Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2024, 524854 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2024, 524854 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling wijkinitiatieven Preventie met Gezag Rotterdam 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de directeur Publieke Gezondheid, Welzijn en Zorg van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling van 19 november 2024, registratienummer: M2411-3714;
gelet op artikel 3, derde lid en artikel 6, derde lid, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
overwegende, dat het wenselijk is een subsidieregeling vast te stellen die bijdraagt aan het voorkomen dat kinderen en jongeren actief worden in de ondermijnende criminaliteit, door het uitvoeren van preventieve activiteiten op wijkniveau;
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten gericht op kinderen en jongeren van 8 tot en met 27 jaar en hun ouders ten behoeve van het voorkomen dat deze kinderen en jongeren actief worden binnen de ondermijnende criminaliteit, dan wel dat zij hierin verder afglijden, door in te zetten op minimaal één van de volgende doelen:
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een organisatie met rechtspersoonlijkheid die aantoonbaar kennis heeft van de problematiek in de betreffende wijk, samenwerkt met het wijknetwerk en sleutelfiguren in de wijk, alsmede inzicht heeft in factoren die bijdragen aan preventie van ondermijnende jeugdcriminaliteit.
Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen uitsluitend de kosten in aanmerking die direct verbonden zijn aan een activiteit als bedoeld in artikel 3, die voor de duur van de activiteit redelijk en realistisch zijn en in verhouding staan tot de hoogte van de aangevraagde subsidie.
Artikel 6 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt per aangevraagde activiteit per wijk ten hoogste het deelplafond van de betreffende wijk als bedoeld in artikel 7.
Verstrekking van subsidie vindt plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking totdat voor het betreffende wijkraadsgebied vastgestelde subsidieplafond is bereikt. De complete aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie, worden per wijkraadsgebied beoordeeld en gerangschikt.
Bij de rangschikking kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten tot het daarbij vermelde maximumaantal:
Wanneer er na toekenning van de aanvragen per wijkraadsgebied budget over blijft in één of meer gebieden, dan zal dit budget worden toegekend aan de resterende aanvragen in andere wijkraadsgebieden die een minimale totaalscore van 50 punten hebben, waarbij sprake is van een evenredige verdeling over de verschillende wijkraadsgebieden.
Een aanvraag voor subsidie wordt digitaal ingediend via www.rotterdam.nl/subsidies en uitsluitend door middel van het daarvoor ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.
Artikel 13 Subsidieverplichtingen
Aan de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, worden in elk geval de volgende verplichtingen opgelegd:
Aldus vastgesteld in de vergadering van 10 december 2024.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
R.A.C.J. Simons, l.b.
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Toelichting Subsidieregeling Wijkgebonden initiatieven ten behoeve van het programma Preventie met gezag Rotterdam 2025
Het landelijke programma Preventie met Gezag is ingesteld door het ministerie van Justitie en Veiligheid en investeert in de meest kwetsbare wijken in Nederland. Het is erop gericht dat voorkomen wordt dat kinderen en jongeren in aanraking komen met georganiseerde criminaliteit of erin doorgroeien. Preventie met Gezag is daarnaast bedoeld om het toekomstperspectief en leefbaarheid van jongeren in deze kwetsbare wijken te verbeteren, naast het tijdig grenzen stellen aan jongeren die crimineel gedrag laten zien. In Rotterdam zien we in de kwetsbare wijken van Charlois, Delfshaven, Feijenoord en IJsselmonde de meeste kansen om met de inzet van Preventie met Gezag een positief verschil te maken. Daarom richt het programma zich nadrukkelijk op de wijken in deze gebieden. Met de middelen van Preventie met Gezag worden bestaande interventies in de vier genoemde gebieden versterkt en nieuwe initiatieven ontplooit;
Het voorkomen en verminderen van jeugdcriminaliteit is van groot belang voor de leefbaarheid in de stad. Niet alleen door het voorkomen van slachtofferschap onder bewoners, maar ook door het perspectief van kinderen en jongeren, die bloot staan aan de verleidingen van het plegen van criminele feiten, te vergroten.
