Besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend, Waterland en Wormerland tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Waterlands Archief (Tweede wijziging Gemeenschappelijke Regeling Waterlands Archief)

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend, Waterland en Wormerland,

 

gelezen het voorstel van de directeur van het Waterlands Archief van 28 maart 2024;

 

gelet op artikel 1, 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

 

overwegende dat met ingang van 1 juli 2022 de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd en deze regeling hierop aangepast dient te worden;

 

besluiten vast te stellen de volgende wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Waterlands Archief:

Artikel 1 Wijziging gemeenschappelijke regeling

De Gemeenschappelijke Regeling Waterlands Archief wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Na artikel 9 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

 

Artikel 9a Zienswijze op voorgenomen besluiten

 

Door het bestuur worden geen andere besluiten ter zienswijze aan de raden voorgelegd dan de besluiten van groot maatschappelijk belang, de besluiten met belangrijke beleidswijzigingen en/of van groot financieel belang, de wettelijk verplichte besluiten, de besluiten die in deze regeling worden genoemd en andere besluiten waarvan door het bestuur is bepaald dat die zich hiervoor lenen.

 

B.

 

In artikel 17, vierde lid, wordt ‘acht weken’ vervangen door ’twaalf weken’.

 

C.

 

In artikel 17, zevende lid, wordt ‘vóór 1 augustus’ vervangen door ‘vóór 15 september’.

 

D.

 

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

 

Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

 

  • 2.

    Een keer per kwartaal informeert het bestuur de raden over belangrijke ontwikkelingen (terugblik en naar de toekomst toe).

E.

 

De titel van Hoofdstuk 9 komt als volgt te luiden:

 

HOOFDSTUK 9 EVALUATIE, PARTICIPATIE, TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING REGELING

 

F.

 

Onder hoofdstuk 9 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

 

Artikel 31a Evaluatie

 

  • 1.

    Een evaluatie vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats en heeft pas doorgang als de evaluatie en het betreffende onderwerp met een meerderheid van stemmen, uitgebracht door de deelnemers, wordt aangenomen.

  • 2.

    Het uitgangspunt bij een evaluatie is dat deze plaats vindt voor de gemeenteraadsverkiezingen.

  • 3.

    De frequentie van de actieve informatieplicht en de zienswijzen over aangewezen besluiten maken in ieder geval onderdeel uit van een evaluatie.

  • 4.

    Het bestuur van de regeling zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen en, wanneer een stemverhouding ontbreekt, het stemmen daarover.

  • 5.

    Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt het bestuur zorg voor de uitvoering van de evaluatie.

  • 6.

    De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. De procesbeschrijving vermeldt ook of de evaluatie extra kosten voor de deelnemers tot gevolg heeft.

  • 7.

    Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt het bestuur deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven.

  • 8.

    De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daarop volgende evaluatieperiode.

Artikel 31b Participatie

 

Participatie vindt plaats via de reguliere inspraakmogelijkheden van de deelnemende gemeenten.

 

G.

 

Artikel 33 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 33 Uittreding

 

  • 1.

    Een deelnemer kan besluiten uit de regeling te treden.

  • 2.

    De procedure van uittreding begint zodra het bestuur het uittredingsbesluit van de deelnemer heeft ontvangen.

  • 3.

    De uittredingstermijn is drie jaar na het uittredingsbesluit. De feitelijke uittreding gaat in op 1 januari, nadat de uittredingstermijn van drie jaar is verstreken. Het bestuur kan van deze termijn afwijken.

  • 4.

    Uitgangspunt bij uittreding is dat de gevolgen voor rekening komen van de uittredende deelnemer. De gevolgen voor het vermogen bestaan in ieder geval uit personeelslasten en overige financiële lasten.

  • 5.

    Uitgangspunt is dat het personeel, dat toe te rekenen is aan de werkzaamheden voor de uittredende deelnemer, in dienst treedt van de uittredende deelnemer. Als dit niet mogelijk is dan komen de afvloeiingskosten voor rekening van de uittredende deelnemer.

  • 6.

    Onder overige financiële lasten als bedoeld in het vierde lid, wordt onder meer verstaan financiële, juridische, en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.

  • 7.

    Het bestuur geeft aan een onafhankelijke derde de opdracht om een impactanalyse op te stellen. Over deze opdracht heeft het bestuur overleg met de uittredende deelnemer.

  • 8.

    De kosten voor de impactanalyse zijn voor de uittredende deelnemer.

  • 9.

    Na de impactanalyse wordt een projectgroep samengesteld die het bestuur en de uittredende deelnemer op basis van de impactanalyse adviseert.

  • 10.

    De projectgroep bestaat in ieder geval uit:

    • -

      de financiële controllers van de uittredende deelnemer;

    • -

      de financiële controller van de dienst;

    • -

      een afgevaardigde van het bestuur;

    • -

      een afgevaardigde van de uittredende deelnemer.

  • 11.

    De uittreedsom is gelijk aan de afvloeiingskosten als bedoeld in lid vijf en de overige financiële lasten als bedoeld in lid zes.

  • 12.

    Het bestuur stelt de uittreedsom vast met in achtneming van het advies van de projectgroep.

  • 13.

    De uittreedsom kan door de uittredende deelnemer gespreid betaald worden gedurende een periode van drie jaar na vaststelling van de uittreedsom.

Artikel 2 Slotbepaling

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Tweede wijziging Gemeenschappelijke Regeling Waterlands Archief.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam in de collegevergadering van 16 juli 2024,

de secretaris,

H. van der Woude

de burgemeester,

L.J. Sievers

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Landsmeer in de collegevergadering van 16 juli 2024,

de secretaris,

P. Küppers

de burgemeester,

L.A. de Lange

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Purmerend in de collegevergadering van 6 augustus 2024,

de wnd. secretaris,

M. van der Weit

de burgemeester,

E. van Selm

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Waterland in de collegevergadering van 27 augustus 2024,

de secretaris,

E.G.H. Dijk

de burgemeester,

M.C. van der Weele

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Wormerland in de collegevergadering van 16 juli 2024,

de secretaris,

E. van der Linden

de burgemeester,

A.J. Michel-de Jong

Naar boven