Gemeenteblad van Diemen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Diemen | Gemeenteblad 2024, 526816 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Diemen | Gemeenteblad 2024, 526816 | beleidsregel |
Beleidsregel Wet Bibob gemeente Diemen 2024
Deze beleidsregel legt uit hoe de gemeente Diemen (verder: de gemeente) de Wet Bibob uitvoert.
Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan de bevoegde overheidsinstantie de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd.
Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen?
De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:
In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.
Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek?
De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.
Meer informatie vindt u in de toelichting: Hoe past de gemeente Diemen de Wet Bibob toe?
Hierbij voert de gemeente Diemen deze beleidsregel voor de Wet Bibob in.
In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. In artikel 1.1 van de Wet Bibob leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen. Daarnaast staan in deze beleidsregel nog enkele andere begrippen. Hieronder leest u wat die begrippen betekenen.
Artikel 1.2 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel
In deze beleidsregel heeft de gemeente Diemen omschreven in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.
Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob zal of kan toepassen bij aanvragen voor publiekrechtelijke beschikkingen, zoals vergunningen en subsidies.
Artikel 2.1 Toepassing van de Wet Bibob bij aanvraag vergunning
De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als het een aanvraag voor één van de volgende vergunningen ontvangt:
Flexibele brancheringsvergunningen zoals bedoeld in artikel 2:34 van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015;
In ieder geval de bedrijfsmatige activiteit van het verhuren van auto's als bedoeld in Aanwijzingsbesluit vergunningsplicht voor de autoverhuurbranche.
De gemeente voert geen eigen Bibob-onderzoek uit voor aanvragen van overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties, woning(bouw)corporaties die onder de Woningwet vallen of door het college van burgemeester en wethouders bij besluit aangewezen aanvragers.
Bij zulke aanvragen zal de gemeente wel een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als één van de situaties uit lid 3 of lid 5 van dit artikel voorkomt.
Artikel 2.2 Toepassing van de Wet Bibob bij een verleende vergunning1
De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek bij verleende vergunningen starten als beide situaties hieronder voorkomen:
het een vergunning betreft waarbij artikel 2.1, eerste lid en/of vijfde lid van toepassing is. Of eén of meerdere activiteiten waarvoor de vergunning geldt een risicoactiviteit is (zie bijlage 1) en/of in een risicogebied plaatsvinden (zie bijlage 2). Bij omgevingsvergunningen kan dit alleen als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 5.40 van de Omgevingswet (bevoegdheid tot wijziging voorschriften omgevingsvergunning en intrekking omgevingsvergunning).
Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke overeenkomsten
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob zal of kan toepassen bij privaatrechtelijke overeenkomsten, zoals het kopen of verkopen van gebouwen of grond, of bij overheidsopdrachten.
Artikel 3.1 Toepassing van de Wet Bibob bij vastgoedtransacties
De gemeente heeft de optie een Bibob-onderzoek te doen als de gemeente zelf een vastgoedtransactie doet, zoals het kopen of verkopen van een gebouw of een stuk grond. De gemeente moet de betrokkene laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente kan de wederpartij hierover in kennis stellen bij de start van de onderhandelingen, dan wel via de verkoopleidraad.
Als de Bibob-toets niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in de overeenkomst voor de vastgoedtransactie. Hierin staat dat de gemeente de overeenkomst kan wijzigen, ontbinden, opzeggen, vernietigen of opschorten als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat sprake is van (enige mate van) ernstig gevaar zoals bedoeld in de Wet Bibob.
Artikel 3.2 Toepassing van de Wet Bibob bij overheidsopdrachten
De gemeente heeft de optie een Bibob-onderzoek te doen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
De gemeente moet de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen sluiten met de gemeente, laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in (aanbestedings)documenten.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in de overeenkomst. Daarin zet de gemeente dat als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat sprake is van (enige mate van) ernstig gevaar, zoals bedoeld in de Wet Bibob, de overeenkomst ontbonden kan worden, zoals bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet Bibob.
Artikel 3.3 Toepassing van de Wet Bibob bij overige privaatrechtelijke overeenkomsten
De gemeente kan bij uitzondering een Bibob-onderzoek uitvoeren bij alle overige privaatrechtelijke overeenkomsten. Voorbeelden van uitzonderlijke omstandigheden zijn:
Artikel 3.4 Gevolgen van het weigeren van medewerking aan het Bibob-onderzoek, inclusief (volledige) invulling Bibob-vragenformulieren
Als iemand weigert om de Bibob-vragenformulieren (volledig) in te vullen, dan kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten met die (rechts)persoon. Hetzelfde geldt als iemand weigert om informatie te geven aan het Landelijk Bureau Bibob.
