Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2024, 518473 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2024, 518473 | beleidsregel |
Besluit Grondprijzenbrief 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de directeur van het cluster Stadsontwikkeling van 3 december 2024 met kenmerk M2411-3055;
gelet op artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet en artikel 14, eerste lid, van de Verordening Financiën Rotterdam;
Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 december 2024.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage 1 Grondprijzenbrief gemeente Rotterdam 2025
Het Rotterdams grondbeleid geeft inzicht in de wijze waarop de gemeente Rotterdam het grondbeleid inzet met als doel gemeentelijke ambities en doelstellingen te verwezenlijken. Het Rotterdams grondbeleid geeft op hoofdlijnen inzicht in de mogelijke rollen die de gemeente kan vervullen, de wijze waarop zij de verschillende haar ter beschikking staande instrumenten kan hanteren en benoemt specifieke Rotterdamse keuzes 1 .
Daarnaast geeft het Rotterdams grondbeleid onder andere op hoofdlijnen inzicht in de wijze waarop de gemeente de grondwaarde bepaalt ten behoeve van gronduitgifte en de ontheffingsvergoeding als gevolg van het wijzigen van bestaande bouw- en gebruiksbepalingen in eigendoms- of erfpachtaktes.
Bij de uitvoering van het grondbeleid spelen grondprijzen een belangrijke rol, zowel bij gronduitgifte als bij wijzigingen van bestaande rechten in eigendoms- of erfpachtaktes. Deze Grondprijzenbrief 2025, die direct gelieerd is aan het Rotterdams Grondbeleid, vormt het beleidsmatige kader voor de door de gemeente te hanteren (grond-)prijzen bij uitgifte en ontheffingsvergoeding.
Deze grondprijzenbrief behandelt de belangrijkste principes en richtlijnen die worden toegepast bij het bepalen en vaststellen van de grondprijzen die de gemeente hanteert bij de verkoop in eigendom of uitgifte in erfpacht van grond en het verlenen van ontheffing van bestaande bouw- en gebruiksbepalingen ten behoeve van bijvoorbeeld transformaties of herontwikkeling in eigendoms- of erfpachtaktes. Het dient daarmee als een informatievoorziening voor burgers, ondernemers en ieder ander die te maken krijgt met grondprijzen, bijvoorbeeld voor taxateurs die in opdracht van de gemeente de grondwaarde bepalen, en het borgt een transparante en consistente handelswijze van de gemeente.
De Grondprijzenbrief 2025 vervangt de versie uit 2024 en wordt in principe jaarlijks geactualiseerd en blijft vigerend totdat het wordt gevolgd door een actualisatie of beleidsmatige wijziging. Het vaststellen van de grondprijzenbrief is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders2 .
De gemeente Rotterdam geeft hoofdzakelijk gronden uit in vol eigendom met privaatrechtelijke voorwaarden en een kettingbeding. Voor een aantal categorieën is uitgifte in (eeuwigdurend) erfpacht de regel. Bij de verkoop of uitgifte in erfpacht van deze grond wordt de grondwaarde altijd in lijn met de grondprijzenbrief bepaald.
Reeds in eigendom of erfpacht uitgegeven grond
Gronden zijn in het verleden door de gemeente op verschillende wijze uitgegeven. Vaak is er ontheffing van de gemeente nodig voor een wijziging van gebruik en/of bebouwing, bijvoorbeeld als gevolg van transformatie, herontwikkeling of verbouwing. Als de bouw- of andere gebruiksmogelijkheden een meerwaarde opleveren, brengt de gemeente een ontheffingsvergoeding in rekening. De ontheffingsvergoeding wordt berekend door de residuele (grond-)waarde van het beoogde nieuwe recht te verminderen met de waarde van het huidige recht en te corrigeren voor (eventuele) kosten voor bouwrijp maken, sloop- en saneringskosten. De ontheffingsvergoeding wordt in lijn met het grondbeleid en de grondprijzenbrief bepaald.
Uitgangspunt van de grondprijzenbrief is dat de gemeente de grond tegen een marktconforme grondwaarde uitgeeft. Dit vloeit voort uit Europese regelgeving ter voorkoming van ongeoorloofde staatssteun.