Om jeugdcriminaliteit in de stad onder kinderen en jongeren terug te dringen concentreert deze regeling zich op de beschermende- en risicofactoren die bijdragen aan het ontstaan en voortduren van crimineel gedrag. Deze worden de knoppen waar we aan gedraaid kan worden’ om invloed uit te oefenen op de jeugdcriminaliteit.
Dit wordt gedaan door kinderen en jongeren weerbaarder te maken tegen verleidingen, of tegen slachtofferschap om misbruikt te worden voor criminele doeleinden. Daarnaast is een positief toekomstperspectief een doel door in te zetten op schoolsucces en dagbesteding, een steunend netwerk, het verminderen en voorkomen van gedragsproblemen en het versterken van de opvoedvaardigheden van ouders.
In de Rotterdamse wijken, binnen de prioriteitsgebieden van het programma Preventie met Gezag (Charlois, Delfshaven, Feijenoord en IJsselmonde), is sprake van partijen die beschikken over specifieke kennis van de wijk en haar bewoners en die over kennis en kunde beschikken om kinderen, jongeren of ouders te begeleiden, ondersteunen of hulp te bieden, om zo een positieve verandering te bewerkstelligen op één of meer van de hierboven genoemde factoren. Deze partijen hebben de wens en mogelijkheid om passende activiteiten uit te voeren, maar beschikken nog niet altijd over voldoende middelen daartoe.
Met deze subsidieregeling wil het college de betreffende partijen faciliteren om subsidie aan te vragen teneinde deze passende activiteiten uit te kunnen voeren.
In het programma staan de kinderen en jongeren centraal die risico lopen of kwetsbaar zijn om in de (ondermijnende) criminaliteit terecht te komen of daar al mee verweven zijn. Het betreft jongeren met een verhoogd risico op toetreden tot georganiseerde criminaliteit of jongeren die daar al eerste stappen in hebben gezet. Zij zijn kwetsbaar op de leefgebieden school, thuis, werk, veiligheid, zorg of sociaaleconomische status.
Het wijknetwerk omvat onder meer de welzijnsaanbieder, het wijkteam, huisartsen, scholen, centra voor jeugd en gezin, wijkagenten, vrijwilligersorganisaties, particuliere instellingen, verenigingen van religieuze of levensbeschouwelijke aard en sociaal ondernemers.
Onder lid 3 van artikel 3 zijn de subdoelen waar de activiteiten op gericht dienen te zijn vermeld. Van de onder dit lid genoemde factoren is bekend dat ze van invloed zijn op het ontstaan, dan wel voortduren van crimineel gedrag onder kinderen en jongeren. In de subsidie aanvraag dient aannemelijk te worden gemaakt, hoe de beoogde activiteiten bijdragen aan een positieve verandering in één of meer van de onder dit lid genoemde subdoelen. Bij de uitvoering van de activiteiten houdt initiatiefnemer zich aan de eigen taken en bevoegdheden.
De doelgroep bestaat uit organisaties, dus rechtspersonen, die een sterke binding hebben met de wijk. Zo wordt aangesloten bij de kracht die in de wijk zelf al aanwezig is. Initiatiefnemers zijn bijvoorbeeld al langdurig woonachtig of werkzaam in de wijk en hebben idealiter een netwerk opgebouwd en kennis van de bewoners en wat zij nodig hebben.
Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Dit artikel stelt, dat uitsluitend de kosten die direct verbonden zijn aan de uitvoering van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, voor subsidiering in aanmerking komen. Huur-, personeels—of vrijwilligerskosten die aanvrager maakt voor de uitvoering van de activiteiten, komen ook in aanmerking voor subsidiering, zolang ook deze realistisch zijn, in verhouding staan tot de hoogte van de aangevraagde subsidie en uitsluitend voor de duur van de activiteiten waarvoor initiatiefnemer subsidie ontvangen heeft vanuit deze regeling.
