Samen voor een duurzaam Aa en Hunze!

Voorwoord

Als gemeente hebben wij een grote opgave in het verduurzamen van Aa en Hunze. Hoe houden we in de toekomst onze huizen warm? Wat gaan we doen om onze leefomgeving te beschermen? Wat doen we met ons afval en hoe beschermen we de balans tussen natuur en ons eigen handelen?

Tijden van verandering vragen om een visie op de lange termijn. Tijd om de duurzaamheidsvisie te actualiseren. In deze visie leest u wat wij in Aa en Hunze belangrijk vinden, hoe wij hiermee omgaan en wat de uitdagingen zijn.

 

Duurzaamheid is een breed begrip en het heeft betrekking op veel onderwerpen. In deze duurzaamheidsvisie hebben we gekozen voor zes inhoudelijke thema’s. Daarnaast besteden we aandacht aan participatie en communicatie, want we kunnen het niet alleen.

 

Wij betrekken onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij de uitvoering, zodat iedereen kan meedoen en meeprofiteren van de kansen die verduurzaming biedt.

 

Alleen samen kunnen we de ambities halen!

 

Kiena ten Brink

weThoudeR duuRzAAMheid

 

1. Inleiding

Hoe houden we in de toekomst onze huizen warm? Wat gaan we doen om onze leef­ omgeving te beschermen?

 

Wat doen we met ons afval en hoe beschermen we de balans tussen natuur en ons eigen handelen?

 

Grote vragen die ook lokaal van belang zijn om te stellen. De duurzaamheidsvisie biedt antwoord op de vraag: wat vinden wij lokaal belangrijk als het gaat om duurzaamheid in de gemeente Aa en Hunze?

 

“Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen.”

 

Deze definitie blijft behouden voor deze duurzaamheidsvisie.

 

Duurzaamheid kent veel definities. De vorige duurzaamheidsvisie stamt uit 2017. In de vorige duurzaamheidsvisie is duurzaamheid gedefinieerd als volgt:

Waarom een actuele duurzaamheidsvisie?

Sinds de laatste vaststelling van de duurzaamheidsvisie gebeurde er veel internationaal, landelijk en regionaal.

 

De gemeente Aa en Hunze is een gemeente met een eigen karakter en dat betekent dat we inzetten op waar we goed in zijn. Dat betekent ook dat grote uitdagingen zoals het blijven verwarmen van onze huizen zonder aardgas of het droog houden van onze voeten bij hevige regenval hier andere oplossingen vergt dan in andere delen van het land. Dat komt doordat we minder dicht op elkaar wonen, minder verstedelijking hebben en ook andere dingen belangrijk vinden dan in bijvoorbeeld grote steden.

 

De duurzaamheidsakkoorden en besluiten op internationaal, landelijk en regionaal vlak hebben echter wel direct invloed op Aa en Hunze. Daarom moeten we onze eigen visie actualiseren op duurzaamheid. Want er is sinds de laatste visie veel gebeurd.

 

De wereld verandert in rap tempo. Een volledige duurzaamheidstransitie is begonnen en dit brengt allerlei uitdagingen met zich mee. Uitdagingen die vragen om adequate en lokale oplossingen. Dit vraagt om een duidelijk beeld van deze uitdagingen voor nu en in de toekomst.

 

Deze duurzaamheidsvisie is daarom van meerwaarde omdat het een integrale blik biedt op de uitdagingen van nu en in de toekomst.

Duurzaamheid in zes thema’s

Deze duurzaamheidsvisie biedt een integrale blik op alles wat duurzaam­heid raakt en zet dit uiteen in zes thema’s. Deze zes thema’s kennen hun eigen uitdagingen, maar ook hun eigen oplossingen.

 

De zes thema’s:

  • Grootschalige opwek van duurzame energie

  • De warmtetransitie

  • Duurzame mobiliteit

  • Een circulaire economie

  • Klimaatadaptatie

  • Biodiversiteit

 

Bij elk thema bespreken we drie onderdelen:

 

WAT SPEELT ER?

De gemeente Aa en Hunze heeft een eigen karakter. Dat betekent dat duurzaamheidsopgaven voor ons lokaal anders zijn dan in andere delen van Nederland.

 

WAT DOEN WE AL?

Duurzaamheid is geen nieuw onderwerp. De gemeente doet op alle thema’s al veel.

 

WAT IS ONZE LOKALE AMBITIE?

Internationaal, landelijk en regionaal zijn allerlei akkoorden en besluiten genomen die ook invloed hebben op de gemeente Aa en Hunze, maar wat is eigenlijk onze lokale ambitie? We zetten dit per thema uiteen.

De opgave en een afwegingskader

De uitvoering van de thema’s en lokale ambities vragen om een afwegingskader. Hoe zorgen we er in de gemeente Aa en Hunze voor dat nieuwe uitvoerings­ plannen per thema passen binnen wat we lokaal belangrijk vinden? Een afwegingskader geeft daarbij houvast.

Per thema passen we participatie toe

De uitvoering van de zes verschillende thema’s vraagt om direct contact met inwoners en ondernemers over de invulling ervan. Inwoners en ondernemers denken, doen en praten mee over tastbare oplossingen voor een duurzame toekomst.