Er zijn verschillende manieren om aan deze eis te voldoen, bijvoorbeeld via de marktselectieprocedure. Ook kan de marktconformiteit van de grondwaarde gegarandeerd worden door middel van een (onafhankelijke) taxatieprocedure.
Grondwaarden hebben in verband met marktconformiteit een beperkte geldigheidsduur. De grondwaarde dient opnieuw bepaald te worden als binnen deze geldigheidsduur geen prijsafspraak is gemaakt. Is er sprake van een prijsafspraak, dan wordt de grondwaarde in beginsel geïndexeerd met de consumentenprijsindex (CPI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek3 .
Functionele grondwaardebepaling voor wonen en commerciële ontwikkelingen
Rotterdam voert een functioneel grondprijsbeleid. Dit betekent dat de waarde van de grond wordt bepaald door de daarop te realiseren bestemming(en) (ook wel functie(s) genoemd). Voor het bepalen van de waarde van de grond is dus niet alleen de kostprijs van het vastgoed bepalend. De grondwaarde is afhankelijk van onder meer de volgende factoren:
De grondwaarde wordt sterk beïnvloed door de locatie. Afhankelijk van de bestemming heeft de locatie vooral invloed op de opbrengsten en in mindere mate op de kosten voor de ontwikkeling van het vastgoed. Zo kan een kantoor in de ene wijk een hogere beleggingswaarde hebben dan een identiek kantoor in een andere wijk, terwijl de stichtingskosten gelijk zouden zijn. Hierdoor varieert de grondwaarde aanzienlijk op basis van de locatie voor een specifieke bestemming.
Ad. 2 De bestemming inclusief gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden
Naast de locatie wordt de grondwaarde bepaald door de opbrengsten die de gebruiker met het vastgoed kan genereren. Deze opbrengsten worden onder andere beïnvloed door de bestemming en het privaatrechtelijk toegestane gebruik, zowel wat betreft gebruik als bebouwingsomvang. Zo heeft een kantoor een ander opbrengstniveau dan een woning.
De vraag naar vastgoed varieert afhankelijk van de economische ontwikkeling. In economisch mindere tijden neemt doorgaans de vraag naar vastgoed af, terwijl in economisch voorspoedige tijden de vraag, en daarmee de opbrengsten, doorgaans toenemen. De mate waarin de vraag reageert op actuele economische ontwikkelingen is vaak ook afhankelijk van de locatie, de bestemming en maatschappelijke ontwikkelingen.
De vaststelling van de marktconforme grondwaarde in Rotterdam volgt de normatieve residuele methodiek. Residueel betekent dat de grondwaarde bepaald wordt door de opbrengstpotentie van het te realiseren vastgoed te verminderen met de stichtingskosten die nodig zijn om deze opbrengstpotentie te realiseren. De grondwaarde wordt dus berekend als de opbrengst minus kosten voor de initiatiefnemer.
Het begrip ‘normatief’ impliceert dat er wat betreft de ruimtelijke kenmerken en de bijbehorende kosten- en opbrengstniveau uitgegaan wordt van normatieve niveaus. Ofwel, wat een redelijk handelende derde mag verwachten aan opbrengsten en kosten ten aanzien van het te realiseren van het door de gemeente goedkeurde project. Hierbij geldt tevens dat de te maken kosten redelijkerwijs ook moeten leiden tot opbrengsten, om te voorkomen dat kostenverhogende ontwerpen- of materiaalkeuzes die niet in de uitgangspunten van de gemeente zaten door de initiatiefnemer op de residuele grondwaarde worden afgewenteld.
Uitgangspunt voor het bepalen van de grondwaarde is in de regel een bouwrijpe staat van de grond, waarbij de bodemkwaliteit geschikt is voor beoogde gebruik. Op het moment dat dit niet het geval is, wordt hier rekening mee gehouden in de grondwaardebepaling. Dit geldt zowel bij uitgifte als de residuele (grond-)waarde van de beoogde contractwijziging als onderdeel van een ontheffingsvergoeding4 .
Uitgangspunt voor de bepaling van de grondwaarde is voor zowel de kosten als de opbrengsten in beginsel het kwaliteitsniveau op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dit betreft een uitputtende regeling. Gemeenten kunnen in principe geen nadere regels stellen voor activiteiten die onder de algemene rijksregels van het Bbl vallen, tenzij expliciet aangegeven in rijksregels.