De gemeente neemt informatie hierover op in documenten voor de vastgoedtransactie of de overheidsopdracht, bijvoorbeeld in de Verkoopleidraad of aanbestedingsdocumenten.
Artikel 4.1 De oude beleidsregel wordt ingetrokken
De Beleidsregel Wet Bibobgemeente Diemen 2018 van 22-03-2018 wordt ingetrokken en vervangen door de nieuwe beleidsregel,
Zo hebben besloten op 10 december 2024,
Ieder voor zover bevoegd,
Burgemeester,
Burgemeester en wethouders,
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Diemen. Ze zijn verdeeld over categorieën. De lijst bestaat uit activiteiten die onder de Wet Bibob vallen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog/emeritus hoogleraar Cyrille Fijnaut. De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken. De gemeente heeft de vrijheid om zelf activiteiten toe te voegen aan deze lijst.
Horeca-activiteiten: Horecabedrijven, Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten, Coffeeshops, Shishalounges, Zaalverhuur.
Recreatie en vrije tijd: Recreatieparken, Jachthavens, Evenementen, zoals: Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen), Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen), Speelautomatenhallen/gamecenters/casino’s, Fitnessbedrijven/sportscholen, Sporthallen/-complexen, Commerciële sportactiviteiten.
Prostitutie: Prostitutie- en seksbedrijven, Escortbedrijven, Seksinrichtingen, Prostitutiehotels, Raamprostitutiebedrijven, Seksbioscopen, Erotische massagesalons.
Detailhandel en dienstverlening: Smartshops/headshops/giftshops, Wellnesscentra/zonnestudio’s, Kappers/barbershops/nagelstudio’s/tattooshops, Belwinkels, Goudinkoopbedrijven, Pandjeshuizen, Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen), Darkstores.
Wonen: Kamerverhuurbedrijven (inclusief omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden), Omzetten/splitsen van woningen/panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten, Aanpassen kantoorpanden (naar woningen en/of kamers), Opvang vluchtelingen, Huisvesting van arbeidsmigranten.
Opslag: Garageboxen/opslagruimtes, Bedrijfsverzamelgebouwen.
Milieubelastende activiteiten: (gevaarlijke) Afvalbewerking en -verwerking, Afvalrecycling, Mestverwerking, Sloop- en/ of asbestverwijdering, Autodemontage, Vuurwerkopslag/ transport, Datacenters.
Zorg, welzijn en opleiden: Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen), Re-integratie-activiteiten, Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten, Religieuze instellingen.
Duurzaamheid en transitie: Energieproductie (inclusief (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort), Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof).
In deze bijlage vindt u de gebieden die volgens de gemeente Diemen een risicogebied zijn. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe bedrijventerreinen, gebieden die opgeknapt worden en gebieden waarvan de gemeente vermoedt dat er criminele activiteiten gebeuren. De gemeente vindt het nodig om een Bibob-onderzoek te doen voor activiteiten binnen die gebieden.
De gemeente mag niet voor alle activiteiten binnen deze gebieden een Bibob-onderzoek doen. De gemeente mag zo’n onderzoek alleen doen als de activiteit onder de Wet Bibob valt. Dat is als er een vergunning nodig is voor de activiteit, als het om een vastgoedtransactie gaat of een overheidsopdracht.
Toelichting: hoe past de gemeente Diemen de Wet Bibob toe?
Deze toelichting legt de stappen uit die de gemeente zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de wet houdt.
De gemeente begint altijd met een eigen Bibob-onderzoek. Als dit onderzoek niet genoeg informatie oplevert om een beslissing te nemen, kan de gemeente ook het Landelijk Bureau Bibob om advies vragen. Dit bureau heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente.
Ook kan de gemeente tijdens het onderzoek hulp vragen aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC).
In de beleidsregel Wet Bibob staat wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek kan starten. Soms gebruikt de gemeente eigen ambtelijke informatie bij dit onderzoek. Het kan zijn dat de gemeente deze informatie heeft gekregen uit één of meerdere (gesloten) bronnen, zoals gegevens van de politie. De gemeente houdt zich hierbij altijd aan de Wet Bibob.
Gaat het om een privaatrechtelijke overeenkomst? Dan gelden de afspraken in het (algemene) inkoopbeleid van de gemeente, de (algemene) verkoopvoorwaarden van de gemeente en overeenkomsten. Deze beleidsregel is een aanvulling op die afspraken.
Eigen Bibob-onderzoek door de gemeente
De gemeente start altijd met een eigen Bibob-onderzoek. De gemeente voert hiervoor onderstaande stappen uit.
De betrokkene moet een Bibob-vragenformulier invullen
Wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek start, vraagt het de betrokkene om het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. De betrokkene moet ook alle documenten (bijlagen) inleveren waar in het vragenformulier om wordt gevraagd. Deze documenten gelden als bewijs voor de antwoorden.