De visie als document

Met dit document leggen we vast wat we in Aa en Hunze belangrijk vinden en wat onze lokale ambitie daarbij is voor de komende periode.

 

Op de volgende pagina staat een overzicht van de ambities en doelstellingen uit het landelijk klimaat­ akkoord uit 2019. Dit klimaatakkoord is het Nederlandse antwoord op het akkoord van Parijs uit 2015.

 

2. Zes thema’s voor de lange termijn

In dit hoofdstuk beschrijven we de zes thema’s die belangrijk zijn in de gemeente

 

De 6 thema’s voor de lange termijn:

 

Aa en Hunze.

  • Grootschalige opwek van duurzame energie, zodat al onze energie hernieuwbaar wordt en we niet meer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen.

  • De warmtetransitie, is gericht op de beperking van klimaatverandering door de overstap naar hernieuwbare energie om warmte op te wekken. Bewustwording, inzicht, energiebesparing en isolatie zijn belangrijke ingrediënten voor een efficiënte en betaalbare warmtetransitie als onderdeel van de energietransitie

  • Duurzame mobiliteit, zodat we ons nu en in de toekomst goed kunnen verplaatsen.

  • Een circulaire economie, zodat we van afval naar grondstoffen gaan.

  • Klimaatadaptatie, zodat we over­ stromingsrisico’s en hittestress verkleinen en zoveel mogelijk water vasthouden in droge periodes.

  • Biodiversiteit, voor het behoud van ons ecosysteem met bijbehorende flora en fauna.

Op de volgende pagina’s wordt per thema toegelicht wat er speelt, wat we al doen en wat onze lokale ambitie op dit onderwerp is.

Visuele weergave van de thema’s

In onderstaande afbeelding worden de verschillende thema’s visueel weergegeven. In de buitenste schil staan communicatie en participatie, omdat deze van toepassing zijn op alle thema’s. De paarse stippen geven aan dat de thema’s ook spelen binnen onze eigen organisatie. De bruine stippen geven aan welke thema’s er spelen bij de verduurzaming van het MKB.

 

Grootschalige opwek van duurzame energie

WAT SPEELT ER?

De energietransitie brengt veel veranderingen met zich mee. De grootschalige opwek van duurzame energie moet acceptabel zijn voor de inwoners van Aa en Hunze. Inwoners willen zoveel mogelijk meedoen en meeprofiteren met de kansen die de transitie met zich meebrengt.

 

Daarom willen we lokale initiatieven zoals die van energiecoöperaties stimuleren en een impuls geven. Lokale gemeenschappen moeten zoveel mogelijk profiteren van de opbrengsten van lokale initiatieven.

 

De Regionale Energie Strategie (RES)

De Regionale Energie Strategie Drenthe (RES Drenthe) is een samenwerkingsverband van de Drentse overheden, bestaande uit de provincie, 12 gemeenten en 4 waterschappen. Zij werken binnen de RES Drenthe samen met (maatschappelijk) partners en netbeheerders. Binnen de RES worden afspraken gemaakt over de hoeveelheid grootschalige hernieuwbare elektriciteitsopwekking (uit zon en wind) in Drenthe in 2030 en hoe warmtebronnen het beste kunnen worden verdeeld en benut.

 

Netcongestie

In Nederland zit het elektriciteitsnetwerk steeds voller. Ook in Drenthe hebben we te maken met netcongestie. Het gevolg daarvan is dat niet iedereen meer stroom kan afnemen of terugleveren. We kunnen op een punt komen te staan waarop we keuzes moeten maken: wat krijgt de voorkeur? Een grootverbruik aansluiting voor de industrie of een nieuwbouwwijk?

 

WAT DOEN WE AL?

De oude werkwijze voor uitbreiding van het elektriciteits­ netwerk volstaat niet meer. Landelijk wordt hard gewerkt aan versnellen van uitbreiding van het elektriciteits­ netwerk en het slim benutten van de bestaande energie­infrastructuur. Tegelijkertijd zullen keuzes nodig blijven. Dit vraagt om een nieuwe aanpak voor pro­ grammeren en prioriteren van de energie­infrastructuur. Deze aanpak staat in het Drentse Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK).

 

In het pMIEK 1.0 (2023) stelden we vast dat nieuwbouwwijken de voorkeur krijgen boven grootverbruikaansluitingen van nieuwe bedrijven. Ook in nieuwe versies van de pMIEK zullen we de afweging maken wat zwaarder weegt: nieuwbouw of het aan­ sluiten van nieuwe bedrijven.

In 2025 wordt het pMIEK 2.0 opgeleverd. Dit betekent dat het proces van integraal programmeren in Drenthe door blijft gaan.

 

Voor de opwerk van duurzame energie door wind­ turbines en zonnepanelen, hebben we beleid opgesteld voor de ashoogte van windturbines bij agrarische bedrijven. Ook wordt gewerkt met een beleidskader zon, zodat onze inwoners weten waar ze aan toe zijn.

 

Daarnaast hebben we ambities geformuleerd op het gebied van de te produceren hoeveelheid duurzame energie door de inzet van windturbines, zonnepanelen op daken en zonnepanelen op land. Deze staan beschreven in de Regionale Energie Strategie (RES).

 

WAT IS ONZE LOKALE AMBITIE?

