Kennisgeving voorgenomen verkoop gronden ten noorden van de Hullerweg 122 te Nunspeet

In verband met de urgente en benodigde versterking én uitbreiding van het energienetwerk voor de toekomst voor de gemeente Nunspeet en de regio in het bijzonder, is de gemeente Nunspeet voornemens, de onroerende zaken gelegen ten noorden van de Hullerweg 122 te Nunspeet, kadastraal bekend gemeente Nunspeet sectie I nummers 4369 ged., 4510 ged. en 4805 ged., ter gezamenlijke grootte van ongeveer 2 hectare 36 are en 89 centiare, te verkopen aan een netbeheerder. Deze netbeheerder is voornemens op deze onroerende zaken een zogenaamd onderstation te realiseren, bestaande uit een transformatorstation, schakeltuin en centraal-dienstengebouw.

 

De gemeente Nunspeet is van oordeel dat bij deze verkoop geen mededingingsruimte door middel van een selectieprocedure hoeft te worden geboden, nu bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slecht één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop van deze grond, nl. de enige ter plaatste opererende netbeheerder. De verkoop aan een derde-partij leidt tot (particulier) eigendom, waarbij deze derde-partij niet zal kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarde nl. de urgente en benodigde versterking en uitbreiding van het energienetwerk door het plaatsen van een onderstation.

 

Een belanghebbende die het hier niet mee eens is en ook voor deze verkoop in aanmerking wenst te komen dient binnen 20 kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum van deze publicatie, een kort geding aanhangig te maken bij de bevoegde voorzieningenrechter; het kort geding is aanhangig vanaf het moment dat de dagvaarding voor de deurwaarder is betekend. Bij gebreke van een tijdig ingesteld kort geding vervalt het recht tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft een belanghebbende zijn of haar rechten daarop verwerkt. De gemeente zou immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de betreffende overeenkomst zou worden opgekomen.

 

Naar boven