Als de betrokkene de aanvraag doet voor een nieuwe beschikking, zoals een vergunning of subsidie, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de vergunning of subsidie.
De gemeente voert daarna de volgende acties uit:
De gemeente kan de volgende extra gegevens opvragen:
De gemeente kan deze extra informatie opvragen van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet Bibob, maar ook van Bibob-relaties van de betrokkene. Daaronder vallen de volgende personen:
De betrokkene moet de volgende informatie geven over hoe hij het project of de activiteit financiert:
De financiering van het project of de activiteit moet aannemelijk en inzichtelijk zijn. Dit betekent dat geloofwaardig moet zijn dat de betrokkene het geld heeft en dat duidelijk moet zijn waar het geld vandaan komt. Daarom gelden de volgende regels:
Optie 1: De betrokkene gebruikt eigen vermogen
De betrokkene moet in ieder geval kunnen bewijzen dat hij het geld heeft en waar het vandaan komt. Ook als de betrokkene met contant geld betaalt.
Optie 2: De betrokkene gebruikt vreemd vermogen
In dit geval moet de betrokkene in ieder geval de volgende documenten inleveren:
Maakt de betrokkene gebruik van crowdfunding of andere manieren om via een platform geld op te halen bij een groep mensen? De betrokkene is verantwoordelijk om de uiteindelijke vermogensverschaffers bekend te maken aan de gemeente. Als het platform deze gegevens niet direct wil verstrekken aan de betrokkene dan kan het platform ervoor kiezen om de gegevens direct met de gemeente te delen. De betrokkene is dan nog steeds altijd verantwoordelijk dat dit daadwerkelijk gebeurt.
Onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob
De gemeente kan ook het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laten doen. Het Landelijk Bureau Bibob heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente, zoals internationale informatie en informatie van inlichtingendiensten. Een onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob heeft daarom meer invloed op een betrokkene en de privacy van een betrokkene dan een onderzoek door de gemeente. De gemeente laat het Landelijk Bureau Bibob daarom alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt.
De gemeente kan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) onderzoek laten doen in de volgende gevallen:
Een betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesvraag bij het Landelijk Bureau Bibob. De betrokkene kan de aanvraag wel altijd intrekken. De gemeente heeft bij een intrekking waarbij het vermoedt dat de betrokkene zich vanwege het toepassen van de Wet terugtrekt, de verplichting om dit te vermelden aan het Landelijke Bureau Bibob.
Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen
In het eerste en tweede lid van artikel 2.1 wordt de toepassing bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nader omschreven. Uitgangspunt is daarbij dat een Bibob-toets niet bij elke aanvraag plaats hoeft te vinden maar dat de toepassing beperkt zou moeten blijven tot de gevallen waarin sprake is van een financiële investering van redelijke omvang dan wel het betrokken bouwwerk op enigerlei wijze een faciliterende rol kan vervullen in bedrijfsmatige activiteiten die een vergroot risico in zich hebben voor criminele invloeden. Dit laatste kan ingegeven zijn door branche- en/of omgevingskenmerken. In het kader van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit is ervoor gekozen om bouwactiviteiten met een aanneemsom hoger dan € 325.000, - (exclusief BTW) in beginsel te onderwerpen aan een Bibob-toets. Voor wat betreft bouwaanvragen ten behoeve van een horecabedrijf, een seksinrichting dan wel een speelautomatenhal is dit bedrag gesteld op € 125.000, - (exclusief BTW). De lasten die gemoeid zijn met het toetsen van bouwactiviteiten van zeer geringe omvang staan niet in verhouding tot de mogelijke resultaten die behaald worden met een Bibob-toets.
Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie te geven, of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten?
De gemeente beoordeelt zelf, of met een advies van het Landelijk Bureau Bibob, of het een negatief of positief besluit neemt. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele activiteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’. Een weigering of intrekking vindt pas plaats indien deze evenredig is met de mate van het gevaar of voor zover het ernstige gevaar evenredig is met de strafbare feiten. Bij een mindere maten van gevaar kunnen ook voorschriften aan de beschikking worden verbonden.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een aanvraag voor een vergunning of subsidie niet te behandelen. Of een al verleende vergunning of subsidie in te trekken. Dit kan de gemeente doen volgens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en op grond van artikel 3 en artikel 4 van de Wet Bibob. De gemeente kan ervoor kiezen om voorschriften te stellen aan de vergunning.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
Is er geen ernstige mate van gevaar, maar een mindere mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob? Dan kan de gemeenten extra voorschriften (regels) opleggen voor de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
Is er wel een ernstige mate van gevaar, maar vindt de gemeente het weigeren of intrekken van de vergunning of subsidie een te zware beslissing? Ook dan kan de gemeente extra regels opleggen. Die extra regels moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een geen vastgoedtransactie te sluiten. Of de overeenkomst te verbreken dat na de vastgoedtransactie is gesloten. De gemeente moet die optie wel in de overeenkomst hebben opgenomen. De gemeente kan ervoor kiezen om voorschriften te stellen aan de vastgoedtransactie.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen overheidsopdracht te geven. Of de overeenkomst voor deze overheidsopdracht te ontbinden. De gemeente moet die optie wel in de overeenkomst hebben opgenomen. De gemeente kan ervoor kiezen om voorschriften te stellen aan de overheidsopdracht.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
Hoe snel krijgt de betrokkene de uitslag van het onderzoek?