  • Netcongestie: mocht de keuze nodig zijn dan krijgen aansluitingen voor nieuwbouwwijken de voorkeur boven bedrijven en industrie.

  • Opwek hernieuwbare elektriciteit, vastgesteld in de RES:

  • Wind: 0.213 terrawattuur

  • Zon op land: 0,064 terrawattuur

  • Zon op dak: 0,058 terrawattuur

Juni, 2023 | Voortgang Regionale Energie Strategie (RES) in de gemeente Aa en Hunze

Warmtetransitie

WAT SPEELT ER?

Ongeveer 70­80 procent van het energieverbruik in woningen gaat op aan ruimteverwarming en warm water. Als het gaat om het gebruik van aardgas, als fossiele niet­duurzame manier van verwarmen, om te zetten in duurzame manieren van verwarmen, spreken we over een warmtetransitie.

 

De warmtetransitie is daarmee een essentieel onderdeel van de gehele energietransitie. De warmtetransitie is in volle gang en we moeten zorgen dat iedereen mee kan doen. Dat betekent dat een warm huis voor iedereen bereikbaar blijft.

 

Uiteindelijk gaan we allemaal over van fossiele energie naar duurzame hernieuwbare energie. Daarin heeft een ieder van ons dus wat te doen. Om dat proces in goede banen te leiden, is voor gemeenten de belangrijke rol weggelegd van regisseur voor de gebouwde omgeving. In Aa en Hunze kiezen we ervoor om op natuurlijke momenten de overstap te maken naar aardgasloos wonen. En die momenten bevinden zich voor alle inwoners op verschillende momenten. De basis voor de inzet op de warmtetransitie is dat huishoudens en bedrijven inzetten op energiebesparing en isolatie van gebouwen. Hoe kleiner de warmtevraag, hoe lager de energielasten en vraag naar hernieuwbare energie.

 

Verduurzaming maatschappelijk vastgoed

Naast woningen zullen ook de gebouwen in eigendom van de gemeente, dorpshuizen en al het andere maatschappelijk vastgoed in de gemeente verduurzaamd moeten worden. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten hun eigen vastgoed voor 2030 verduurzamen door reductie van 49% (ten opzichte van 1990) van de CO2­uitstoot en te starten met het aardgasvrij maken van gebouwen. In 2050 moet de reductie 95% zijn.

 

Maatschappelijke instellingen kunnen voor de verduurzaming van hun gebouwen gebruik maken van het Ontzorgingsprogramma Maatschappelijk Vastgoed van de Provincie Drenthe.

 

WAT DOEN WE AL?

De warmtetransitie kent veel lokale uitdagingen. In de Transitievisie Warmte (2022) is onze visie op het aardgasvrij maken van onze gebouwen vastgelegd.

Op basis van de Transitievisie Warmte is het Uitvoeringsplan Transitievisie Warmte (2023) opgesteld.

 

We werken in de gemeente Aa en Hunze al drie jaar succesvol met tien vrijwillige energiecoaches om inwoners te helpen met bewustwording en inzicht. Wat de eerste stap is richting het nemen van maatregelen in de warmte­ en energietransitie.

 

Dit uitvoeringsplan kent vier actielijnen:

  • 1.

    Stimuleren en verduurzamen op natuurlijke momenten, want wij respecteren de verschillende woon­ en leefsituaties van inwoners;

 

  • 2.

    Het faciliteren, stimuleren en verster­ ken van lokale energie­initiatieven, want zij vormen de basis voor een aanpak van onderop;

 

  • 3.

    Gebiedsgerichte aanpak, want het is een collectieve en integrale uitdaging op meerdere thema’s;

 

  • 4.

    Sociale energie aanpak, want inwoners kunnen het niet alleen.

 

We hebben een Uitvoeringsregeling lokale energie-initiatieven (2024) om lokale energie­initiatieven te ondersteunen in het nemen van stappen om aan de slag te gaan met de energietransitie.

 

De komende jaren willen we in samenwerking met lokale initiatieven komen tot meerdere wijk­ of dorpsuitvoerings­plannen die richting geven aan de warmtetransitie van de dorpen.

 

In de sociale energieaanpak wordt samengewerkt met woningcorporaties en huurdersverenigingen om ook huurders te kunnen betrekken in de warmtetransitie.

Daarnaast komen én zijn er diverse (financiële) regelingen, die bedoeld zijn om de warmte­ en energietransitie bereikbaar en betaalbaar te maken en te houden voor iedereen.

 

Op het gebied van maatschappelijk vastgoed stellen we de komende tijd een portefeuilleroutekaart vast. Dit is een routekaart voor het maatschappelijk vastgoed om te voldoen aan de landelijke normen op het gebied van utiliteitsbouw.

 

WAT IS ONZE LOKALE AMBITIE?

  • Een besparing van minimaal 20% op het aardgasgebruik in 2030.

  • De gebouwde woonomgeving is in 2040 fossielvrij en energieneutraal.

  • Als regisseur, aanjager, facilitator en partner werken we samen met en bieden we ondersteuning aan inwoners, energie­initiatieven, bedrijven, woningcorporaties, huurdersverenigingen en de netwerkbeheerder bij de energie­ en warmtetransitie.

  • Jaarlijks opstarten van één à twee nieuwe dorps­ of wijkuitvoeringsplannen/ gebiedsgerichte aanpakken op basis van dorpsinitiatieven.

