3e Wijziging Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen;

 

Overwegende:

  • 1.

    dat het in het belang van een doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen noodzakelijk is nadere regels te stellen over de dagen, tijden, plaatsen en wijze waarop afvalstoffen kunnen worden overgedragen of ter inzameling aangeboden aan de inzameldienst en andere inzamelaars, als bedoeld in de “Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022”;

  • 2.

    dat in verband met het invoeren van het inzamelsysteem “Omgekeerd inzamelen” de Procedure plaatsen inzamelvoorzieningen en opstellocaties voor inzamelmiddelen wordt aangepast.

 

besluit:

 

vast te stellen de navolgende 3e wijziging Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022.

 

Artikel I

 

Het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

i. hoogbouw: gestapelde bouw bestaande uit minimaal 2 huishoudens.

j. laagbouw met vrij achterom: woning waar de mogelijkheid bestaat om niet via het hoofdgebouw de tuin aan de achterzijde te bereiken.

 

B

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

Lid 1 onder a komt te luiden:

a. bioafval: minicontainer of inzamelvoorziening voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. Indien er gebruik wordt gemaakt van een afvalzak dan moet dit een composteerbare afvalzak zijn.

Lid 1 onder c komt te luiden:

c. Plastic-, Metaal- en Drankverpakkingen (PMD): minicontainer of inzamelvoorziening voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. In het geval van het aanbieden van PMD door middel van een inzamelvoorziening moet er gebruik worden gemaakt van een doorzichtige afvalzak. Als er bij een minicontainer gebruik wordt gemaakt van een afvalzak

Lid 1 onder j wordt toegevoegd:

J. voor het aanbieden van huishoudelijk restafval, luiers en incontinentieafval, en textiel in een inzamelvoorziening dient gebruik te worden gemaakt van goed gesloten zakken. De regels die zijn opgenomen in de artikelen 6 en 7 van dit Uitvoeringsbesluit, zijn onverkort van toepassing.

 

C

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

Onderdeel c. komt te luiden:

c. inzamelmiddelen mogen alleen op de vastgestelde inzameldag worden aangeboden. In verband met weersomstandigheden bestaat de mogelijkheid om af te wijken van de onder b bedoelde inzameldag.

 

D

Bijlage I, II & III worden als volgt integraal toegevoegd aan het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening:

 

Bijlage I bij het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022.

 

Als inzamelaar bedoeld in artikel 2 van dit besluit wordt aangewezen:

 

a) Aanwijzing vindt plaats voor de inzameling van textiel in een als zodanig herkenbaar inzamelmiddel gedurende de per overeenkomst overeengekomen tijd en op de daarbij vastgestelde plaatsen.

b) De Zeeuwse Reinigingsdienst zamelt het glas in.

c) De volgende kerken, scholen en/of verenigingen zamelen oud papier en karton in dat afkomstig is uit huishoudens:

a. Graaf Jan van Nassauschool

b. Protestantse Gemeente Vlissingen

c. K.V. Seolto

d. Theo Thijssen-Paauwenburg

e. Prot. Kerk Oost-Souburg

f. Fortis

g. Ons Klaverblad

 

Bijlage II bij het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022.

AANLEVERVOORWAARDEN en GEDRAGSREGELS

REGIONALE MILIEUSTRATEN ZEELAND

 

1. Algemene voorwaarden

1.1 Bij aanlevering van afvalstoffen op de regionale milieustraat zijn de aanlevervoorwaarden en gedragsregels van het O.L.A.Z. voor de regionale milieustraten van toepassing.

1.2 Het is uitsluitend toegestaan op de regionale milieustraat huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden afkomstig vanuit het grondgebied van de in O.L.A.Z. deelnemende gemeenten.

1.3 In gevallen waarin deze aanlevervoorwaarden en gedragsregels niet voorzien, beslist het dagelijks bestuur van O.L.A.Z.

 

2. Openingstijden

2.1 De regionale milieustraten zijn geopend van maandag tot en met zaterdag. De openingstijden worden per regionale milieustraat aangegeven bij de ingang van de inrichting.

2.2 Op zon- en algemeen erkende feestdagen zijn de regionale milieustraten gesloten.

2.3 Wijzigingen van de openingstijden van de regionale milieustraten worden via publicatie in de huis-aan-huis bladen, gemeentelijke websites en de website van de exploitant bekend gemaakt.

 

3. Gedragsregels algemeen

3.1 Het is verboden om buiten de openingstijden afvalstoffen voor de poort dan wel over de omheining van een regionale milieustraat te brengen.

3.2 De (veiligheids)instructies gegeven door de daartoe bevoegde medewerkers van de regionale milieustraat moeten strikt opgevolgd worden.

3.3 Het is niet toegestaan de regionale milieustraat te betreden wanneer men geen afvalstoffen heeft aan te bieden tenzij er toestemming wordt verleend door de daartoe bevoegde medewerker.

3.4 Bij aankomst op de regionale milieustraat dient de aanbieder in de eventuele rij aan te sluiten en vervolgens zal de daartoe bevoegde medewerker de benodigde instructies geven.

3.5 Het lossen van afvalstoffen op de regionale milieustraat dient zodanig te geschieden dat belemmering van het overige verkeer wordt voorkomen.

3.6 Parkeren is alleen toegestaan op de daarvoor aangewezen plaatsen.

3.7 Op de regionale milieustraat is het verboden voor honden tenzij deze in het aanwezige gemotoriseerde vervoersmiddel blijven.

3.8 Kinderen mogen niet zonder begeleiding van een volwassene op de regionale milieustraat rondlopen.

3.9 Voor ongevallen en/of schade ten gevolge van het betreden van en het rijden op de regionale milieustraat aanvaardt het O.L.A.Z. geen enkele aansprakelijkheid.

3.10 Het is verboden om op de regionale milieustraat te roken.

3.11 Op de regionale milieustraat geldt een maximumsnelheid van 5 km per uur.

3.12 De verkeersregels en de door de daartoe bevoegde medewerkers gegeven tekens op de regionale milieustraat dienen door een ieder strikt te worden opgevolgd.

3.13 Aanbieders die zich niet houden aan de gestelde regels dienen op eerste aanzegging van de daartoe bevoegde medewerker de regionale milieustraat te verlaten.

 

4. Gedragsregels aanbieden afvalstoffen

4.1 De daartoe bevoegde medewerker bepaalt of dat een aan te bieden vracht afvalstoffen wordt aangemerkt als huishoudelijk-, bedrijfs-, bouw- en sloop- of gevaarlijk afval.

