Gemeenteblad van Wijk bij Duurstede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wijk bij Duurstede | Gemeenteblad 2024, 537191 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wijk bij Duurstede | Gemeenteblad 2024, 537191 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Parkeerverordening Wijk bij Duurstede 2025
De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2024, met nummer 885345;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;
vast te stellen de volgende Parkeerverordening Wijk bij Duurstede 2025.
Artikel 1. Definities en begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die
is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of
gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;
motorvoertuig(en): hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990, uitgezonderd motorvoertuigen met één of twee wielen;
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
Artikel 3. Het verlenen van de parkeervergunning
Aan een parkeervergunning ten behoeve van autodelen kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.
Artikel 4. Beschikbaarheid van eigen parkeergelegenheid
De beschikbaarheid van eigen parkeergelegenheid zoals gedefinieerd onder lid 2 van dit artikel wordt in de eerste plaats bepaald door de feitelijke aanwezigheid van parkeermogelijkheden. Tevens is van belang hetgeen daaromtrent in bouwvergunningen is vastgelegd. Zo zal ruimte die volgens verleende bouwvergunningen staat geregistreerd als parkeerruimte of garage tot de eigen parkeergelegenheid worden gerekend.
Artikel 5. Soorten parkeervergunningen
Er wordt onderscheidt gemaakt in de volgende soorten parkeervergunningen:
Artikel 8. Gehandicaptenparkeerkaart en ontheffing ex art 87 RVV
De gehandicaptenparkeerkaarten als bedoeld in artikel 49 en 50 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer worden voor de toepassing van deze verordening gelijkgesteld met een parkeervergunning waarmee in combinatie met een parkeerschijf maximaal drie uur geparkeerd mag worden bij vergunninghouderplaatsen.
Indien de parkeervergunning wordt ingetrokken om redenen zoals genoemd onder artikel 13 lid 1 sub G of J kan de vergunninghouder een jaar worden uitgesloten van het verkrijgen van een parkeervergunning. Hiermee wordt bedoeld; het lopende kalenderjaar en het kalenderjaar volgend op het jaar dat de parkeervergunning reeds verstrekt is. Na dit kalenderjaar kan opnieuw een aanvraag worden ingediend.
Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer- en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van belang in verband met de verbetering van de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Via parkeerbeleid tracht de gemeente Wijk bij Duurstede de verdeling van de vaak schaarse parkeerruimte te reguleren en overlast te voorkomen. Een instrument dat de gemeente Wijk bij Duurstede reeds enkele jaren gebruikt voor de parkeerregulering is het vergunninghoudersparkeren. In de Parkeerverordening Wijk bij Duurstede 2025 (hierna: Parkeerverordening) wordt vooral aandacht besteed aan het verlenen van parkeervergunningen en is een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het zonderparkeervergunning parkeren op een vergunninghouderplaats en het plaatsen van andere voorwerpen op vergunninghouderplaatsen.
Onder autodelen wordt verstaan het herhaalt en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van een auto op basis van een overeenkomst tussen meerdere partijen (zie art.1 onder lid g van de Parkeerverordening). Parkeervergunningen voor aanbieders van motorvoertuigen bestemd voor autodelen worden verleend met het oog op de bijdrage die daardoor kan worden geleverd aan het selectief gebruik van de auto. De voorschriften en beperkingen waaronder de parkeervergunningen worden verleend en de gronden waarop parkeervergunningen worden geweigerd zouden dan ook betrekking moeten hebben op deze bijdrage aan het publiek belang.
Om deelautoplaatsen te kunnen reserveren in gebieden zonder parkeerdruk is het noodzakelijk om het motief van de verordening expliciet te verbreden naar de in artikel 2, tweede lid van de Wegenverkeerswet genoemde motieven: het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waarbij onder het laatste ook wordt verstaan het bevorderen van selectief autogebruik.