  • Een solide sociale energieaanpak die structureel bijdraagt aan de bereikbaarheid en betaalbaarheid van de warmtetransitie.

  • Er wordt een start gemaakt met het aardgas­ vrij maken van gebouwen in eigendom van de gemeente. In 2030 is de CO2 uitstoot van deze gebouwen 49% minder ten opzichte van 1990.

Duurzame mobiliteit

WAT SPEELT ER?

Duurzame mobiliteit betekent dat we manieren vinden om ons te verplaatsen die goed zijn voor nu en de toekomst. Het gaat over alle manieren van verplaatsen, inclusief de voertuigen en wegen die we daarvoor gebruiken. Bij duurzame mobiliteit houden we rekening met sociale, economische en milieu kwesties.

 

Nu richt duurzame mobiliteit zich vooral op het verminderen van de schade aan het milieu. Auto’s, vrachtwagens en andere vervoersmiddelen stoten broeikasgassen en schadelijke stoffen uit, wat slecht is voor onze leefomgeving.

 

Naast het milieu worden ook sociale en economische kwesties steeds belangrijker. Iedereen moet, ongeacht leeftijd, fysieke mogelijkheden, inkomen of waar ze wonen, zich nu en in de toekomst gemakkelijk kunnen verplaatsen.

 

De gemeente Aa en Hunze is een plattelandsgemeente met een hoog autobezit per persoon. Mensen moeten vaak langere afstanden afleggen naar voorzieningen in vergelijking met stedelijke gebieden. Dat brengt specifieke uitdagingen met zich mee.

 

WAT DOEN WE AL?

Duurzame mobiliteit is nog vrij nieuw. Dus we leren volop. We werken samen met provincies, gemeenten en andere organisaties. We nemen deel aan werkgroepen waarin nieuwe ontwikkelingen, kansen en kwesties worden uitgewerkt. Onderwerpen als duurzame logistiek, grond­ weg en waterbouw en landbouw houden we ook in de gaten. Want daar wordt duurzaamheid ook steeds belangrijker.

 

Net als veel andere overheden, gebruiken we drie belangrijke principes: verminderen, veranderen en verschonen. Verminderen: onze uitstoot wordt minder als we de reisafstand verkleinen of weghalen. Een voorbeeld hiervan is thuiswerken. Veranderen: onze uitstoot wordt minder als we een duurzamer vervoersmiddel kiezen. Voorbeelden zijn carpoolen, het openbaar vervoer en deelauto’s. Of pak de fiets in plaats van de auto. Verschonen: onze uitstoot wordt minder als we het vervoersmiddel en brandstof verschonen. Voorbeelden zijn voertuigen die werken op elektriciteit, waterstof of biologische brandstoffen.

 

Het is onzeker wat de toekomst gaat brengen. Door nieuwe technologie, regels en bezorgdheid over het milieu, worden andere vervoersmiddelen dan de auto steeds belangrijker. Lopen, fietsen, deelmobiliteit en het openbaar vervoer, worden een steeds beter alternatief. Daar zetten we nu en in de toekomst op in. We stimuleren, pakken kansen en nemen een actieve rol. Aandachtspunten zijn de inrichting van de openbare ruimte en de lange afstanden in onze gemeente.

 

Gemeente Aa en Hunze wil de overgang naar elektrisch rijden goed faciliteren. We hebben de Visie Elektrische Laadpalen 2022 – 2026 opgesteld. Hiermee sturen we de komende jaren de ontwikkeling van een compleet, toegankelijk, betaalbaar en veilig netwerk van laadpunten voor alle elektrische voertuigen.

 

Bij de visie hoort ook een leidraad. De visie en leidraad gaan we richting 2026 actualiseren, zodat we ook de jaren daarop ermee kunnen werken. Aa en Hunze is verder betrokken bij de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). We horen bij Samenwerkingsregio Noord.

 

Samen met Provincie Drenthe en de elf andere Drentse gemeenten is er in 2021 een Regionaal Mobiliteitsplan (RMP) opgesteld. Dat plan laat zien hoe we als regio werken aan duurzame mobiliteit.

 

Als laatst zijn we bezig met het maken van een Mobiliteitsplan (2024) voor onze gemeente. Dat plan is de leidraad voor het mobiliteitsbeleid voor nu en de toekomst. Na het Mobiliteitsplan wordt er een agenda en programma opgesteld waarin we aangeven welke werkzaamheden we de komende jaren gaan doen.

Duurzame mobiliteit krijgt ook een plek in het plan, de agenda en het programma.

 

WAT IS ONZE LOKALE AMBITIE?

  • Het terugdringen van uitstootgassen door het stimuleren van fietsen, openbaar en gedeeld vervoer.

  • De ontwikkeling van een dekkend, toegankelijk, betaalbaar en veilig netwerk van laadinfrastructuur voor alle elektrische voertuigen.

  • Wij geven als organisatie het goede voorbeeld en streven naar een CO2 neutraal wagenpark.

Circulaire economie

WAT SPEELT ER?

Het gebruik van producten en grondstoffen heeft effect op het klimaat en biodiversiteit en zorgt voor vervuiling. Tegelijkertijd dreigen voorraden van cruciale producten en grondstoffen op te raken.