4.2 De hoeveelheid afval die wordt aangeboden wordt ingeschat door de daartoe bevoegde medewerker.

4.3 De door de daartoe bevoegde medewerker ingeschatte hoeveelheid in kuubs aangeboden afvalstoffen is altijd bepalend.

4.4 Op verzoek van de daartoe bevoegde medewerker dient een gesloten verpakking van gevaarlijk afval ("klein chemisch afval") of andere huishoudelijke afvalstoffen te worden geopend.

4.5 Het aangeboden afval dient gescheiden in de daartoe aangewezen containers of op de daarvoor bestemde opslagplaats te worden gedeponeerd.

4.6 De aanbieder dient zelf de aangeboden afvalstoffen in de daarvoor bestemde containers of op daarvoor bestemde opslagplaats te deponeren.

4.7 Eventuele ontstane verontreinigingen dienen direct door de aanbieder zelf te worden opgeruimd.

4.8 Wanneer de aanbieder zijn afvalstoffen in de containers/op de daarvoor bestemde plaats heeft gedeponeerd dient hij de regionale milieustraat onmiddelijk te verlaten.

4.9 Het is voor een ieder verboden om op de regionale milieustraat afvalstoffen uit de containers of van de opslagplaats te halen, tenzij de daartoe bevoegde medewerker hiervoor opdracht heeft gegeven.

 

5. Acceptatieregels algemeen

5.1 De totale hoeveelheid afval die door particulieren kan worden aangeboden is maximaal 2 m3 per dag. Voor grond geldt een maximum van 1 m3 per dag.

5.2 Op de regionale milieustraten moeten de volgende categorieen van huishoudelijke afvalstoffen gescheiden van elkaar worden aangeboden:

• Grof huishoudelijk rest brandbaar

• Metalen

• Grof huishoudelijk rest niet-herbruikbaar

• Destructie afval

• Grof groenafval

• Vlakglas

• Grond

• Textiel

• Asbest

• Oud papier/karton

• Puin

• Frituurvet

• Gips

• Verpakkingsglas

• Hout

• Elektr(on)ische apparatuur

• Afgewerkte olie

• Plastic verpakkingsafval

• KCA

Bepaalde afvalstoffen kunnen niet op alle regionale milieustraten worden aangeboden.

5.3 Het op de regionale milieustraten aanbieden van afvalstoffen is in beginsel gratis

5.4 In hoofdstuk 6 'Acceptatieregels per categorie afvalstof is aangegeven voor het aanbieden van welke afvalstoffen en op welke regionale milieustraten moet worden betaald.

 

6. Acceptatieregels per categorie afvalstof

6.1 Grof huishoudelijk rest brandbaar

Onder grof huishoudelijk rest brandbaar worden verstaan huishoudelijke restafvalstoffen die:

  • brandbaar zijn;

  • te groot zijn om in de grijze huisvuilcontainer te deponeren.

6.2 Grof huishoudelijk rest niet-herbruikbaar

Onder de categorie grof huishoudelijk rest niet-herbruikbaar vallen de grof huishoudelijke afvalstoffen die niet geschikt zijn voor hergebruik of recycling, zoals: asfalt, isolatiewol, c-hout, schoorsteenpuin, gasbeton.

6.3 Grof groenafval

  • a.

    Onder grof groenafval wordt verstaan huishoudelijk groenafval dat te groot is om in de groene huisvuilcontainer te deponeren.

  • b.

    Het aan te bieden grof groenafval dient volledig uit goed composteerbaar materiaal te bestaan, zoals: bladeren, takken, gras, e.d.

  • c.

    Het grof groenafval mag niet bevatten:

  • gevaarlijk afval;

  • slootvuil, bagger, riool- of kolkenslib, gft-afval, absortiekorrels; grond, anders dan aanhangend;

  • bindmaterialen, zoals: touw, ijzerdraad, etc.

  • d.

    Voorafgaand aan het lossen moeten de bindmaterialen worden verwijderd en in de daarvoor bestemde container worden gedeponeerd of mee terug worden genomen.

6.4 Grond

  • a.

    Grond mag alleen worden aangeboden als het niet verontreinigd is.

  • b.

    Per aanbieder mag per dag maximaal 1m3 worden aangeboden.

  • c.

    Wanneer de aangeboden grond een geur of kleur gelijkend op olie of benzine vertoont wordt deze geweigerd.

6.5 Asbest

  • a.

    Asbest kan per aanbieder tot een hoeveelheid van 35 m2 worden aangeboden.

  • b.

    Asbest dient dubbel luchtdicht verpakt in doorzichtige folie van minimaal 0,2 mm dikte met asbestlogo te worden aangeleverd.

  • c.

    Het verpakken van asbest is op de milieustraat niet toegestaan.

  • d.

    De aanbieder van asbest dient in het bezit te zijn van een schriftelijke toestemming van de gemeente.

6.6 Puin

  • a.

    Onder puin wordt verstaan: betonpuin, metselwerkpuin, betontegels en straatklinkers.

  • b.

    Het vanuit huishoudens tijdens bouw- en sloopactiviteiten vrijgekomen puin moet schoon zijn en vrij van andere afvalstoffen, te weten: ijzer, hout, plastic, gevaarlijk afval, asbest e.d.

  • c.

    Op de regionale milieustraten in Zeeuwsch-Vlaanderen moet worden betaald voor het aanbieden van puin.

6.7 Gips

  • a.

    Het gipsafval bestaat uit gipskartonplaten of gipsblokken.

  • b.

    Het gipsafval moet vrij zijn van verontreinigingen, zoals tegels of hout. Aan het gipsafval mag verf of behang kleven.

6.8 Hout

  • a.

    Kwaliteit A en B: alle onbehandelde hout en hout dat is geschilderd, of gelakt, geperst en verlijmd hout en tropisch hardhout.

  • b.

    Kwaliteit C: geimpregneerd hout, met teer of carboleum behandeld hout, bielzen, geplastificeerd hout, verrot hout en hout voorzien van metalen delen.

  • c.

    Op de regionale milieustraten in Zeeuwsch-Vlaanderen moet worden betaald voor het aanbieden van hout dat vrijkomt bij het bouwen, verbouwen en slopen van gebouwen en andere bouwwerken.

6.9 Afgewerkte olie

Afgewerkte olie moet worden aangeboden in handzame, draagbare vloeistofdichte verpakking.

6.10 KCA

  • a.

