Gemeenteblad van Vught
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Vught | Gemeenteblad 2024, 532535 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Vught | Gemeenteblad 2024, 532535 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Vught 2025
De raad van de gemeente Vught;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [29 oktober 2024];
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet;
overwegende dat het van belang is lokale democratische processen door participatie van inwoners te verrijken, de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Vught 2025
Hoofdstuk 2 Inwonersparticipatie
Artikel 3. Borging participatie Vught
Het college stelt voor de gemeente, ingezetenen en andere belanghebbenden een “Leidraad participatie” vast voor participatie bij initiatieven. In de Leidraad wordt aangegeven hoe passende participatie wordt toegepast. De keuze voor een passende participatie aanpak hangt samen met de impactmeting van het initiatief.
Artikel 4. Procedure participatie
De participatiedoelen zijn verbonden aan het inspraakniveau van de Tredes van Mee, zoals beschreven in het participatiebeleid van Vught: Samen Vught Maken. Er kan voor het niveau van participatie gekozen worden uit:
Een combinatie van deze niveaus is mogelijk binnen een participatietraject
Artikel 5. Zorgplicht participatieproces
Het verantwoordelijk bestuursorgaan draagt bij een participatieproces zorg voor:
Artikel 6. Terugkoppeling uitkomsten participatie
Binnen twee weken na afloop van een participatiemoment geeft het bestuursorgaan een terugkoppeling aan deelnemers in de vorm van een participatieverslag. Dit verslag bevat een weergave van de opgehaalde input tijdens een participatiemoment.
Artikel 7. Afronding participatie
Het eindverslag bevat in ieder geval:
een overzicht van de inbreng en meningen, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen bij de uitwerking van een beleidsvoorstel of een uitvoeringsplan. Indien op het moment van vaststelling van de afronding van de participatie nog niet op alle punten bekend is wat er gaat gebeuren met de inbreng, dan wordt aangegeven op welke termijn er een besluit genomen gaat worden.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en Slotbepalingen
Artikel 4 (Procedure participatie) van deze verordening is niet van toepassing op een proces voor beleid of een project waarvan de startdatum voor de datum van inwerkintreding van deze verordening ligt en dat al zo ver gevorderd is dat het maken van een participatieplan niet in redelijkheid kan worden gevraagd.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 december 2024.
de griffier,
M.M. Penders
de voorzitter,
R.J. van de Mortel
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Bij de omschrijving van participatie is aangesloten bij de tekst van de Wet versterking participatie op decentraal niveau.. Hierin is bepaald dat de raad een verordening vaststelt waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken. Het huidige artikel 150 van de Gemeentewet omvat inspraak bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; bij participatie wordt dit uitgebreid met uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid.
De omschrijving van participatiegerechtigden (ingezetenen en belanghebbenden) vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip belanghebbende is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb, zoals deze verordening.
Bij de omschrijving van het begrip uitdaagrecht is aangesloten bij de memorie van toelichting op het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau. Het uitdaagrecht berust bij ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen. In de begripsomschrijving is ‘lokale’ ter verduidelijking van de tekst van het ontwerpwetsvoorstel toegevoegd in aansluiting op de memorie van toelichting, waarin is toegelicht dat afhankelijk van de lokale omstandigheden het bijvoorbeeld kan gaan om lokale verenigingen of stichtingen, buurtcomités, woongroepen, vrijwilligersorganisaties, een maatschappelijke organisatie, sociale bedrijven zonder winstoogmerk of een georganiseerd collectief van inwoners die geen formele rechtsvorm hebben.
Onder uitdaagrecht wordt verstaan het beter en/of goedkoper uitvoeren van een gemeentelijke taak. Als een initiatiefnemer het voor dezelfde kosten beter kan of voor minder kosten gelijkwaardig aan de gemeente dan is deze taak ook onderwerp van het uitdaagrecht.
Artikel 2. Onderwerp van participatie
In het eerste lid is bepaald dat participatie altijd mogelijk is als een wettelijk voorschrift daartoe verplicht.
In het tweede lid is opgenomen wanneer geen participatie wordt verleend.
Sluit de mogelijkheid tot participatie uit als onderwerp specifiek gemeentelijke verordeningen of regelingen hierover al uitspraak doen.
Verplicht tot toelichting van de gemaakte keuzes
Artikel 3. Borging participatie Vught
Het participatiebeleid bevat de te volgen koers voor participatie in Vught. Meer toelichting op de gebruikte termen is te vinden in het participatiebeleid van de gemeente Vught dat gepubliceerd staat op onze participatiewebsite Externe link: Meedenken over Cromvoirt, Helvoirt en Vught | Wij in Vught.
De “Leidraad participatie” wordt vastgesteld om bij ieder participatie initiatief een passende aanpak te kiezen.
Raadpleeg hiervoor de Regeling Adviesrecht gemeenteraad, verplichte participatie en delegatie onder de Omgevingswet van de gemeente Vught op overheid.nl
Artikel 4. Procedure participatie
In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, voor zover in de verordening niet anders is bepaald. Hier is anders bepaald door de bepaling dat het bestuursorgaan bij de start van een participatieprocedure bekendmaakt hoe de participatie wordt vormgegeven.