 

Afgedankte producten belanden vaak in de verbrandingsoven. Zonde, want kostbare grondstoffen gaan hierbij verloren.

 

In een circulaire economie bestaat afval niet meer. Producten en materialen worden hergebruikt en grondstoffen behouden hun waarde. Een efficiënter en langer gebruik van grondstoffen vermindert de uitstoot van broeikasgassen en zorgt ook voor minder afhankelijkheid van andere landen.

 

Circulair bouwen

Circulair bouwen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij de principes van circulariteit in de bouw worden toegepast. Een gebouw is circulair als bij de bouw en het beheer voorraden in een gesloten kringloop worden gehouden, zonder schadelijke emissies naar lucht, water en bodem.

 

Biobased bouwen:

Biobased bouwen is een vorm van circulair bouwen, waarbij je gebruik maakt van duurzame grondstoffen die steeds weer opnieuw aangroeien.

 

Biobased bouwmaterialen zijn bouwmaterialen die zijn gemaakt van dierlijk materiaal, van schimmels, planten, of bacterien die ecologisch verantwoord geteeld, geoogst, gebruikt en hergebruikt worden (bron: College van Rijksadviseurs, een nieuwe bouwcultuur).

 

Deze biobased materialen zijn:

  • 1.

    afkomstig van een regeneratieve teelt die de ecologisch gezonde condities van de oogstlocatie waarborgt, nu en later;

 

  • 2.

    gemaakt zijn van grondstoffen uit de levende natuur die na een oogst terug groeien binnen 100 jaar;

 

  • 3.

    geen abiotische grondstoffen uit geo­ logische formaties, zoals zand en klei;

 

  • 4.

    later herbruikbaar als grondstof in een nieuw bouwmateriaal of in de natuur.

 

Circulair inkopen

Circulair inkopen is het inzetten van het inkoop­ instrument om productie en (her)gebruik van circulaire producten en diensten te stimuleren en daarmee het aanjagen van de circulaire economie.

 

WAT DOEN WE AL?

In het afvalstoffenbeleidsplan 2023­2027 staan doelstellingen om in 2027 het afval per persoon te verlagen naar 100 kg en de afvalscheiding te verhogen naar

80 procent.

 

We stellen kaders op voor circulair inkopen en proberen ervaring op te doen met initiatieven die circulair bouwen.

 

WAT IS ONZE LOKALE AMBITIE?

  • In 2027 hebben we het afval verlaagd naar 100 kg per persoon en de afvalscheiding verhoogd naar 80%.

  • Van afval naar grondstof: volledig hoogwaardig hergebruik in 2050.

  • In 2030 hebben wij binnen de gemeente ruime ervaring opgedaan met het circulair bouwen.

  • In 2030 staat circulaire inkoop centraal bij aankopen van werk of diensten door de gemeente.

Klimaatadaptatie

WAT SPEELT ER?

De gemiddelde jaarlijkse neerslag in het oosten van Nederland is in de periode tussen 1910 en nu met 10 ­25% toegenomen. Daarnaast is de verdeling van de neerslag over het jaar anders geworden. Het aantal dagen met een heftige regenval van meer dan 20 millimeter. per dag is met een factor 2,5 toegenomen met pieken tot boven 100 millimeter per dag.

 

 

Omdat de inrichting van de fysieke ruimte en het watersysteem hier niet op berekend is, zorgt dit in toenemende mate voor periodieke wateroverlast, waterschade, bodemdaling, droogte­ en hitteproblemen.

 

Dit beïnvloedt de kwaliteit van onze leefomgeving qua veiligheid en leefbaarheid nu zodanig dat het noodzakelijk is geworden om ons aan te passen aan de nieuwe omstandigheden door klimaatadaptatie.

 

Op het niveau van de gebouwde omgeving is klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen interessant. Niet alleen voor de biodiversiteit maar ook voor het opvangen van wateroverlast en het bestrijden van droogte­ en hitteproblemen.

 

De thema’s voor een groene klimaatadaptieve omgeving:

  • -

    Biodiversiteit en natuurinclusiviteit

  • -

    Droogte

  • -

    Bodemdaling

  • -

    Hitte

  • -

    Gevolgbeperking overstromingen

  • -

    Wateroverlast

 

WAT DOEN WE AL?

Ook in Aa en Hunze moeten we de fysieke ruimte en watersystemen inrichten en vormgeven zodat de nadelige effecten van klimaatverandering opgevangen kunnen worden in 2050. Een Lokale Adaptatie Strategie (LAS) helpt daarbij.

 

Een LAS zal zich richten op het voorkomen en beperken van wateroverlast, overstromingen, hittestress, bodemdaling en droogte in zowel de bebouwde omgeving als in het landelijk gebied. Vanuit deze klimaateffecten wordt een verbinding gelegd met tal van onderwerpen als: woningbouw, water, gezondheid, infrastructuur en veiligheid.

 

Door bij de lokale aanpak voor adaptatie ook andere maatschappelijke opgaven te betrekken ontstaat er meer samenhang en zullen maatregelen effectiever en efficiënter worden.

 

WAT IS ONZE LOKALE AMBITIE?

  • In 2050 heeft de gemeente een klimaatbestendige ruimtelijke ordening, ­ watersysteem en ­vitale en kwetsbare functies.