Bij de besluitvorming over het afgeven van een parkeervergunning voor een deelautoplaats kunnen gemeenten de volgende criteria een rol laten spelen:
In de aanhef van de Parkeerverordening dienen de artikelen 149 Gemeentewet en 2a Wegenverkeerswet 1994 opgenomen te worden. Op grond van het eerste artikel mogen autonome verordeningen worden opgesteld en op grond van het tweede artikel behouden gemeenten hun autonome regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het onderwerp waarin de Wegenverkeerswet voorziet, voor zover die regels niet in strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voor zover verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen.
AFDELING I DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1. Definities en begripsomschrijvingen
Dit artikel spreekt voor zich.
AFDELING II PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGBEWIJZEN
Artikel 2. Aanwijzen plaatsen en tijden
Het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een parkeervergunning op vergunnininghouderplaatsen geparkeerd kan worden, dient bij of krachtens deze verordening te worden geregeld. De aanwijzing van gebieden waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn is in principe alleen mogelijk waar een redelijke mate van parkeerdruk aanwezig is. Uit praktische overwegingen is de aanwijzingsbevoegdheid bij het college van burgemeester en wethouders neergelegd.
Voor het aanwijzen van een deelautoplaats is de aanwezigheid van parkeerdruk niet per se noodzakelijk. Het motief van het aanwijzen van zo’n autodeelplaats is veel meer gelegen in het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer (zie artikel 2, tweede lid WVW 1994).
Autodelen levert een bijdrage aan een selectiever autogebruik en daarmee aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en het verminderen van de geluidsoverlast door het verkeer. Het reserveren van een autodeelplaats in een gebied zonder parkeerdruk is nodig om autodelen als werkbaar alternatief voor de eigen auto te kunnen aanbieden. Voorkomen moet worden dat de gebruiker van een deelauto eerst de gehele buurt moet gaan afzoeken naar de plek waar de deelauto door de vorige gebruiker is geparkeerd. Het welslagen van autodeelsystemen is in grote mate afhankelijk van de mate waarin de aanbieder een dienst kan aanbieden die hetzelfde gebruikersgemak kent als 'de (eigen) auto voor de deur'.
Artikel 3. Het verlenen van de parkeervergunning
Het college van burgemeester en wethouders kan parkeervergunningen afgeven voor het parkeren op plaatsen voor vergunninghouders. Het college van burgemeester en wethouders kan tevens nadere regels stellen voor het indienen van aanvragen en het verlenen van de parkeervergunning. Hierbij kan worden gedacht aan het stellen van indieningvereisten voor het aanvragen van een parkeervergunning. In het derde lid worden verschillende categorieën omschreven waaraan parkeervergunningen kunnen worden verstrekt. Door de woorden “in ieder geval” in de aanhef van dit lid, wordt aangegeven dat de opsomming van categorieën niet limitatief bedoeld is.
Om te voorkomen dat er voor een bepaald gebied te veel parkeervergunningen worden uitgegeven, kan bij de invoering van vergunninghouder parkeren het maximumaantal uit te geven parkeervergunningen bepaald worden door het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 4. Beschikbaarheid van eigen parkeergelegenheid
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 5. Soorten parkeervergunningen
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 6. Een parkeervergunning aanvragen
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de aanvraag middels een daartoe ontworpen formulier geschiedt. Op het formulier kunnen de meest relevante gegevens worden ingevuld. Vaak zijn extra documenten vereist, zoals onder andere het rijbewijs, een leasecontract en een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel om te bepalen of een onderneming gevestigd is in een gebied met parkeermaatregelen. Op die manier kan onder andere aangetoond worden dat de werkzaamheden in het betreffende gebied plaats vinden.
De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een beslissing wordt genomen opeen aanvraag voor een parkeervergunning. Om op dit punt voor de aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijnde termijnen in de verordening zelf opgenomen. In de verordening is een beslistermijn van vier weken opgenomen, die eenmaal met ten hoogste vier weken kan worden verlengd. Normaal gesproken moet een parkeervergunning binnen vier weken kunnen worden verstrekt. Mocht dit in een enkel geval onverhoopt niet lukken, dan kan deze termijn worden verlengd met vier weken.