    Onder KCA wordt verstaan afvalstoffen die staan vermeld in de kca lijst (www.milieucentraal.n1) als "wel bij kca".

  • b.

    Vloeibaar KCA moet worden aangeboden in handzame, draagbare vloeistofdichte verpakkingen.

  • c.

    Op de gesloten verpakking van het KCA dient door de aanbieder een label/sticker te worden aangebracht met daarop vermeld welk snort KCA er wordt aangeboden.

  • d.

    Het aangeboden KCA dient op de daarvoor bestemde werkbank in het KCA-depot te worden afgegeven.

  • e.

    Per dag mag per aanbieder maximaal 20 kg KCA gratis worden aangeboden. Indien per dag meer dan 20 kg wordt aangeboden worden kosten in rekening gebracht.

  • f.

    Bedrijven kunnen tegen betaling van de kosten per week maximaal 50 kg KCA aanbieden.

6.11 Metalen

  • a.

    Alleen schone metalen wordt geaccepteerd.

  • b.

    Metalen verontreinigd met hout, puin, kunststof e.d. worden niet als metalen geaccepteerd.

  • c.

    Gesloten metalen verpakkingen worden als schroot geweigerd.

  • d.

    Koelkasten, vrieskisten, magnetrons, e.d. worden niet als metalen geaccepteerd.

6.12 Destructie afval

Destructie afval bestaat uit kleine dode huisdieren, zoals honden, katten, vogels e.d.

6.13 Vlakglas

  • a.

    Alleen schoon vlakglas wordt geaccepteerd.

  • b.

    Het vlakglas mag de volgende stoffen bevatten: kit, rubbers, aluminium randje, plastic randje, greepjes aan glas.

6.14 Textiel

  • a.

    Kledingstukken, handdoeken theedoeken, tafelkleden, dekbedhoezen, lakens, dekens, overig huishoudtextiel, schoeisel en restanten van de hier opgesomde voorwerpen worden geaccepteerd als textiel.

  • b.

    Schoeisel dient apart van het overige textiel te worden aangeleverd en per paar gekoppeld.

  • c.

    Aanlevering moet plaatsvinden in dichtgebonden zakken met een maximale inhoud van 60 liter.

  • d.

    Textiel gebruikt als poetslap en eventueel verontreinigd met olie wordt niet als textiel geaccepteerd.

6.15 Oud papier/karton

  • a.

    Onder oud papier en karton wordt verstaan: papier al dan niet gebruikt, bedrukt/onbedrukt, onverschillig van welke aard, zoals kranten, tijdschriften, verpakkingsmaterialen, karton, golfkarton, papierafval, snippers, stroken, snijdsel e.d.

  • b.

    Het oud papier/karton mag geen stoffen of zaken bevatten, die redelijkerwijs de bewerking daarvan tot een opnieuw te gebruiken grondstof van goede kwaliteit onmogelijk maken. Tot de hier bedoelde stoffen en zaken kunnen behoren: gevaarlijk afval, metalen of metaalhoudende voorwerpen, koord, touw al dan niet van kunststof, kunststoffen in het algemeen zoals plastics, polyethyleen, cellofaan, glas, textiel en lompen, hout.

  • c.

    Alleen schoon droog oud papier/karton wordt geaccepteerd.

6.16 Frituurvet

Frituurvet moet in een gesloten verpakking worden aangeleverd.

6.17 Verpakkingsglas

  • a.

    Eenmalige glazen verpakkingen (pollen en flessen) worden geaccepteerd.

  • a.

    b. Verpakkingsglas wordt gescheiden ingezameld in de kleuren, wit, groen, bruin.

  • b.

    Het verpakkingsglas moet vrij zijn van vloeistoffen, vaste stoffen, deksels, doppen en kurken.

6.18 Elektr(on)ische apparatuur

  • a.

    Onder elektr(on)ische apparatuur worden verstaan: televisie's, audioapparatuur, koel- en vriesapparatuur, wasmachines, drogers, computers, kleine elektrische apparatuur (bijv: scheerapparaten, handgereedschap, kleine keukenapparaten, etc.), armaturen van lampen.

  • b.

    Enkel elektr(on)ische apparatuur vrij van productvreemde materialen, en asbesthoudend materiaal worden geaccepteerd.

  • c.

    De aanbieder moet er zorg voor dragen dat milieubelastende vloeistoffen vanuit de koel- en vriesapparatuur zich niet in het milieu kunnen verspreiden.

6.19 Plastic verpakkingsafval

  • a.

    De soorten plastic verpakkingsafval die worden geaccepteerd staan op de 'wat wel en wat niet' lijst op de website www.plasticheroes.nl.

  • b.

    Het plastic verpakkingsafval moet zijn ontdaan van papier, karton, aluminium folie en andere productvreemde stoffen zoals: voedingsmiddelen en vloeistoffen.

 

7. Weigeren aangeboden afvalstoffen

7.1 Op de milieustraten worden geweigerd:

  • a.

    Afvalstoffen die niet worden aangeboden overeenkomstig de in hoofdstuk 6 vermelde acceptatieregels.

  • b.

    Afvalstoffen die niet voldoen aan de in hoofdstuk 6 vermelde acceptatieregels.

  • c.

    Afvalstoffen niet afkomstig van een huishouden, met uitzondering van het in 6.10 onder f bedoelde KCA en met uitzondering van de in hoofdstuk 8 bedoelde afvalstoffen.

  • d.

    Verbrande afvalstoffen, bijvoorbeeld vrijgekomen bij een brand.

  • e.

    Voertuigen met een geregistreerd gewicht groter dan 3.500 kg.

  • f.

    Auto-, traktor- en vrachtwagenbanden, met of zonder velg.

  • g.

    Meststoffen.

  • h.

    Folie afkomstig vanuit de landbouw (bijv. kuilfolie, wikkelfolie, etc.).

  • i.

    Drukhouders, explosieven, zelfontbrandbare- en ontplofbare stoffen.

  • j.

    Gesloten verpakkingen met onbekende inhoud.

7.2 Geweigerde afvalstoffen dienen door of namens de aanbieder verwijderd te worden.

Eventuele kosten gemaakt door de ZRD voor het verwijderen van geweigerde afvalstoffen kunnen in rekening worden gebracht bij de aanbieder.