  • We gaan als gemeente meer communiceren over het belang van klimaatadaptatie.

  • In 2030 zijn de gronden rondom het gemeentelijk vastgoed en openbaar groen van de gemeente klimaat adaptief en natuurlijk ingericht.

  • Bij woningbouw wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie.

Biodiversiteit

WAT SPEELT ER?

Biodiversiteit en duurzame soortenbescherming zijn van groot belang voor een groene gemeente zoals Aa en Hunze. Als we de biodiversiteit beschermen, beschermen we ook de natuur, het groen en behouden we de kwaliteiten van het landschap.

 

De gemeente Aa en Hunze heeft veel natuur en groen. Onder andere klimaatverandering zorgt voor extra druk op het ecosysteem. Bij het beheer van onze natuur en ons groen wordt steeds vaker gezocht naar duurzame oplossingen die de biodiversiteit beschermen en vergroten.

 

Invasieve exoten en natuurlijke bestrijding

Vanuit de EU is de gemeente Aa en Hunze verplicht om reuzenberenklauw en eikenprocessierups te bestrijden, omdat deze soorten op de Unielijst staan. Japanse duizendknoop staat niet op deze lijst. Hoewel bestrijding voor deze soort niet verplicht is, is voor de begroting 2024 bepaald dat vanwege de buitenproportionele overlast Japanse duizendknoop beheersbaar gehouden moet worden en waar mogelijk moet worden bestreden.

 

De warmtetransitie, soortbescherming en natuurinclusief isoleren

De warmtetransitie omvat voor een groot deel isoleren. Willen we met z’n allen dus alle woningen goed isoleren dan is dat een flinke opgave. Alleen moeten we dit wel natuurinclusief doen volgens de Omgevingswet. Dat betekent dat we wijken zo inrichten dat ook dieren en insecten daar goed kunnen leven en dat we door te isoleren niet onnodig beschermde diersoorten in gevaar brengen.

 

Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet een initiatiefnemer vooraf onderzoek doen naar het voorkomen van beschermde soorten. Dat bepaalt de Omgevingswet.

Als gevolg daarvan worden heel veel kleine ecologische onderzoeken uitgevoerd. Die onderzoeken moeten voorkomen dat beschermde soorten in een plangebied worden verstoord of gedood, en de wet wordt overtreden.

 

In plaats van al die kleine onderzoeken, kan ook op voorhand één onderzoek voor een groot gebied worden gedaan: een gebiedsbreed onderzoek. Denk aan de hele bebouwde kom, een bepaalde wijk of juist het buitengebied. Ecologen brengen in beeld waar beschermde soorten voorkomen en wat het belang van het gebied is voor die soorten. Binnen de bebouwde kom gaat het vaak om huismus, gierzwaluw en vleermuizen.

 

Dat onderzoek is de basis voor een soortenmanagementplan (SMP).

 

WAT DOEN WE AL?

Ecologisch bermbeheer

Sinds 2018 wordt er in een klein deel van de gemeente aan ecologisch bermbeheer gedaan. Het doel is het verbeteren van het leefgebied voor streekeigen planten en dieren.

 

Van 2018 tot 2023 is binnen Aa en Hunze een proef uitgevoerd met ecologisch bermbeheer. De resultaten van deze proef laten zien dat ecologisch bermbeheer positief effect heeft op de plantensamenstelling in de bermen.

 

Ontwikkelen van een soortenmanagementplan

De provincie Drenthe doet onderzoek naar de mogelijkheid om per gemeente een soortenmanagementplan (2024) te laten opstellen. In een SMP staan maatregelen, gedragsregels en afspraken beschreven die ruimtelijke ontwikkeling, beheer en bescherming van betreffende soorten mogelijk maken. Met een SMP

kan op deze manier een algemene ontheffing worden verkregen en overtreding van de Omgevingswet worden voorkomen. Zo hoeft ook niet meer per vergunnings- of subsidieaanvraag een aparte ecologische onderbouwing worden opgenomen.

 

Een soortenmanagementplan is een gemeente­breed ecologisch onderzoek en biodiversiteitsplan dat kan leiden tot één gebiedsontheffing voor de duur van tien jaar. Het vereenvoudigt de wettelijke vereisten voor gemeenten, woningcorporaties en particulieren.

 

Daarmee vermindert het tevens de regeldruk en wordt bespaard op proceskosten.

 

WAT IS ONZE LOKALE AMBITIE?

  • We gaan als gemeente meer communiceren over het belang van biodiversiteit.

  • We gaan door met duurzame oplossingen om de biodiversiteit in onze gemeente te vergroten.

  • In 2030 zijn de gronden rondom het gemeentelijk vastgoed en openbaar groen van de gemeente klimaat adaptief en natuurlijk ingericht.

  • Bij woningbouw wordt rekening gehouden met natuurinclusieve maatregelen, zoals groene daken, groene gevels en nestkasten.

3. De lokale opgave en het afwegingskader

 

Grootschalige opwek van duurzame energie

  • Netcongestie: mocht de keuze nodig zijn dan krijgen aansluitingen voor nieuwbouwwijken de voorkeur boven bedrijven en industrie.

