Gemeenteblad van Hendrik-Ido-Ambacht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hendrik-Ido-Ambacht | Gemeenteblad 2024, 534992 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hendrik-Ido-Ambacht | Gemeenteblad 2024, 534992 | overige overheidsinformatie |
Gladheidsbestrijdingsplan 2024-2025
DTN (voorheen MeteoGroup) belt de aannemer bij te verwachten gladheid.
Door een aantal ontwikkelingen in het afgelopen jaar zijn er een aantal aanpassingen doorgevoerd in de strooiroutes.
Strooiacties worden opgestart op basis van het meldsysteem van derden.
Het gaat hierbij om preventieve acties. De routes worden gestrooid met nat zout.
Gladheidsbestrijding wil niet zeggen dat “alle” straten en wegen gestrooid worden. Er dienen dus prioriteiten te worden gesteld.
Uitgangspunten bij het opstellen van het gladheidsbestrijdingsplan zijn geweest:
De melding van DTN komt via een telefonische melding binnen bij de aannemer die belast is met de gladheidsbestrijding. Vervolgens bepaald de aannemer in overleg met de meteoroloog van DTN of er reden is tot een strooiactie. Daarnaast is de DTN 7 dagen per week en 24 uur per dag beschikbaar voor advies en gaan na wat de wegdeksituatie is met behulp van het meetpunt op de Ambachtste Zoom. De gladheidcoördinator van de aannemer roept de geconsigneerde medewerkers op per mobiele telefoon.
De aannemer levert het zout en is verantwoordelijk om de zoutvoorraad (op eigen terrein) op peil te houden.
Beleid gladheidsbestrijding: voorkomen van gladheid op een verantwoorde en efficiënte wijze onder zorgvuldige afweging van sociaal maatschappelijke, economische en milieuhygiënische consequenties.
De omvang van het wegennet is groot in verhouding tot de oppervlakte van het te verzorgen gebied. Daarnaast zijn er zeer grote verschillen tussen wegen en verkeersintensiteit (doorgaande wegen, woonerven, fietspaden etc.).
De verschillende soorten weggebruikers stellen hun eigen specifieke en soms tegenstrijdige eisen. Doorgaand verkeer en woon- werkverkeer zal de nadruk leggen op de hoofdverbindingsroutes terwijl verzorgings- en sociaal verkeer meer geïnteresseerd zal zijn in woonstraten en secundaire verbindingen.
Zowel uit economisch als organisatorisch oogpunt is het onmogelijk om alle straten te strooien.
Het is dan ook noodzakelijk om belangen af te wegen en prioriteiten te stellen.
De prioriteiten zijn de belangrijkste hoofdwegen, ontsluitingswegen, busroutes en de belangrijkste fietsroutes.
Oorzaken van wintergladheid zijn onder andere het bevriezen van een natte weg, condensatie van vocht uit de lucht op het wegdek en neerslag. Met name bij temperatuurschommelingen rond het vriespunt kan verraderlijke gladheid ontstaan.
De kans op het optreden van gladheid is van veel factoren afhankelijk zoals wegdektemperatuur, luchtvochtigheid, neerslag, zoutgehalte op het wegdek etc. De wegdektemperatuur is weer afhankelijk van het soort wegdek, situering (bruggen), (hoogte)ligging, omgeving, ondergrond van het wegdek en de helling.
De werking van het dooimiddel (zout) is in grote mate afhankelijk van de verkeersintensiteit.
Bij een lage verkeersintensiteit (zoals woonwijken en woonerven) zal de werking van het zout veel geringer zijn dan op wegen met een hogere verkeersintensiteit. Dit heeft onder andere te maken met het gegeven dat het zout door de verkeersbewegingen wordt verspreid over het wegdek dan wel vermengd met de ijzel of sneeuw. Om deze reden is het dan ook moeilijk om sneeuw en ijzel op fietspaden, in woonwijken en wegen in zogenaamde buitengebieden snel onder controle te krijgen.
Bij sneeuwval kunnen zeer gladde wegen ontstaan. Vanwege de goede zichtbaarheid van de sneeuw ontstaan in deze situaties betrekkelijk weinig ongevallen (de weggebruiker kan anticiperen). Wanneer toch een ongeval heeft plaatsgevonden is in de meeste gevallen ‘slechts’ sprake van blikschade.