 

8. Aanbieden afvalstoffen door anderen dan huishoudens

8.1 Rommelmark- en kringloopregeling

Kringloopbedrijven en organisaties van niet-commerciele rommelmarkten mogen huishoudelijke afvalstoffen op de milieustraten aanbieden. Er wordt geen limiet gesteld aan de aan te bieden hoeveelheden; Om huishoudelijke afvalstoffen op de milieustraat aan te mogen bieden moeten de kringloopbedrijven en rommelmarkten beschikken over een schriftelijke toestemming van de gemeente en de ZRD;

8.3 Maatschappelijke organisaties

Maatschappelijke organisaties die in het bezit zijn van een toestemming van de gemeente mogen van hun clienten afkomstige huishoudelijke afvalstoffen aanbieden op de milieustraat. Bij het aanbieden van de huishoudelijke afvalstoffen op de milieustraat moet(en) de medewerker(s) van de organisatie in het bezit zijn van de originele schriftelijke toestemming van de gemeente en de ZRD.

8.4 Detailhandel elektr(on)ische apparatuur

Detailhandels in elektr(on)ische apparatuur mogen van particuliere ontdoeners afkomstige afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) op de milieustraten aanbieden.

 

9. Aansprakelijkheid

9.1 Het betreden van een regionale milieustraat geschiedt op eigen risico.

9.2 De aanbieder is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door hem, de namens hem op een regionale milieustraat aanwezige personen, zijn materieel of het in opdracht van hem op een regionale milieustraat aanwezig zijnde materieel, dan wel de door hem aangevoerde afvalstoffen of andere stoffen, aan de ZRD, aan de materiele zaken op een regionale milieustraat, aan het personeel en ander personen die uit hoofde van hun functie rechtmatig op een regionale milieustraat aanwezig zijn, hun eigendommen, de eigendommen van de ZRD, of aan de op een regionale milieustraat in gebruik zijnde voorwerpen van derden, zulks onverminderd de aansprakelijkheid ingevolge wettelijke bepalingen.

9.3 De aanbieder is aansprakelijk voor de kosten van het verwijderen en/of het teniet doen van de door hem aangeboden afvalstoffen die naar het oordeel van de ZRD dan wel landelijke, provinciale en/of lokale overheid schade aan het milieu tot gevolg hebben dan wel hebben gehad. Dit geldt tevens indien de afvalstoffen schade aan het milieu zouden kunnen hebben veroorzaakt wanneer deze niet verwijderd en/of teniet zouden zijn gedaan.

9.4 De aanbieder vrijwaart de ZRD en O.L.A.Z. tegen alle schadeaanspraken door hemzelf of door personen die hem vertegenwoordigen.

 

Vastgesteld door het algemeen bestuur van O.L.A.Z., d.d. 6 december 2012

w.g.

J.M. Zandee

voorzitter

 

Bijlage III bij het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022.

 

1. Procedure plaatsen inzamelvoorzieningen en opstellocaties voor inzamelmiddelen

 

1.1. Achtergrond

In mei 2020 heeft de raad ingestemd met het Grondstoffenbeleid 2020-2024 en het daarmee samenhangende plan van aanpak. Doel van het Grondstoffenbeleid is de hoeveelheid restafval beperken: maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar en een scheidingspercentage van 75%. Uiteindelijk moet Nederland volgens het programma Nederland Circulair 2050 geen afval meer produceren.

Om bewoners van gemeente Vlissingen afval te laten scheiden maakt zij gebruik van verschillende inzamelmiddelen en –voorzieningen. Op dit moment bestaan er procedures en richtlijnen voor ondergrondse containers en verzamelcontainers voor gft-afval. In september 2021 heeft de raad ingestemd met een zogeheten serviceprikkel als inzamelsysteem. Deze keuze maakt dat de afvalstoffenverordening, het daar bijhorende uitvoeringsbesluit en de richtlijnen moeten worden geactualiseerd. Deze actualisatie van de procedure en richtlijnen maakt onderdeel uit van de bijlagen van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022. Het doel van deze actualisatie is enerzijds eenduidigheid onder de procedures, anderzijds een actualisatie en bundeling van regels en randvoorwaarden horend bij deze procedures.

1.2. Juridische kaders

Om bovenstaande ambities te halen, moet worden voldaan aan artikel 10.21 van de Wet milieubeheer . Deze wet stelt dat de gemeente moet zorgdragen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar afvalstoffen kunnen ontstaan. Daarom biedt gemeente Vlissingen haar inwoners een basispakket aan dat ervoor zorgt dat zij hun afval kunnen scheiden en zo het restafval verminderen.

1.3. Wet milieubeheer

De Wet milieubeheer (hierna: Wm) verplicht de gemeente tot het inzamelen van huishoudelijk afval bij of nabij elk perceel (10.21 Wm). De gemeente heeft hier dus geen keuzevrijheid. In de wet staan regels over de manier waarop de gemeente invulling moet geven aan deze verplichting. Het inzamelen van huishoudelijk afval via (semi) onder-, of bovengrondse containers, of via rolemmers valt onder het inzamelen van afval nabij percelen (10.26 Wm). Gemeenten zijn op grond van artikel 10.21 lid 2 verplicht om het groente-, fruit- en tuinafval gescheiden in te zamelen.

1.4. Afvalstoffenverordening

Op basis van artikel 10.23 Wm zijn gemeenten verplicht een Afvalstoffenverordening te hebben. In de Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022 staat in artikel 7 lid.2 dat de inzameldienst verschillende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk inzamelt. Op grond van artikel 10 van de verordening wijst het college in artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2022 de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen voor de inzameling van de verschillende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen.

1.5. Beleidsuitgangspunten

Gemeenten zijn wettelijk verplicht om per 2020 beleid te hebben dat gericht is op het behalen van de VANG-doelstelling (max.100 kg restafval per inwoner per jaar). Het beleid is samen met andere eerder genomen besluiten en uitgangspunten uitgewerkt in een ambitiedocument. Op basis van deze ambitie is een raadsvoorstel gemaakt. Op 28 mei 2020 heeft de raad hiermee ingestemd. Onderdeel van dit voorstel is het plan van aanpak Grondstoffenbeleid voor de periode 2020-2024. Twee belangrijke vervolgstappen zijn het uitbreiden van de gft-inzamelmiddelen en voorzieningen en het invoeren van het inzamelsysteem. Belangrijk is dat bij het plaatsen en/of verstrekken van de inzamelmiddelen en -voorzieningen gebruik wordt gemaakt van vaste richtlijnen.