De gemeente kan wel aanvullende ambities meegeven voor wat betreft de mate van bijvoorbeeld kwaliteit en duurzaamheid. Eventuele (aanvullende) kwaliteits- en duurzaamheidsambities vormen dan integraal onderdeel van de bouwkosten bij de residuele berekening, onder voorwaarde dat deze daadwerkelijk worden gerealiseerd. Ook de opbrengsten die voortkomen uit deze ambities, zoals bijvoorbeeld lagere energielasten, worden meegenomen in de residuele berekening van de grondwaarde.
De gemeente Rotterdam bepaalt de grondwaarde op basis van één of meerdere taxaties. Het proces om te komen tot de bepaling van de grondwaarde door de gemeente ziet er in hoofdlijnen als volgt uit5 :
Grondprijzen zijn afhankelijk van de te realiseren functie. Een functie kan bestaan uit verschillende categorieën. Afhankelijk van de functie en categorie geldt óf de vaste grondprijs óf de residuele grondprijs met een minimum. Voor functies met een residuele grondprijs met een minimum wordt een externe taxatie uitgevoerd. Voor functies waar een vaste grondprijs geldt wordt geen taxatie uitgevoerd.
‘Wonen’ is onderverdeeld in de categorieën ‘wonen – sociaal’ en ‘wonen – niet-sociaal’;
Alleen sociale huurwoningen vallen binnen deze categorie. Deze categorie heeft een vaste grondprijs. De kale huurprijs van een sociale huurwoning mag op de ingangsdatum van het huurcontract niet hoger zijn dan de toenmalige liberalisatiegrens. Let wel: sociale koopwoningen vallen niet binnen deze categorie;
‘Niet-wonen’ kent een grote mate van diversiteit en is opgebouwd uit twee categorieën, te weten ‘maatschappelijk sociaal’ en ‘overige categorieën’;
Dit zijn alle niet-woon functies met uitzondering van de functies die onder maatschappelijk sociaal vallen. Een uitermate grote en diverse categorie waarbij de belangrijkste functies zijn: kantoren, bedrijfsruimte6 , detailhandel, horeca, hotels, cultuur en ontspanning. In deze categorie vallen ook maatschappelijke voorzieningen die commercieel worden geëxploiteerd. Voor alle functies in deze categorie geldt dat de grondprijs normatief residueel wordt bepaald7 en geldt een minimum.
Het financiële effect van parkeerplaatsen op een ontwikkeling is afhankelijk van de verschijningsvorm (maaiveld, bebouwd, ondergronds) en de bijbehorende stichtingskosten en opbrengsten. De kosten en opbrengsten zijn afhankelijk van de locatie (centrum vs. buitengebied), de benodigde aanpassingen aan de inrichting van de openbare ruimte, etc.
De grondprijs voor een uitbreiding van een bestaande tuin is afhankelijk van verschillende factoren, onder andere locatie en grootte van de uitbreiding, en wordt per situatie bepaald. Tuinen kennen een minimum grondprijs van € 188 per m² perceel exclusief kosten koper.
De gemeente hanteert bij gronduitgifte en/of vestiging van zakelijke rechten een minimumbedrag.
De grondprijzen worden jaarlijks aangepast met het consumentenprijsindexcijfer of, in uitzonderlijke omstandigheden en na bestuurlijke goedkeuring, met een ander indexcijfer. De nieuwe prijzen zijn van kracht vanaf 1 januari 2025 en blijven gedurende het hele jaar geldig.
Bijlage – prijsklassen vanaf 1 januari 2025
Rotterdam hanteert prijssegmenten om de bouwproductie en de woningvoorraad te classificeren. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bron en wijze van jaarlijkse indexering van de verschillende prijssegmenten vanaf 1 januari 2025.
De grensbedragen in 2024 zijn in de Woonvisie te vinden op pagina 79. De bedragen voor 2025 en opvolgende jaren zijn – zodra deze beschikbaar zijn – te vinden op de website van Wonen in Rotterdam. Bedragen gelden in een kalenderjaar; dat wil zeggen van 1 januari tot en met 31 december. Grenzen in de huur betreffen de kale maandhuur, exclusief servicekosten. Grenzen in de koop betreffen bij nieuwbouw de vrij op naamprijs, exclusief kosten van een parkeerplaats, en bij bestaande bouw de woz-waarde.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-518473.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.