Bij aansprakelijkheidstelling van schade ten gevolge van gladheid bestaan er juridische consequenties. Mede om deze reden is het van belang dat er een gladheidbestrijdingsplan bestaat, deze wordt aangekondigd en ter inzage gelegd. De communicatie/informatie naar de burgers waarin wordt gewaarschuwd voor de risico’s is eveneens van belang om de gevolgen van eventuele aansprakelijkheidstellingen te beperken/voorkomen.
Gladheidbestrijding omvat elementen van wegbeheer en verkeersveiligheid en heeft duidelijke raakvlakken met de aanpak van calamiteiten.
Als de aannemer samen met derde (DTN) de beslissing tot een gladheidbestrijdingsactie heeft genomen belt de gladheidcoördinator van de aannemer op zijn beurt alle medewerkers die zijn geconsigneerd. Hiermee is de strooiactie opgestart.
Routes, strooiunits, voertuigen en consignatieplanning zijn vooraf vastgesteld. De routes zijn zodanig vastgesteld dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat de weggebruiker van een gestrooid weggedeelte op een niet-gestrooid weggedeelte komt, strooiwagens in principe niet achteruit of tegen het verkeer in hoeven te rijden en de hoeveelheid zout voldoende is om de route in één rit te kunnen strooien.
De gemeente kan geconfronteerd worden met eisen tot schadevergoeding van burgers die zijn uitgegleden te voet, met de fiets, auto etc. De claimende partij is hierbij meestal van mening dat de gemeente te allen tijde aansprakelijk is voor de geleden schade, ongeacht de omstandigheden.
Er zijn twee artikelen uit Boek 6 van Burgerlijk Wetboek van belang:
Als de gladheid een ‘gebrek’ van het wegdek is in de zin van dit artikel, dan is de wegbeheerder op die grond aansprakelijk. De bewijslast ligt hier bij de benadeelde. Gesteld zou kunnen worden dat ijsafzetting of bevriezing van water op het wegdek niet de blijvende structuur van het wegdek zelf betreft en dus geen ‘gebrek’ van het wegdek is. Verder kan worden gesteld dat aan een weg die ten gevolge van vorst, ijzel en dergelijke glad is geworden niet dezelfde eisen kunnen worden gesteld als in de zomer.
Heeft de wegbeheerder naar behoren onderhoud aan de weg gepleegd?
Op basis hiervan zou de gemeente aansprakelijk gesteld kunnen worden voor schending van de zorgplicht. Derhalve dient beoordeeld te worden of tijdig, naar behoren en vermogen is gestrooid.
In artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek is een zogenaamde ‘tenzij’-clausule opgenomen.
Deze clausule wil zeggen dat, ook al was de wegbeheerder onmiddellijk bekend met het ontstaan van het ‘gebrek’ er geen sprake is van aansprakelijkheid indien het tijdsverloop tussen dit moment en het ontstaan van de schade geen ruimte bood om voorzorgsmaatregelen te treffen.
De gemeente kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade ten gevolge van gladheid op wegen indien zij kan aantonen dat in de gegeven omstandigheden de schade redelijkerwijs niet voor haar rekening kan worden gebracht. Het succes van dit verweer is afhankelijk van het algemene beleid dat de gemeente voert ten aanzien van de gladheidbestrijding.
Tot slot is de zinsnede ‘…in de gegeven omstandigheden…’ uit artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek van belang. Van de weggebruiker mag worden verwacht dat hij bij winterse omstandigheden met een grote mate van oplettendheid en voorzichtigheid aan het verkeer deelneemt dan wel dat hij zich bij extreme omstandigheden (ijzel) niet op de weg begeeft. In dit soort omstandigheden kan een wegbeheerder dan ook niet zonder meer aansprakelijk worden gesteld.
Samengevat komt het erop neer dat de gemeente niet aansprakelijk is als zij kan aantonen dat:
Voor de exacte strooilocaties (route 1 t/m 4) zie bijgevoegd kaartmateriaal.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-534992.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.