 

2. Inzamelmiddel en -voorziening

Gemeente Vlissingen is verantwoordelijk voor de inzameling van verschillende categorieën huishoudelijke afvalstoffen. Voor de inzameling van grof huishoudelijk afval (milieustraat) werkt gemeente Vlissingen samen met de Zeeuwse Reinigingsdienst . Deze inzameling kan plaatsvinden via:

  • a.

    een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;

  • b.

    een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen;

  • c.

    een inzamelvoorziening op wijkniveau;

  • d.

    een brengdepot op lokaal of regionaal niveau (milieustraat)

In artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2022 zijn door het college de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen ten behoeve van afzonderlijke inzameling aangewezen:

  • a.

    bioafval: minicontainer of inzamelvoorziening voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel

  • b.

    oud-papier en karton: minicontainer of inzamelvoorziening op wijkniveau en/of huis-aan-huis inzameling

  • c.

    PMD: minicontainer of inzamelvoorziening voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel

  • d.

    glas: inzamelvoorziening op wijkniveau;

  • e.

    textiel: inzamelvoorziening op wijkniveau of door vergunde inzamelaar ter inzameling aangeboden plastic zak;

  • f.

    elektrische en elektronische apparatuur: inzamelvoorziening op wijkniveau

  • g.

    luier- en incontinentiemateriaal: inzamelvoorziening op wijkniveau

  • h.

    huishoudelijk restafval (fijn): minicontainer of inzamelvoorziening voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel

Inzamelmiddel of inzamelvoorziening

Een aantal afvalstromen (Bioafval, PMD en restafval) wordt zowel ingezameld met een inzamelmiddel (minicontainer) of inzamelvoorziening (boven of ondergrondse verzamelcontainer). Dit is afhankelijk van het type bouw op het perceel, locatie en de afvalstroom. De afvalstromen die op wijkniveau worden ingezameld worden met een inzamelvoorziening (boven of ondergrondse verzamelcontainer).

Een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel

  • Minicontainer 140l of 240l: één namens de inzameldienst verstrekte minicontainer) voor de gebruiker van één perceel met vrij achterom of voortuin groter dan > 10 m2.

  • Restafval - buitengebied

  • Bio-afval vrije achterom of voortuin groter dan > 10m2

  • PMD- vrije achterom of voortuin groter dan > 10m2

 

Een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen

  • Een inzamelvoorziening (boven of ondergrondse verzamelcontainer) voor de gebruikers van een aantal percelen

  • Gft-cocon: een bovengrondse verzamelcontainer voor de gebruikers van een aantal percelen. Het gaat dan om woningen zonder tuin, zoals hoogbouw/stapelbouw en woningen zonder een vrije achterom of een voortuin kleiner dan <10m.

  • Restafval ondergrondse of bovengrondse container: Alle woningen die niet in het buitengebied staan (woningdichtheid)

  • PMD ondergrondse of bovengrondse container: een bovengrondse of ondergrondse verzamelcontainer voor de gebruikers van een aantal percelen. Het gaat dan om woningen zonder tuin, zoals hoogbouw/stapelbouw en woningen zonder een vrije achterom of een voortuin kleiner dan <10m.

De gebruikers van een aantal percelen mogen een minicontainer voor PMD-afval of gft-afval aanvragen, mits zij de minicontainer opslaan op hun eigen terrein niet zijnde gemeenschappelijke ruimtes.

 

3. Procedure locatie inzamelvoorziening

Deze procedure ziet op het bepalen van een locatie van een inzamelvoorziening, op het vervallen van een inzamellocatie en op het wijzigen van een afvalstroom op een bestaande locatie . Voorafgaand aan de uitvoering wordt de aanpassing op de locatie officieel gemaakt via aanwijzingsbesluiten. Het traject dat daarbij hoort, bestaat uit een aantal fasen: de voorlopige locatiekeuze, het informatietraject, de definitieve locatiekeuze (formalisatie door aanwijzingsbesluiten) en de plaatsing en ingebruikname van de inzamelvoorzieningen.

Fase 1: De voorlopige locatiekeuze

Voor de gehele gemeente, per wijk of buurt wordt aan de hand van een aantal randvoorwaarden een ontwerp spreidingsplan opgesteld door Gemeente Vlissingen.

Het algemene belang tegenover het individuele belang

Bij het uitkiezen van locaties vindt per locatie een zorgvuldige afweging plaats op basis van een aantal randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn uitgewerkt in een (niet-limitatieve) lijst in paragraaf 4. De mogelijkheden om tegemoet te komen aan wensen van individuele bewoners, die bedenkingen hebben bij de gekozen locaties, zijn relatief beperkt. Bij een zorgvuldige afweging worden alle betrokken belangen afgewogen zoals doelmatige inzameling, het creëren van een veilige situatie, het behoud van bomen en het individuele belang.

Randvoorwaarden

a) (Loop)afstand

Voor verschillende soorten afvalstoffen gelden verschillende acceptabele afstanden. Hierbij is het aantal aansluitingen relevant voor de maximale afstand (is de dichtheid van het aantal aansluitingen beperkt dan geldt een grotere loopafstand)

  • Voor bioafval moeten inzamelvoorzieningen geplaatst worden nabij een perceel

  • Voor restafval moeten inzamelvoorzieningen geplaatst worden dat de loopafstand (de daadwerkelijk te lopen route en dus niet hemelsbreed gemeten) tussen perceel en inzamelvoorziening

  • 90% bewoners maximaal 300 meter

  • 9% bewoners maximaal 500 meter

  • 1% bewoners maximaal 1000 meter

  • Voor PMD-afval moeten inzamelvoorzieningen geplaatst worden nabij een perceel.

  • Voor oud-papier moeten inzamelvoorzieningen geplaatst worden in de buurt.