Artikel 6 Hoogte van de subsidie
De maximale hoogte van de subsidie verschilt per wijkraadsgebied. De maximale hoogte van de subsidieverlening aan de aanvrager(s) is gelijk aan de maximale hoogte binnen het betreffende wijkraadsgebied. De budgetten per wijkraadsgebied zijn beschreven in de bijlage. Een initiatiefnemer kan een aanvraag indienen voor (een) activiteit(en) die hij/zij uitvoert in meerdere wijkraadsgebieden. Zodoende kan de hoogte van de subsidie even hoog zijn als de som van de budgetten in de betreffende wijkraadsgebieden.
Het staat aanvrager echter vrij een lager bedrag dan het maximum aan te vragen. Een minimumbedrag waaraan een aanvraag dient te voldoen is niet van toepassing.
Een initiatiefnemer kan een aanvraag indienen voor uitvoering van (een) activiteit(en) in één wijk(raadsgebied), maar ook voor (een) activiteit(en) die worden uitgevoerd in meerdere wijkraadsgebieden. Zodoende kan de hoogte van de subsidie even hoog zijn als de som van de budgetten in de betreffende wijkraadsgebieden. De activiteit(en) van een aanvrager dienen wel altijd binnen hetzelfde gebied uitgevoerd te worden.
Het subsidieplafond per gebied is aangeven in bijlage 1. Per wijkraadsgebied is er een deelplafond zoals eveneens aangegeven in bijlage 1 van de subsidieregeling.
Op basis van de beoordeling van de aanvraag wordt een rangschikking aangebracht per wijkraadsgebied. Uitsluitend aanvragen met een minimale score van 50 punten worden opgenomen in de rangschikking. De initiatieven met de hoogste scores binnen een wijkraadsgebied krijgen de subsidie toegekend, totdat het subsidieplafond van het wijkraadsgebied geheel vergeven is. Het is mogelijk dat slechts een deel van de aanvraag wordt toegekend, afhankelijk van de vergelijkende scores en de budgetverdeling in het betreffende wijkraadsgebied.
Tweede lid, onderdeel a: op realistische, transparante, inzichtelijke en concrete wijze beschrijven op welke wijze de werkzame elementen van de activiteit ingrijpen op de beschermende of risicofactoren
In artikel 3, derde lid, onderdelen a tot en met j, staan de doelen als zijnde beschermende en risicofactoren beschreven die van invloed zijn op het ontstaan en voorbestaan van crimineel gedrag onder kinderen en jongeren. Iedere activiteit die in aanmerking komt voor subsidiering vanuit onderhavige regeling, dient erop gericht te zijn bij te dragen aan een voor het kind, de jongere of de ouder gunstige ontwikkeling in minimaal één van deze factoren.
In de aanvraag beschrijft de aanvrager welke elementen van de activiteit specifiek op deze verandering gericht zijn.
Tweede lid, onderdeel b: het opnemen van een onderbouwing voor de werkzaamheid van de werkzame elementen ten aanzien van de beoogde doelen
In aanvulling op onderdeel a draagt initiatiefnemer een onderbouwing aan voor de werkzaamheid van deze werkzame elementen ten aanzien van het/de beoogde doel(en). Deze onderbouwing kan gebaseerd zijn op professionele-/participanten- of wetenschappelijke (ervarings-)kennis. Hiermee maakt de initiatiefnemer aannemelijk dat de voorgestelde activiteiten daadwerkelijk bijdragen aan de beoogde (sub)doelen van deze regeling.
Tweede lid, onderdeel c: het blijk geven van kennis van de lokale problematiek en talenten van bewoners
Met deze regeling worden initiatiefnemers gefaciliteerd die specifieke kennis bezitten van het wijkraadsgebied en haar bewoners. Daarbij wordt aangesloten bij de krachten en uitdagingen die in de wijk aanwezig zijn. Deze partijen zijn de ‘in de wijk gewortelde organisaties/initiatiefnemers’.
Aan de initiatiefnemer wordt gevraagd in de subsidieaanvraag te motiveren waarom juist dit initiatief past bij wat er speelt in de betreffende wijk en wat haar bewoners op dit moment nodig hebben.