De gemeente moet binnen de wettelijke termijn reageren op de aanvraag van een betrokkene voor een beschikking. Deze termijn kan per aanvraag verschillen. De regels hieromtrent staan in de Algemene wet bestuursrecht. Ook het Landelijk Bureau Bibob moet binnen een bepaalde periode reageren op een vraag van de gemeente voor een extra Bibob-onderzoek. In sommige gevallen krijgen de gemeente en het Landelijk Bureau Bibob meer tijd. Het eigen onderzoek is niet standaard een reden om de beslistermijn van de gemeente te verlengen.
Als de gemeente een advies aanvraagt bij het Landelijk Bureau Bibob, dan krijgt de gemeente wel meer tijd om op de aanvraag te reageren. De periode wordt verlengd met het aantal dagen dat het Landelijk Bureau Bibob nodig heeft om dit advies te geven. De dag dat het Landelijk Bureau Bibob de aanvraag in behandeling neemt telt als dag 1, en de dag dat de gemeente het advies heeft ontvangen telt als de laatste dag. De periode hiertussen mag niet meer dan 8 weken zijn (zie artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob).
Lukt het het Landelijk Bureau Bibob niet binnen 8 weken een advies te geven aan de gemeente? Dan kan het de periode verlengen met maximaal 4 weken (zie artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob). De gemeente laat het de betrokkene direct weten als dit gebeurt.
Mist het Landelijk Bureau Bibob nog informatie om het onderzoek uit te voeren? Dan vraagt het dit op bij de betrokkene, de gemeente en/of een andere organisatie. De periode die het Landelijk Bureau Bibob moet wachten op deze extra informatie gaat niet af van het totaal van 8 weken dat het Landelijk Bureau Bibob heeft om een advies te geven.
Informatieplicht van de gemeente
Als de gemeente het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laat doen, moet de gemeente dit in een brief laten weten aan de betrokkene. De gemeente laat de betrokkene ook weten dat dit betekent dat de gemeente meer tijd krijgt om over de aanvraag van de betrokkene te beslissen (zie artikel 31 Wet Bibob). Een kopie van die brief voegt de gemeente toe aan de vraag om een advies bij het Landelijk Bureau Bibob.
De gemeente moet de betrokkene een kopie van het advies van het Landelijk Bureau Bibob geven als dit advies reden was voor de gemeente om:
De gemeente moet die kopie ook aan andere personen geven als die zijn onderzocht (derden, zoals bedoeld in artikel 28 en 33 van de Wet Bibob) en de informatie over deze personen onderdeel heeft uitgemaakt van de beslissing van de gemeente. De gemeente mag alleen de onderdelen die over hen gaan met hen delen.
De betrokkene en anderen die de kopie hebben ontvangen moeten de informatie hieruit geheimhouden (geheimhoudingsplicht). De gemeente laat dit in een brief aan hen weten (zie artikel 28 Wet Bibob).
Reageren op een negatief besluit naar aanleiding van een Bibob-onderzoek
Komt er een negatief besluit na het onderzoek? Dan mogen de betrokkene en andere personen die zijn onderzocht nog voordat het besluit genomen is hierop reageren, zoals bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.
Gebruiken van Bibob-advies (en informatie uit eigen onderzoek)
De gemeente mag een advies van het Landelijk Bureau Bibob en informatie uit het eigen onderzoek vijf jaar lang gebruiken voor een andere beslissing.
Aantekening maken in het Bibob-register
Het Bibob-register zorgt ervoor dat verschillende overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen. De gemeente maakt een aantekening in het Bibob-register, zoals bedoeld in artikel 7a, lid 7 en 8 van de Wet Bibob, als:
Tippen andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente tipt andere gemeenten of rechtspersonen met een overheidstaak als zij denkt dat zij informatie over betrokkenen moeten hebben, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Delen van gegevens met andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente deelt Bibob-informatie met andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak als zij daarom vragen, zoals bedoeld en onder de voorwaarden in artikel 28, lid 2 onder m van de Wet Bibob.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-526816.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.