  • Voor -afval, zoals glas, elektronische apparatuur, textiel en luier- en incontinentiemateriaal moeten inzamelvoorzieningen worden geplaatst op wijkniveau.

b) Bereikbaarheid

De inzamelvoorziening moet zowel voor de inzamelaar als voor de gebruikers voldoende bereikbaar en toegankelijk zijn. Vanuit de kant van de inzamelaar betekent dit dat de inzamelvoorzieningen zo geplaatst moeten zijn dat het technisch mogelijk is om de inzamelvoorziening te legen zonder dat de inzamelwagen en/of de inzamelvoorziening objecten in de openbare ruimte (zoals bomen, lantaarnpalen, auto's e.d.) of gebouwen (bijvoorbeeld muren, balkons, uitsteeksels aan gebouwen e.d.) raakt. Ook dient te worden voorkomen dat inzamelaar achteruit dient te rijden voor het legen van de inzamelvoorziening. Vanuit de kant van de gebruikers dienen de inzamelvoorzieningen eenvoudig bereikbaar en toegankelijk te zijn, in het bijzonder ook voor ouderen en minder validen.

c) Verkeersveiligheid

Zowel de inzamelaar als de gebruiker moet de inzamelvoorziening op een veilige manier kunnen bereiken. Vanuit de kant van de inzamelaar houdt dit minimaal in dat de inzamelvoorziening in alle rust geleegd kan worden, zonder dat hierdoor een gevaarlijke verkeerssituatie ontstaat. Vanuit de kant van de gebruikers betekent dit dat zij hun afval kwijt kunnen, zonder hiervoor verkeersonveilige handelingen te moeten verrichten. Denk aan het oversteken van een druk bereden rijweg zonder dat er een veilige oversteekplaats, zoals een zebrapad, in de directe omgeving is. De locatie moet verder voldoen aan de eisen zoals gesteld door brandweer, politie en de betrokken gemeentelijke afdelingen (in ieder geval het Besluit omgevingsrecht BOR).

d) Ondergrondse obstakels

Bij het bepalen van locaties van ondergrondse inzamelvoorzieningen wordt de ondergrond onderzocht op de aanwezigheid van obstakels. Belangrijkste voorbeeld hiervan is de aanwezigheid van kabels en leidingen. Het omleggen van de waterleiding of hoofdriolering - zo al technisch mogelijk en wenselijk - is over het algemeen een zeer kostbare aangelegenheid. Tot de omlegging van dergelijke leidingen wordt alleen overgegaan indien dit tegen relatief geringe kosten mogelijk is. De kosten voor het omleggen van gas, telecom- en elektriciteitskabels zijn over het algemeen geringer tot nihil. Idem voor het verplaatsen van straatkolken en omleggen van huisaansluitingen van de riolering. De mogelijkheid tot het omleggen van dergelijke kabels en leidingen wordt dan ook standaard meegenomen bij de locatiekeuze.

d) Parkeerplaatsen

In veel wijken in Vlissingen bestaat een tekort aan parkeerplaatsen. Bij de locatiebepaling moet hier rekening mee gehouden worden. Bestaande parkeerplaatsen moeten zoveel als mogelijk behouden blijven.

e) Bomen

Gelet op het belang van het aanwezige groen in wijken, mogen kapvergunningplichtige bomen alleen bij wijze van zeer hoge uitzondering wijken voor een verzamelcontainer. Voor elke weggehaalde boom moet een nieuwe boom in de directe omgeving geplant worden. Ook het verwijderen van niet-vergunningplichtige bomen en overig groen moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Als dit toch noodzakelijk is, zal groencompensatie in de directe omgeving plaatsvinden.

f) Inpassing in de openbare ruimte en overige ruimtelijke aspecten

De plaats van de verzamelcontainer moet passen binnen het straatbeeld. In het bijzonder wanneer het om een historische omgeving of een architectonisch belangrijke locatie gaat. Bij het uitzoeken van locaties moet rekening gehouden worden met objecten in de openbare ruimte, die niet onder een van de hiervoor genoemde randvoorwaarden vallen. De inzamelvoorzieningen worden bijvoorbeeld zoveel mogelijk buiten eventuele zichtlijnen met woningen geplaatst, maar dit zal niet altijd mogelijk zijn. Het algemeen belang gaat ook hier uiteindelijk vóór het individuele belang. Voor de afstand tussen een verzamelcontainer en de voorgevel van een woning, wordt een minimumafstand gehanteerd van drie meter. Voor andere zijden van een woning geldt dat de minimumafstand minder dan drie meter kan bedragen, bijvoorbeeld als er geen (direct) uitzicht op de verzamelcontainer is. Denk bijvoorbeeld aan een blinde muur.

Ook kan gedacht worden aan de plaatsing van inzamelvoorzieningen bij speelplaatsen of bij andere inzamelvoorzieningen. Inzamelvoorzieningen worden niet direct naast een speelplaats geplaatst. Inzamelvoorzieningen in de buurt van parkeervakken worden, vanwege het straatbeeld, in lijn met de parkeervakken geplaatst. Waar mogelijk worden inzamelvoorzieningen (voor herbruikbare afvalstromen) samengevoegd. In een woonomgeving worden maximaal acht inzamelvoorzieningen samengevoegd. Uitzondering zijn de inzamelvoorzieningen nabij een supermarkt of soortgelijke locatie. Indien dit niet mogelijk is, wordt de verzamelcontainer geplaatst bij de opstellocaties voor rolcontainers.

De vrije doorloopruimte van een stoep is over het algemeen 1,5 meter (richtlijn).

g) Geur

Bij alle locaties moet een goede luchtcirculatie aanwezig zijn om mogelijke stankoverlast te vermijden. Inzamelvoorzieningen, vooral gft-cocons, moeten zo min mogelijk in de volle zon worden geplaatst.

 

Fase 2 Het informatietraject

Na de vaststelling door het college van burgemeester en wethouders van de op de randvoorwaarden gebaseerde locatievoorstellen van de afzonderlijke containers door middel van verschillende ontwerpbesluiten volgt een informatietraject. De voorlopige locatiekeuze wordt als volgt voorgelegd aan de bewoners:

a) Informatiebrief en/of publicatie

Afhankelijk van het gebied waarbinnen de inzamelvoorzieningen geplaats worden, wordt een keuze gemaakt voor individuele of algemene informatievoorziening:

  • Indien het om nieuwe ondergrondse of bovengrondse containers gaat in een wijk of buurt, wordt de wijkbewoners individueel schriftelijk geïnformeerd. In de brief wordt uitleg gegeven over het hoe en waarom van de ondergronds afvalinzameling en de werking van het systeem. Ook zit bij de brief een plattegrond met daarop aangegeven de containerlocatie waarop de betreffende woning zal worden toegewezen en een overzicht van de meeste gestelde vragen en bijbehorende antwoorden. Daarnaast wordt ook een korte publicatie in de Blauw Geruite Kiel geplaatst. Hierin wordt melding gemaakt van het voorlopige locatieplan en aangegeven dat dit op het internet en in het stadhuis is te raadplegen. Conform de inspraakverordening kunnen bewoners binnen 6 weken hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken bij gemeente Vlissingen.