  • Opwek hernieuwbare elektriciteit, vastgesteld in de RES: Wind: 0.213 TWh, Zon op land: 0,064 TWh, Zon op dak: 0,058 TWh

Warmtetransitie

  • Een besparing van minimaal 20% op het aardgasgebruik in 2030.

  • De gebouwde woonomgeving is in 2040 fossielvrij en energieneutraal.

  • Als regisseur, aanjager, facilitator en partner werken we samen met en bieden we ondersteuning aan inwoners, energie­initiatieven, bedrijven, woningcorporaties, huurdersverenigingen en de netwerkbeheerder bij de energie­ en warmtetransitie.

  • Jaarlijks opstarten van één à twee nieuwe dorps­ of wijkuitvoeringsplannen/ gebiedsgerichte aanpakken op basis van dorpsinitiatieven.

  • Een solide sociale energieaanpak die structureel bijdraagt aan de bereikbaarheid en betaal­ baarheid van de warmtetransitie.

  • Er wordt een start gemaakt met het aardgasvrij maken van gebouwen in eigendom van de gemeente. In 2030 is de CO2 uitstoot van deze gebouwen 49% minder ten opzichte van 1990.

Duurzame mobiliteit

  • Het terugdringen van uitstootgassen door het stimuleren van fietsen, openbaar en gedeeld vervoer.

  • De ontwikkeling van een dekkend, toegankelijk, betaalbaar en veilig netwerk van laadinfrastructuur voor alle elektrische voertuigen.

  • Wij geven als organisatie het goede voorbeeld en streven naar een CO2 neutraal wagenpark.

Circulaire economie

  • In 2027 hebben we het afval verlaagd naar 100 kg per persoon en de afvalscheiding verhoogd

  • naar 80%.

  • Van afval naar grondstof: volledig hoogwaardig hergebruik in 2050.

  • In 2030 hebben wij binnen de gemeente ruime ervaring opgedaan met het circulair bouwen.

  • In 2030 staat circulaire inkoop centraal bij aankopen van werk of diensten door de gemeente.

Klimaatadaptatie

  • In 2050 heeft de gemeente een klimaatbestendige ruimtelijke ordening, ­ watersysteem en ­vitale en kwetsbare functies.

  • We gaan als gemeente meer communiceren over het belang van klimaatadaptatie.

  • In 2030 zijn de gronden rondom het gemeentelijk vastgoed en openbaar groen van de gemeente klimaat adaptief en natuurlijk ingericht.

  • Bij woningbouw wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie.

Biodiversiteit

  • We gaan als gemeente meer communiceren over het belang van biodiversiteit.

  • We gaan door met duurzame oplossingen om de biodiversiteit in onze gemeente te vergroten.

  • In 2030 zijn de gronden rondom het gemeentelijk vastgoed en openbaar groen van de gemeente klimaat adaptief en natuurlijk ingericht.

  • Bij woningbouw wordt rekening gehouden met natuurinclusieve maatregelen, zoals groene daken, groene gevels en nestkasten.

 

Afwegingskader voor de gemeente Aa en Hunze voor de toekomst: keuzes maken voor een nieuwe generatie

We kijken bij nieuwe opgaven niet alleen naar wat het economisch kost, maar ook wat het oplevert voor gehele leefomgeving. We beoordelen anders dan voorheen initiatieven niet alleen op economische winst, maar we vinden het ook belangrijk dat het initiatief bijdraagt aan het behalen van de duurzaamheidsopgave.

 

We maken onze keuzes kort gezegd dus niet op basis van wetten en winstbejag, maar denken mee met initiatiefnemers over duurzame oplossingen voor nu en voor de nieuwe generatie. Als we staan voor onze lokale ambitie, moeten we ook zorgen dat duurzaamheid deel is van alles wat we uitdragen en doen. Zowel in kleine besluiten als in grote instrumenten zoals een omgevingsvisie.

 

De inhoud van deze duurzaamheidsvisie is hoog­over. De uitvoering per onderwerp wordt verder uitgewerkt in diverse beleidsstukken. In deze beleidsstukken wordt verder ingegaan op de afwegingskaders die relevant zijn per onderwerp.

 

Eigen organisatie

Als gemeente hebben we een voorbeeldfunctie. De gemeentelijke organisatie verduurzaamt ook, van de kantoren tot het wagenpark. We vragen onze partners en leveranciers mee te denken over duurzame producten en diensten. Met elk contract, elke aanbesteding en elke werkwijze leveren we een bijdrage aan het bereiken van onze klimaatdoelen. We hebben nog niet alle oplossingen, dus innoveren en experimenteren we. De kennis die we opdoen, delen we met elkaar en met de inwoners.

 

MKB

Het MKB staat ook bij verduurzaming centraal. Als we allemaal moeten verduurzamen lukt dat niet zonder bedrijven waarop de samenleving stoelt. We hebben alle innovatie en arbeidskracht nodig bij het behalen van onze opgaven. De bedrijven in de gemeente Aa en Hunze zijn dan ook deel van de verduurzaming. De koersnota Economie en Vrijetijdseconomie 2022 – 2025 helpt ons om een duidelijke richting te geven aan de huidige vraagstukken en de rol die de gemeente hierin heeft.

