Verordening tot wijziging van de Financiële verordening 2023

De raad van de gemeente Leiden:

 

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 24.0090 van 15 oktober 2024), mede gezien het advies van de commissie Werk en Middelen,

 

BESLUIT

 

  • 1.

    het Beleidskader Verbonden Partijen 2017 (RV17.0101) in te trekken.

  • 2.

    vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Financiële verordening 2023, luidende aldus:

Artikel I Wijzigingen in de verordening

De Financiële verordening 2023 (RV 23.0072) wordt als volgt gewijzigd:

 

A. Informatie over verbonden partijen

Artikel 13 wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

In de paragraaf Verbonden partijen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van het BBV voor zover relevant op:

  • a.

    vestigingsplaats;

  • b.

    portefeuillehouder(s);

  • c.

    aard van de samenwerking;

  • d.

    lokale beleidsruimte;

  • e.

    zeggenschap / bestuurlijk belang;

  • f.

    samenwerkingspartners.

Aan de toelichting bij dit artikel wordt toegevoegd:

 

Een voorbeeld van een verplichte paragraaf is de paragraaf Verbonden partijen. In aanvulling op de informatie die het BBV voorschrijft (artikel 15 BBV) is in artikel 13 opgenomen welke informatie per verbonden partij nog meer wordt verstrekt. Een voorbeeld van een niet verplichte paragraaf is de paragraaf subsidies.

 

B. Begrotingsonrechtmatigheid

Aan artikel 35c wordt een zesde lid toegevoegd, luidende:

 

  • 6.

    Overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringsbudgetten en baten zijn op zichzelf niet onrechtmatig en kunnen alleen onrechtmatig zijn als die niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Deze zijn tijdig gemeld als deze zijn opgenomen in een tussentijds voorstel of tussentijdse rapportage aan de raad en/of toereikend zijn toegelicht in de jaarrekening over het betreffende boekjaar.

Aan de toelichting bij dit artikel wordt toegevoegd:

In deze artikelen zijn afspraken vastgelegd wanneer iets wel of niet als onrechtmatig kan worden beschouwd.

En de eisen die gelden bij de informatievoorziening naar de raad daarover.

 

C. Kaders verbonden partijen

Artikel 38 luidt in de huidige verordening:

Er is een beleidskader verbonden partijen, vastgesteld door de raad.

 

Het artikel wordt gewijzigd en komt te luiden:

 

Artikel 38. Verbonden partijen

 

Aangaan van verbonden partijen

  • a.

    Bij het aangaan van verbondenheid volgt het college bij voorkeur de publiekrechtelijke weg. Als hetcollege voorstelt om verbondenheid via een privaatrechtelijke weg aan te gaan motiveert het waarom dit niet mogelijk is via een publiekrechtelijke weg;

  • b.

    Bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling kiest het college voor de lichtste vorm vansamenwerking die geschikt is om het doel te bereiken;

  • c.

    Het college baseert een besluit tot het aangaan van verbondenheid op een gestructureerd afwegingsproces dat bij een zienswijzeprocedure aan de raad inzichtelijk wordt gemaakt. Dit afwegingsproces gaat ten minste in op:

    • De doelstelling i.r.t. gemeentelijke doelen

    • De risico’s en beheersmaatregelen en de exit-mogelijkheden

    • Het motief om deel te nemen aan de verbonden partij en de taak niet zelf uit te voeren, uit te besteden of hiervoor subsidie te verlenen;

    • De betrokkenheid en wijze van informatievoorziening aan de gemeenteraad;

    • De herijkings- of evaluatiemomenten.

Beheer van verbonden partijen

  • d.

    Het beheer van verbonden partijen vindt plaats op basis van een risico-inschatting. Het college bepaalt periodiek, maar ten minste één keer per raadsperiode, het risicoprofiel en de bijbehorende beheersmaatregelen. Het college stelt hiervoor nadere regels.

  • e.

    Bij het aangaan en beheer van verbonden partijen betrekt het college het onderscheid tussen deopdrachtgeversrol en de eigenaarsrol bij gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen. Indien noodzakelijk wijst het college voor beide rollen een aparte portefeuillehouder aan;

  • f.

    Het college organiseert de gemeentelijke deelname aan een regionale bestuurlijke en een ambtelijkewerkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (FKGR). Hierin hebben de deelnemers van een gemeenschappelijke regeling zitting. Zij maken afspraken over de financiële kaders inclusief indexatie voorafgaande aan het begrotingsproces. De kaders die de werkgroep aan de besturen van GR’en stuurt worden ook ter informatie met de raad gedeeld.

Informatievoorziening aan de raad

  • g.

    Het college informeert de raad over de eigenaarsrol in de paragraaf verbonden partijen (zie artikel 13).

  • h.

    Naast de informatie in de paragraaf Verbonden Partijen, neemt het college in de programma’s in deprogrammabegroting en de jaarrekening de volgende gegevens per gemeenschappelijke regeling op:

    • o

      motieven en doelen;

    • o

      (realisatie) doelstellingen en prestaties;

    • o

      kansen en risico’s;

    • o

      bestuurlijke mijlpalen;

    • o

      financiële bijdrage

  • i.