  • In het geval van inzamelvoorzieningen op wijkniveau is de spreiding minder geconcentreerd en over de hele stad verspreid. Daarom wordt hierbij gekozen voor publicatie via de Blauw Geruite Kiel en de website van gemeente Vlissingen. Ook hierbij kunnen de bewoners conform de inspraakverordening bewoners binnen 6 weken hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken bij afdeling Beheer Leefomgeving.

b) Verwerking zienswijzen

Alle zienswijzen worden vervolgens verzameld en verwerkt. In een enkel geval wordt een huisbezoek afgelegd, bijvoorbeeld om gezamenlijk naar de (on)mogelijkheid van een andere locatie te kijken. Indien de zienswijzen aanleiding geven tot wijziging van het locatieplan, worden de betreffende bewoners hierover schriftelijk geïnformeerd.

De indieners van schriftelijke zienswijzen over de voorgestelde inzamelvoorziening locatie ontvangen na het aanwijzingsbesluit van het college van B&W een schriftelijke reactie.

 

Fase 3: De definitieve locatiekeuze: de aanwijzingsbesluiten

Na afloop van de informatieperiode en verwerking van eventuele wijzigingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen, wordt het definitieve locatieplan ter goedkeuring voorgelegd aan het college. Het college besluit over de aanwijzing van de locatie van iedere afzonderlijke inzamelvoorziening.

Dit besluit wordt in de Blauw Geruite Kiel gepubliceerd. Daarbij wordt aangegeven dat tegen de goedkeuring van het locatieplan (het aanwijzingsbesluit) geen bezwaar mogelijk is, maar dat men in beroep kan gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In één geval is naast een aanwijzingsbesluit nog een besluit van het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk, namelijk:

  • als voor de plaatsing van een verzamelcontainer een lichte bouwvergunning nodig is door plaatsing in het beschermde stadsgezicht of bij een monument;

In dit geval is bezwaar mogelijk tegen het verlenen van deze bouwvergunning.

 

Fase 4: De plaatsing en ingebruikname van de inzamelvoorzieningen

Na de aanwijzingsbesluiten door het college van burgemeester en wethouders wordt overgegaan tot plaatsing van de inzamelvoorzieningen . Dit in het geval dat verdere besluitvorming, zoals in fase 3 beschreven, niet nodig is. Na plaatsing en controle van de werking van de inzamelvoorziening(en), kunnen de inzamelvoorziening(en) in gebruik worden genomen. De afvalstroom die wordt ingezameld, wordt eenduidig weergegeven op de inzamelvoorziening. De bewoners ontvangen hierover een brief met daarbij een handleiding voor het gebruik van de toegewezen verzamelcontainerlocatie.

Vanaf het moment van aansluiting op de inzamelvoorzieningen zijn de bewoners volgens het uitvoeringsbesluit, behorend bij artikel 9 lid 2 van de Afvalstoffenverordening, verplicht gebruik te maken van de inzamelvoorziening bij het aanbieden van hun afval. In de onder punt 3.2 genoemde publicatie van de goedkeuring van het locatieplan zal hier op gewezen worden. Als ingangsdatum wordt uitgegaan van de dag volgend op de dagtekening van de brief die wordt verzonden. Hiertegen is geen bezwaar mogelijk. Het gaat namelijk om uitvoering van het besluit om het afval (daar waar mogelijk) via inzamelvoorzieningen in te zamelen.

 

4. Richtlijnen voor locatiebepaling

Op basis van de randvoorwaarden (paragraaf 3.1) zijn richtlijnen uitgewerkt in de onderstaande lijst. Deze lijst kan in de toekomst nog worden aangepast.

  • 1.

    (Loop)afstand

  • a.

    De loopafstand naar een inzamelvoorziening voor gft en PMD moet zo klein mogelijk zijn (maatwerk afhankelijk van de aard en samenstelling van de buurt).

  • b.

    De loopafstand naar een andere grondstoffencontainer moet zo klein mogelijk zijn (maatwerk afhankelijk van de aard (o.a. dichtheid, karakter en samenstelling van de wijk).

  • 2.

    Bereikbaarheid

  • a.

    Iedere locatie moet optimaal toegankelijk zijn voor zowel de inzamelwagen als voor (minder valide) bewoners.

  • b.

    Inzamelvoorzieningen mogen niet op laad- en losplaatsen, bushalten of invalidenparkeerplaatsen geplaatst worden.

  • c.

    De toe- en afvoerroutes op wijk- en buurtniveau moeten voldoen aan de eisen die het inzamelvoertuig stelt aan de wegbreedte en bochtstralen. Deze gegevens zijn op te vragen bij de afdeling Stadsbeheer van de gemeente Vlissingen

  • 3.

    Verkeersveiligheid

  • a.

    Het inzamelvoertuig moet veilig kunnen stoppen en werken.

  • b.

    Voor gebruikers die wonen aan drukke doorgaande wegen, worden de inzamelvoorzieningen zo geplaatst dat de noodzaak tot oversteken zoveel mogelijk vermeden wordt.

  • 4.

    Parkeerplaatsen

  • a.

    Als een verzamelcontainer bij parkeerplaatsen geplaatst moet worden, dan moet rekening gehouden worden met openslaande autodeuren. Wanneer die kans aanwezig is, moet de locatie met afschermingsmiddelen (zoals paaltjes) worden afgeschermd.

  • 5.

    Bomen/groen

  • a.

    Bij de locatiekeuze wordt het openbaar groen zoveel mogelijk ontzien.

  • 6.

    Inpassing in de openbare ruimte en overige ruimtelijke aspecten

  • a.

    Inzamelvoorzieningen worden niet direct naast een speelplaats geplaatst.

  • b.

    Inzamelvoorzieningen worden zo veel mogelijk in lijn geplaatst met overig straatmeubilair en auto’s.

  • c.

    Met betrekking tot de afstand tussen een verzamelcontainer en de voorgevel van een woning wordt in ieder geval een minimumafstand gehanteerd van drie meter.

  • d.

    Voor andere zijden van een woning geldt dat de minimumafstand minder dan één meter kan bedragen, bijvoorbeeld als er geen (direct) uitzicht op de verzamelcontainer is.

  • e.

    De verzamelcontainer wordt zoveel mogelijk buiten eventuele haakse zichtlijnen ten opzichte van de gevel met woningen geplaatst.

  • f.

    Inzamelvoorzieningen worden zo geplaatst dat bij het legen geen schade aan objecten zoals bomen, openbare verlichting, verkeersborden of gebouwen kan optreden. Denk bij dit laatste aan muren, balkons of uitsteeksels aan gebouwen.

  • g.