Indien een aanvraag wordt afgewezen, wordt de aanvrager schriftelijk en met onderbouwing hiervan op de hoogte gebracht.
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 8. Gehandicaptenparkeerkaart en ontheffing ex art 87 RVV
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 9. Vergunningenplafond en wachtlijst
Het college van burgemeester en wethouders bepaalt op basis van het beschikbaar aantal openbare parkeerplaatsen in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn hoeveel parkeervergunningen kunnen worden uitgegeven. Als het maximumaantal uit te geven parkeervergunningen is bereikt, kan een aanvraag om een parkeervergunning worden geweigerd en wordt de aanvrager op een wachtlijst geplaatst. Wanneer de aanvrager aan de beurt is voor een nieuwe parkeervergunning, wordt hij of zij uitgenodigd om opnieuw een aanvraag in te dienen en zal er opnieuw een besluit worden genomen.
Artikel 10. Voorschriften voor gebruik en geldigheid
Indien nodig kunnen aan een parkeervergunning voorschriften worden verbonden. Daarbij valt te denken aan een parkeervergunning die slechts geldt voor een specifiek gebied of voor bepaalde tijden. In de literatuur en de jurisprudentie wordt algemeen het standpunt gehuldigd dat aan een parkeervergunning of ontheffing voorschriften mogen worden verbonden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de parkeervergunning of ontheffing is vereist. Alleen wanneer de wettelijke regeling zich daartegen verzet, bijvoorbeeld in het geval van een gebonden beschikking, zijn dergelijke voorschriften niet geoorloofd.
De geldigheidsduur van een jaar geldt niet voor de dagvergunning. Op de parkeervergunning staan de voorwaarden vermeld waaronder de parkeervergunning geldt.
Artikel 11. Inhoud van een parkeervergunning(bewijs)
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 12. Doorgeven van wijzigingen
Een verandering van de situatie of omstandigheden van een vergunninghouder of aanvrager van een parkeervergunning kan invloed hebben op het behoudt van of het recht op toekenning van een parkeervergunning. In dit artikel is beschreven welke wijzigingen een vergunninghouder of aanvrager van een parkeervergunning in dergelijke gevallen moet doorgeven.
Artikel 13. Intrekken, wijzigen of niet verlengen van parkeervergunningen
In bepaalde gevallen kan tot intrekking of wijziging van een parkeervergunning worden overgegaan. Vrijwel altijd zal de vergunninghouder eerst een voornemen tot intrekking of wijziging worden toegezonden en zal hij inde gelegenheid worden gesteld hierop zijn zienswijze te geven (e.e.a. conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht).
Artikel 14. Verstrekken van een duplicaat van de parkeervergunning
Dit artikel spreekt voor zich.
AFDELING III VERBODSBEPALINGEN
Dit artikel spreekt voor zich.
Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen, op vergunninghouderplaatsen. Het plaatsen van dergelijke voorwerpen belemmert het normale gebruik van de bedoelde parkeerplaatsen en doorkruist daarmee de beoogde parkeerregulering. Van het tweede lid kan een ontheffing worden verleend.
Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld.
Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt het minder gewenst om daarop de zwaarste strafsanctie te stellen. Er is daarom gekozen voor een hechtenis van maximaal een maand of een geldboete van de eerste categorie. Het openbaar maken van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan in de Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.
In het tweede lid is vastgelegd dat in geval van fraude de vergunninghouder in het huidige en het daaropvolgende jaar kan worden uitgesloten van het verkrijgen van een parkeervergunning.
AFDELING V OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 18. Toezicht en opsporing
Dit artikel spreekt voor zich.
Dit artikel spreekt voor zich.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-537191.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.