    De raad stelt raadsrapporteurs aan voor gemeenschappelijke regelingen waarbij intensieve monitoring gewenst is.

Reikwijdte afspraken

  • j.

    Het college kan de uitgangspunten van dit artikel ook van toepassing verklaren op instellingen, nietzijnde verbonden partijen, met een groot financieel of maatschappelijk belang. Het college voegt deze instellingen in dat geval toe aan de paragraaf Verbonden Partijen.

De toelichting bij dit artikel komt te luiden:

 

In dit artikel zijn de kaders opgenomen die de raad stelt bij het aangaan, monitoren en beëindigen van verbonden partijen.

Bij het vastleggen van de kaders voor verbonden partijen maken we duidelijk onderscheid tussen de bevoegdheden van de raad en de bevoegdheden van het college. Voor het vaststellen van de kaders van de raad gebruiken we de Financiële Verordening. In de Uitvoeringsregels financiën college nemen we enkele afspraken op voor het college.

Daarnaast hebben we voor de ambtelijke organisatie een werkwijze vastgelegd die aansluit bij de kaders in de financiële verordening en de uitvoeringsregels college.

In artikel 38b van de Financiële Verordening is geregeld dat het college bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling kiest voor de lichtste vorm van samenwerking die geschikt is om het doel te bereiken. De Wet gemeenschappelijke regelingen kent vijf vormen van samenwerking. Dit zijn:

 

  • 1.

    De publiekrechtelijke overeenkomst of de regeling zonder meer. Dit is de lichtste vorm van samenwerking zonder dat sprake is van delegatie of mandaat. Voorbeelden hiervan zijn convenanten, intentieovereenkomsten en bestuursafspraken.

  • 2.

    De centrumgemeente. Dit is een samenwerkingsvorm waarbij geen nieuw orgaan wordt ingesteld, maar waarbij één gemeente wordt aangewezen die namens de deelnemers de bevoegdheden uitoefent (de centrumgemeente). Bij deze vorm van samenwerking is alleen sprake van mandaat van de deelnemers aan de centrumgemeente. Er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden.

  • 3.

    Het gemeenschappelijk orgaan. Het gemeenschappelijk orgaan heeft geen rechtspersoonlijkheid. Dit houdt in dat het orgaan niet zelfstandig kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig besluiten kan nemen. Ook heeft het gemeenschappelijk orgaan maar één bestuur en niet zoals het openbaar lichaam een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

  • 4.

    De bedrijfsvoeringsorganisatie. Deze vorm van samenwerking is bedoeld voor uitvoerende en bedrijfsvoeringstaken en daarin kunnen uitsluitend colleges deelnemen. Ook deze vorm van samenwerking heeft maar één bestuur, maar anders dan het gemeenschappelijk orgaan heeft de bedrijfsvoeringsorganisatie wel rechtspersoonlijkheid. De bedrijfsvoeringsorganisatie kan zelfstandig deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig besluiten nemen.

  • 5.

    Het openbaar lichaam. Dit is de zwaarste vorm van samenwerking, waarbij wel sprake is van rechtspersoonlijkheid. Het openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Er zijn vier varianten van het openbaar lichaam: de raadsregeling, de collegeregeling, de burgemeestersregeling en de gemengde regeling. Dit onderscheid is van belang voor de vraag hoe het algemeen bestuur is samengesteld en welke taken het openbaar lichaam kan uitvoeren.

In artikel 38f is een passage opgenomen over de ambtelijke en bestuurlijke werkgroep. Het doel hiervan is in regionaal de kaders voor de gemeenschappelijke regelingen aan de voorkant goed af te stemmen zodat

zowel voor de deelnemende gemeenten als voor de regelingen zelf duidelijkheid bestaat binnen welke afspraken kadernota’s en begrotingen van beide partijen dienen te worden opgesteld.

Dit betreft de afstemming vooraf in de besturen van de gemeenschappelijke regelingen. Uiteindelijk is het aan de raden van de deelnemende gemeenten om hun wensen en bedenkingen bij de begroting van de gemeenschappelijke regeling kenbaar te maken.

 

D. Verrekening parkeerexploitatie met reserve parkeren vóór bestemming.

Aan artikel 23 wordt toegevoegd lid 8:

  • 8.

    In aanvulling op lid 5 mag het resultaat van de parkeerexploitatie bij de jaarrekening vóór bestemming worden verrekend met de reserve Parkeren.

Artikel II Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening tot wijziging van de financiële verordening treedt in werking één dag na publicatie.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tot wijziging van de Financiële verordening 2023.

 

Artikel 41 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 41. Inwerkingtreding en citeerartikel

  • 1.

    De “Financiële verordening gemeente Leiden 2020” ex artikel 212 Gemeentewet vastgesteld door deraad op 28 mei 2020 (RV 20.0024) wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe verordening.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking één dag na publicatie.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald onder de naam “Financiële verordening gemeente Leiden 2023”.

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 28 november 2024

de Griffier,

dhr. G.F.C. van Leiden

de voorzitter,

dhr. P.J. Heijkoop

Naar boven