 

Als gemeente stimuleren we die innovatie en kopen we lokaal in als we gaan verduurzamen. Wij zoeken naar koppelkansen op het gebied van congestiemanagement, waarbij we op zoek gaan hoe bedrijven met hoge pieken in hun verbruik gebruik kunnen maken van bedrijven die stroom over hebben.

 

We onderzoeken of energiehubs oplossing bieden en we zoeken naar de verbinding tussen het MKB en de rest van de inwoners. Zijn er bijvoorbeeld slimme oplossingen te vinden waarbij bedrijven inwoners

helpen bij het verduurzamen van hun woning en buurt en andersom.

 

Monitoring

Hoe weten we dat we goed op weg zijn? Gezien de grote landelijke opgave is er veel openbare data beschikbaar, en zijn er veel monitoringsmogelijkheden op de verschillende thema’s. Elk thema kiest per project een aantal duurzame prestatie­indicatoren en weet door deze voor en na het project te meten of een project het gewenste resultaat behaald. Zo dragen we lokaal bij aan de verduurzaming op basis van tastbare oplossingen.

4. Participatie & Communicatie

Rol van communicatie en participatie

Alleen samen kunnen we onze ambities halen. Als gemeente hebben we een regierol en de ambitie om te verduurzamen. Dat doen we samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Zodat iedereen kan meedoen en meeprofiteren van de kansen die verduurzaming biedt.

 

Effectieve communicatie en participatie spelen een ondersteunende rol bij het bereiken van de gestelde ambities.

 

Communicatie gaat over het bepalen wie we willen bereiken, met welke boodschap en op welke manier we dit gaan doen. Bij participatie gaat het om de momenten waarop we mensen willen betrekken en om welke ruimte er is om invloed uit te oefenen.

 

Er zijn verschillende vormen van communicatie en participatie om projecten te ondersteunen. Elke vorm draagt op een andere manier bij aan het behalen van

 

de gestelde ambities. Zo maken we gebruik van communicatie om de inwoners en ondernemers te informeren en gedragsverandering te stimuleren. Bij participatie maken we onderscheid tussen inwonersparticipatie, waarbij de gemeente de initiatiefnemer is, en overheidsparticipatie, waarbij het initiatief ligt bij de inwoner(s) en/of ondernemer(s).

Participatiewerkboek

In 2022 is het participatiewerkboek Samen Doen opgesteld. Het geeft toelichting, uitleg en tips. Omdat participatie over samenwerken gaat is ervoor gekozen om één werkboek te maken: voor initiatiefnemers én voor medewerkers van de gemeente. Ook zijn er betrokkenheidsprofielen opgesteld. Deze laten de participatie­ en communicatiestijlen van onze inwoners zien. Zo kan voor iedere doelgroep een aanpak op maat maken.

 

Binnen de verschillende thema’s in de duurzaamheidsvisie is er de afgelopen tijd al ingezet op participatie en communicatie. Een voorbeeld hiervan is het burger­ panel bij het opstellen van de Lokale Adaptatie Strategie (LAS).

 

We starten de communicatie en participatie dus niet bij 0, maar we gaan dit de komende tijd verder professionaliseren.

 

Communicatie en participatie ondersteunen de lokale ambities die beschreven staan in de duurzaamheidsvisie. Waar nodig worden de projecten ondersteund met een communicatie­ en participatieplan. De doorlopende communicatiestrategie heeft betrekking op het overkoepelende duurzaamheidsverhaal, waarin de thema’s met elkaar worden verbonden. Binnen de communicatie en participatie blijven we zoeken naar mogelijkheden en kansen, we timmeren daarom niet alles dicht.

Bijlage 1. huidig en toekomstig beleid

 

Grootschalige energie opwek

  • We doen mee aan de Regionale Energie Strategie Drenthe (RES) (2021) en we stelden de pMIEK 1.0 (2023) op. We hebben een Beleidskader Zonne­energie (2019), en ook Beleid Kleinschalige windturbines buitengebied (2020).

  • We zorgen dat de RES en de pMIEK elk jaar worden gemonitord en geactualiseerd waar nodig.

Warmtetransitie

  • We hebben een Transitievisie Warmte (2021) en een uitvoeringsplan Transitievisie Warmte (2023) met vier actielijnen.

  • We zorgen dat zowel de Transitievisie Warmte, als het bijbehorende uitvoeringsplan actueel blijven.

  • Ook gaan we aan de slag met Dorps­ en Wijkuitvoeringsplannen.

Duurzame mobiliteit

  • We hebben een Regionaal Mobiliteitsplan (RMP), Laadpalenvisie (2022) en we stellen een duurzaam mobiliteitsplan (2024) op. Ook stellen we beleid op voor het plaatsen van laadpalen en de gewenste dichtheid daarvan.

Circulaire economie

  • We stelden het afvalbeleidsplan 2023­2027 (2022) vast.

  • We stellen kaders op voor circulair inkopen en proberen ervaring op te doen met initiatieven die circulair bouwen.

Klimaatadaptatie

  • We stelden de Regionale Adaptatie Strategie vast en stellen de Lokale Adaptatie Strategie (2024) vast.

Biodiversiteit

  • We stellen een flora­ en faunabeleid (2024) vast, gaan door met ecologisch bermbeheer en natuurlijke bestrijding van invasieve exoten.

  • Ook stellen we een soortenmanagementplan (SMP) vast.

 

Naar boven