    De verzamelcontainer moet zo geplaatst worden dat voldoende sociale controle en toezicht mogelijk is. De locatie moet goed bereikbaar, veilig- en ’s avonds goed verlicht zijn. Dus niet in steegjes.

  • h.

    Bij de keuze van locaties wordt rekening gehouden met drempels en straatmeubilair.

  • 7.

    Geur

  • a.

    De verzamelcontainer moet zo geplaatst worden dat voldoende luchtcirculatie plaatsvindt.

  • b.

    Inzamelvoorzieningen, vooral gft-cocons, moeten bij voorkeur niet in de zon worden geplaatst.

 

5. Procedure Locatie opstelplaatsen

In veel gevallen zijn er voor inzamelmiddelen geen specifieke opstelplaatsen noodzakelijk. In de volgende situaties wordt wel gekozen voor een opstelplaats:

  • Als er geen doorgaande weg bevindt waarbij de inzameling kan plaatsvinden

  • Als er zich verkeersonveilige situaties voordoen

  • De loopafstand dermate groot is dat het voor inwoners gunstiger is om deze op te stellen op een opstelplaats.

Het traject dat daarbij hoort, bestaat uit een aantal fasen: de voorlopige locatiekeuze, het informatietraject en de plaatsing en ingebruikname van de opstellocatie.

Fase 1: De voorlopige locatiekeuze

Voor de gehele gemeente, per wijk of buurt wordt aan de hand van een aantal randvoorwaarden een ontwerp spreidingsplan opgesteld door de gemeente Vlissingen.

Het algemene belang tegenover het individuele belang

Bij het uitkiezen van locaties vindt per locatie een zorgvuldige afweging plaats op basis van onderstaande randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn uitgewerkt in een (niet-limitatieve) lijst. De mogelijkheden om tegemoet te komen aan wensen van individuele bewoners, die bedenkingen hebben bij de gekozen locaties, zijn relatief beperkt. Bij een zorgvuldige afweging worden alle betrokken belangen afgewogen zoals doelmatige inzameling, het creëren van een veilige situatie, het behoud van bomen en het individuele belang.

Randvoorwaarden

  • 1.

    Aantal inzamelmiddelen

    • a.

      Er wordt uitgegaan van circa 15 tot 20 containers per verzamel opstelplaats.

  • 2.

    (Loop)afstand

    • a.

      De loopafstand naar een opstelplaats moet zo klein mogelijk zijn (maatwerk afhankelijk van de aard en samenstelling van de buurt).

  • 3.

    Bereikbaarheid

    • a.

      Iedere locatie moet optimaal toegankelijk zijn voor zowel de inzamelwagen als voor (minder valide) bewoners.

    • b.

      Inzamelvoorzieningen mogen niet op laad- en losplaatsen, bushalten of invalidenparkeerplaatsen geplaatst worden.

    • c.

      De toe- en afvoerroutes op wijk- en buurtniveau moeten voldoen aan de eisen die het inzamelvoertuig stelt aan de wegbreedte en bochtstralen. Deze gegevens zijn op te vragen bij de afdeling Stadsbeheer van de gemeente Vlissingen

    • d.

      Bij de keuze van locaties mag de doorgang van voetgangers en rolstoelgebruikers niet worden gehinderd.

    • e.

      Opstelplaatsen mogen niet een op laad- en losplaats of invalidenparkeerplaats gesitueerd worden.

  • 4.

    Verkeersveiligheid

    • a.

      Het inzamelvoertuig moet (verkeers)veilig kunnen stoppen en werken.

    • b.

      Voorkomen dient te worden dat de inzamelvoertuigen achteruit moeten rijden en draaien.

    • c.

      Voor gebruikers die wonen aan drukke doorgaande wegen worden de opstelplaatsen zo gesitueerd dat de noodzaak tot oversteken zoveel mogelijk wordt vermeden.

  • 5.

    Parkeerplaatsen

    • a.

      De voorkeur voor situering van een opstelplaats is waar mogelijk in een parkeervak. Op het aangewezen parkeervak moet voor de betreffende inzameldagen een parkeerverbod (verkeersbord) zijn ingesteld. Het verbod geldt vanaf 20:00 uur op de dag voor inzameling tot 20:00 uur op de dag van de inzameldag.

  • 6.

    Groen/ bomen

    • a.

      Plaatsing van inzamelvoorzieningen in het groen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Als er toch geen alternatief is dan moet versnippering van het groen worden voorkomen. Het ontwerp voor plaatsing moet zo min mogelijk afbreuk doen aan de kwaliteit van de groenvoorziening.

  • 7.

    Inpassing in de openbare ruimte en overige ruimtelijke aspecten

    • a.

      Opstelplaatsen moeten zo gesitueerd worden dat bij het ledigen geen schade aan bomen, lantaarnpalen, auto’s, verkeersborden etc. kan optreden.

    • b.

      De locatie moet veilig en ’s avonds goed verlicht zijn (niet in steegjes e.d.).

    • c.

      Bij de keuze van locaties moet men er rekening mee houden dat er geen obstakels zoals drempels en straatmeubilair aanwezig zijn.

    • d.

      Rolcontainers worden in beginsel niet direct naast een speelplaats geplaatst.

Fase 2 Informatietraject

Indien het om een nieuwe opstelplaats gaat in een wijk of buurt, worden de wijkbewoners individueel schriftelijk geïnformeerd. In de brief wordt uitleg gegeven over het hoe en waarom van de opstelplaats en de werking van het systeem. Bij de brief zit een plattegrond met daarop aangegeven de opstelplaats waarop de betreffende woning zal worden toegewezen en een overzicht van de meeste gestelde vragen en antwoorden.

 

Fase 3 De plaatsing en ingebruikname van de opstelplaats

Nadat inwoners beschikken over een inzamelmiddel zal z.s.m. gebruik worden gemaakt van de opstelplaats. Als ingangsdatum wordt uitgegaan van de eerst volgende inzameldag nadat de brief is verstuurd. Hiertegen is geen bezwaar mogelijk. Het betreft immers uitvoering van het besluit om het rest-, PMD en bio- afval daar waar sprake is van laagbouwwoningen met een vrij achterom of voortuin > 40m2 via inzamelmiddelen te laten verlopen. In de openbare ruimte wordt de opstelplaats aangeduid met een tegel of bord.

 

Artikel II

 

Dit besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders.

de gemeentesecretaris,

drs. R.D.A. Wiskerke

de burgemeester,

drs. A.R.B. van den Tillaar

Naar boven