Het college stelt de Startnotitie vast en neemt hier de aandachtspunten vanuit de gemeenteraad in mee. De startnotitie geeft op het gebied van participatie in ieder geval inzicht in de na te streven participatie doelstellingen, die gekoppeld zijn aan het inspraakniveau van de Tredes van Mee.
De Tredes van Mee geven inzicht in de inspraakmogelijkheden bij participatietrajecten in Vught en zijn beschreven in het participatiebeleid. Het is denkbaar dat een volledig participatietraject meerdere participatie niveaus bevat. Dit hangt samen met de participatie paradox, zoals beschreven in ons participatiebeleid.
In de vast te stellen participatieleidraad staat een impactmeting voor alle initiatieven om te bepalen welke mate van participatie gewenst is. In het geval van gemeentelijke initiatieven is hiervoor de Think app ook een passend middel.
Het bestuursorgaan heeft met het participatiebeleid “Samen Vught maken” een aantal zaken vastgelegd met betrekking tot de participatie. Om zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen, bevatten de subs a-h input waarmee rekening gehouden moet worden bij het opstellen van een participatieplan.
Kaders zijn bijvoorbeeld de inhoudelijke, financiële en procedurele kaders voor de participatie.
Artikel 5. Zorgplicht participatie
In lijn met het participatiebeleid van Vught “Samen Vught maken” zijn de subs a-g opgenomen om participatietrajecten in lijn te brengen met de “Beloftes van Vught”. Deze beloftes bevatten spelregels voor participatie in Vught.
Artikel 6. Terugkoppeling resultaten participatie
In lijn met het participatiebeleid van Vught “Samen Vught maken” deelt het bestuursorgaan binnen 2 weken het participatieverslag met participanten.
Artikel 7. Eindverslag participatie
Er is hier niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de Awb. In artikel 3:17 van de Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de procedure mondeling naar voren is gebracht.
Onder overzicht van de gevolgde participatieprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd, enz.
Het eindverslag dient een volledig overzicht te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke participatiereacties. In het eindverslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. De schriftelijke participatiereacties kunnen aan het eindverslag worden gehecht.
Als het sluitstuk van participatie wordt voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.
De bekendmaking van de resultaten van de participatieprocedure is uitermate belangrijk. Dit rondt de participatieprocedure daadwerkelijk af. Het ligt voor de hand om degenen die hebben geparticipeerd een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. Als het aantal participanten omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is belangrijk om aan het begin van de participatieprocedure al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen.
Artikel 8. Onderwerp van uitdaagrecht
In het tweede lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen taken besluit of het uitdaagrecht mogelijk is. Het zal hier meestal gaan om taken van burgemeester en wethouders als in de regel het verantwoordelijke bestuursorgaan voor de uitvoering van gemeentelijke taken (artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet).
In het derde lid is opgenomen voor welke taken het niet mogelijk is om de uitvoering van het gemeentebestuur over te nemen. Er kan ten aanzien van deze taken dus geen uitdaagrecht worden toegepast.
Onder lopende uitvoeringstrajecten vallen ook taken die al zijn aanbesteed of gecontracteerd.
Als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt of niet past binnen het aanbestedingsbeleid dan geldt dat in die gevallen aanbesteding is vereist.
Artikel 9. Procedure uitdaagrecht
Het in het eerste lid genoemde bestuursorgaan betreft uiteraard het bestuursorgaan dat de betreffende taken uitvoert. Meestal zijn dat burgemeester en wethouders en een verzoek om overname van hun taken dient dus bij hen te worden ingediend.
De maatschappelijke meerwaarde van het uitdaagrecht behoeft enige toelichting. Een uitdaging creëert ook zoiets als ‘maatschappelijke waarde’. Het Instituut Publieke Waarde laat zien dat je daarbij kunt kijken naar drie waarden: legitimiteit (‘hoe mag het en hoe verhoudt het zich tot de bestaande praktijk?’), rendement (‘wat levert het op en waar slaat de ‘winst’ neer?) en betrokkenheid (van, met en voor wie is het?’). Veel gemeenten hanteren deze waarden-driehoek bij het kijken naar maatschappelijke waarde.
Kwaliteitsborging bij de uitvoering en continuïteit van de kwalitatieve uitvoering zijn belangrijke toetsingscriteria bij het initiatief, dat een verplichting voor een langere periode bevat.
De mate van ondersteuning wordt in overleg tussen verzoeker en bestuursorgaan bepaald.
Artikel 10. Evaluatie en monitoring
De evaluatie van de werking van deze verordening in de praktijk is wenselijk. Daarom wordt de uitvoering van deze verordening eenmaal per 4 jaar geëvalueerd. Er wordt een verslag aan de raad verzonden.
Over de in het tweede lid genoemde gegevens verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie.
Op een vergevorderd participatietraject is deze verordening niet van toepassing. Bij een nieuwe deelfase in een participatietraject geldt deze verordening wel.
Artikel 12. Intrekken oude regeling
Met deze bepaling wordt het bestaande participatiebeleid ingetrokken. Er wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de Verordening participatie en uitdaagrecht in werking treedt (zie artikel 13)
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-532535.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.