorzien zijn van een samenstellingsverklaring. In het activiteitenverslag dient de subsidieontvanger aan te geven welke beleidsdoelen van de gemeente met het subsidie zijn gerealiseerd. Hierin staan de doelen die men heeft gesteld en hoe men die heeft behaald.
Voor subsidies vanaf € 100.000 per jaar vragen wij aan de subsidieontvanger het jaarlijks overleggen van een activiteiten en financieel verslag van de activiteiten van het afgelopen boekjaar waaruit blijkt welke activiteiten zijn verricht met het subsidiegeld. Het financieel verslag moet voorzien zijn van een controleverklaring. In het activiteitenverslag dient de subsidieontvanger aan te geven welke beleidsdoelen van de gemeente met het subsidie zijn gerealiseerd. Hierin staan de doelen die worden gesteld en hoe men die wil behalen.
Integriteit is een belangrijk begrip, ook bij subsidieverstrekking. Hierbij maken wij een onderscheid in de integriteitaspecten voor bestuurders, ambtenaren en subsidieaanvragers.
Behalve de weigeringsgronden op basis van de Awb, staan in de Algemene Subsidieverordening 2025 van de gemeente Terneuzen, de volgende weigeringsgronden:
We kunnen subsidieverlening weigeren als we reden hebben om aan te nemen dat:
Onverminderd bovenstaande weigeringsgronden, subsidiëren we volgende activiteiten niet indien:
Voorbeelden zijn bijvoorbeeld: yoga, wandelen, tuinieren, lezen en fotografie.
In de gevallen die zijn bepaald, kunnen we in een specifieke subsidieregeling aparte weigeringsgronden stellen.
Tot slot komen kosten van consumpties niet voor subsidieverstrekking in aanmerking.
4.13 Digitale aanvraag en verantwoording
Alle subsidieaanvragen en verantwoordingen dient men in via de website van de gemeente. Om te zorgen dat aanvragers veilig en betrouwbaar kunnen inloggen en om te zorgen dat wij voldoende zekerheid hebben over de identiteit van de aanvrager, stellen we het gebruik van een elektronisch identificatiemiddel verplicht. We passen hiermee de regels van de Wet Digitale Overheid toe. Voor aanvragen en verantwoordingen die meer dan € 5.000 per jaar bedragen, stellen we een zwaarder identificatiemiddel (e-herkenning) verplicht, dan aanvragen en verantwoordingen die onder dit bedrag blijven. Voor natuurlijke personen geldt DigiD.
Het nieuwe subsidiebeleid in 2025 van de gemeente Terneuzen is gericht op het bevorderen van een inclusieve samenleving. Dit is een open samenleving waar iedereen ertoe doet en van waarde is ongeacht verschillen. Subsidieaanvragers worden verzocht om bij het opzetten van hun activiteiten rekening te houden met inclusie. Hoewel dit geen verplichting is, streven we ernaar inclusie en diversiteit te stimuleren en moedigen we iedereen aan om hieraan bij te dragen. De gemeente Terneuzen wil dat iedereen kan deelnemen en bijdragen aan de samenleving. Iedereen moet mee kunnen doen in Terneuzen.
Bijlage 1 Algemene uitgangspunten opgesteld door Deloitte
De verantwoordingsplicht staat in verhouding met het subsidiebedrag en de duur van het subsidie. De gemeente gaat in de subsidievoorwaarden een duidelijke gelaagdheid aanbrengen waarbij wat gevraagd wordt aan instellingen aan onderliggende informatie bij aanvragen en vaststellingen afhankelijk is van de hoogte van de subsidie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-539103.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.