Initiatiefnemer stelt zich goed op de hoogte van hetgeen er speelt in het wijkraadsgebied. Prioriteiten in het wijkraadsgebied zijn onder andere opgenomen in de wijkakkoorden, te raadplegen via mijn.rotterdam.nl.
Tweede lid, onderdeel d: het beschikken over een relevant netwerk in het betreffende wijkraadsgebied
In aanvulling op onderdeel c is het helpend voor de uitvoering van een wijkgerichte aanpak om te beschikken over een relevant netwerk waarmee samengewerkt wordt om in een zo passend mogelijk aanbod te voorzien. Samenwerking met andere uitvoerende organisaties, die zich met de doelgroep bezighouden, is gewenst (bijvoorbeeld, maar niet limitatief, het welzijnswerk, het jongerenwerk, het wijkteam, de scholen, het openbaar ministerie, de reclassering en de politie).
Tweede lid, onderdeel e: monitoring
Het programma Preventie met Gezag hanteert een lerende aanpak. Op basis van de resultaten van de activiteiten wordt in kaart gebracht welke aanpakken wel en welke aanpakken niet werken. De initiatiefnemer wordt dan ook gevraagd de resultaten van de activiteit(en) in kaart te brengen, meer specifiek voor wat betreft de beoogde verandering in beschermende- of risicofactoren.
Tweede lid, onderdeel f: gevraagde middelen staan in verhouding tot het te verwachten bereik en resultaat en de aard van de werkzaamheden
Hoe meer impact er naar verwachting gemaakt zal worden met de uitvoering van de activiteit(en), hoe meer middelen daartoe vrijgemaakt kunnen worden. De te verwachten impact hangt in ieder geval samen met de onderbouwing van de werkzaamheid van de activiteit en het aantal te bereiken kinderen, jongeren of ouders met de activiteit.
Tweede lid, onderdeel g: ervaring met het aanbieden van de gevraagde activiteiten
De aanvrager beschrijft in de aanvraag in hoeverre deze reeds ervaring heeft met de uitvoering van soortgelijke activiteiten als de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Daarnaast beschrijft initiatiefnemer in hoeverre deze activiteiten werden aangeboden aan een soortgelijke doelgroep en wat daarvan de resultaten waren.
Activiteiten worden in beginsel uitgevoerd binnen de wijk waarvoor de aanvraag is toegekend. Het is de initiatiefnemer toegestaan om voor meerdere activiteiten binnen een wijkraadsgebied één aanvraag in te dienen. In het aanvraagformulier dient de gevraagde informatie wel per activiteit te worden aangeleverd aangezien er per activiteit wordt gescoord. Daarnaast is het de initiatiefnemer toegestaan om (een) activiteit(en) in meerdere wijken uit te voeren. Ook deze kunnen in één aanvraag gecombineerd worden.
Artikel 12 Aanvullende weigeringsgronden
Activiteiten die al volledig worden bekostigd vanuit een andere subsidieregeling komen niet voor subsidie onder onderhavige regeling in aanmerking. Wel nodigen we initiatiefnemers uit voor het doen van een aanvraag waarvan de activiteiten nog niet geheel gedekt zijn vanuit een andere subsidieregeling, of die middels subsidiering vanuit onderhavige regeling hun activiteiten kunnen uitbreiden. Aanvrager motiveert de wenselijkheid hiervan in de aanvraag.
Activiteiten die reeds in het kader van een door de gemeente verstrekte opdracht verricht worden, of vallen onder bestaande wettelijke taken waarvoor reeds in financiering is voorzien, al dan niet door een andere partij dan aanvrager, kunnen worden uitgesloten van subsidiering onder onderhavige regeling. Ook wanneer de beoogde activiteit overlapt met bestaand aanbod kan subsidiering onder onderhavige regeling worden uitgesloten, zoals de integrale gebiedsopdracht welzijn of de activiteiten van het wijknetwerk, of de jongerenhubs, of activiteiten van andere gemeentelijke partners, waaronder ook partners van het programma Preventie met gezag.
De aanvrager motiveert de meerwaarde van de beoogde activiteiten in de aanvraag.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-524854.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.